Nederland

Nabestaanden moordslachtoffers blijven zitten met torenhoge schades

29 mei 2017 18:16 Aangepast: 29 mei 2017 18:54
Monique was slachtoffer van een aanslag op haar woonboot

Nabestaanden en slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven blijven geregeld zitten met torenhoge schades. Het kan per zaak gaan om honderdduizenden euro's. Het verhalen van de schade op de dader lukt niet, blijkt uit onderzoek van de VU Amsterdam.

Volgens de onderzoeker zijn rechters tijdens het strafproces gericht op de dader en niet op het slachtoffer dat schade heeft opgelopen. Monique is zo'n slachtoffer. Zij verloor haar aanstaande echtgenoot Frenk bij een aanslag op hun woonboot. Zelf raakte ze ernstig gewond en leed ze veel emotionele en financiële schade. Maar Monique werd niet gecompenseerd. 

'Schades te groot en ingewikkeld'

Monique is niet de enige. Onderzoeker en advocaat Arlette Schijns bestudeerde tachtig van dit soort zaken en ziet dat veel slachtoffers van dit soort ernstige geweldsmisdrijven in de kou staan. "Slachtoffers die hun schade inbrengen in het strafproces vinden vaak geen gehoor bij de rechter. Rechters vinden schades te groot en ingewikkeld om tijdens het strafproces te beoordelen."

Slachtoffers zijn dan aangewezen op de civiele rechter, maar dat is ingewikkeld. Het slachtoffer moet de schade aantonen en veel geld steken in deskundigen die de schade onderbouwen. En kent de rechter de schadeclaim toe, dan moet het slachtoffer het bedrag zelf innen bij een dader. Dat kan een emotioneel zwaar zijn. Bovendien heeft de dader vaak het geld niet om de schadeclaim te betalen.

Bij opzet keert verzekering niet uit

Door geweldsmisdrijven lopen jaarlijks duizend mensen ernstig en blijvend letsel op. In tweehonderd gevallen is het letsel zo ernstig dat het slachtoffer de rest van z'n leven te kampen heeft met lichamelijke beperkingen. Slachtoffers krijgen gemiddeld 16.000 euro toegewezen, terwijl de schade die ze hebben kan oplopen tot in de tonnen. 

Het Fonds Geweldsmisdrijven biedt deels uitkomst, maar vergoedt schades tot maximaal 35.000 euro. Het aanspreken van de verzekering van de dader heeft geen zin. In de polisvoorwaarden van verzekeringsmaatschappijen staat dat ze niet hoeven uit te keren als er sprake is van opzet, wat vaak het geval is van geweldsdelicten.

Slachtoffers van verkeersdelicten die niet meer kunnen werken en daardoor inkomstenverlies hebben, krijgen hun schade wel vergoed. Daarvoor kan degene terecht bij de verzekeraar van de dader. Ook al is er sprake van opzet van de dader, zijn verzekering moet de schade aan het slachtoffer uitkeren. Het slachtoffer hoeft niet zelf aan te tonen hoe groot de schade is en hoeft ook niet zelf achter zijn geld aan.

Fatale aanslag op 'verkeerde' woonboot

Bij een aanslag op hun woonboot in Wormer in 2015 verliest Monique haar aanstaande echtgenoot Frenk. Een man blaast de boot op met twee zelfgemaakte bommen. Monique raakt ernstig gewond in haar gezicht en wordt aan één oog blind. Het blijkt een vergissingsmoord. De dader had een woonboot in de buurt willen opblazen.

Naast de pijn en het gemis van haar partner Frenk is er ook grote financiële schade. Schade door het lek slaan van de boot en emotionele schade. Maar Monique heeft ook te maken met verlies aan inkomen. Dat van haar man die is omgekomen en omdat ze zelf minder kan werken.

De schade aan de boot en de emotionele schade worden door de rechter erkend. Maar het grootste deel, de schade door gemis aan inkomsten, vindt de rechter te tijdrovend om in het strafproces te behandelen. Monique moet met vrijwel lege handen weer een nieuw bestaan op zien te bouwen.

`