Weekend magazine cover
  • In dit nummer Path 400 Created with Sketch.

  • Weekend Magazine editie 43, 2017 Path 400 Created with Sketch.

  • Menu Path 400 Created with Sketch.

Oval 3 + Path 400

Dit is een kutverhaal (en juist door dat scheldwoord wil je het lezen)

Max Verstappen wond er geen doekjes om, afgelopen week. De steward die hem een tijdsstraf gaf, was echt ‘een mongool’. De verslaggever die hem interviewde gooide nog wat olie op het vuur: ‘Wat een idioot hè.’ Of je het nou goed- of afkeurt: waarom schelden we zo graag? “We willen aandacht.”

Kutzooi! Kak! Tyfus! Het zijn scheldwoorden die eigenlijk steevast uit de mond van Lisa (27) knallen als er iets verkeerd gaat in haar leven. Als ze haar fiets laat vallen waardoor ook nog eens acht andere fietsen omvallen, bijvoorbeeld, of als ze tijdens een voetbalwedstrijd de doelpaal raakt. Maar ook als andere mensen iets stoms doen, wordt ze grof. ‘Wat een debiel’, zegt ze dan bijvoorbeeld. De reden? “Schelden is gewoon lekker om te doen. Juist omdat het niet hoort.” En, zo zegt ze ook: het zijn vaak woorden die lekker je mond uitrollen.

WOok Teun (59) kan er wat van. Zonder gêne scheldt hij erop los. Laatst nog, terwijl hij bij de klantenservice van een winkel telefonisch in de wacht stond. “Ik stootte mijn teen aan de prullenbak en schold mezelf uit: ‘Godverse domme klootzak’, zoiets zei ik. Waarna de vrouw aan de andere kant van de lijn weifelend zei: ‘Eh… Pardon, meneer?’” Pas toen besefte Teun: oh ja, dat was best wel grof. “Maar op zo’n moment kan ik me gewoon niet inhouden.”

Schelden in de OK 
Nederlanders houden van schelden. We zijn een van de weinige landen waar veel met ziektes wordt gescholden – denk aan kanker, cholera, tering. Op Twitter wordt ’s nachts en op maandag het meest gescholden in ons land. Onze lievelingstwitterscheldwoord: kut. Maar het gebeurt natuurlijk overal ter wereld. 14 procent van de aanstaande moeders vloekt tijdens de bevalling, chirurgen schelden erop los tijdens operaties (per 29 minuten valt er één scheldwoord in de OK). En uit Amerikaans onderzoek blijkt dat een speech menselijker en overtuigender wordt bevonden als er een ‘krachtterm’ wordt gebruikt. Damn doet het erg goed.

'We gebruiken scheldwoorden ook als pijnbestrijding'

Jos van Berkum, hoogleraar communicatie, cognitie en emotie aan de Universiteit Utrecht, doet onderzoek naar de reden waarom we onze hand niet omdraaien voor een goede scheldkanonnade. Zijn conclusie? De basisfunctie van schelden is aandacht vragen. “We schelden bijvoorbeeld omdat we ons hart willen luchten, iemand iets duidelijk willen maken, tot de ander willen doordringen, of onze mening met kracht willen verkondigen.” We gebruiken scheldwoorden ook als pijnbestrijding: onderzoekers van de Britse University of Keele kwamen erachter dat mensen hun hand tientallen seconden langer in een bak met ijskoud water konden houden als zij scheldwoorden riepen. Schelden roept ook bij jezelf emotie op – boosheid, agressie – en die kan kortdurende pijnprikkels remmen. Daarnaast gebruiken we ook scheldwoorden om onszelf op te peppen voor betere prestaties. Én we schelden best vaak in onze eigen, sociale context - niet om te kwetsen, maar uit speelsheid. Denk aan twee vriendinnen, gezellig aan de wijn, pratend over hoe ze jongens afwimpelen. ‘Wat ben je toch ook een bitch’. Of mannen in een vriendengroep: ‘Hééé klojo!’
 
Effect
Die aandacht waar we naar verlangen, krijgen we ook als we schelden. De wetenschap laat zien dat scheldwoorden heel snel iets met ons doen. Van Berkum haalt een onderzoek aan waarbij proefpersonen allerlei doodnormale zinnetjes in een lab moesten lezen. Ze hadden allerlei elektroden op hun hoofd die hun hersenactiviteit opmaten. Wat bleek? Zodra ze een zinnetje als ‘je bent een trut’ lazen, reageerden de hersenen van de lezer sneller dan gemiddeld. Binnen 200 milliseconden – ‘dat is heel snel’ – krijgt het scheldwoord aandacht van de persoon die het hoort of leest. “En dan gaat het er niet eens om of het speciaal voor jou is bedoeld of dat het gewoon een scheldwoord in het algemeen is”, zegt Van Berkum. Dus ook op kantoor, als iemand scheldt omdat zijn computer het niet doet, merken de collega’s dat direct op.

Kutding
Een computer voor ‘kutding’ uitmaken, is zo erg nog niet. Maar scheldwoorden gericht op de persoon – op iemands acties, karakter of uiterlijk – kunnen pijn doen. Die pijn is de reden dat Wilfried Verboom (47) bij de Bond tegen Vloeken werkt. Die bond pleit en strijdt al jaren voor aardiger taalgebruik zónder gevloek en gescheld. Verboom werkte daarvoor in het onderwijs en zag daar hoe veel schade scheldwoorden en vloekpartijen konden aanrichten bij kinderen. “En dat hoeven niet eens heel heftige scheldwoorden te zijn”, zegt hij. “Maar zeg tegen een jongetje met flaporen ‘zeilboot’ en hij voelt zich vreselijk.”

'Ik vind het heel naar als mensen met mijn God gaan lopen leuren'

Hij zag het ook bij zijn eigen kinderen. “Ik heb zelf drie keer kanker gehad, en mijn jongste zoontje ook. Mijn kinderen, vooral de oudste, worden laaiend als er met kanker wordt gescholden. Ik heb echt gezien hoeveel het met iemand kan doen, zo’n woord.” Daarnaast is Wilfried religieus. “Ik vind het heel naar als mensen met mijn God gaan lopen leuren. Dat doet pijn. Ik krijg er geen fysieke klachten van, maar een heel vervelend gevoel. Inmiddels kan ik doen alsof het me niets doet, maar het komt wel binnen.”
 
Wil trouwens niet zeggen dat Verboom zelf nooit scheldt. “Ik ben geen heilig boontje”, zegt hij. “Ik ben ook een man met gevoel, ben ook weleens driftig. Heb twee pubers in huis rondlopen. En we leven nu eenmaal in een samenleving waar het gebeurt. Maar ik probeer geen mensen te kwetsen. En schelden met kanker en God – dat is een no go voor mij; dat komt te dicht bij mijn eigen verhaal.” 

Dat geldt niet voor iedereen. Lisa scheldt net zo makkelijk met tyfus – een ziekte die al lang niet meer bestaat – als met het woord ‘homo’. “Terwijl ik zelf lesbisch ben. Gek hè? Maar het gaat me niet om de inhoud van woorden. Meer hoe het klinkt. Ik had net zo goed heel hard BANAAN kunnen zeggen. Maar dat klinkt zo suf.” Toch pleit Verboom voor ‘wat meer creativiteit’ en ‘wat minder scheldwoorden'. “Ik hoorde laatst iemand zeggen ‘wat een vreemde cactus’. Dat klinkt toch veel sympathieker? En het ploft lekker snel en hard je mond uit.”

Taboesfeer
Maar dáár zit nou nét het probleem, zegt Van Berkum: we kunnen wel andere ‘lievere’ scheldwoorden gebruiken, maar dat zijn simpelweg geen scheldwoorden en daarom werken ze niet. “Je kunt iemand voor kokosnoot uitmaken, maar dat wordt pas kwetsend als we vanaf nu twintig jaar lang aan onze kinderen wijsmaken dat je dat woord écht niet zomaar mag gebruiken. En op tv en op internet moeten we het dan ook als scheldwoord gebruiken.”

'Juist omdát ze taboe zijn, hebben scheldwoorden effect'

Want: het geheim van een goed scheldwoord is dat 'ie altijd in de taboesfeer zit. Dat zit het woord ‘kokosnoot’ dus niet. Lisa’s ‘banaan’ is evenmin een taboe. En van tuthola schrikt ook niemand. Van Berkum: “Scheldwoorden zijn van die týpische woorden waarvan ouders zeggen tegen kinderen: ‘Nou nou, dat mag je niet zeggen’.” Vaak gaat het om ziektes, de dood, minderheden, seks, geslachtsdelen, religie en uitwerpselen: taboe-onderwerpen of in ieder geval onderwerpen waar we niet makkelijk over praten. En dát zorgt er – ironisch genoeg – nou nét voor dat een scheldwoord zo effectief is. Hoe groter het taboe, hoe heftiger het scheldwoord binnenkomt en hoe groter het effect. “Je kunt het dus wel verbieden, zo’n scheldwoord, maar dat maakt de krachtterm alleen maar beter en dus aantrekkelijker om te gebruiken. Sancties op schelden werken in dit opzicht dus averechts.”

Ondenkbaar
Maar zou het kúnnen: een samenleving zonder gescheld? “Ondenkbaar”, stelt Van Berkum. “We hebben het soms ook gewoon nodig. Als er een inbreker in mijn huis staat midden in de nacht, wil ik kunnen zeggen: ‘Ga *+)(@(^@&#, mijn huis uit!’” Wat hij maar zeggen wil: met een scheldwoord wordt het allemaal net iets krachtiger.  Bovendien is de mens een emotioneel wezen, zo stelt Van Berkum. Het is handig als onze taal woordjes heeft waarmee we die emotie kunnen uitdrukken, en ook emotie bij anderen kunnen oproepen. “Maar op sommige momenten waarop je niet heel hoog in je emoties zit, kun je best een minder heftig scheldwoord gebruiken. Als ik in de sportschool niet lekker ga, kan ik tegen me zelf zeggen: ‘Man, loop toch niet zo te kloten’. Maar ik kan er op dat moment ook voor kiezen om te zeggen: ‘Ik ben niet lekker bezig’. Schelden is dus niet per definitie onbeheersbaar.” Ook Max Verstappen had een ander woord kunnen kiezen – al zaten zijn emoties nog wel erg hoog toen hij voor de camera zijn ‘mongool’-uitspraak deed. 

Het allerbelangrijkste is dat we met z'n allen proberen elkaar niet al te veel onnodig te kwetsen, stelt Van Berkum. “Want je wilt liever een vreedzame samenleving dan een onnodig pijnlijke samenleving.” Maar, hij zegt ook: we mogen ook best een beetje blij zijn dat onze taal zo’n breed arsenaal aan krachttermen heeft. “Als het nodig is, moeten we ons krachtig kunnen uitdrukken. En hoe je het ook wendt of keert: scheldwoorden helpen ons daarbij.”

Kankerlied
Waarom zou je schelden met een ziekte die veel mensen pijn doet? Mohamed el Younech uit Heemskerk is klaar met 'kanker' als scheldwoord en maakte een lied om anderen te overtuigen het woord, net als hij, niet meer te misbruiken. Zelf heeft hij ook vaker 'kanker' als scheldwoord gebruikt, geeft hij toe. Maar na een ontmoeting met een oudere vrouw uit de buurt besefte hij welke impact het scheldwoord kanker heeft. Ze vertelde hem dat ze Mohamed en zijn vrienden het woord 'kanker' vaak hoorde gebruiken, en dat ze het zelf ook had gehad. Dat kwam hard aan bij Mohamed. “Ik schaamde me kapot.” Nu wil hij zijn lied gebruiken om andere jongeren wakker te schudden. "Als scheldwoord kan het kwetsend overkomen", zegt hij. "Als ik het iemand op straat hoor zeggen, laat ik mijn video zien."

Door Lisanne van Sadelhoff

Skip die herfstdip

Dit weekend gaat de klok weer een uurtje achteruit. Wintertijd, heel handig voor wie wat extra daglicht in z'n leven nodig heeft. Want honderdduizenden Nederlanders hebben in meer of mindere mate last van sombere gevoelens nu de koude, donkere dagen weer aanbreken. Redacteur Franke van Hoeven zou zelf het liefst een winterslaap houden en gaat op zoek naar een oplossing.

Blaadjes die van de bomen vallen. Steeds donkerder dagen. Koud, nat, guur weer. Gevoelens waar ik me na jaren ervaring op zou kunnen voorbereiden, maar die me toch elk jaar rond oktober weer overvallen. Salsamuziek vervang ik voor droevige jazz. Ik trek me terug in de keuken om de hele dag te koken. Dan maak ik stoofvlees, pompoensoep en appeltaart. Vreet zákken pepernoten leeg. Het liefst lig ik de hele dag op de bank onder een dekentje, met schapenwollen laarsjes aan en in een dikke fleecetrui. Kopje thee erbij, niets meer aan doen. Grote jongen die mij nog van die bank krijgt. Bel me vooral als Rokjesdag aanbreekt en we weer het terras op kunnen, maar tot die tijd sta ik in sluimerstand.

'De koude seizoenen maken bepaald geen leuker mens van mij'

Goede vrienden zijn er inmiddels aan gewend. Deden ze ooit nog pogingen mij de kroeg in te krijgen tijdens de koude wintermaanden, inmiddels weten ze dat ze dat beter niet meer kunnen doen. Zo werd ik ooit door mijn vier beste vriendinnen gesommeerd naar een bar te komen, want het was zo leuk als ik erbij was. Mopperend ploegde ik een kwartier lang door de sneeuw. Eenmaal in de kroeg liet vriendin P. trots haar nieuwe sneeuwlaarzen zien, waarop ik onderkoeld en strontchagrijnig blafte: “Wat een stomme gevallen.” Ja, ik schaam me nog kapot…

Geen lol te beleven
Kortom, de koude seizoenen maken geen leuker mens van mij. Best onhandig dat manlief juist tot leven komt in die periode: “Die frisse lucht die je dan opsnuift, de vrijheid om te bewegen. Niet die vieze, kleffe, warme, brandende zon: heerlijk!” En ja, ook ik kan echt wel genieten van prachtige gekleurde herfstblaadjes, een wandeling door het bos of paddenstoelen zoeken. Maar aan de andere kant heb ik het ook al-tijd koud, wat ik ook aantrek. Thermo-truitjes, fleece, drie lagen wol: het maakt niet uit. De kou trekt in mijn botten en wil er niet meer uit. Daarnaast krijg ik een vreselijk droge huid, statisch haar en gesprongen lippen. Lang opblijven? Ik zie er het nut echt niet van in. In het donker wakker worden?  Wat is daar leuk aan? Sta ik als een zak hooi de tasjes voor mijn kinderen in te pakken, die huppelend naar school vertrekken.

Die herfstdip is heus geen wereldprobleem, maar vervelend is het wel. Van eind oktober tot april is er geen lol met mij te beleven. Best onhandig als je twee kleine kinderen hebt die graag buiten ravotten en avonturen willen beleven, een man die er juist dán graag op uit trekt, vriendinnen die in de kroeg zitten. En dus best handig als ik wat fitter die twee seizoenen doorkom.


De collega's van rtlnieuws.nl publiceerden eerder deze video over het onstaan en voorkomen van een herfstdipje.

Depressie versus herfstdip
Ik bel met Lidewy Hendriks, psycholoog bij Korrelatie en MIND, een organisatie die psychische problemen wil voorkomen en mensen met problemen wil helpen. Ik vraag haar wat een winterdepressie nou precies is. Hendriks: “Wij spreken van een seizoensgebonden depressie als je langer dan twee jaar in hetzelfde seizoen voldoet aan de criteria voor een depressie.” Een depressie is dus wel even wat meer dan een herfstdip. “Als je een depressie hebt, dan heb je echt een groot deel van de dag een sombere stemming. Je verliest interesse in dingen, je slaap verandert, je eetgewoontes veranderden. Je voelt je prikkelbaar, vermoeid, hebt de neiging je terug te trekken. Houden die gevoelens langer aan dan twee weken achtereen, dan zou het kunnen dat je een winterdepressie hebt.”

'Het gedrag dat je tijdens de herfst en winter vertoont, maakt je vatbaarder voor een depressie'

Hmmm, depressief ben ik niet. Wel vermoed ik dat ik met mijn Griekse genen (gekregen van mijn opa) meer behoefte heb aan zon. Hendriks: “Ik geloof zeker in dat soort invloeden. Genetisch gezien is er bijvoorbeeld ook meer kans op een seizoensgebonden depressie als depressies al voorkomen in je familie. Genen spelen wel degelijk een rol. Beetje raar voorbeeld misschien, maar ik heb een hond uit Spanje en in de zomer gaat 'ie lekker liggen zonnen, terwijl andere honden dan de schaduw opzoeken. Dit is totaal geen wetenschappelijk bewezen voorbeeld, maar ik vind het wel het onderzoeken waard.” Ook is er een groot verschil tussen een dipje en een depressie. “Er zijn genoeg mensen die zeggen: ‘Getver, de blaadjes vallen van de boom, die donkere dagen, bah’, maar als je er écht somber van wordt, je werk niet meer kunt doen, je concentratie verliest, dan is er meer aan de hand.”

Een seizoensdepressie, hoe herken je die?

Om te kunnen spreken van een seizoensgebonden depressie, dienen depressieve klachten minimaal twee jaar achter elkaar in hetzelfde seizoen te bestaan (kan dus ook de zomer zijn!). De klachten houden ieder jaar opnieuw minimaal veertien dagen aan. De voornaamste klachten: somberheid, verlies van plezier of interesse in (bijna) alle activiteiten, veel slapen of slapeloosheid, veel eten of een gebrek aan eetlust, gewichtstoename of gewichtsverlies, prikkelbaarheid, vermoeidheid, neiging jezelf terug te trekken. Meer weten? Hier vind je alles wat je moet weten, wat je eraan kunt doen en wie je kan helpen.

Buiten wandelen in plaats van naar de sportschool
Goed. Een winterdepressie heb ik dus niet. “Maar,” zegt Lidewy Hendriks, “Het gedrag dat je vertoont in de herfst en winter brengt je wél meer in het risicogebied van een depressie. Dat is bij veel mensen het geval. Veel meer binnen blijven, minder bewegen, ongezonder eten; het draagt er allemaal toe bij dat je je eigen stemming somberder maakt.” Oh. Is er ook iets tegen te doen? “Ga naar buiten. Buiten bewegen in het daglicht is heel goed. Een seizoensgebonden depressie heeft vooral te maken met een veranderende hoeveelheid licht, wat ervoor zorgt dat je melatonine-aanmaak (het hormoon dat ervoor zorgt dat we slaperig worden) verandert. Als daar iets misgaat, heb je meer kans op een seizoensgebonden depressie.

'Je kan beter buiten gaan sporten, dan naar de sportschool gaan'

Het is dus belangrijk daglicht te zien en het liefst daarbij te bewegen. Dat is effectiever dan binnen in een sportschool aan de apparaten hangen. Verder is het belangrijk om een vast ritme aan te houden.” Elke dag op dezelfde tijdstippen eten, opstaan en naar bed gaan, dus. Maakt het nog uit wát je eet? “Luister naar je lijf, en dan niet teveel naar je cravings. Kijk hoe je lichaam reageert gedurende de dag. Had je echt heel erg behoefte aan dat koekje? Of voel je je er eigenlijk nog slechter door?”

Lamp op je kop
Wat ook bewezen helpt: lichttherapie. Daarvoor kun je naar een lichttherapie-specialist, maar tegenwoordig zijn er ook lichttherapielampen te koop die je gewoon thuis of op je werk kunt gebruiken. Er zijn genoeg specialisten die je daarin kunnen adviseren. “Ze zijn er in verschillende prijscategorieën en werken goed. Tenminste, als het een echte lichttherapielamp is, want onder een leeslampje gaan zitten heeft geen zin.” Maar als je vijf dagen op kantoor zit? Zet je dat ding dan op je bureau? “Ja, waarom niet? Daar heeft toch niemand last van? Wat dat betreft is het belangrijk om dit soort dingen onder de aandacht te krijgen, zodat mensen meer begrip krijgen voor elkaar. Als je collega in de pauze lekker buiten wil wandelen, moedig dat dan aan in plaats van dat je het asociaal vindt dat hij niet mee luncht. Het kan voor hem heel belangrijk zijn dat daglicht te zien.”

Oké, som ik op: buiten bewegen, liefst elke dag. ‘s Ochtends een lichttherapielamp aan (die moet je natuurlijk niet net voor het slapengaan gebruiken, dan raakt je lichaam alsnog in de war). Op gezette tijden eten, wakker worden en gaan slapen. Lidewy Hendriks vult aan: “Houd je aan je ritme. Ontspanning is daarbij óók heel belangrijk. Zorg dat je leuke dingen doet.” Hoera! In een warm bad zitten met een goed boek vind ik helemaal niet erg. Dat gaan we dus veel doen deze herfst. Tot slot: wanneer weet je dat je naar de huisarts moet stappen omdat je dipje toch wel zwaar aanvoelt? Hendriks: “Als je het grootste deel van de dag somber bent en de symptomen herkent (zie het kader hierboven, red.), dan zou ik zeker naar de huisarts stappen. Als je een vermoeden hebt, kan het sowieso geen kwaad even lang je huisarts te gaan. En praat met mensen. Het kan zijn dat je heel erg geneigd bent je terug te trekken, maar laat één iemand in je omgeving altijd weten hoe je je voelt. Al is het maar om gewoon even je hart te luchten. Dat is altijd fijn, depressie of niet.”

13 snelle tips tegen een herfstdip

* Houd regelmaat in je dag.
* Eet gezond, drie keer per dag, en op dezelfde tijdstippen.
* Eet fijn, warm comfort food: havermout, boerenkool, pompoensoep.
* Zorg dat je genoeg water drinkt.
* Ga naar buiten, zoek het daglicht op.
* Beweeg bij voorkeur buiten: lekker fietsen, wandelen of strandjutten!
* Onderneem gezellige dingen met vrienden.
* Zorg voor voldoende ontspanning.
* Pas je tempo aan je gemoedstoestand aan: niet rennen en vliegen dus.
* Houd een dankbaarheidsdagboekje bij.
* Kijk naar series en films waar je om moet lachen.
* Glimlach, ook als niet vrolijk bent. Je wordt vanzelf blijer. Het werkt écht!
* Knutselen, yoga, spelletjesavond: doe dingen die je leuk vindt.

Door Franke van Hoeven
 

Wat leuk dat je er bent! Vind je ons ook leuk? Volg ons dan op Facebook of abonneer je op onze nieuwsbrief!

Prikkelen en schuren

SIRE heeft tijdens haar vijftigjarig bestaan heel wat stof doen opwaaien. Deze zomer was het nog raak met de campagne 'Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn', maar er zijn vele andere voorbeelden te noemen. Wij kozen er vijf en vroegen aan cultuursocioloog Roy Kemmers van de Erasmus Universiteit Rotterdam wat het mogelijke effect van SIRE campagnes is. Is de ophef genoeg om voor daadwerkelijke veranderingen in de maatschappij te zorgen?

Om te beginnen moeten we een veel gemaakte vergissing uit de weg ruimen: SIRE, voluit Stichting Ideële Reclame, is geen overheidsinstelling. De campagnes worden gemaakt door reclamemakers, die dat gratis en voor niks doen. En televisiezenders vragen op hun beurt geen geld voor de zendtijd. De stichting bedenkt campagnes rondom maatschappelijk relevante thema’s en hoopt zo de discussie op gang te brengen. Met wisselend succes.

Tolerantie
Roy Kemmers: “Een campagne heeft nooit één en hetzelfde effect op mensen. Iedereen kijkt naar zo’n filmpje door zijn of haar gekleurde bril, want we zien de wereld nu eenmaal allemaal anders." Met de campagne 'Tolerantie®: daar knapt heel Nederland van op' wilde SIRE ons laten zien hoe een tolerante houding ons leven kan verrijken. Maar niet iedereen zat op deze boodschap te wachten. "Juist als er een politieke lading aan een campagne hangt, wordt deze heel gevarieerd opgepikt. Dan loop je als SIRE dus het risico dat je alleen maar voor meer verdeeldheid tussen links- en rechtsdenkend Nederland zorgt. In zo’n geval krijg je ook dat de discussie vooral over het politieke standpunt van SIRE gaat en niet langer over de inhoud van de campagne. Daarmee schieten ze dus hun doel voorbij.”

Pleegouders zijn bijzonder nodig
De titel zegt het al: met deze campagne wilde SIRE het grote belang van pleegzorg onderstrepen. Iets waar de meeste Nederlanders het roerend mee eens zijn, maar waar we in het dagelijkse leven niet vaak bij stil staan. Tot een confronterend filmpje ons maar weer eens duidelijk maakt dat elk kind aandacht, liefde en een veilige thuissituatie verdient. En alhoewel SIRE de campagne niet maakte om nieuwe pleegouders te werven, verdubbelde het aantal aanmeldingen van aspirant-pleegouders. Mensen die al open stonden voor het idee kregen door de campagne net dat laatste zetje. Een zeer geslaagd project dus.

De maatschappij dat ben jij
Wij Nederlanders mopperen wat af. Maar volgens SIRE is het maar al te makkelijk de maatschappij de schuld te geven als het gaat om asociaal gedrag, vervaging van normen en waarden, individualisering en geweld op straat. We maken namelijk allemaal deel uit van de samenleving en dus geldt dat een betere maatschappij begint bij jezelf. Kemmers: “Als socioloog vind ik dit een van de meest interessante slogans van SIRE. Alles wat wij als mensen doen heeft invloed op de omgeving. De campagne wijst ons op een slimme manier op het feit dat we allemaal een steentje bijdragen.” SIRE houdt ons dus de spiegel voor en deed dat met filmpjes in simpele kinderboekjesstijl, die direct de associatie met de tekeningen van Dick Bruna opriepen. Heel goed bedacht, want opvallen deed de campagne zeker. Tot groot ongenoegen van meneer Bruna, die er absoluut niet blij mee was.

Je bent een rund als je met vuurwerk stunt
Dit is toch wel hét grote succesnummer van SIRE. De campagne liep maar liefst 25 jaar lang en zorgde in die tijd voor een forse daling van het aantal vuurwerkslachtoffers. Door de herhaling werd de boodschap er bij ons allemaal goed ingestampt en wist elk kind donders goed dat je op nieuwsjaarsdag niet met zwerfvuurwerk aan de haal moest gaan. Kemmers: "Interessant is hier dat je ziet dat de beelden steeds explicieter werden. SIRE kreeg in de gaten dat een harde benadering effectief was. Beelden van de handicaps van slachtoffers blijven kennelijk goed hangen. Dat schrikt af." En zo zijn dankzij SIRE heel wat vingers en oogbollen intact gebleven.

Kort lontje
Soms heeft een campagne een andere invloed dan de makers van tevoren bedacht hadden. De uitdrukking 'een kort lontje hebben' is sinds de campagne uit 2005 deel gaan uitmaken van ons dagelijks taalgebruik. Of het filmpje vol opgefokte en vloekende mensen er ook toe heeft geleid dat we met zijn allen wat relaxter zijn geworden, valt nog te bezien. Maar dat is volgens Kemmers ook wel het mooie aan zo'n lange lijst campagnes, waarvan de een succesvoller is geweest dan de andere. "Het werk van SIRE geeft een fraai overzicht van waar Nederland zich de afgelopen vijftig jaar druk om heeft gemaakt. Het is een historische blik op onszelf en we kunnen nu terugkijken en zien of campagnes geboren werden uit morele paniek of dat ze echt noodzakelijk waren." Of onze lontjes er nu echt langer op zijn geworden, valt te betwijfelen. Maar wellicht dat sommige mensen wat vaker tot tien proberen te tellen of zich na een spontane scheldpartij in het verkeer toch bewust zijn van hun korte lontje. Dat heeft SIRE dan toch maar mooi bereikt.

Door Kita van Slooten

Ontdooi met deze 6 gadgets

1. Oorwarmers met muziek

Koude oren? Niet meer met deze oorwarmers. In de oorwarmers zitten speakers verwerkt en via een bluetooth verbinding kun je de 'headphones' koppelen aan je smartphone. Zo kun je luisteren naar jouw favoriete muziek en weet je zeker dat je geen koude oren krijgt.

De Earmuffs zijn te krijgen in 3 verschillende kleuren: zwart, roze en bruin en zijn van Avanca. De muzikale oorwarmers kosten 59,95. 

2.  Armband tegen de kou

Heb jij 't snel koud en zou je soms willen dat je met een druk op de knop het weer warm hebt? Dan ga je extreem blij worden van deze armband. De armband, Embr Wave wordt warm en dit zorgt ervoor dat jij het ook een stuk warmer krijgt. Maar ook andersom. Stel, de hitte breekt je op, dan kan de armband je ook verkoeling bieden. Je kunt het vergelijken met een warme kop thee of koud glas water. Een kleine temperatuursverandering kan er al voor zorgen dat jij weer opgewarmd of afgekoeld raakt. Niet gek dat we na een koude dag buiten te zijn geweest, vaak snakken naar een warme chocolade melk. 

Goedkoop is de armband niet. Je scoort 'm via Kickstarter voor ongeveer 200 euro.

3. Nooit meer ruzie met je bedpartner

Herkenbaar? Jij hebt het ijskoud in bed, je lief heeft het altijd bloedheet. Of juist andersom. Het is een bekende strijd in bijna iedere slaapkamer. Gelukkig is er het Smartduvet Breeze dekbed. Hiermee kun je aan beide kanten bepalen welke temperatuur het dekbed moet zijn. Zo kan jij de temperatuur wat hoger zetten, terwijl je lief de temperatuur een paar graden lager zet. En als dat nog niet genoeg is, kun je het bed ook voorverwarmen. Zodat, wanneer je in bed kruipt, je direct in slaap kunt doezelen. Extra fijn: het dekbed kan zichzelf opmaken (!). Scheelt je in de ochtend weer een klusje. 

Zin om te ontdooien? Dan kun je het dekbed hier bestellen voor ongeveer 200 euro. 

4. Altijd warm water als je thuis komt

Zou het niet fijn zijn als het water al gekookt is als je wakker wordt of wanneer je thuiskomt. De iKettle regelt het voor je. Je kunt via de app in de ochtend je waterkoker aanzetten terwijl jij nog lekker kunt snoozen. Maar je kunt de slimme waterkoker instellen met een timer. Zo ben je er altijd van verzekerd dat je direct een warme kop thee kunt drinken als je thuis komt. 

Goedkoop is de iKettle niet .Voor €149,95 heb je er een. 

5. De perfecte temperatuur

Nu het kouder begint te worden, gaat de verwarming thuis weer aan. Een slimme thermostaat mag dan eigenlijk niet ontbreken. Of je nu een Nest, Honeywell, Toon of Anna hebt, je kunt deze slimme thermostaten allemaal bedienen met je smartphone. Je kunt op een afstandje de thermostaat alvast aanzetten zodat je in een warm huis thuis komt. Maar ook andersom. Stel je gaat een avondje uit eten, dan kun je de thermostaat op afstand uitzetten zodat je niet onnodig energie verbruikt. 

6. Tosti-handschoenen

Last van koude vingers op je werk van al dat tikken? Stop je handen voor 40 euro in deze verwarmde tosti-handschoenen. Ziet er misschien een tikkeltje gek uit, maar je vingers zijn wel in no time ontdooit. Je laadt de tosti-handschoenen op met een USB-kabel. 

Nina Verberne is vergroeid met haar smartphone en heeft haar eigen techwebsite voor vrouwen: Girl in a Tech World. Ze vindt niets leuker dan met jou haar favoriete apps en handige knowhow te delen!​

Thor: Ragnarok: dikke lol met superhelden

Film van de week: Thor: Ragnarok
Regie: Taika Waititi
Met: Chris Hemsworth, Cate Blanchett,
Waardering: 3,5 sterren

Dat superhelden de wereld redden en het universum veilig houden, weten we inmiddels wel. Het gaat er vooral om hoé ze dat doen. Zijn ze net als Wolverine gekweld door al het leed dat ze gezien hebben? Of houden ze het lekker luchtig door overal een grap van te maken? We zien steeds meer helden die al lolbroekend de bad guys verslaan. Denk aan Deadpool, Guardians of the Galaxy en Ant-Man. En vanaf nu ook Thor, want die gaat in zijn derde solofilm helemáál los.

De gespierde held (die biceps!!) keert terug naar zijn thuisplaneet Asgard, waar zijn egoïstische broertje Loki onderuitgezakt in de troon hangt  en er een puinhoop van heeft gemaakt. Maar dat is nog niet eens het grootste probleem. Thor blijkt een oudere zus Hela te hebben die na de dood van hun vader uit haar ballingschap komt en met veel bloedvergieten op jacht gaat naar zoveel mogelijk macht. Thor denkt Hela de mond te snoeren door zijn magische hamer haar kant op te slingeren, maar die knijpt ze zonder blikken of blozen fijn.

Thor en Loki worden al bekvechtend van Asgard gesmeten en belanden op een vuilnisplaneet, waar een knettergekke dictator Thor als gladiator in een bomvolle arena tegenover de Hulk zet. De groene held, die we al wat films kwijt waren, is dus weer terug. Thor moet praten als Brugman om de opstandige Hulk aan zijn kant te krijgen, maar nadat dat is gelukt weten de heren, met de hulp van een alcoholische krijgster, te ontsnappen en gaan ze achter Hela aan.

Het leuke aan dit doldwaze avontuur is het plezier waarmee het niet altijd even logische verhaal verteld wordt. Op een handjevol serieuze momenten na draait het in Thor: Ragnarok puur om de lol. Aan het roer stond dan ook Taika Waititi, een filmmaker uit Nieuw-Zeeland met een zeer uitgesproken gevoel voor humor. In 2014 maakte Waititi nog de vampierkomedie What We Do In The Shadows voor een budget van 1,6 miljoen dollar, nu had hij maar liefst $180 miljoen te besteden.

Een gewaagde stap van Marvel dus, maar eentje die zeer goed uitpakt. De voorheen vrij ernstige Thor blijkt hartstikke grappig te zijn en ook de Hulk brult plots komische oneliners. Je ziet hoeveel plezier hoofdrolspelers Chris Hemsworth en Mark Ruffalo erin hebben, maar het zijn de bijrollen die de meeste lachsalvo's opleveren. Jeff Goldblum is de leukste dictator die we ooit gezien hebben. En dan is er nog Waititi zelf, die droogjes de stem verzorgt van steenman Korg en elke scène weet te stelen. Thor zal na dit avontuur zeer tevreden zijn hamer naast zich neer hebben gelegd; de wereld redden was nog nooit zo leuk.

Door Kita van Slooten

Verrukkelijke vega burger

In samenwerking met Forte Culinair

Een vega burger? Ja echt, dat kan heel lekker zijn! Bij deze quinoa-zoeteaardappelburger met mierikswortelroom, sjalotjes en bieslook lik je je vingers af.

Ingrediënten voor 6 burgers:

  • 600 g zoete aardappelen
  • 2 eieren
  • 100 g kikkererwtenmeel 
  • 1 tl chilipoeder (mild), bijv. Piment d’Espelette
  • 1 el grove Franse mosterd
  • 1 el walnotenpasta 
  • het sap van ½ citroen
  • een snuf zout
  • 240 g gekookte quinoa
  • arachideolie, om in te bakken

Voor de mierikswortel in zure room:

  • 3 el fijn geraspte mierikswortel
  • 3 dl zure room
  • zout

Voor erbij:

  • 6 hamburgerbroodjes
  • boter
  • fijngesneden sjalotjes
  • fijngehakt bieslook


Bereiding:

Verwarm de oven voor op 200 °C. Leg de zoete aardappels in een ovenschaal en bak ze 45 minuten in het midden van de oven tot ze door en door zacht zijn. Snijd de aardappels doormidden en schep met een lepel het vruchtvlees eruit.

Klop de eieren licht in een keukenmachine met sikkelmes. Voeg de zoete aardappel, mosterd, notenpasta, het kikkererwtenmeel, chilipoeder, citroensap en zout toe en gebruik de pulseerstand, zodat alle ingrediënten goed gemengd worden. Doe het mengsel in een kom en voeg de gekookte quinoa toe. Roer alles met een lepel goed door elkaar.

Maak van het mengsel met de hand zes ronde burgers, of gebruik een bakring. Leg de burgers op een schaal en dek die af met plasticfolie. Laat ze minstens 1 uur in de koelkast staan, maar liefst langer, zodat ze bij het bakken niet uit elkaar vallen.

Verwarm de oven voor op 180 °C.

Meng in een schaal de mierikswortel met de zure room. Breng het mengsel op smaak met zout en zet het weg.

Verhit enkele eetlepels olie in een koekenpan. Bak beide zijden van de burgers enkele minuten op matig vuur, tot ze een beetje verkleuren en er aan de buitenkant goed uitzien. Leg ze in een ovenschaal en bak ze nog 5-10 minuten in het midden van de oven.

Bestrijk de broodjes met een beetje boter en bak ze kort in de koekenpan op de beboterde zijde of gril ze in de oven. Leg op elk broodje een burger, schep er mierikswortelroom op en maak af met sjalotjes en bieslook.

Groene burgers
Groene burgers is een heerlijk boek met 30 groene, vegetarische burgers op basis van o.a. bonen en linzen, wortel, courgette, spinazie, champignons en halloumi. Voor iedereen die minder vlees, meer groen maar vooral ook lekker wil eten. In het boek vind je behalve de burgers ook smakelijke recepten voor broodjes, originele bijgerechten, sauzen, dips en andere burgerboosters.

Titel: Groene burgers
Auteur: Martin Nordin
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 94 6250 169 0
Uitgever: Forte Culinair
 

 

 

 

 

 

Weekendagenda

Amsterdam op z'n mooist

Eigenlijk is alleen al het prachtige gebouw een bezoek aan het Amsterdamse stadsarchief waard, maar nu kun je er helemaal niet meer omheen. De tentoonstelling Kijk Amsterdam 1700-1800 laat de bezoeker het Amsterdam uit de 18e eeuw zien. Honderden etsen tonen de stad op zijn mooist en nemen je mee naar 300 jaar geleden. En dan kom je er ook achter dat de stad helemaal niet zo veranderd is. Neem vooral de tijd om de film over de tentoonstelling te zien, want als je het gebouw weer uitloopt, zie je de gracht in een heel ander daglicht. www.amsterdam.nl/stadsarchief.

Paddenstoelen zoeken met Oerrrr

Het paddenstoelenseizoen is in geen jaren zó goed geweest. Overal, maar dan ook overal schieten ze uit de grond. Althans, nu nog, want als het kouder wordt zijn ze ook zo weer weg. Daarom organiseren natuurorganisaties speciale wandelingen en zoektochten. Met Oerrr van Natuurmonumenten ga je met een boswachter op zoek naar zeldzame exemplaren, vrijwilligers van het IVN nemen je mee het bos in en geven cursussen, en voor de kleintjes kun je in het kader van de Kabouterweek van Staatsbosbeheer als kabouter verkleed op zoek naar jouw lievelingspaddenstoel. 

Feest voor vegans

Vegfest is niet zomaar een van de vele foodfestivals. Hier is meer aan de hand. Naast allerlei veganistische foodtrucks en -stalletjes zijn er hier lezingen, kookworkshops, cursussen, die niet alleen over eten gaan, maar ook over klimaat en dierenwelzijn. Zie het meer als een 'gezellig' symposium mét lekker eten. Het feest eindigt met een liefdadigheidsveiling ten bate van Plenty Food en de uitreiking van de Vegan Awards. Voor het gehele programma: www.vegfest.nl.

Doe het licht uit!

Mensen zijn dol op licht! We verlichten onze snelwegen en monumenten, houden in de kassen en kantoorgebouwen de hele nacht alle lichten aan, willen 's avonds buiten sporten en voelen ons veiliger met straatverlichting aan. De keerzijde van de 'lichte' nachten is dat je de hemel nooit meer echt ziet, dat wij steeds korter zijn gaan slapen, dat dieren worden verstoord in hun dag-nachtritme en oriëntatie en dat het heel veel geld kost. Tijdens de Nacht van de Nacht proberen bedrijven en overheden om de nacht weer donker te maken: kantoorverlichting wordt gedoofd, reclamezuilen gaan uit en in veel cafés en restaurants wordt met kaarslicht gegeten en gedronken. Kijk op www.nachtvandenacht.nl wat er bij jou in de buurt gebeurt. En, vergeet niet naar buiten te gaan en naar de sterren te kijken. 

Natuurfilms

Het Wildlife Film Festival (WLFF) in Rotterdam is het grootste natuurfilmfestival van Nederland. Hier ga je naartoe om de mooiste en nieuwste natuurfilms te zien, zoals de Wonders of the Sea van Jacques Cousteau of Deep Ocean met de stem van David Attenborough. Ook Nederlandse filmers en regisseurs gooien hoge ogen zoals Vogeleiland Griend of Arjan's Big Year. Natuurlijk met de uitreiking van allerhande filmawards. www.wffr.nl.

Wat leuk dat je er bent! Vind je ons ook leuk? Volg ons dan op Facebook of abonneer je op onze nieuwsbrief!

On demand: de leukste films en series

Wat is er nou fijner dan een goede serie of een spannende film kijken? Even jezelf verliezen in het verhaal, of wat opsteken van een mooie docu. Maar het aanbod on demand is overweldigend groot. Wij helpen je een beetje bij de keuzestress: wat is de moeite waard en wat eigenlijk niet?

NAJIB EN JANDINO LIVE IN DE KUIP

Wanneer kijken: als je van Marokkanen-grappen houdt
Wanneer niet: als je het liever kleinschalig hebt
Naast je op de bank: je beste Marokkaanse / Antilliaanse / Nederlandse vrienden
Waar: VIdeoland

Het is wel even wennen in het begin. Want waar zit je nou eigenlijk naar te kijken? Een concert, een dansoptreden, een comedyshow? Eigenlijk krijg je in deze registratie van Najib Amhali en Jandino Asporaat maar relatief weinig van de cabaretiers te zien. Er is vooral heel veel muziek, van de meest uiteenlopende artiesten: van Gerard Joling tot Sven Alias, van Trijntje Oosterhuis tot Broederliefde. En dan zijn er ook nog van die hupsende Ierse volksdansers. 

Een raar mixje dus, maar dat lijkt precies de bedoeling te zijn. De show gaat voornamelijk over multiculturaliteit, hoewel dat nooit zo wordt benoemd. Amhali maakt natuurlijk aan de lopende band Marokkanen-grappen, Asporaat doet dat over Antillianen. Er zijn ook ontroerende momenten, bijvoorbeeld als die laatste zijn moeder eert, die ergens ongezien op de tribunes zit. De sfeer zit er, in een afgeladen Kuip, in ieder geval goed in en de shows worden steeds spetterender. Waar het publiek in het begin nog een beetje onwennig 'de handjes in de lucht doet', gaat het bij het laatste optreden helemaal los. Zo bezien lijkt dat de ook de boodschap van de show: dat Nederland op z'n kleurrijkst ook op z'n gezelligst is.

THE BABYSITTER

Wanneer kijken: als je regelmatig een oppas over de vloer hebt voor je kinderen 
Wanneer niet: als je een echte horrorfilm wil zien
Naast je op de bank: je handboek over satanische sektes   
Waar: Netflix

Echt griezelen is het niet, deze horrorfilm. Maar grappig is 'ie wel en vooral ook lekker bloederig. Denk eerder in de richting van Scream of Scary Movie dan bijvoorbeeld The Conjuring of The Ring: het is vooral de bedoeling je aan het lachen te maken en dat lukt regelmatig ook. 

De oppas uit de titel heet Bee en is, kort gezegd, een lekker ding. En niet alleen dat: ze is ook nog slim en grappig en gezellig. Jammer dat ze ook de duivel aanbidt. Cole is een 12-jarige nerd die hartstikke verliefd is op zijn knappe babysitter. Als hij op een avond uit bed sluipt om haar stiekem te bespioneren, ontdekt hij dat Bee en haar vrienden ook zijn bloed - want: van een onschuldig kind - willen gebruiken in een satanisch ritueel. De rest van de film bestaat uit Cole's pogingen om aan de duivelse bende te ontkomen. Hij moet dapperder zijn dan hij eigenlijk is, krijgt en passant ook nog zijn eerste kus, en daarmee is het ook een best schattige coming of age film. Maar of je je eigen kinderen ooit nog met een gerust hart bij de oppas achterlaat...?   

APPLE TREE YARD

Wanneer kijken: als je een midlife crises hebt
Wanneer niet: als je graag vroegtijdig afhaakt
Naast je op de bank: je mensenkennis en intuïtie
Waar: Videoland

​Apple Tree Yard heeft wel wat weg van Dr. Foster, de serie die we twee weken terug bespraken. Daar gaat het om een huisarts die uitvindt dat haar man vreemdgaat, in dit geval is het de wetenschapper Yvonne Carmichael die zelf een affaire begint. In het begin lijkt het allemaal tamelijk onschuldig, maar dat het niet goed zal aflopen, is al vanaf het begin af aan duidelijk: in de openingsscène zien we Dr. Carmichael in een politiebusje zitten, terwijl ze zich afvraagt wat het eigenlijk betekent om een 'beschaafde' vrouw te zijn.  

Apple Tree Yard is een miniserie, gebaseerd op een roman, en bestaat uit vier afleveringen van een uur. Dat maakt het zeer lekker bingen, één druilerige zondagmiddag en je bent klaar. Het punt met deze serie is wel dat je het echt helemaal tot het einde uit moet kijken. In de allerlaatste scènes wordt er nog iets onthuld dat je begrip van het verhaal verandert. Is Yvonne Carmichael een onschuldig slachtoffer in een uit de hand gelopen situatie, of is ze een manipulatieve oplichter?

THE GOOD PLACE

Wanneer kijken: als je je af en toe afvraagt of je wel een goed leven leidt
Wanneer niet: als je niet zo veel kan met absurdisme
Naast je op de bank: een lijstje met je goede daden
Waar: Netflix

'Ben ik in de hemel of in de hel?' wil Eleanor Shellstrop weten van de vriendelijke meneer in wiens kantoor ze is beland. Het is de engel Michael en het kantoor is het voorportaal van het hiernamaals. Maar strikt genomen zijn er niet echt een hemel en een hel, vertelt Michael haar. Wel een 'goede plek' en een 'slechte plek'. Omdat Eleanor zich tijdens haar leven heeft ingezet voor de mensenrechten in Oekraïne, is ze in 'the good place' terecht gekomen, een soort liefelijk dorpje waar alle inwoners blij zijn, alles pastelkleuren heeft en iedereen zijn soulmate vindt.  

Het enige probleem is dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Deze Eleanor Shelltrop is, in tegenstelling tot haar naamgenoot, helemaal niet zo'n goed mens geweest. Ze is egoïstisch, gemakzuchtig en een liegebeest. Maar ze wil koste wat het kost wel in 'the good place' blijven. Dat zorgt voor een heftige weeffout in het systeem - met absurde, maar wel vaak hilarische gevolgen. En met een filosofische ondertoon: wat betekent het eigenlijk om een goed mens te zijn? Of een leuk mens, ook niet onbelangrijk? Dat zijn behoorlijk zware  vragen, maar dat doet niet af aan hoe komisch deze serie is. En met steeds 22 minuten per aflevering kijkt het ook nog lekker weg.