Tech

De toekomst schreeuwt om een nieuw internet

15 juni 2011 14:05 Aangepast: 29 april 2018 01:21

<p><strong>Als we in dit tempo nieuwe en zwaardere online toepassingen blijven verzinnen en steeds meer verkeer genereren, komt alles tot stilstand.</strong></p><p><strong></strong></p>

Dat vertelde de van oorsprong Italiaanse professor Antonio Liotta tijdens zijn symposiumspeech op de Technische Universiteit in Eindhoven vorige week. Eerder schreef hij al het boek Networks for pervasive services: Six ways to upgrade the internet, met een aantal kortetermijnoplossingen voor een overladen internet. Maar hij heeft ook een langetermijnvisie. Er moet een efficiënter, tweede internet worden ontworpen dat de datastroom van de toekomst aankan en uiteindelijk het oude net gaat vervangen. Hoe? We moeten terug naar de natuur.

Je vertelt dat we het internet gebruiken voor dingen waar het niet voor bedoeld is. Wat bedoel je daarmee? Het internet is ontworpen om mee te browsen. Om basishandelingen mee te verrichten. Je kunt er prima een e-mail mee versturen maar tegenwoordig gebeurt er veel meer mee, door ongeveer twee miljard mensen. We streamen bijvoorbeeld video met vergaderprogramma’s.

Dat gaat toch prima?
Het huidige internet is niet geschikt om dit soort data te versturen en ontvangen. De gemiddelde snelheid van een verstuurd pakket bedraagt ongeveer 110 milliseconde, terwijl spraak idealiter al 40 milliseconde nodig heeft. Daarnaast is er een grote hoeveelheid data die niet aankomt op de plaats van bestemming. Vijftien procent van de verstuurde pakketjes komt niet aan. En ja, er zijn een aantal tijdelijke oplossingen voor dit probleem, die oplossingen gaan niet eeuwig mee.

Zoals?
Een voorbeeld is het bufferen, coderen en het reconstrueren van zware video’s om ze over het net te kunnen vervoeren. Maar dat kunnen we niet eeuwig blijven doen. Het internet staat op springen. De architectuur kan het niet aan.

Wat gebeurt er dan als we meer en meer informatie het net op sturen?
Dan houdt het gewoon op met werken. De data hoopt op. De manier waarop internet werkt, is namelijk helemaal niet efficiënt. Het basisprincipe van internet is dat het een pakket rondstuurt en wanneer het netwerk verstopt zit en het pakket niet aankomt, het pakket nog een keer wordt verstuurd. Maar zo verstop je het netwerk alleen maar verder. Of om terug te gaan naar video: de meeste video zit in kabelnetwerken. Het wordt gebroadcast. Er is een zender en die stuurt het naar meerdere ontvangers. Maar als je je server verbindt aan YouTube dan worden er miljoenen kopieën gemaakt. Totaal niet efficiënt.

In je speech waarschuw je ook voor ‘The internet of things’ dat alles nog veel erger zal maken.
In de toekomst zullen ook steeds meer draadloze apparaten internet gaan gebruiken. Apparaten kunnen veel meer verkeer genereren dan mensen. Dat is nog niet het enige probleem. Met het huidige internetsysteem gaat veel energie verloren. Apparaten zijn continu verbonden met het web, terwijl dat niet continu nodig is.

Zijn er al goede oplossingen?
Kijk bijvoorbeeld naar peer to peer. Dat is een goed idee. Als twee computers dezelfde informatie bevatten worden deze aan elkaar gelinkt. De bestanden worden dan opgedeeld in stukjes en verzonden van verschillende locaties. Maar dit is een netwerk dat gecreëerd is door programma’s, het internet kan dit niet. Daarom moeten we het internet tot in de kern aanpassen om dit soort ideeën te implementeren. We moeten parallelle routes creëren voor pakketen.

Een complete overhaul dus. Die bestaat uit ontelbare ideeën en aanpassingen neem ik aan. Maar hoe zal dat er ongeveer uit gaan zien?
Mijn langetermijnvisie is dat we meer gaan samenwerken met andere diciplines, zoals biologie. De natuur zit vol met netwerken. De hersenen vormen een netwerk. Mierenkolonies vormen een netwerk. Deze zijn miljoenen jaren onderheven aan evolutie en werken dus veel beter dan alles wat door een mens bedacht is. Bovendien leren deze netwerken bij en dat doet het huidige internet niet. We moeten machines bouwen die zichzelf verbeteren in de loop der tijd.

Heb je een concreet voorbeeld van een oplossing die gebaseerd is op een natuurlijk netwerk?
Kijk bijvoorbeeld naar mieren. Die kun je zien als internetpakketjes. Als ze op zoek gaan naar eten lopen ze allemaal een willekeurige kant op. Maar als één van de mieren eten vindt, neemt hij het mee naar het nest, laat een spoor van feromonen achter en waarschuwt de anderen. Vervolgens komt er een efficiënte distributie op gang. Een simpel protocol. Dat soort processen moeten we op de één of andere manier na gaan bootsen. Daar kunnen ook mensen voor gebruikt worden. Er wordt ook veel onderzoek gedaan naar patroonherkenning bijvoorbeeld. Als wij een auto zien, weten we dat het een auto is. Ook als we dat type nog nooit hebben gezien. Machines moeten een bepaalde intelligentie krijgen. Stel dat we op deze manier een heel nieuw netwerk ontwerpen.

Het internet is een globaal iets en is van niemand. Waar begin je überhaupt met het implementeren van een ‘nieuw internet’?
Het is niet de bedoeling dat we in één klap een nieuw soort internet gaan gebruiken. Internet is geen auto die je even uit kan zetten. We moeten langzaam gaan werken aan een netwerk dat parallel loopt aan het huidige net. Als het nieuwe internet klaar is, zal blijken dat het zoveel beter is dat het vanzelf in gebruik wordt genomen.

Er zal ook een breed draagvlak moeten zijn voor zo’n overhaul. Wie geeft gehoor aan dit probleem?
Wij als professors gaan vaak naar Brussel om een consult te geven. Ambtenaren nodigen professors uit afkomstig uit heel Europa. Dit is een dringend probleem.

Wanneer gaan we iets merken van een nieuw internet?
Het duurt nog tientallen jaren voordat we een werkende oplossing hebben. Eerst moet het internet worden heruitgevonden, dan moeten we zorgen dat de infrastructuur er is en dan moeten we het gaan ontwikkelen. Dit is mijn levenswerk. Ik heb nog ongeveer 25 jaar voor mijn pensioen, dus ik heb een 25-jarenplan om dit te realiseren.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van