Ga naar de inhoud
Tech

Nederlandse start-ups in Berlijn: Thomas Azier

<p><strong>Berlijn is een broedplaats voor start-ups. Bram interviewt er Nederlandse ondernemers. Deel 3 gaat over muzikant Thomas Azier.</strong></p>

Roos van Roosbeef heeft zojuist opgetreden op de Berlijnse Avond, een maandelijkse culturele Nederlandstalige avond in Berlijn. Het 30-koppige publiek luisterde aandachtig, lachte om haar grapjes en klapte netjes na elk liedje. De zaal, bestaande uit Nederlandse ondernemers, journalisten en een paar verdwaalde studenten, praat met elkaar over hun bezigheden in Berlijn, al zittend aan tafeltjes en onder het genot van een wijntje. Ondertussen zetten drie jongens een aantal synthesizers, een drumcomputer, een tamboerijn en een laptop op het podium.

Het kroeglicht dimt, het licht op het podium blijft eveneens uit. De eerste harde tonen klinken. De middelste jongen met opgeschoren zijkanten spreidt zijn enorme mond. Zijn donkere duistere stem toornt hoog boven de knallende ritmes, bliepjes en drumsamples uit. Mocht Depeche Mode nog eens de bus pakken met John Maus, The Cure, Robyn en de vroege U2, zou Thomas Azier een prima bestuurder zijn. In deze brave omgeving word ik totaal onverwacht in mijn stoel gedrukt en bestempel ik ter plekke Thomas Azier als de ontdekking voor het komende jaar.

Met een beetje fantasie is hij een start-up te noemen: pas net begonnen en met potentie om wereldwijd groot te worden. Thomas vindt zichzelf er niet echt in passen; van het begrip start-up had hij nog nooit eerder gehoord en in de techweblogscène is hij geen bekende. 'Bright? Dat is toch een autoblad?'

Toch is zijn plek in deze rubriek zeker niet misplaatst. Zijn muziek brengt iets nieuws. Het is pop, het is donker, het is episch, het is hard, het is computer, het is te gek. Live nog indrukwekkender dan op zijn Facebook-pagina.

De afgelopen jaren is hij weinig naar buiten getreden met zijn eigen muziek. 'Je moet wel iets hebben als je naar buiten komt. Nu het zover is, kan ik haast niet wachten om op te gaan treden. De machine staat klaar.'

De 24-jarige Leidenaar verhuisde toen hij 19 was naar Berlijn. 'Van de ene op de andere dag had ik het eigenlijk besloten. Ik weet niet meer precies waarom, het was in een soort waas. Ik had het idee, dat heb ik gepolst in mijn omgeving en die week daarop liep ik met mijn rugzakje hier door de straten.' Hij maakte al muziek, maar hij had geen idee welke kant hij op moest. 'Ik speelde piano en maakte singer-songwriterachtige liedjes. Een synthesizer had ik niet.'

De eerste jaren vielen hem zwaar. 'Muziek is voor mij communiceren. Ik wil dat je na het luisteren van een song je anders voelt dan die drie minuten daarvoor. En dan maakt het niet uit hoe anders. Maar als je niemand hebt om mee te communiceren, dan voer je de hele dag gesprekken met jezelf. Je leeft in je eigen bubbel.' Maar waag het niet om een zielig interview met hem te publiceren. 'Ik haat die emo-shit. Want het gaat echt super goed en ik had die tijd voor niks anders willen inruilen.'

Hij zwierf in de jaren door Berlijn heen, had zeven huizen in vier jaar, nu is hij geland aan de rand van Mitte, tegen de wijk Prenzlauer Berg aan. 'Prenzl' was ooit de grootste kunstenaarswijk van Berlijn, tegenwoordig is het overspoeld met jonge stelletjes en kleine kinderen en wordt het ook wel plagend Pregnancy Hill genoemd. Het appartement is ook zijn studio, zijn bureau rust naast zijn hoofdkussen.

'Berlijn zit in elk nummer dat ik schrijf. Het heeft het grootse, af en toe heel lelijk en van alles door elkaar heen. En natuurlijk ook de invloeden van techno en elektronica die deze stad ademt. Mijn sound heeft zich hier gevormd.'

De laatste jaren ziet Thomas de trend dat bands dichter bij hun publiek willen staan. Optreden op een gelijke vloer, klein, akoestisch. Iets wat je bij hem niet kunt verwachten. 'Dat wil je toch helemaal niet? Toen ik als kleine jongen naar een optreden ging, was ik er zo van onder de indruk dat ik de artiest helemaal niet aan durfde te spreken. Je wil toch charisma zien? Iedereen wil toch een idool!'

Ik vertel hem over mijn enthousiasme over zijn optreden en mijn vertrouwen in een mooi jaar voor hem. Hij lijkt mijn complimenten cool te ondergaan. 'Maar natuurlijk heb ik hier van gedroomd toen ik begon. Interviews, spotlights, op tv misschien. Iets wat ik aan mijn ouders kan laten zien, waardoor ze trots op me zijn.'

Op 13 januari speelt hij met zijn band in Groningen op Eurosonic, een dag later op Noorderslag. En ik voorspel dat dit een mindblowing optreden gaat worden, die vele pennetjes van recensenten zal laten tintelen van geluk.

Eerder verscheen in deze serie: Gidsy en Blom & Blom.