Weekend magazine cover
  • In dit nummer Path 400 Created with Sketch.

  • Weekend Magazine editie 3, 2018 Path 400 Created with Sketch.

  • Menu Path 400 Created with Sketch.

Oval 3 + Path 400

Nét niet over de rand

Het baby’tje van Linda Romein (43) werd met een kwaadaardige hersentumor geboren. De kleine Lars moest zware chemokuren en operaties ondergaan en Linda belandde in een diepe depressie. Ze schreef een boek over hoe het zover kon komen, en over hoe het - met hen allebei - toch goed kwam.

“Veel mensen zeggen dat moeders het niet kunnen maken om te springen. Omdat ze kinderen hebben voor wie ze moeten zorgen. Omdat dat dan een héél egoïstische daad zou zijn. Maar ik kan je zeggen: moeders springen wel degelijk. Ik was ooit zo’n moeder.

Depressies kende ik niet. Ik was altijd stabiel. Zo’n mist in je hoofd, een leeg gevoel, angsten, slapeloosheid? Nee hoor, had ik nog nooit gehad. Tot onze zoon Lars ter wereld kwam. Drie weken te vroeg, maar hij leek kerngezond. Mijn man en ik zaten in een roze bubbel met ons allereerste kind, tot de arts die één dag na de geboorte hardhandig kwam doorprikken. ‘Er is iets niet goed in het hoofd van Lars’. Ik weet nog dat we achter de dokter aan liepen naar de spreekkamer toe en de weg daarheen als een afgaande, steile helling leek. Niets in de ziekenhuiszaal viel me nog op, het was alsof ik in een soort vacuüm zat.

Lars, ons kleine, mooie mannetje, had een waterhoofd dat werd veroorzaakt door een tumor in zijn hersentjes. Herstellen van de bevalling zat er niet in, ik was me er nog amper van bewust dat ik hechtingen had. Het draaide allemaal om Lars, ik wilde hem niet alleen laten. Vier weken later hoorden we dat die tumor kwaadaardig was. Als je dat hoort, doe je niets. Je staart voor je uit. Verdoofd. Ik had geen woorden, geen tranen, niets. We gingen meteen de medische molen in. Lars zou chemo krijgen en geopereerd worden. Ik week geen seconde van zijn zijde. Het was een bizar scenario. We zouden met nieuw leven bezig moeten zijn, maar in plaats daarvan waren we aan het vechten tegen de dood. Zijn kansen waren klein. We waren zo bang.

Onverdraaglijk
“De chemo’s maakten Lars misselijk. Als-ie had gedronken, spuugde hij alles onder. Van de gordijnen tot de muren: ons hele huis heeft onder gezeten. Ik denk dat we wel tientallen liters braaksel hebben opgeruimd. Het moeilijke vond ik dat hij niet kon aangeven waar hij last van had. Chemo kan veel nare bijwerkingen veroorzaken, maar of hij ze voelde… Geen idee.

Hij huilde niet veel – ik denk dat hij daar geen energie voor had. Wat me ook zo veel pijn deed, was dat hij meerdere keren infecties had in zijn hoofd door de drain die vocht afvoerde. En de gedachte dat artsen iedere keer in zijn hoofdje gingen voor de operaties, om een nieuwe drain te plaatsen of de tumor proberen te verwijderen, was onverdraaglijk. Dan dacht ik: wat doet dit met zijn hoofd? De eerste operatie werd uitgevoerd toen hij tien dagen op deze wereld was. Tien dagen! Hij had eigenlijk nog veilig in mijn buik moeten zitten, en nu lag ons kindje op een operatietafel.

Elke dag was er wel iets, hij werd continu gestoord. Lag hij net lekker te slapen, kwam er weer iemand voor een operatie, onderzoek, chemo, gehoortest, harttest. Als moeder wil je je kind voeden en rust geven. Alle melk spuugde hij uit en rust kreeg hij niet.

Depressieve moeders: hoe kan dat?

Of het pasgeboren kindje nou gezond is of niet: veel moeders (1 op de 10) kampen met depressieve gevoelens na de bevalling, zegt Loes Maurits. Ze is sociaal psychiatrisch verpleegkundige en helpt in haar praktijk vrouwen die tijdens of na de zwangerschap te maken krijgen met somberheid, angst of trauma’s. “We weten niet goed waardoor post partum depressies ontstaan, de meest voor de hand liggende oorzaak zijn hormonen. We gaan ervan uit dat het een samenspel is van hormonen, genetische kwetsbaarheid/voorgeschiedenis en persoonlijkheid, zoals perfectionisme en hoge verwachtingen.” 

Daarnaast voelen vrouwen zich kwetsbaarder als moeder, krijgen ze weinig slaap en kunnen ze zich eenzaam voelen. “Als de kraamhulp weg is en de man weer is werkt, zijn ze vaak in hun eentje met hun kindje.” Ook zit hun perfectionisme vrouwen in de weg. “Ouders willen het beste voor hun kind. Terwijl ze juist als ze een kindje krijgen, met controleverlies kampen: de baby bepaalt.”

En dan worden ze somber en kunnen vrouwen in een vicieuze cirkel belanden. “Hoe somberder ze worden, hoe meer controle ze zoeken in dingen die ze wél kunnen. Luiers verschonen, voeding geven.” Maurits zou graag het taboe willen doorbreken. “Ongelukkige moeders denken dan: ik heb zoiets moois gekregen, en dan ben ik ongelukkig. Ze schamen zich. Dat hoeft niet.”

Ze drukt vrouwen altijd op het hart: je doet het nooit helemaal goed als moeder. “Ik weet nog dat ik net voor het eerst moeder was geworden en mijn kind ontzettend goed dronk en doorsliep. Ik gaf mezelf een schouderklopje, zo van: goed gedaan. Mijn tweede dronk en sliep veel slechter, terwijl ik echt niet eens een andere moeder was geworden. Je hebt het niet altijd in de hand.”

Gebalde vuisten
“Waar normale moeders in de tijd na de bevalling kraamtranen hebben, huilde ik uit wanhoop. Dan stond ik onder de douche, wel een uur lang, en kon ik niet meer stoppen. Ik voelde me heel slecht, ’s nachts had ik enorme hartkloppingen. Ik kon gelukkig wel in het ziekenhuis blijven, ik sliep samen met Lars op een kamertje. Slapen lukte steeds slechter, en op een gegeven moment helemaal niet meer. Daarnaast trok ik me steeds meer terug. Ik bleef maar in dat ziekenhuis, kwam de eerste paar maanden amper thuis. Mijn man ging af en toe een beetje werken, en dan hield ik hem helemaal niet op de hoogte hoe het ging. Ook had ik de hele tijd – onbewust – mijn voeten en vuisten gebald. Uit frustratie. De schoenen die ik toen droeg zijn aan de bovenkant helemaal versleten.

Ik verzorgde mezelf ook niet meer. Haar vlug in een staartje, dat was het. En als Lars sliep, kroop ik het liefst ook in mijn bed. Ik was lusteloos.

Ik heb niet doorgehad dat ik op een depressie afstormde. Dat gaat geleidelijk. Het is logisch dat ik me niet goed voelde, we hadden lááiende stress. Ik weet nog dat ik één keer een artikel las over dat depressies invloed kunnen hebben op de moeder-kindband. Toen raakte ik wel in paniek. Maar hoe verder ik weggleed, hoe minder zelfreflectie ik had. Ik begon me een slechte moeder te voelen. Was ervan overtuigd dat Lars een betere moeder nodig had, dat ik tekortschoot. Dat ik er maar beter niet meer kon zijn.

Kracht
“Langzamerhand voelde ik ook niet meer zo veel voor Lars. Ik voelde me niet meer met hem verbonden, was niet meer blij als ik hem zag. En daar voelde ik me dan ook weer schuldig over. ‘Dat komt door je depressie’, zei de verpleegkundige dan. En dan dacht ik: ja ja, jij kunt mooi praten, maar dit komt nooit meer goed.

Dieptepunt was dat ik naar de plek reed waar ik vroeger dicht bij had gewoond. Lars was toen zes maanden oud. Ik wist dat in die buurt hoge flats stonden. En echt: ik ging er niet bewust naartoe, mijn depressie stúúrde me erheen. Mijn hoofd werd overgenomen. Voor ik het wist stond ik op de veertiende verdieping en hing ik over de reling. Mijn hele lijf stribbelde tegen, maar mijn hoofd zei: het moet, doe het, het moet. Zo eng. Stond ik daar, in mijn wanhoop. Gelukkig werd ik tegengehouden door twee vrouwen die in de flat woonden. Wat ben ik hen dankbaar.

De politie sloot me een dag op in en cel en daarna kwam ik in een gesloten instelling terecht. Daar ging het vier weken heel slecht. Als we naar buiten gingen voor een wandeling, wilde ik de hele tijd onder voorbijrijdende vrachtwagens springen. Waren mijn man en ik even buiten, dan wilde ik wegrennen. Vreselijk. Toen ik na vier weken andere medicatie kreeg, was het over. Ja, klinkt misschien heel gek, maar in één klap was de oude Linda er weer. De mist in mijn hoofd was weg, ik sliep weer, de mimiek in mijn gezicht kwam terug en ik had weer zin om naar huis te gaan. Ik had zo veel kracht!

Achteraf gezien denk ik dat ik depressief ben geworden door de continue spanning en de complicaties van Lars waar we mee te maken kregen. Bij de eerste operatie kreeg hij een hartstilstand, hij heeft meerdere hersenvliesontstekingen gehad. Na mijn depressie was de ellende niet voorbij, maar kon ik het wel beter aan. Ik had verdriet en zorgen om mijn kind, maar verloor mezelf niet meer. Als je zoiets als ouders meemaakt, dan moet je jezelf heel goed in de gaten houden. Dat zou ik iedereen willen meegeven. Trek op tijd aan de bel.

Sombere mama’s

“Als er iets met je kind is, kun je inderdaad jezelf ook kwijtraken”, zegt Loes Maurits. Daar helpen die hormonen die na de bevalling nog door je lijf gieren, niet bij. “Normaal, zonder zwangerschap, zit je qua emoties bijvoorbeeld, op een schaal van 1 tot 10, rond de 2 of 3. En een 9,5 zou dan ‘heel hysterisch’ zijn. Soms gebeurt er wat waardoor je van die 3 pijlsnel naar een 6 of 7 schiet – je vader komt in het ziekenhuis te liggen, je valt van de trap – en daarna zak je weer. Na een bevalling ligt je gemiddelde cijfer veel hoger – bijvoorbeeld rond de 8. Een vrouw heeft dan tijd (denk aan een klein jaartje) nodig om weer te dalen naar haar oude emotie-niveau.”

Maar als je kind iets ernstigs mankeert en je continu in de stress en paniek zit, dan zak je niet meer qua emoties. “Dan kun je jezelf verliezen in onbekende gedachten of gedrag. Sommige moeders voelen zo veel liefde voor hun kind, dat ze zichzelf willen opofferen en denken dat het beter is dat het kind een andere moeder krijgt. Terwijl je altijd de beste moeder bent voor je eigen kind.”

Wonderbaarlijk
“Lars heeft alles overleefd. Dat is een wonder. Toen de tumor voor de derde keer terugkwam, toen hij 3 was, zeiden de artsen dat zijn overlevingskans nihil was. Hij kreeg chemotherapie om tijd te rekken, en dat was het.

Hij is nu 13. Hoe dat kan, daar heeft niemand een verklaring voor. Vijf jaar geleden had hij zijn laatste scan. Hij heeft wel een laag IQ en wat andere gezondheidsproblemen, maar het is een geweldige jongen. Hij heeft veel humor, is heel behulpzaam, houdt van sport. We hebben nog een tweede kind gekregen, ook een jongen, en we hebben een fijn gezin. Ook mijn man en ik hebben het samen gered. Ik zeg altijd dat we op onze eigen manier door die modderstroom hebben geploegd, tot we in kalmer water waren. Daar hebben we elkaar weer gevonden.

Mijn depressie is nooit meer teruggekomen. Het gekke is dat ik me nu niet meer kan voorstellen dat ik mijn leven wilde beëindigen en me zo slecht heb gevoeld. Ik ben ook niet zo’n terugdenktype. Toch voelde ik dat ik iets moest met mijn verhaal en daarom schreef ik er een boek over. Om het taboe te doorbreken en andere moeders het gevoel te geven dat ze niet alleen zijn. Omdat er zo veel moeders zijn die depressief zijn. En omdat de algemene opvatting toch is dat moeders niet kunnen springen. Moeders plegen geen zelfmoord, zoiets dóé je niet als je kleine kinderen hebt. Ik was het wel van plan. Het kan écht zo ver komen, ook als je je altijd gelukkig hebt gevoeld.

Het is goed om dat te weten, denk ik, want het gebeurt. En als mijn bovenlichaam iets meer naar beneden was gegaan terwijl ik over de reling hing, had ik het niet meer na kunnen vertellen en had Lars geen moeder meer gehad. Dan had de helft van ons gezin gewoon niet bestaan. Dat is een gek besef. Maar ik schaam me er niet voor. Ik ben het levende bewijs dat dit iedereen kan overkomen, maar dat je ook weer uit dat diepe dal kan klauteren.”

Door Lisanne van Sadelhoff
​Fotografie: Paula Romein

Over de rand, € 18,95, Kosmos Uitgevers, verkrijgbaar vanaf 23 januari, nu alvast te reserveren.

Heb jij vragen over zelfmoord?

Stichting 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113
Openingstijden: 24 uur, 7 dagen per week

Gewenst ongehuwd: niet getrouwd, wel gelukkig

Vorige week publiceerde Weekend Magazine een verhaal over de meest bijzondere aanzoeken. Maar lang niet alle stellen trouwen natuurlijk. Omdat ze het ouderwets of onnodig vinden bijvoorbeeld, of te duur. Maar soms ook gewoon omdat die ene vraag maar niet gesteld wordt. 

Was het vroeger ondenkbaar om ongetrouwd te gaan ‘hokken’, tegenwoordig wonen bijna een miljoen stellen samen zonder boterbriefje. Dat aantal is de afgelopen twintig jaar dan ook flink toegenomen, terwijl het aantal getrouwde koppels licht daalt. In de meeste relaties is het echter nog wel gebruikelijk om vroeg of laat een ring om je vinger te (laten) schuiven: volgens het CBS telt Nederland ruim drie miljoen ‘gehuwde paren’. Maar dat je ook zonder het jawoord langdurig gelukkig kunt zijn, bewijzen Niki, Mijntje en Fenneke. Hoewel dat niet voor iedereen een bewuste keuze is….

Niki Schoondergang (34) is ruim veertien jaar samen met Boudewijn van den Bosch (42). Samen hebben ze twee kinderen, een huis én een bedrijf.

“Een bruiloft is, samen met een uitvaart, het enige moment waarop ál je vrienden en familie bij elkaar komen. En dan is een bruiloft natuurlijk leuker. Op die manier zie ik echt wel de waarde van trouwen in, een groot feest met alle mensen waar we van houden om ons heen. Maar voor de rest heeft het huwelijk voor mij geen toegevoegde waarde. Ik zie ook net iets te veel mensen om me heen die gaan scheiden, het is dus ook geen garantie dat je met een ring om je vinger wél altijd bij elkaar blijft. Voor ons is trouwen geen kers op de taart van onze relatie, maar iedereen moet natuurlijk lekker doen wat hij zelf wil.

'Ik zeg nooit "mijn vriend". We zitten niet meer op de middelbare school'

Als je trouwt, zijn veel administratieve dingen meteen geregeld, maar wij regelen die gewoon zelf. Toen we jaren geleden ons eerste huis kochten, hebben we een samenlevingscontract opgesteld. In 2010 werd onze dochter Ieke geboren en in 2014 haar zusje Ella, waarvoor we uiteraard ook belangrijke zaken als voogdij en testament lieten vastleggen. Tussendoor kochten en verbouwden we een ander huis en besloten we samen een vof op te richten om onze gezamenlijke design studio in onder te brengen. Boudewijn en ik zijn allebei te eigenwijs om voor een baas te werken, dus nu zijn we elkaars bazen. En dat werkt heel goed. Ik noem hem dan ook grappend mijn ‘partner in crime, in privé en werk’. Ik zeg nooit ‘mijn vriend’, dat klinkt alsof we nog op de middelbare school zitten.

Dat de kinderen zijn achternaam kregen, vond ik ook geen probleem: ze zijn uit mij gekomen, dus ik weet ook met een andere naam wel dat ze van mij zijn. Ik snap trouwens ook niet dat vrouwen de naam van hun man aannemen als ze getrouwd zijn, je bent toch niet ineens een ander mens?

Misschien dat we alsnog trouwen als de meiden ouder zijn en ze zich de dag ook echt kunnen herinneren. Hoe tof zou dat zijn? Maar dan gaat het vooral om het vieren van onze liefde, niet om de verbintenis. Want twee kinderen, een huis én een bedrijf samen, is wat ons betreft genoeg commitment.”

Mijntje Peters (39) is ruim twaalf jaar samen Chris Vingerhoets (42), met wie ze zoon Colin (8) heeft.

“Je trouwdag de mooiste dag van je leven? Nou, ik bén weleens naar bruiloften geweest… Hou dan maar op. Je loopt je de hele dag druk te maken of iedereen wel komt en het naar zijn zin heeft en van de tweehonderd gasten vind je er misschien twintig echt leuk. En het kost belachelijk veel geld, daar ga ik dan liever een paar keer van op vakantie. Nee, het hoeft van mij echt niet en Chris moet er gelukkig ook niet aan denken. Hij denkt dat mannen die trouwen daarna meteen klaar zijn met de relatie, zo van: ‘de buit is binnen’. Bovendien is hij totaal niet romantisch, dus het zou ook geen romantische dag worden. Nee hoor, laat maar zitten.

'We wonen in Limburg. Hier is ongetrouwd kinderen krijgen toch minder geaccepteerd dan in de Randstad'

Ik vind ‘mijn man’ ook zo ontzettend oud klinken, en ik vind het al zo erg om oud te worden. Ik voel me eigenlijk nog steeds tweeëntwintig, haha! Wel één nadeel: als ik straks vijftig ben en ik heb het over ‘mijn vriend’, dan denken de mensen dat ik al drie keer gescheiden ben en Chris mijn zoveelste nieuwe verkering is. Ze vragen nu soms al of hij wel de vader van mijn zoontje Colin is, omdat we niet getrouwd zijn. We wonen in Limburg, daar is het ongetrouwd kinderen krijgen denk ik toch minder geaccepteerd dan in de Randstad.

Colin werd geboren na lang dokteren, dus we zijn toen eigenlijk vergeten dat Chris de baby moest erkennen. En ook daarna waren we nogal laks, we hebben de erkenningspapieren pas getekend toen we jaren later een huis kochten en bij de makelaar een samenlevingscontract gingen opstellen. Wij vinden ‘hoe het hoort’ gewoon niet zo belangrijk, ik ben nogal wars van standaarden.

Mijn ouders vinden het ook prima dat wij niet getrouwd zijn. Ik kom uit een gezin van vier zussen, daarvan is er maar één getrouwd. Zij baalt wel dat Chris en ik nooit in het huwelijksbootje zullen stappen, want zij heeft wel een groot feest gegeven en dat had ze had graag van ons teruggekregen. Maar een duur feest geven vind ik onzin, zeker voor zoiets burgerlijks als trouwen!”

Fenneke Visscher (32) is vijftien jaar samen met Wouter Edelman (33). Ze zijn ouders van zoon Willem (1).

“Waarom wij niet getrouwd zijn? Omdat hij me nog niet heeft gevraagd! Hij vindt het irritant, maar ik droom van een romantisch, origineel en goed voorbereid aanzoek. Niet zomaar even op de bank ofzo, hij moet er wel echt z’n best voor doen. En dat het dan heel emotioneel wordt, ik heb daar gewoon zo’n beeld bij. Als we samen uit zijn, denk ik soms: misschien gaat hij me nu wel vragen. Maar niet dus. Dan zeg ik achteraf wel: “Dít was nou een goed moment geweest!”, maar dan heeft hij allemaal smoesjes. Bijvoorbeeld dat hij er wel aan gedacht had, maar dat ik zijn plannetje vast niet bijzonder genoeg vond. Zo schiet het natuurlijk niet op, haha!

We zijn ons halve leven al samen, ik was zeventien toen ik in havo-4 verkering kreeg met Wouter. In 2016 werd onze zoon Willem geboren. We kwamen erachter dat je niet per se getrouwd hoeft te zijn om een kind te krijgen, Wouter moest alleen een paar dingen regelen bij de gemeente.

'Misschien moet ik hem dan maar gewoon zelf vragen'

Als ik over hem praat, noem ik hem Wouter of ‘mijn vriend’. Eerst zei ik ook ‘de vader van mijn kind’, maar dan dachten mensen dat we uit elkaar waren. Ik zeg heel soms ook ‘mijn man’, dat is dan gewoon handiger.

Willem is het eerste kleinkind in de familie, we vonden het heel leuk dat wij onze ouders opa en oma konden maken. Trouwen kan altijd nog dachten we, maar kinderen krijgen niet. Maar grootouders hebben natuurlijk ook niet het eeuwige leven, als we nog tien jaar wachten, kunnen ze er misschien niet meer allemaal bij zijn. Het leek me altijd leuk als onze kinderen ons huwelijk bewust mee kunnen maken, maar onze eerste zoon wordt over twee weken pas twee. Dat bewust meemaken duurt dus nog wel even.

Als ik er zo over nadenk, moeten we er nu eigenlijk wel serieus werk van gaan maken. Misschien moet ik hém dan maar vragen, dan zijn we in ieder geval verloofd en kan de voorpret eindelijk beginnen. Jurken passen, plannen maken en nog even flink sparen. En dan trouwen we in 2020, dat vind ik wel een mooi jaar. Nu Wouter nog!”

'Een boterbriefje heeft geen concrete meerwaarde in een relatie'

Miriam van Ommeren is psycholoog en haptotherapeut bij groeiconsult.nl en geeft onder andere relatietherapie. Volgens haar maakt het voor de gezondheid van de relatie niet uit of stellen al dan niet getrouwd zijn. “Ik begeleid in mijn praktijk koppels met uiteenlopende relatieproblematiek. Een boterbriefje heeft volgens mij geen concrete meerwaarde in een relatie, maar als de één graag zou willen trouwen en de ander niet, kan er wel wrijving ontstaan. Dan is het belangrijk om te achterhalen wat hun persoonlijke overwegingen zijn en in hoeverre ze bereid zijn om mee te bewegen met de wens van de ander. Is het wellicht mogelijk om je flexibel op te stellen en je partner tegemoet te komen, zonder dat je daarbij je eigen gevoel tekort doet?

Als je het kunt opbrengen, is het heel goed voor de relatie om je partner zijn of haar zin te geven in iets dat voor hem of haar zo belangrijk is. Zeker als het gaat om trouwen of kinderen krijgen, kun je geen compromissen sluiten: je kunt immers niet half trouwen. Ook als je al jaren samen bent en denkt dat je allebei tevreden bent met jullie ongehuwde status, is het belangrijk om het onderwerp zo nu en dan even ter sprake te brengen: 'Voelt het voor jou nog oké?'" 

Voor het welzijn van eventuele kinderen is het volgens Van Ommeren irrelevant of hun ouders getrouwd zijn, als ze maar gelukkig samen zijn. “Ouders kunnen hun kinderen zekerheid en stabiliteit bieden met een veilige en rustige relatie. Niet met die ring om hun vinger.”

Door Ronne Theunis

Taal is zeg maar echt mijn ding: romkom over rommelige communicatie

Film van de week: Taal is zeg maar echt mijn ding
Regie: Barbara Bredero
Met: Fockeline Ouwerkerk, Egbert-Jan Weeber, Peter Faber
Waardering: 3,5 sterren

Communiceren is makkelijker gezegd dan gedaan. Al hebben we nog zoveel woorden, we maken er met regelmaat een potje van. Lelijke zinnen, grammaticale onjuistheden, vreemde verbasteringen en ga zo maar door. Paulien Cornelisse observeerde op komische wijze ons moderne taalgebruik en dat vonden wij Nederlanders zeer vermakelijk, want haar boek Taal is zeg maar echt mijn ding werd een gigantische bestseller.

En nu is er de film. Maar hoe verfilm je een bundeling aan columns? Scenarioschrijver Tijs van Marle zag er wel brood in. Hij nam de observaties van Cornelisse als basis en schreef vervolgens een romkom, waarin woorden en taalgebruik een belangrijke rol spelen. Hoofdpersonage Anne is een journaliste met een passie voor taal. Ze luistert kritisch naar de woordkeuze van mensen om haar heen en via de voice-over horen we haar commentaar.

Daarnaast is Anne erg druk met pogingen haar leven op de rails krijgen. Als een Nederlandse Bridget Jones klooit ze met haar familie en haar liefdesleven, maar ook met haar carrière: Anne tikt onzinnige stukjes voor een vrouwenblad, maar zou graag meer inhoudelijke artikelen willen schrijven. Ze lonkt onhandig naar een macho fotograaf, terwijl de man recht voor haar neus 10x leuker is. En tot slot vangt ze haar dementerende vader Werner op, die steeds meer grip op de werkelijkheid verliest.

De liefdevolle relatie tussen de verwarde Werner en zijn bezorgde dochter Anne is verreweg het mooiste van de film. Vader en dochter zijn beide verzot op taal én op elkaar. Des te moeilijker is het voor Anne om te moeten toekijken hoe Werner panisch blijft zoeken naar een niet-bestaand manuscript en hij langzaam maar zeker zijn woordenschat begint kwijt te raken. Anne's egocentrische broer en zus negeren de situatie en laten pa aan zijn lot over. Moeder Paula vlucht op vakantie naar India, Anne zit met de gebakken peren.

Fockeline Ouwekerk speelt vlot en weet samen met tegenspeler Egbert-Jan Weber de voorspelbare liefdesbeslommeringen fris te houden. Maar het is Peter Faber die de show steelt als vader Werner. Hij is reuze aandoenlijk als de man die het allemaal niet meer zo goed weet, maar ook ontzettend grappig wanneer Werner weer eens aan wildvreemde vrouwen vraagt of ze niet stiekem zijn buitenechtelijke dochters zijn. Het meest vertederend zijn de kleine momentjes tussen vader en dochter. Een blik, een knuffel, een knipoog. Want taal is natuurlijk prachtig, maar de belangrijkste communicatie is misschien toch wel die zonder woorden.

Door Kita van Slooten

Wa zeggie?

Deze week verschijnt de romkom Taal is zeg maar echt mijn ding in de bios, een film vol liefde voor de Nederlandse taal. Een terechte liefde, want naast een mooie algemene taal, telt ons kleine landje ook veel gevarieerde dialecten. We zochten een paar leuke voorbeelden van lokale uitdrukkingen. Begrijp jij wat er staat? 

Wanneer een Hagenees en een Brabo in hun eigen tongval met elkaar praten, begrijpen ze geen snars van elkaar. Om van Limburgers en Friezen maar niet te spreken. De regio waarin je opgroeit, bepaalt hoe je klinkt. We vroegen Jos Swanenberg, bijzonder hoogleraar Diversiteit in taal en cultuur, naar de kenmerkende aspecten van Nederlandse streektalen.  Swanenberg: “Mensen halen een deel van hun identiteit uit de manier waarop ze spreken. Dialecten hebben daarom vaak opvallende kenmerken. We noemen dat een sjibbolet, een woord of klank, waaraan je kunt herkennen waar iemand vandaan komt.” Zo is een Amsterdammer trots op zijn Mokums accent en een Brabander op zijn zachte g. “Vooral in de randregio’s van Nederland zie dat je mensen veel waarde hechten aan hun dialect.”

In het zuiden, oosten en noorden van het land hoor je nog de meeste streekdialecten. Oftewel, alles buiten de Randstad. Swanenberg: “Voorheen hoorde je ook daar veel plattelandsdialecten, maar door de verstedelijking zijn die vrijwel geheel verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn diverse stadsdialecten gekomen, die niet door de elite, maar vooral door arbeidersbevolking werden gesproken.” En dat is nog steeds zo, want op het Binnenhof zul je heel wat minder plat Haags horen, dan wanneer je een rondje door een volkswijk doet.

In de Randstad is er al veel veranderd dus, maar ook de rest van het land zit niet stil. Mensen zijn veel mobieler dan vijftig jaar geleden en het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat je in of om je geboortedorp blijft wonen. Wat betekent dat voor dialecten? “We merken dat het momenteel snel aan het veranderen is. Dat komt inderdaad doordat mensen mobieler zijn, maar ook door verbetering van het onderwijs en blootstelling aan de media. De belangrijkste factor voor het verdwijnen van dialecten is dat steeds minder kinderen in een streektaal worden opgevoed. Helemaal vervagen zal een dialect niet, maar het verwatert wel. Algemene uitdrukkingen en klanken zullen nog wel enkele generaties mee gaan, maar de specifieke woorden en zinnetjes verdwijnen snel.” Genieten van de diversiteit zolang het nog kan dus. Met onder meer deze vijf pareltjes.

Bettie akkum aai? – Brabants
Stel je loopt op straat en komt de buurvrouw tegen met haar nieuwe hond. Het keffertje ziet er op zich wel schattig uit, maar echt zeker ben je er niet van. Dus stel je de volgende vraag: Bettie akkum aai? In algemeen beschaafd Nederlands: bijt hij als ik hem aai? Swanenberg: “Zoiets kun je alleen verstaan als je zelf het dialect spreekt. Het klinkt als één woord, maar het is eigenlijk een hele zin. Het is bijna geheimtaal. Brabanders plakken graag woorden aan elkaar, maar dat gebeurt in meerdere dialecten en is dus niet per definitie een origineel kenmerk.” Wat maakt de Brabo dan wel uniek? Wat zijn de sjibbolets, naast de bekende zachte g en afscheidsgroet houdoe? “In Brabant eindigen verkleinwoorden op -ke, dus een mannetje is een manneke, een pilsje wordt een pilske. Daarnaast zeggen ze gij en gullie in plaats van jij en jullie.” Dus ben je met carnaval in het zuiden, dan maak je met ‘Wilde gullie un pilske?’ zeker een goede beurt bij je Brabantse feestvrienden.

Kakkuh zondah dâhwe - Haags
Hagenees of niet, we zullen het er allemaal over eens zijn dat als je zit te poepen (kakkuh) zonder (zondah) daarbij te hoeven persen (dâhwe), dat het toiletbezoek heerlijk vlotjes verloopt. Er zijn zoveel stadsdialecten, maar Haags is toch wel een erg mooie (mauie). Rauw en direct, zoals haar bewoners. Wil je goed voor de dag komen met je uitspraak, dan is het van belang om aan het einde van je zin je mond een beetje open te laten hangen. Op die manier rolt dat Haags er het beste uit. Dat ze in de Zuid-Hollandse stad niet zachtzinnig zijn, blijkt wel uit de grote hoeveelheid gevloek en het gestrooi met nare ziektes. Kun je het niet meer aanhoren, dan wil een stevig ‘Kap nâh’ (kappen nou) nog weleens helpen.

Dae mosse iers ónder ziene zak kratse – Limburgs
Een letterlijke vertaling van deze heerlijk beeldende uitdrukking is: die moet je eerst onder zijn zak krabben. Waarmee de Limburgers bedoelen dat iemand eerst gunstig gestemd moet worden, voordat je iets van diegene gedaan kan krijgen. Limburgs is een dialect dat voor een groot deel van de rest van Nederland zo goed als onverstaanbaar is. Soms denk je er zelfs Duits in te herkennen. Dat is niet gek, legt Swanenberg uit: “Als we het over dialecten hebben, maakt Nederland deel uit van een veel groter gebied. Die streektaalgebieden houden niet op bij de staatsgrens, die lopen gewoon door. In het stukje Duitsland waar Limburg aan grenst, lijkt het dialect heel erg op wat ze in Limburg spreken. Je zou dat dus een overgang tussen Duits en Nederlands kunnen noemen. In Zuid-Limburg zeggen ze bijvoorbeeld geen ik en mij, maar ich en mich.”

Noe he'j 't schoap an 't driet'n - Twents
Een Tukker roept dit niet als hij een schaap een drol ziet draaien, al is dat wel wat er feitelijk staat: nu hebben we het schaap aan het poepen. De echte betekenis: nu hebben we de poppen aan het dansen. Verder maken ze in Twente de deur niet open, maar doen ze hem los. Kleine verschilletjes, die voor heel wat verwarring bij buitenstaanders kunnen zorgen. Wat is nog meer kenmerkend aan het Twents? Swanenberg: “Ze slikken ze de laatste lettergreep in. Dus lopen wordt lop’n, alsof het maar één lettergreep is.” Datzelfde geldt voor het werkwoord kijken, wat in Twente wordt uitgesproken als kiek’n. Als in een de plaatselijke discotheek aan je gevraagd wordt of je zin hebt in brommers kiek’n, betekent dat niet dat je een toffe selectie aan tweewielers gepresenteerd krijgt, maar dat iemand een oogje op je heeft en graag op een rustig plekje zijn/haar tong in je mond wil steken.

Kop d'r veur hold'n! - Gronings
De rouwdouwers uit onze Noordelijke provincies laten zich niet zomaar uit het veld slaan. Kop d'r veur hold'n – oftewel de aanmoediging om je kop ervoor te houden - is dan ook wat de nuchtere Noordelingen zeggen om een ander sterkte of succes toe te wensen. Het Gronings maakt – net als de dialecten uit Drenthe, Overijssel en Gelderland – deel uit van de Nedersaksische streektaal, die veel varianten kent en ook bij onze Oosterburen gesproken wordt. Met invloeden vanuit het Duits, Deens en Fries is Gronings een mengelmoes van noordelijke talen, maar absoluut een dialect met een sterk eigen karakter. Zo hoor je in ‘Grunn’ regelmatig omgekeerde woorden. Appelsien in plaats van sinaasappel. Of wiedwoagen in plaats van wagenwijd. De taal kampte even met een slecht imago, omdat de babyboomers was verteld dat ze dom klonken als ze in dialect spraken. Maar de huidige generatie is het Gronings aan het herontdekken en durft weer trots mooie zinnetjes als ‘Nait soezen, maar broezen’ (geen woorden, maar daden) uit te spreken.

Door Kita van Slooten

Vistaart met aardappels & marjolein

In samenwerking met Good Cook

Deze week een recept dat enige langetermijnplanning vergt. Je kunt je eigen gezouten vis maken, maar dat duurt wel even. Dat gaat zo: dek een grote visfilet (koolvis, kabeljauw of een andere witvis) af met fijn zout en leg hem 48 uur in de ijskast. Was daarna het zout van de vis en hang hem op een koude, luchtige plek te drogen (een veranda, afdak of schuur is perfect). De vis kan daar een paar weken hangen. Vooral in de herfst en winter zijn daar goede seizoenen voor. Als je de vis wilt gaan gebruiken, week hem dan eerst 12 tot 18 uur in vers, koud water (verschoon het water een paar keer). Teveel gedoe? Wij denken dat dit recept ook heel lekker is met gewone visfilet met lekker veel zout eroverheen...

Ingrediënten voor 6 tot 8 personen:

  • 1 kg kruimige aardappels
  • 1 grote ui, in dunne ringen
  • 4 tot 6 knoflookteentjes, gepeld en in dunne plakjes
  • 2 el fijngehakte marjolein, plus een paar marjoleintakjes om te garneren
  • zout en versgemalen zwarte peper
  • 500 ml double cream of volle slagroom
  • 300 tot 400 g grondig geweekte gezouten koolvis- of kabeljauwfilets, zonder huid en in kleine stukjes

Bereiden:

Verwarm de oven voor tot 160 °C. Schil de aardappels en snijd ze in plakjes van 2 tot 3 cm. Leg de plakjes in een grote kom, voeg de uien, knoflook, marjolein en voldoende zwarte peper toe (zout is wellicht niet nodig aangezien de vis al zout is).

Doe de room in een kleine pan en breng op middelhoog vuur aan het sudderen. Schenk de hete room over de aardappels en meng goed door elkaar. Leg een laag aardappels dakpansgewijs op de bodem van een ronde ovenschaal van ongeveer 20 tot 25 cm doorsnee en 5 cm diep. Strooi er wat stukjes vis over, vervolgens weer een laag aardappels. Ga zo door tot alle vis op is en eindig met een laag aardappels.

Schenk de room die is achtergebleven in de kom over de aardappels. Garneer eventueel met een paar takjes marjolein, dat ziet er erg leuk uit en de takjes worden in de oven droog krokant.

Zet de aardappel-vistaart 1 uur in de oven tot de aardappels gaar zijn, de bovenste laag goudbruin is en de saus borrelt. Druk de aardappels tijdens het bakken een paar keer stevig aan met een spatel.

Haal de schaal uit de oven en laat even staan. Het gerecht is veel lekkerder, en nog altijd goed warm, als je het 30 minuten laat rusten. Serveer met een groene salade of gestoomde, paarse broccolini.

Gather
Gill Meller geeft met het kookboek Gather zijn visitekaartje af en laat ons zien dat de natuur waarin hij woont en werkt in al zijn facetten zijn inspiratiebron is. De recepten in Gather zijn niet alleen geïnspireerd op wat groeit en bloeit in de diverse landschappen, maar ook op boeren en tuinders die garant staan voor goede en eerlijke producten. En dat zie je terug in de gerechten die Gill Meller ons presenteert: vers, seizoensgebonden en meestal zonder veel poespas te bereiden.

Titel: Gather
Auteur: Gill Meller
Prijs: € 29,95
ISBN: 978 94 6143 174 5
Uitgever: Good Cook

 

 

 

 

 

 

 

 

Weekendagenda

Romantiek uit het Noorden

In het Groninger Museum is een grote tentoonstelling gewijd aan de Romantiek uit het noorden met werk van onder meer J.M.W. Turner in Engeland en Caspar David Friedrich in Duitsland. 

Dramatische landschappen, geheimzinnig maannachten en woeste zeeën tonen de romantische blik van deze schilders op de natuur. De combinatie met Nederlandse schilders als Schelfhout en Koekoek maken deze tentoonstelling uniek. www.groningermuseum.nl

Tulpen plukken!

Zaterdag is het weer Nationale Tulpendag en op de Dam is een pluktuin ingericht met meer dan 200.000 tulpen in alle kleuren. Vanaf 13 uur kun je in Amsterdam gratis je eigen bosje tulpen samenstellen. www.mooiwatbloemendoen.nl.

Trouwplannen?

Komend weekend begint de Love & Marriage Beurs in Eindhoven. Ben je van plan om in het huwelijksbootje te stappen en heb je behoefte aan informatie: tientallen weddingprofessionals staan klaar om je van dienst te zijn. Van bruidsjurken, taarten en auto's tot bijzondere locaties: laat je inspireren! www.trouwplannen.nl.

First Art Fair

First Art Fair is de eerste kunstbeurs van het jaar. Hedendaagse kunst, fotografie en juwelen, in alle prijscategorieën verdeeld over 30 stands in de Passenger Terminal in Amsterdam. Ga op deze nieuwjaarsbeurs op zoek naar jonge kunstenaars, goed vakmanschap en volg een van de workshops door kunstenaars, de artist talks. Voor de deelnemende galeries en meer informatie: www.firstartfair.nl.

Vrienden van Amstel Live

Het is een traditie geworden: al 20 jaar treden grote Nederlandse artiesten op in Ahoy, dat is omgebouwd tot een bruin café. Met Kensington, Guus Meeuwis, Paul de Leeuw, DI-RECT, BLØF, Lil' Kleine, Nick & Simon en vele anderen belooft dit een groot feest te worden! Er zijn nog kaartjes: www.amstel.nl/vriendenvanamstel.

Wat leuk dat je er bent! Vind je ons ook leuk? Volg ons dan op Facebook of abonneer je op onze nieuwsbrief!

 

Quinten Lange is schrijver, reiziger en bon vivant. Al zijn beste tips deelt hij graag met je, hier in Weekend Magazine.

 

On demand: de leukste films en series

Wat is er nou fijner dan een goede serie of een spannende film kijken? Even jezelf verliezen in het verhaal, of wat opsteken van een mooie docu. Maar het aanbod on demand is overweldigend groot. Wij helpen je een beetje bij de keuzestress: wat is de moeite waard en wat eigenlijk niet?

THE END OF THE F***ING WORLD

Wanneer kijken: als je weer eens wat heel anders wil
Wanneer niet: als je niet zo van schelden houdt
Naast je op de bank: je dagboek van toen je een tiener was
Waar: Netflix

​James is een psychopaat in de dop, Alyssa is een tegendraadse puber die niet weet wat ze met zichzelf en de wereld aan moet. Samen gaan ze op een roadtrip op zoek naar de vader van Alyssa, terwijl ze het onderwijl met zichzelf, elkaar en allerlei lastige volwassenen te stellen hebben. Alyssa en James zijn bepaald geen lieverdjes: ze jatten, breken in, schelden de wereld bij elkaar, en dan is er nog het onderliggende gegeven dat James niks liever wil dan zijn partner in crime vermoorden. Die kleine dieren die hij doodt, geven gewoon niet zoveel voldoening meer.

En toch is The end of the f***ing world vreemd ontroerend. Jessica Barden en Alex Lawther, de twenty-somethings die de tieners spelen, acteren met precies de juiste mix van strijdbaarheid, bravoure en kwetsbaarheid. Alyssa en James zijn niet alleen ongemakkelijk en irritant, maar ook ontzettend lief. Wie z'n eigen puberteit nog kan herinneren, zal er veel in herkennen. Ook leuk: de serie lijkt op niks anders - in ieder geval niet iets dat wij ooit zagen - wat knap is gezien het waanzinnig grote aanbod van tegenwoordig. En omdat de afleveringen maar kort zijn (21 minuten ongeveer) laat deze grappige tragedie zich heel lekker achter elkaar wegkijken.

20 FEET FROM STARDOM

Wanneer kijken: als je zin hebt in een feestje der herkenning
Wanneer niet: als je niet snapt waarom mensen ooit op de achtergrond zouden willen blijven
Naast je op de bank: iemand met wie je graag een liedje wil zingen
Waar: Videoland

Gek eigenlijk, hoe weinig je op ze let: de achtergrondzangers en -zangeressen bij je favoriete artiesten. Terwijl ze toch zo ontzettend bepalend zijn voor de klank van de muziek en de sfeer op het podium. Gelukkig worden ze in deze documentaire flink in de spotlights gezet. En dat levert ook voor ons als kijkers veel moois op. Niet alleen is hun liefde voor het vak aanstekelijk, het is ook ontzettend leuk om eens een gezicht te zien bij al die zanglijntjes die je zo goed kent en vast regelmatig meezingt.

Daarmee is niet gezegd dat het muzikale leven op de achtergrond altijd over rozen gaat. De docu opent met Bruce Springsteen die vertelt dat het vooral een mentale sprong is, die van koor naar solocarrière. Maar uit de verhalen van de, met name, dames blijkt ook dat er andere obstakels spelen. Lastige producers vooral. Terwijl de meesten toch een dijk van een stem hebben. Ook wordt er regelmatig benoemd dat je eigenlijk een heel groot ego nodig hebt om een ster te worden. Dat blijkt ook wel uit sommige interviews met de groten der aarde over hun achtergrondzangers. Mick Jagger, Sting, Bette Midler, ze komen allemaal aan het woord. En dan zijn er nog de achtergrondzangers die daar heel gelukkig zijn en helemaal niet op de voorgrond willen treden: lekker de hele dag met je passie bezig zijn, mee op tour en toch ook gewoon naar de supermarkt zonder herkend te worden. Wie zou daar nou niet voor tekenen?

BRASSERIE VALENTIJN

​Wanneer kijken: als je in de liefde gelooft
Wanneer niet: als je een standaard romkom verwacht
Naast je op de bank: een steen (daar ga je gaandeweg de film de schoonheid van inzien)
Waar: Videoland

In aanzet lijkt Brasserie Valentijn erg op al die andere Nederlandse romantische komedies: een groep mensen die elkaar min of meer kennen, hebben allemaal hun eigen liefdesperikelen. Dat is ook in deze film zo: Valentijn (Georgina Verbaan) is de trotse eigenaresse van een restaurant, waar haar broer in de keuken staat. Op Valentijnsdag krijgen we een inkijkje in hun liefdesleven en dat van hun personeel en gasten: een soepele ober, een uitgeblust stel, een rasechte nerd op date, et cetera. 

Dan denk je misschien te weten wat je kan verwachten, maar Brasserie Valentijn weet toch best te verrassen. In de eerste plaats is het mooi vormgegeven. Vrijwel de hele film speelt zich af in het restaurant, of daar voor de deur en dat is werkelijk heel sfeervol. Het ademt een soort vintage-sfeer: een zweempje pré-Tinder, toen romantiek nog romantisch was, zeg maar. En er wordt door een groot deel van de cast goed gespeeld - Georgina Verbaan voorop. Maar ook de snelle autoverkoper (Mark Rietman) en zijn verveelde vrouw (Lies Visschedijk) komen goed tot leven. Verder kent het plot net genoeg interessante ontwikkelingen om het boven de standaard uit te tillen en zijn de dialogen vaak net een tikje absurd. Een leuke verrassing dus, die zich ook buiten Valentijnsdag om prima laat kijken.



LA MANTE

​Wanneer kijken: als je van Frans en broeierig houdt
Wanneer niet: als je te moe bent om de ondertitels te volgen
Naast je Aan op de bank: je speurneus
Waar: Netflix

Als je bijvoorbeeld op imdb.com recensies opzoekt van deze mini-serie, zal je zien dat veel mensen of laaiend enthousiast of juist diep teleurgesteld zijn. Die laatste groep klaagt vooral over de ongeloofwaardigheid van sommige ontwikkelingen. En daar hebben ze ook best gelijk in: soms is de dichterlijke vrijheid wel heel ruim genomen. Maar deze Franse thriller (in zes afleveringen van een uur) is ontegenzeggelijk spannend en ook nog heel aardig geacteerd.

La Mante - 'de bidsprinkhaan' - is een koelbloedige seriemoordenares. Ze zit al 25 jaar vast voor de moord op 8 mannen; allemaal slechteriken natuurlijk, zodat het niet moeilijk is om een beetje begrip voor haar op te brengen. Maar dat geldt niet voor de engerd die nu haar daden kopieert. La Mante biedt haar hulp aan bij het oplossen van de zaak, op voorwaarde dat de van haar vervreemde zoon, een rechercheur bij de politie, de zaak op zich neemt. Die ziet dat absoluut niet zitten, maar voelt zich verplicht alles in het werk te stellen zo veel mogelijk levens te redden. Toch maar samenwerken dus, en dat levert, zo met de spanning tussen moeder en zoon, de mooiste scènes op. 

Coderen kun je leren

Het is tegenwoordig ontzettend waardevol als je kunt programmeren. Niet alleen omdat je dan hele toffe dingen kunt maken - denk aan je eigen app, website of software. Maar er is ook nog steeds een grote vraag naar programmeurs. Wil je het leren? Dan vertel ik je hoe je daarmee kan beginnen.

Het fijne van coderen, is dat je het jezelf makkelijk kunt aanleren. Het vergt wel zeker wat tijd en de benodigde dosis doorzettingsvermogen, want net zoals bij het leren van elke andere taal, blijft het een kwestie van oefenen, oefenen en oefenen.

Voordat je aan de slag gaat, is het handig om te bedenken wat je precies wilt gaan maken. Daarnaast moet je een programmeertaal kiezen. Nu is het gelukkig zo dat er niet één specifieke codeertaal de beste is. Bovendien kun je, wanneer je één taal onder de knie hebt, vaak andere codeertalen ook makkelijker begrijpen. Wel zijn er verschillende niveaus bij het leren.

Aan de slag met coderen

Om aan te slag te gaan kun je eens een kijkje nemen op de website Scratch. Het is een website voor kinderen, maar ook prima geschikt voor volwassenen om eens van het coderen te proeven. Voor kinderen is er trouwens heel veel leuke speelgoed om mee te leren coderen. Zoals bijvoorbeeld een Elmo robot van WowWee die je als kind verschillende opdrachten kan geven, zoals heen en weer rijden of het laten zien van een emoji op het beeldschermpje. Of met slimme lego blokjes: Lego Boost. Hiermee kun je bijvoorbeeld een robot maken die zijn wenkbrauwen optrekt (zie de afbeelding bovenaan dit artikel). Het programmeren doen de kinderen via de bijbehorende app, het bouwen met de slimme blokjes zelf.

Als je niet goed weet welke website je het beste kunt gebruiken voor je beoogde doel, dan kun je Bento checken. Deze website geeft een goed overzicht van de verschillende websites die tutorials aanbieden en welke je moet moet gebruiken voor jouw doel.

Ga je liever direct voor een tutorial of workshop? Dan kan ik je Codeacademy adviseren. Zij focussen zich op programmeren en je kunt hier uit cursussen binnen acht onderdelen kiezen. APIs, Ruby, Python, JavaScript, jQuery, PHP, HTML en CSS, of het combineren van verschillende programmeertalen voor bepaalde projecten. Zoals bijvoorbeeld het creëren van een nieuwe website.

Let the fun begin

Laten we eerlijk zijn, iets nieuws leren, is niet altijd leuk. Maar coderen kun je gelukkig spelenderwijs leren. Code Combat en CodinGame leggen je tijdens het spelen van het spel uit hoe je moet coderen. Zo wordt coderen opeens een stuk leuker en - vaak - ook een stuk makkelijker. Wat verder fijn is aan coderen, is dat wanneer je met iets vastloopt, je 9 van de 10 keer de antwoorden online kunt vinden. Of het nu in video-variant is op YouTube of via een topic op Reddit.

Tutorial of workshop afgerond en ken je inmiddels de basis van het coderen wel een beetje? Dan kan een vervolg stap zijn om in codes te duiken die door iemand anders zijn geschreven. Op deze manier kun je weer van verschillende codes leren en krijg je een goed overzicht van het totaalplaatje. Veel codes zijn openbaar beschikbaar. Daarnaast zijn er verschillende open-source websites zoals deze van Google waar je jouw code kunt delen, zodat andere codeerders je feedback kunnen geven. Maar goed, first things first: eerst je doel en codeertaal kiezen.

Nina Verberne is vergroeid met haar smartphone en heeft haar eigen techwebsite voor vrouwen Girl in a Tech World. Ze vindt niets leuker dan met jou haar favoriete apps en handige knowhow te delen!