Mark Vletter

Verbod op zero rating dwingt telecomsector tot innovatie

04 november 2016 06:07

Nederland nam op 11 oktober één van de strengste netneutraliteitswetten aan van Europa. Netneutraliteit betekent dat alle data op het internet gelijk is. Voorstanders van het open internet stonden te juichen, want hier was hard voor gevochten.

De Nederlandse telecombedrijven waren minder blij. "De herziene Nederlandse wet voor netneutraliteit werkt verstikkend voor innovatie", beweerde de GSMA, de internationale belangenorganisatie van de telecomindustrie waarvan onder andere KPN, T-mobile en Vodafone lid zijn. Waarom zijn deze telecombedrijven eigenlijk tegen echte netneutraliteit?

Achtergrond

Op 30 augustus van dit jaar bracht BEREC, de Europese toezichthouder voor elektronische communicatie, een behoorlijk strenge set richtlijnen over netneutraliteit naar buiten. Binnen deze richtlijnen kwam er geen verbod op zero rating: het aanbieden van een bepaald datagebruik zonder dat daar extra kosten voor in rekening worden gebracht, ofwel positieve prijsdiscriminatie. De richtlijnen van BEREC dienen als uitgangspunt; individuele landen mogen strengere regels hanteren. 

De Nederlandse Eerste Kamer nam op 11 oktober een netneutraliteitswet aan die wel iets zegt over prijsdiscriminatie: zero rating is in Nederland verboden. Onze nationale toezichthouder ACM heeft daarmee een wettelijke basis om prijsdiscriminatie aan te pakken.

Eerlijke kans voor toetreders

In tegenstelling tot wat de GSMA beweert, is de nieuwe, strengere regelgeving een uitstekende ontwikkeling, zowel vanuit innovatie- als privacyperspectief. Ter illustratie nemen we het plan van T-Mobile om gebruikers onbeperkt muziek te laten streamen via een zestal muziekdiensten (waaronder Spotify), zonder dat dit ten koste gaat van hun databundel.

Voor klanten klinkt dit mooi; zij kunnen immers gebruikmaken van de streamingdiensten zonder dat het ze data 'kost'. In werkelijkheid smoort een dergelijk aanbod de innovatie in de kiem. Klanten blijven gebruikmaken van de bestaande diensten van bekende spelers, doordat er een drempel is opgeworpen om nieuwe partijen uit te proberen; die kosten immers wel data en dus geld. Deze prijsdiscriminatie maakt het voor nieuwe spelers zeer lastig om toe te treden tot de markt.

De herziene Nederlandse wet geeft nieuwe toetreders een eerlijke kans.

Privacy

Naast de innovatiekwestie is er ook een privacykwestie. Telecomoperators moeten weten welke datastromen over hun netwerk gaan om te bepalen welke specifieke stroom 'gratis' moet worden. Om bij het voorbeeld van T-Mobile te blijven; de operator moet weten of en wanneer een consument Spotify gebruikt. T-Mobile kan dit alleen achterhalen door in jouw data te spitten of doordat je dit zelf aangeeft.

Beide technieken zijn privacygevoelig. In het eerste geval moet je jouw provider vertellen welke internetdiensten je gebruikt, wat ze eigenlijk niets aan gaat. De tweede techniek, die Deep Package Inspection (DPI) heet, mag T-mobile niet toepassen. Het is dezelfde techniek die in China wordt gebruikt om censuur toe te passen en dat is in Nederland gelukkig verboden.

Waterbedrijven innoveren niet

Mobiele telecomoperators lijken steeds meer op waterbedrijven: ze leveren een internetverbinding en niet meer dan dat, net als een waterbedrijf 'slechts' water levert. De diensten met toegevoegde waarde worden door anderen geleverd: video door Youtube en Netflix, muziek door Spotify en berichten door WhatsApp en Telegram.

De providers proberen nu geld te verdienen met die diensten van derden. Zo kunnen ze Spotify laten betalen voor het feit dat hun dienst de klant geen data 'kost'. Iets wat de Amerikaanse providers Verizon en AT&T op dit moment al doen.

Een monopolie tot 2030

De mobiele frequenties die nodig zijn voor 4G- en 5G-internet werden door de bestaande telecompartijen voor miljarden euro’s gekocht. Ze betaalden daarmee voor een marktmonopolie die tot 2030 (!) geen andere spelers toelaat. Die investering wil men uitmelken. Niet door te innoveren, maar door zich te verzetten tegen vernieuwing en gelijkwaardigheid op het internet.

Het nieuwe argument dat het verbod op zero rating leidt tot een verstikking van innovatie is dan ook pertinent niet waar. Sterker nog, het tegenovergestelde is het geval: startups hebben gelijke kansen en ook grote telecombedrijven worden zo door de markt gedwongen tot innovatie.