Ga naar de inhoud
Voetbal

Ook Engeland en Wales protesteren niet tegen verbod OneLove-band

Ook de WK-teams van Engeland en Wales zien af van een protest op het veld tegen het verbod op het dragen van de OneLove-aanvoerdersband. Zowel de Engelse bondscoach Gareth Southgate als Rob Page, zijn collega bij Wales, wil dat de voetballers zich focussen op de sportieve prestatie zelf.

"Ik weet zeker dat Duitsland dat achteraf ook zo had willen doen", meent Page. De spelers van het Duitse elftal demonstreerden woensdag vlak voor het duel met Japan wel tegen de beslissing van de FIFA om een gele kaart te geven aan spelers die de veelbesproken band zouden dragen. De Duitsers hielden demonstratief een hand voor hun mond bij het maken van de elftalfoto, waarna ze verrassend met 2-1 verloren van Japan.

"We waren niet blij dat we de band niet konden dragen", voegde Wales-sterspeler Gareth Bale toe. "Ik weet dat mensen zeiden dat ik hem ondanks de aangekondigde sanctie had moeten dragen, maar dan zou ik na 25 minuten uit het veld zijn gestuurd. We zijn hier om te voetballen." Bale kreeg tegen de Verenigde Staten (1-1) al vroeg een gele kaart.

Timing moet goed zijn

Southgate is bang om de actie van Duitsland of de door het Australische team opgenomen "briljante" video met kritiek te moeten overtreffen. "En dan kunnen we een fout maken, waardoor de boodschap verkeerd valt. Misschien dat we later wel nog iets doen, maar dan moet de timing goed zijn. Nu focussen we ons op de wedstrijd."

Ook het Nederlands elftal gaat vrijdag vlak voor de tweede groepswedstrijd op het WK tegen Ecuador geen signaal afgeven aan de FIFA. "We hebben een punt achter alle politieke kwesties gezet nadat we vorige week arbeidsmigranten op onze training hebben uitgenodigd", zei bondscoach Louis van Gaal eerder donderdag.

Samen met de captains van Duitsland, Engeland, Wales, België, Zwitserland en Denemarken was Oranje in Qatar van plan om de speciale band te dragen ter bevordering van inclusie, maar dat plan ging niet door na de dreiging vanuit de FIFA.

Bron: ANP