Ga naar de inhoud
Tech

Uitlegparty: Glasvezel (of toch maar kabel)

<p class="p1"><strong>Internetten gaat razendsnel met glasvezel, maar het ligt niet overal in Nederland. En heb je die snelheid nou wel echt nodig? </strong></p>

Voor de oude koperdraad en coaxkabel is er in steeds meer huizen en moderner alternatief: glasvezel. De flinterdunne vezel van glas is te gebruiken voor overdracht van gegevens door er lichtpulsen doorheen te sturen. Ideaal om signalen betrouwbaar over grote afstanden te verzenden. De vezels zijn bijvoorbeeld minder gevoelig voor blikseminslagen of corrosie.

Glas lijkt een broos materiaal, maar als je het smelt en er dunne draden van trekt, is het erg sterk en buigzaam. Glasvezels zijn bovendien onbrandbaar en ongevoelig voor interferentie van radiosignalen en elektromagnetische velden. Het materiaal is niet geschikt voor overbrengen van elektriciteit en korte bochten leveren problemen op. Interesse in hoe de overdracht via licht precies werkt? Check dan dit uitlegfilmpje.

Vliegensvlug
Grootste voordeel van glasvezel: de zeer hoge bandbreedtes en afstanden. Er is meer dan 10 gbit per seconde te halen over afstanden van kilometers. Bij vooral koperdraden liggen de maximale snelheden veel lager. Die hoge snelheid wordt meestal nog niet aangeboden, al zijn er al Nederlandse plaatsen waar 1 gbit/s aan consumenten wordt aangeboden. Bovendien is de downloadsnelheid gelijk aan de uploadsnelheid, wat een groot voordeel is ten opzichte van huidige netwerken.

De netwerken van kabelaars, internetproviders en telecombedrijven bestaan al deels uit glasvezel, maar dat geldt meestal nog niet voor de laatste meters of kilometers naar de woning. In zo'n 150 gemeenten in Nederland is dat al wel gebeurd, daar ligt er glas tot in huis, maar bijna altijd geldt dat alleen voor bepaalde wijken, dorpen en buurten. Het aantal plekken waar glasvezel voor consumenten beschikbaar is groeit gestaag, maar het is nog altijd een klein percentage ten opzichte van de andere breedband-netwerken, dsl en kabel.

De aanleg van glasvezel is namelijk nogal duur, vooral vanwege de graafkosten en alle bureaucratie die daarmee gepaard gaat. Toen er enkele jaren geleden in Amsterdam bij mij glasvezel werd getrokken naar mijn appartementje, op de begane grond nota bene, kostte het de monteurs en graaflui bijna een hele werkdag vanwege een kabelbreuk en het feit dat de glasvezel moest worden aangelegd naar mijn modem dat in de huiskamer staat.

Waar kan je het krijgen?
Er zijn in Nederland maar een paar partijen die groot genoeg zijn om voor de aanleg van glasvezel te zorgen. De belangrijkst is Reggefiber, een Twentse investeringsmaatschappij die al eind 2005 met de uitrol van glas begon. Inmiddels is KPN bijna voor de helft eigenaar van Reggefiber. In de 150 gemeenten waar Reggefiber actief is, biedt KPN dan ook haar diensten aan via KPN Glasvezel, Telfort, Xs4all en andere providers die onder KPN vallen. Reggefiber heeft 91 procent van de glasvezelnetwerken in Nederland in handen.

Reggefiber en anderen leggen in een gemeente of wijk alleen glasvezel aan als er voldoende animo voor is. Meestal 30 en soms 50 procent van de consumenten moet zich hebben ingeschreven, anders is het volgens de aanleggende bedrijven de moeite niet waard. Een andere aanlegger is CIF, het Communications Infrastructure Fund, een investeringsfonds van Bouwfonds. CIF heeft glasvezelnetwerken in veel minder gemeenten dan Reggefiber, onder meer in het Westland en Harderwijk. In Midden- en Oost-Nederland is in een aantal gemeenten ook de Glasvezel Netwerk Exploitatie Maatschappij (GNEM) actief.

Op slechts een paar plekken is er overheidsgeld gestoken in de aanleg van glasvezelnetwerken naar huizen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Amsterdam-Oost. Maar dit soort projecten werd door de Europese Unie al enkele jaren geleden afgeraden. De markt moest er zelf maar voor zorgen. Overheidssteun voor glasvezel zou onoorbare concurrentie voor kabelbedrijven en telecomproviders zijn.

Soms, zoals in een paar Brabantse gemeenten, zijn er glasvezelnetwerken aangelegd op basis van een coöperatie tussen burgers en bedrijven. Het netwerk is dan niet slechts eigendom van een bedrijf.

Providers: veel KPN
In veel gevallen zijn de glasvezelnetwerken open voor meerdere internetaanbieders. In gemeenten met Reggefiber-netwerken is dus ook internet en tv af te nemen van andere bedrijven dan die van Reggefiber of de KPN-providers. Denk aan bedrijven als Lijbrandt, Tweak, Glashelder, Concepts en Kick XL.

Voor bedrijven en ondernemers zijn er ook speciale glasvezelproviders als Helden van Nu en Fieber. Maar in de praktijk zijn veel glasvezelaanbieders ook eigendom van Reggefiber en KPN. De Mededingingsautoriteit NMa meldde in april dat KPN niet zomaar vier glasvezelproviders, waaronder XMS en Concepts, mag overnemen. Lijbrandt en Glashart komen wel in KPN-handen. KPN wil ook een meerderheid in Reggefiber.

De reden voor alle activiteit van KPN is dat zijn huidige dsl-netwerken verouderd beginnen te raken. Het aantal abonnees op (a)dsl neemt gestaag af, deels vervangen door glasvezelklanten, maar mensen stappen ook over op de kabel. Voor KPN is glasvezel cruciaal in de strijd met Ziggo en UPC. Het bedrijf probeerde glasvezel enkele jaren geleden met dit filmpje uit te leggen:

Tripple-play
Wat krijg je via glasvezel geleverd? De meeste providers doen aan tripple-play, oftewel internet, tv en vaste telefonie. Bij KPN krijg je interactieve tv met ruim 55 tv-zenders in het standaardpakket, HD-kanalen en 50, 100 of zelfs 500 Mb/s. De provider Glashelder biedt sinds kort zelfs 1 gb/s aan voor consumenten.

De uitrol van glasvezel tot de meterkast gaat erg langzaam. Bovendien is maar een deel van de consumenten die van glasvezel gebruik kan maken ook echt abonnee op een provider die internet via glasvezel levert. Veel mensen hebben nog internet via dls of kabel en vinden dat prima zo. Te meer omdat de snellere glasvezelabonnementen vaak iets meer kosten.

Het aantal huizen met glasvezelaansluiting is gegroeid van 140 duizend in 2007 naar 1 miljoen in 2011. Het aantal consumenten dat ook glasvezelinternet afneemt bedraagt nu 320 duizend. Maar in zo'n 30 procent van de huizen waar glasvezelinternet beschikbaar is, wordt er dus ook gebruik van gemaakt. Volgens een onderzoek door Telecompaper stijgt dat aandeel in 2016 naar 50 procent.

Kabel ook steeds sneller
Een belangrijke reden om glasvezel te nemen zijn de hogere datasnelheden, maar vooral de downloadsnelheid is door de gewone kabel inmiddels ook te evenaren. Glasvezelproviders bieden meestal zo'n 50 mb/s aan voor 40 à 50 euro per maand in een trippleplay-pakket met digitale tv. UPC en Ziggo doen hetzelfde via hun kabelnetwerken. UPC biedt zelfs 120 mb/s aan. Die snelheden via de kabel zijn mogelijk dankzij de standaard EuroDocsis, wat theoretisch zelfs ook 1 gb/s kan halen. Met 10 mb/s kan je al een hd-film streamen, dus om die reden hoef je geen glasvezel te nemen, of je moet wel erg veel huisgenoten hebben die dat tegelijkertijd willen doen.

Glasvezel blijft als voordeel de hoge uploadsnelheid houden die bij anderen netwerken net gelijk ligt aan de downloadsnelheid. Waar heb je dat voor nodig? Bijvoorbeeld voor videoconferencing in 3d of 4k, vier keer full hd-kwaliteit. Voordat dat gemeengoed is, zijn we echter vele jaren verder. De diensten die je nu gebruikt voor videobellen of het streamen van films bieden nooit zulke hoge snelheden aan. Een voordeel van glasvezel is nog wel de lage latency, de reactiesnelheid. Dat merk je vooral bij het surfen naar sites en gamen, de verbindingen komen sneller tot stand.

Al met al is er nu nog niet echt een goede reden om glasvezelinternet te nemen, behalve dan om klaar te zijn voor de toekomst. Wat voor toekomst dan? Eentje met ultra hoge videokwaliteit, streaming van 3d-hologrammen en alle apparaten in huis die online zijn. Maar dat soort zaken zijn er allemaal nog niet. En voorlopig kunnen gewone kabelnetwerken in Nederland glasvezel wat betreft downloadsnelheden prima aan. De kabelsector pareert de aandacht voor glasvezel onder meer met dit soort voorlichtingsfilmpjes:

Waar blijven de diensten?
Het wachten is nog steeds op diensten die de hoge datasnelheden van glasvezel gebruiken. Er is jaren geleden voor miljoenen aan subsidiegeld, onder meer in Eindhoven en omgeving, geëxperimenteerd met zulke diensten, zoals videospreekuren met artsen, hd-camerabewaking, lokale tv-uitzendingen en online videotheken. Maar zolang er nog te weinig behoefte aan is, komen dit soort initiatieven voorlopig niet vanzelf tot stand. En is er nog weinig waarvoor je per se glasvezel nodig hebt.

De overgang naar super-breedband via glasvezel gaat kortom nog vele jaren duren. De kabelnetwerken kunnen bovendien nog een hele tijd mee. Nu is het aandeel van glasvezel volgens Telecompaper nog maar 10 procent van alle internetaansluitingen in Nederland, al zal dat blijven groeien nu KPN de glasvezeluitrol verder opvoert. Tweederde van de Nederlanders zegt in het Telecompaper-onderzoek dat glasvezel volgens hen de manier is waarop ze in de toekomst toegang tot internet krijgen. Kortom: glasvezel hebben we misschien nu nog niet nodig, maar we geloven er, op de lange termijn, wel in.