Rick Nieman

Hoe spreek je in het openbaar?

06 juli 2013 06:25

Heb ik dat weer. Was ik net lekker bezig met het wegwerken van de stapel nog-te-lezen boeken, kreeg ik gisteren een vuistdik boek cadeau dat mij nu van bovenop die stapel dwingend aan ligt te kijken.

Heb ik dat weer. Was ik net lekker bezig met het wegwerken van de stapel nog-te-lezen boeken, kreeg ik gisteren een vuistdik boek cadeau dat mij nu van bovenop die stapel dwingend aan ligt te kijken. 

Het gaat om 'De opleiding tot redenaar', geschreven in de eerste eeuw na Christus door Quintilianus, de man die door keizer Vespasianus werd aangesteld als de eerste officiële hoogleraar welsprekendheid van het Romeinse Rijk. Het manuscript van het boek dat hij schreef na zijn pensionering was ruim 1300 jaar zoek, tot het in 1416 werd teruggevonden in een klooster in het Zwitserse Sankt Gallen.

Zowel in de oudheid, als in de vijf eeuwen na die wonderbaarlijke herontdekking, gold het boek van Quintilianus als hét handboek voor spreken in het openbaar. Pas in 2001 werd het in het Nederlands vertaald, wat wellicht gedeeltelijk te verklaren valt uit onze moeizame relatie met welsprekendheid. Want laten we wel wezen: wij kunnen dat niet. Luister naar een oorlogsspeech van Churchill, lees een patriottische toespraak van De Gaulle, kijk naar de inauguratierede van John F. Kennedy. En probeer dan een equivalent te vinden in de moderne Nederlandse politieke geschiedenis. Gaat je niet lukken: het is er niet.

'Pas in 2001 werd het in het Nederlands vertaald, wat wellicht gedeeltelijk te verklaren valt uit onze moeizame relatie met welsprekendheid. Want laten we wel wezen: wij kunnen dat niet.'

Ik kreeg het boek donderdag van Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut, een organisatie die al jaren werkt aan het verbeteren van de kwaliteit van het publieke debat in Nederland. Roderik en zijn mensen hebben ons bij RTL geweldig geholpen met het opzetten en uitvoeren van de verkiezingsdebatten in Carré, en in ruil daarvoor ging ik een ochtendje met ze sparren over interviewen. Zij hebben daar in hun hoedanigheid als dagvoorzitter regelmatig mee te maken, ik heb er door de jaren heen honderden gedaan, en van een paar uur ervaringen uitwisselen wordt niemand slechter.

En nu ligt Quintilianus hier. 'Dit boek moet in je boekenkast staan', zei Roderik, 'wij hebben het ook allemaal. Maar maak je geen zorgen, je hoeft het niet helemaal te lezen. Zover zijn wij ook niet gekomen.'

Noem mij ambitieus (of streberig, mag ook), maar ik ben het toch van plan. Al is het maar omdat ik dan een beetje kan meepraten met mijn 18-jarige dochter, die haar profielwerkstuk voor het gymnasium eindexamen schreef over 'Obama als orator. De klassieke retorica en de president.' (Ze had een 9. Jazeker, hier spreekt een apetrotse vader!)

Vanaf 2004 blies Obama ons allemaal weg met zijn retorische gaven. Vanaf de eerste speech als jonge senator op de Democratische Conventie waarmee hij een bekende Amerikaan werd, tot zijn campagnespeech over de rol van ras in zijn leven en de Amerikaanse samenleving, tot zijn eerste inauguratietoespraak. 

'Zijn we te nuchter voor bloemrijk en hoogdravend taalgebruik?'

Destijds werd er veel gediscussieerd over de vraag waarom wij Nederlanders – politici, maar ook mensen uit het bedrijfsleven, de non-profit sector of de media – dat niet kunnen. Zit het niet in onze genen, is het omdat het op de meeste van onze scholen niet wordt onderwezen, zijn we te nuchter voor bloemrijk en hoogdravend taalgebruik?

Ik ga (ooit!) Quintilianus lezen, en zal u dan vertellen of de wetmatigheden van welsprekendheid die hij daarin opschrijft, ook in Nederland toegepast zouden kunnen worden.

Tot die tijd moet ik het doen met een aantal regels die ik zelf door de jaren heen heb geleerd door het doen van openbare 'optredens'. Het zijn slechts mijn regels, het resultaat van vaak en hardhandig de fout ingaan. Maar omdat we tegenwoordig bijna allemaal wel eens in het openbaar moeten spreken, en omdat de meeste mensen er een bloedhekel aan hebben (en geloof me, dat geldt zowel voor de CEO als voor de assistent-verkoopmanager), toch een paar tips. Doe ermee wat u wilt.

1. Wees overtuigd van jezelf en komt overtuigend over.
Straal niet uit dat je zelf ook liever niet achter het katheder zou staan, zeg niet 'sorry, ik ben zo klaar', maar wees sterk en krachtig en vertel je verhaal.

2. Besteed veel tijd aan het schrijven van dat verhaal.
Een goed verhaal heeft een begin, een midden en einde. Als dat zo logisch klinkt, waarom vergeet bijna iedereen het dan?

3. Gebruik voorbeelden, anekdotes en humor.
Elk verhaal dat zich afspeelt op een theoretisch macroniveau is per definitie saai. Illustreer alles wat je wilt vertellen met pakkende voorbeelden of voorvallen.

4. Praat duidelijk, en lees je leestekens.
Mompelen is dodelijk, dus doe je best om goed te articuleren. Snel praten mag (ik doe het ook), maar 'lees' dan elke komma en punt die in je tekst staat. Op die manier kan jouw publiek je veel beter volgen.

5. Houd je aan je tijd.
Niets zo vervelend als iemand die te lang praat. Oefen je speech thuis, en zorg dat je hem binnen de daarvoor bestemde tijd kunt geven. Als 'ie te lang is: snijden!

6. Oefen je speech tegenover iemand anders.
Lees 'm voor zoals je dat ook echt van plan bent te doen. Luister naar de kritiek van je partner/collega/vriend en doe daar iets mee.

7. Oefen je definitieve speech.
Veel en vaak. Voor de spiegel, onder de douche, in de auto. Want:

8. Leer 'm uit je hoofd.
Niets maakt zoveel indruk als iemand die een goed verhaal uit zijn hoofd vertelt. En ja, dat kun jij ook. Als je maar vaak genoeg oefent.

9. Maak contact met je publiek.
Kijk steeds iemand in het publiek een paar seconden aan. Kijk dan rustig naar de volgende persoon. Dat straalt rust en kracht uit.

10. Heb plezier!
Laat zien dat jij het belangrijk vindt wat je vertelt, en dat je meent wat je zegt. Als jij wat je te vertellen hebt al niet de moeite waard lijkt te vinden, waarom zou ik er dan naar luisteren?

Ik heb net stiekem even in Quintilianus zitten bladeren: een aantal van deze punten staat er in. Geen wonder: hij heeft het als eerste bedacht en opgeschreven. Deel twee van deze column volgt over een paar jaar, als ik het boek uit heb. Tot die tijd: mocht je moeten spreken in het openbaar: succes!