Mark Vletter

Google gaat met Allo het messenger-gevecht aan

25 september 2016 07:59

Afgelopen week lanceerde Google haar hagelnieuwe messenger app Allo. De app komt in navolging van de onlangs gelanceerde Google app Duo, waarmee je kunt videobellen. Google probeert met deze apps een positie te krijgen in de wereld van messaging. De reden is eenvoudig: messenger apps zijn de nieuwe sociale platformen en als we China achterna gaan - en die kans is heel groot - worden ze veel meer dan dat.

App in App model van messenger apps

In China is WeChat veruit de grootste speler. De app is inmiddels veel meer dan een applicatie om berichten mee te versturen. Zo kun je vele kleine diensten (micro services) koppelen aan de app en op die manier in één en dezelfde omgeving zowel een taxi als eten bestellen. Stel WeChat de vraag 'Wat voor weer is het vandaag' en de chatbot geeft antwoord. Met dit model - dat het app-in-app model wordt genoemd - worden messenger omgevingen steeds meer gebruikt als informatiekanaal en als commercieel platform.    

De sterke positie van Facebook

Facebook kocht in het verleden zowel Instagram als WhatsApp. In eerste instantie omdat ze zagen dat de interactie op sociale netwerken zich verplaatste naar deze apps. Nu biedt de aankoop - na wat privacy schending - echter ook mogelijkheden voor nieuwe commerciële modellen.

Zo lanceerde Facebook in april van dit jaar een omgeving waarin je chatbots kunt ontwikkelen. Met Facebook Messenger, Instagram en WhatsApp heeft Facebook dan ook zeer goede kaarten in handen om de chatbot-markt te domineren. Een interessant gegeven, want waar Facebook nu nog een advertentieplatform is, kan het straks een access-platform worden.

Weg van het advertentiemodel

In de advertentiebusiness is de gebruiker het product. Facebook verkoopt gebruikersgegevens en -profielen aan adverteerders. Dit model heeft een natuurlijk belangenconflict. Advertenties maken Facebook niet mooier voor de gebruiker en het is niet leuk om ze te verkopen. De adverteerder kan dan wel zijn boodschap kwijt aan een gebruiker, maar voegt weinig tot geen waarde toe aan de gebruikerservaring.

In het 'bot-model' daarentegen kan Facebook een commissie vragen voor de verkopen die worden gedaan via de messenger app. De gebruiker bepaalt zelf welke bots hij toevoegt en waardevol vindt. Daarmee voegt de bot daadwerkelijk iets toe aan de gebruikerservaring. Facebook verkoopt dan niet meer de gebruikersgegevens, maar juist de toegang tot het messenger platform. Voor de keten is dit een gezonder businessmodel.

Ook met de messenger functionaliteit zelf kan Facebook veel. De recente wijziging van de algemene voorwaarden van WhatsApp stelt Facebook namelijk in staat om bedrijven 'toegang' te geven tot de WhatsApp klantengroep. Daarmee zou Facebook één communicatiekanaal, een API, kunnen bieden waarmee bedrijven via Facebook Messenger en WhatsApp support en webcare kunnen leveren aan klanten. Tegen betaling natuurlijk.

Twitter

Twitter anticipeert op deze beweging van Facebook en probeert haar voor te zijn. Zo zijn de directe berichten uitgebreid en kun je nu zien of een ontvanger het bericht gelezen heeft. Daarnaast is live te zien of iemand aan het typen is en krijg je URL-previews in berichten.

Ook introduceerde Twitter een berichtenknop die je op een site kunt toevoegen en waarmee je direct contact kunt opnemen met het bedrijf. Of dit genoeg zal zijn om de afnemende populariteit van Twitter te keren, betwijfel ik.

Google, sociale netwerken en messenger

Google heeft in het verleden vaker geprobeerd toegang te krijgen tot de social network markt. Google+ staat ons wellicht nog het helder in het geheugen, maar zal voor veel al een schim zijn. Voordat de zoekmachinegigant Google+ probeerde, was het ook al onsuccesvol met Orkut en Google Wave.

Op messenger-gebied heeft Google wel een rijke ervaring. Google Talk (chat), Google Voice (spraak), Google+ Messenger en Google Hangouts zijn onderdeel van die geschiedenis.

Verder heeft Google zeer veel ervaring met slimme toepassingen, wat bij bot-ontwikkeling erg waardevol is. Google Now is hier een goed voorbeeld van. Deze digitale assistent kan steeds meer zaken voor je regellen.

Terug naar Allo

Als je een eerste blik op Allo werpt, dan kan het (buiten de digitale assistent om) minder dan de bestaande messenger apps. Google concurreert bovendien op deze manier ook nog eens met het eigen Google Hangouts, dat ze meer probeert te positioneren voor de zakelijke markt. In de zakelijke messenger markt is Slack de leidende partij.

Daarmee wordt Google Hangouts zakelijk beconcurreert door Slack en soortgenoten. In de particuliere markt is de concurrentie nog groter. Van Facebook Messenger tot Telegram en van WhatsApp tot het privacy-bewuste Signal en meer van deze spelers.

Hoewel Google met de messenger apps een unieke toevoeging kan geven aan de integratie van diensten als agenda, je Android smartphone en Gmail, komt dit in Allo te beperkt terug om waardevol te zijn. Ook zie je dat Google een nieuwe strategie aan het voeren is met het kleiner maken van haar diensten. Geen Google+ om alles te doen, maar het aanbieden van losse diensten lijkt de nieuwe strategie te zijn. Apps als Duo, Allo en het nieuwe Google Trips - dat ook gebruik maakt van de combinatie van eerder genoemde Google diensten - zijn daar voorbeelden van.

Andere plekken dan de Apps

Er wordt echter ook op andere plekken geëxperimenteerd met apps-in-apps. De beste voorbeelden zijn de digitale spraakassistenten. Deze kennen we al als Siri van Apple, Google Now op Android en Cortana op je Windows computer, maar ook internetpowerhouse Amazon mengt zich in deze markt.

Deze laatste partij kondigde twee weken geleden de in Amerika slechts 49 dollar kostende Echo Dot aan. Een klein apparaat dat je in je huis plaatst, waarna je allerhande spraakcommando’s kan geven. Van het opzetten van een leuk muziekje op Spotify, tot het aanzetten van je lampen en het bestellen van nieuw wc-papier. Dat laatste alleen in de Amazon winkel natuurlijk.

De toekomst

De toekomst van de apps-in-apps is tweeledig. Aan de ene kant is het prachtig dat het alternatieve businessmodellen mogelijk maakt. Je bent als gebruiker niet meer direct het product. Toegang tot het platform dat je gebruikt kan de waarde worden waar bedrijven voor betalen.

Ik ben minder fan van het feit dat de markt nu al gedomineerd wordt door de bestaande internetgiganten. De huidige poging van Google om tot de messenger markt door te breken overtuigend niet. Het zou me niet verbazen als Allo uiteindelijk net als Google+ een stille dood sterft. Maar met Google Now heeft het bedrijf met 1,5 miljard actieve Android devices sterke kaarten in handen. En daarmee lijkt de titanenstrijd pas net begonnen.