Economie

'Vrijhandelsverdragen TTIP en CETA ontberen legitimiteit'

18 oktober 2016 06:16 Aangepast: 30 juli 2017 02:00
Een demonstratie tegen TTIP en CETA voor het hoofdkwartier van de Europese Comissie in Brussel. Beeld © AFP

Zijn vrijhandelsverdragen als CETA en TTIP een vloek of een zegen? Econoom Robert Went en journalist Hella Hueck weten het wel. Een ramp zijn ze niet maar de eventuele economische voordelen zijn marginaal.

"Wat vinden jullie zelf eigenlijk van TTIP: is het een zegen of een vloek?" Dat was de slotvraag aan het eind van een leuk gesprek met een zaal vol scholieren op het Kaj Munk college in Hoofddorp. 

We waren al op veel vragen ingegaan. Over de bedoeling van handelsverdrag TTIP. Over de geclaimde voor- en nadelen. Over het geschillenmechanisme ISDS en ICS (‘ISDS-light’). Over democratie. Over het geopolitieke argument voor TTIP. En over wat je zelf kunt doen als je betrokken bent bij de toekomst van onze handel. Aan het einde van de bijeenkomst werd om een voorlopig oordeel gevraagd. Wat vinden jullie, als je nu moet kiezen?

Geen zegen

Het formele antwoord is natuurlijk dat er nog geen verdrag is. Maar we weten natuurlijk wel het een en ander. Een zegen wordt TTIP sowieso niet. De eventuele economische baten - er is discussie over de vraag of die er überhaupt komen - zijn in elk geval klein. Over tien jaar levert het verdrag ons een kopje koffie per week op, hebben we al eens voorgerekend.  TTIP is geen project om de groei in Europa aan te jagen, ook al is die indruk wel gewekt.

Is TTIP dan een ramp? Nou nee, dat is ook overdreven. Zowel voorstanders als tegenstanders van TTIP claimen soms te veel. Hetzelfde geldt voor CETA, het verdrag tussen de EU en Canada waar volgens onderzoek dat gedaan is voor Foodwatch de meeste Nederlanders nog nooit van hebben gehoord. De eventuele baten van CETA zijn marginaal. Maar CETA betekent echt niet het einde van het Nederland van nu. Daar zijn we nog altijd zelf bij.

Globalisering ter discussie

De emoties lopen in sommige Europese landen hoog op over TTIP en CETA, en in de VS is datzelfde aan de hand met TPP, het voorgenomen verdrag tussen landen in Azië en de Verenigde Staten. Het dominante verhaal in de media en van onder andere het IMF is op dit moment dat veel burgers zich tegen globalisering keren, en dat daardoor destructief protectionisme dreigt.

De website van Global Trade Alert, waar in realtime handelsmaatregelen van overheden worden bijgehouden, laat inderdaad zien dat er meer beschermende maatregelen worden genomen dan opgeruimd. De Verenigde Staten zijn daarin koploper. Sinds 2008 zijn door de regering van Obama ruim 650 beschermende maatregelen genomen; dat is meer dan door landen als India en Rusland. Ook Nederland beschermt z’n thuismarkt: tegenover 76 liberaliserende maatregelen staan volgens de global trade alert 266 protectionistische maatregelen.

Het nieuwe normaal

De vraag is: zijn deze maatregelen inderdaad ‘destructief’? De internationale handel groeit al een jaartje of vijf minder dan in de decennia daardoor. Wen er maar aan, schreven onderzoekers van de Europese Centrale Bank vorige maand: dit is het nieuwe normaal. Want er zijn een aantal structurele oorzaken voor de geringe groei van handel die losstaan van beschermende maatregelen:

1. Opkomende economieën worden volwassener
Opkomende landen zijn de afgelopen tien jaar meer met elkaar gaan handelen in plaats van met ontwikkelde economieën zoals Europa. Zo vinden een groeiend aantal Chinese auto’s hun weg naar landen als Brazilië, Egypte en Zuid-Afrika

Thumbnail

2. Waardeketens geen aanjager meer van extra groei handel
In de jaren ‘90 kwam het produceren in internationale waardeketens op. Zo bestaat de iPhone uit componenten uit meer dan 20 landen. Het opknippen van die ketens leidde tot veel extra handel, maar die ketens zijn er nu. Bovendien worden consumenten steeds kritischer: worden producten wel duurzaam geproduceerd? Is er geen kinderarbeid aan te pas gekomen?

En bedrijven ontdekken dat ze risico lopen met ketens dat de hele boel stilvalt als iets misgaat met een van de onderdelen. De Europese Centrale bank houdt er rekening mee dat bedrijven hun ketens weer wat korter maken om meer controle te houden. De UNCTAD, het deel van de VN die zich bezighoudt met handel, noemt dat in haar onlangs verschenen Trade and Development Report 2016 ook een belangrijke reden voor de geringere groei van handel.

3. Handelsverruimende maatregelen hebben grootste effect gehad
Aan het verlagen van transportkosten, een belangrijke bijdrage aan de groei van handel, komt een keer een eind, En opkomende landen die tot de wereldhandelsorganisatie WTO zijn toegetreden, zijn ook al ver gevorderd met het opheffen van handelsbelemmeringen. Daar zijn geen grote bijdragen aan de groei van handel meer van te verwachten, zeggen de onderzoekers van de ECB.  

Bottom-line: nieuwe protectionistische maatregels van landen spelen maar een kleine rol in de afname van de groei van handel. En TTIP of CETA kunnen daar zelfs in de meest optimistische – en onwaarschijnlijke – scenario’s echt geen verandering in brengen.

Het is de legitimiteit, domoor

Het meest knellende probleem van de wereldeconomie is op dit moment niet dat economieën zich van elkaar afsluiten, schrijft Harvard econoom Dani Rodrik in de New York Times, maar het gebrek aan legitimiteit van globalisering.

Een voorbeeld? Uit het onlangs verschenen kwartaalonderzoek over de stemming in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat hogeropgeleiden veel positiever zijn over globalisering dan mensen met hoogstens mavo: 83 procent van de academici verwerpt de stelling dat globalisering vooral nadelen heeft 'voor mensen zoals ik', maar slechts 22 procent van de lageropgeleiden doet het om die reden.

Sceptici hebben het niet begrepen

Nog een keer gaan uitleggen dat de sceptici het niet goed begrepen hebben, waar het IMF toe oproept, gaat niet werken bij mensen die zich tot de verliezers rekenen. Het is zelfs contraproductief. We hebben geen tijd voor dit soort 'handelsfundamentalisme' zegt Rodrik.

Er moet een betere balans komen tussen globalisering en nationale autonomie, stelt hij: "Wat een populist als Trump gevaarlijk maakt zijn niet zijn specifieke voorstellen over handel. Maar zijn plannen dragen niet bij aan een coherente visie op hoe de Verenigde Staten en een open wereldeconomie naast elkaar kunnen gedijen." 

Niet los te zien van begroting

Toenemende ongelijkheid en stagnerende inkomens worden door velen (mede) geweten aan globalisering. Het verhaal is ingewikkeld. De rollen die technologie, globalisering en nationaal beleid daarin spelen zijn moeilijk uit elkaar te halen. Maar globalisering lijkt wel een doel op zich geworden. Rodrik pleit al langer voor nieuwe verkeersregels voor globalisering, met meer ruimte voor democratische nationale keuzes, en eigen voorkeuren, standaards en normen.

"Ik geloof in internationale handel. Maar ik ben een tegenstander van TPP en TTIP", schrijft de bekende econoom Jeffrey Sachs. Een grote draai, want Sachs was groot voorstander van NAFTA, een handelsovereenkomst uit 1993 tussen Mexico en de Verenigde Staten. Ondertussen zijn vriend en vijand het erover eens dat NAFTA honderdduizenden Amerikaanse banen heeft gekost

Het grootste bezwaar van Sachs is dat handelsovereenkomsten niet los gezien moeten worden, zoals nu gebeurt, van de overheidsbegroting. "De Verenigde Staten hebben nog geen overheidsbeleid om ervoor te zorgen dat een handelsovereenkomst voor het hele land voordeel oplevert", zegt hij. De taart kan door handel groter worden, maar als die alleen maar bij de winnaars terecht komt, is het geen goede deal.

Reset handelsbeleid

De SER heeft in een unaniem aangenomen rapport over TTIP een aantal mooie uitgangspunten op een rij gezet voor handelsverdragen, zodat we daar allemaal beter van worden. En minister Ploumen roept op tot een 'reset' van handelsbeleid.

Wat ons betreft zou het daarbij in elk geval moeten gaan om meer aandacht en betere instrumenten om de verliezers van globalisering te compenseren. En nog mooier zou zijn dat we zoeken naar betere verkeersregels voor globalisering, zodat er minder of geen verliezers meer zijn. Daarnaast vinden we het essentieel ruimte te bieden aan nationale voorkeuren, nu het bij handelsvragen steeds meer over standaarden en normen gaat (tarieven zijn meestal al weg of nog slechts marginaal).

Consumentenorganisaties en vakbonden zouden van het begin tot het eind een plaats en stem moeten hebben in het proces waarin verdragen tot stand komen, want nu hebben vooral grote bedrijven daarop veel invloed. En ISDS en ICS zouden geschrapt moeten worden, want die perken de soevereiniteit van landen in en zijn niet meer van deze tijd.

En CETA en TTIP dan?

Maar wat betekent dat voor TTIP en CETA? Je kunt redeneren dat de Tweede Kamer CETA in meerderheid heeft goedgekeurd, en dat 'slechts' een aantal duizenden mensen er tegen te hoop loopt op een demonstratie (hoe groot was de demonstratie van de voorstanders ook al weer? - oh nee), dus vooruit met de geit.

Maar als meeste mensen in het land niet weten wat CETA is, als de economische baten van CETA toch heel klein zijn (als ze er al zijn), als zoveel mensen zich ongemakkelijk voelen bij het verdrag, en als tot op het hoogste niveaus door beleidsmakers over een ‘reset’ van handelsbeleid wordt gedacht en gepraat… is het dan geen mooie investering in het draagvlak voor inclusieve globalisering om er toch maar vanaf te zien?

Canada valt buiten de top 10 van grootste handelspartners van de EU, maar de symbolische waarde van CETA is veel groter, schrijft het FD. "Ondertekening laat zien dat de EU nog handelsverdragen kan sluiten." Maar dat kun je ook omkeren. Nu CETA niet ondertekenen geeft het sterke signaal aan de rest van de wereld af dat de EU niet alleen praat over een reset van handelsbeleid, maar daar ook serieus werk van gaat maken.

Over de auteurs: Robert Went is econoom voor de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Hella Hueck is journalist voor onder andere RTL Z, en is te zien als expert in de campagne 'Stop foute handelsverdragen', een gezamenlijke manifestie van onder andere FNV, Consumentenbond, Greenpeace, Foodwatch en Milieudefensie. 

`