Nederland

Steeds minder ouders laten hun kinderen inenten. Terecht?

17 november 2016 17:08 Aangepast: 18 november 2016 09:36
Een meisje wordt ingeënt tegen de mazelen. Beeld © ANP

Steeds meer ouders zijn sceptisch over het inenten van hun kinderen. Ze denken dat vaccinaties de kans op autisme verhogen, dat er schadelijke stoffen in zitten en dat inenten niet meer nodig is, omdat de ziekten al uitgeroeid zouden zijn.

Daarom besteedt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 2 miljoen euro om ouders in te lichten over vaccineren. Volgens het RIVM is de deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma nog steeds 92 tot 99 procent, maar is wel voor het tweede jaar op rij een daling te zien.

Is dat terecht of onterecht? We leggen jeugdarts Henrike ter Horst vijf heersende opvattingen over vaccinaties voor. 

1. Er zitten schadelijke stoffen in de prikken

"Hier kun je ja en nee op antwoorden", zegt Ter Horst. "In vaccinaties zitten hulpstoffen, oftewel stoffen die ervoor zorgen dat het vaccin beter kan werken. Zo wordt er bijvoorbeeld aluminium aan toegevoegd. Dan kun je zeggen: aluminium is giftig, maar het gaat om de hoeveelheid. Alle stoffen zijn in bepaalde hoeveelheden giftig, zelfs water. De hulpstoffen die in vaccins zitten, zijn in deze hoeveelheden getest en veilig."

Vorige maand kwam het verhaal van Andrea Gloudemans in de media. Haar zoon zou zijn overleden na een vaccinatie. "Dat is natuurlijk heel triest", zegt de jeugdarts. "De vraag is: komt het door een vaccinatie of is het toevallig daarna gebeurd? Ik kan natuurlijk niet oordelen over deze casus, maar over het algemeen zeggen onderzoekers dat overlijden niet door een inenting kan komen: het gehalte ziektekiemen dat je inspuit, is zo laag dat een gezonde baby daartegen kan. Maar het is logisch dat je gaat twijfelen wanneer je hoort dat het kindje van je buurvrouw is overleden na een inenting. Tegelijkertijd moet je erbij stilstaan dat er door de prikken veel levens worden gered."

Video: Feiten en fabels over vaccineren 

2. Vaccins verhogen de kans op autisme

"Dat is heel duidelijk niet waar", zegt Ter Horst. "Er is in 1998 een onderzoek geweest van de Engelse arts Andrew Wakefield. Hij kwam met de conclusie dat het vaccin tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) zou leiden tot autisme. Dat onderzoek is daarna nog honderd keer overgedaan en toen kwamen die resultaten er niet uit. Later bleek dat deze arts fraude had gepleegd en is hij uit zijn ambt gezet."

Overigens begrijpt Ter Horst wel dat mensen denken dat het BMR-vaccin tot autisme kan leiden. "Het vaccin wordt rond de 14 maanden gegeven. Dat is ook de leeftijd waarop je de eerste trekken van autisme kunt zien. Ik kan me dus voorstellen dat sommigen daarom een verband hiertussen leggen, al is die relatie er niet."

Tekst loopt verder onder de foto:

Thumbnail

Een jongetje durft niet te kijken terwijl hij een DTP- en BMR-prik krijgt. (Foto: ANP)

3. Vaccinaties hebben nare bijwerkingen

"Vaccinaties kunnen zeker bijwerkingen hebben", zegt de jeugdarts. "Een kind kan koorts krijgen, ineens veel gaan slapen, zich lamlendig voelen, uitslag krijgen en vooral baby's kunnen een tijd lang hard huilen."

Daarnaast zijn er nog bijwerkingen die heel af en toe voorkomen. "Zo kunnen de beentjes van een kindje blauwig worden. Het RIVM kan niet voor alle zeldzame bijwerkingen waarschuwen, maar het is wel belangrijk te melden dat je met bijwerkingen kunt teruggaan naar het consultatiebureau. Daar bekijken ze vervolgens of het normaal is en wordt er melding gedaan bij het bijwerkingencentrum Lareb, dat registreert hoe vaak bepaalde bijwerkingen voorkomen."

4. Het is niet nodig, want de ziektes zijn uitgeroeid

"Dat is niet waar", zegt Ter Horst. "Mensen reizen en mensen komen uit verre landen hiernaartoe. Infectieziekten gaan de wereld rond." Als de vaccinatiegraad minder wordt - oftewel, als steeds minder kinderen ingeënt worden - kunnen er weer epidemieën komen, legt Ter Horst uit. "Het is niet genoeg als een ziekte bijna is uitgeroeid, pas wanneer die helemaal niet meer voorkomt, kan er gestopt worden met vaccineren."

Zo werden vorig jaar in Oekraïne twee gevallen van polio geconstateerd. Voor het eerst in vijf jaar kwam de ziekte weer voor in Europa. De reden van de uitbraak is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie het gebrekkige inenten: ongeveer de helft van de kinderen is in Oekraïne ingeënt tegen de verlammingsziekte. Eén jongetje zou inmiddels zijn overleden.

"Een ziekte als mazelen houd je bij een vaccinatiegraad van 95 procent buiten de deur", vervolgt Ter Horst. "Wordt het percentage ingeënte kinderen kleiner dan dat, dan kan er al een epidemie uitbreken. Dat percentage is voor alle ziekten verschillend en daarom streven we naar een hoge vaccinatiegraad."

5. De farmaceutische industrie heeft groot belang bij inentingen

"Uiteraard heeft de geneesmiddelenindustrie een belang bij vaccinaties, want die maakt ze", zegt Ter Horst. "Daar hebben we mee te dealen, want we kunnen ze niet zelf gaan maken. Iedereen heeft belangen, maar het grootste belang is een gezond kind."

Daarbij wordt de inhoud van het Rijksvaccinatieprogramma niet samengesteld door de farmaceutische industrie, maar door het RIVM, legt Ter Horst uit. Het RIVM bepaalt aan de hand van de ziektelast, oftewel de gevolgen van een ziekte, tegen welke ziekten we een prik krijgen. 

Loopt je kind evengoed risico op infectieziekten als hij is ingeënt? Het antwoord daarop is helaas 'ja'. "Maar het is wel zo dat je beter beschermd bent met een inenting", zegt Ten Horst. "De ernst van de ziekte wordt door de vaccinatie minder. Kinderen die niet zijn ingeënt, zijn beschermd door de groep om hen heen. Dat noemen we groepsimmuniteit."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore