Pieter Klein

Kwetsen, shockeren en verontrusten

26 maart 2014 06:15

Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein over wat hem opvalt in het nieuws en in zijn privéleven.

Liefhebbers van het debat over de vrijheid van meningsuiting kennen dit ongetwijfeld: De vrijheid om weerzin te wekken. Na het 'minder, minder minder' Marokkanen is het goed om dit hartstochtelijk pleidooi van Kustaw Bessems terug te lezen. In de nasleep van de moord op Fortuyn, Van Gogh en Fitna verdedigde Bessems een van de essentialia van de democratische samenleving, en waarschuwt hij voor de gang naar de rechter. Juridisering leidt tot een ongewenste inperking van een noodzakelijk debat.

"Degenen die me kennen - of deze columns volgen - weten dat ik die vrijheid eigenlijk absoluut vind."

Die vrijheid om weerzin te wekken, refereert natuurlijk aan een van de grondslagen van de vrijheid van meningsuiting, ooit zo samengevat door Voltaire: 'Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar zal je recht het te zeggen met mijn leven verdedigen'. Ergo: de vrijheid van meningsuiting heeft slechts dan betekenis als die ruimte laat voor uitspraken die je verafschuwt. Degenen die me kennen - of deze columns volgen - weten dat ik die vrijheid eigenlijk absoluut vind. Ik krijg van velen op mijn kop als ik het zeg - en mijn moeder zal het er niet mee eens zijn - maar, zoals ik eerder schreef: ik denk dat het bijna een recht op beledigen omvat. Immers, als er geen ruimte is voor splijtende provocatie of smakeloze satire, wat stelt die vrijheid dan voor?

Uiteraard verhoudt polarisatie zich slecht tot wellevendheid, respect, fatsoensnormen of morele grenzen. Om die reden schreef de hoofdredactie van RTL Nieuws die uitzonderlijke 'Doe effe normaal man'-open brief aan Geert Wilders, onder het motto: 'Geert, ga je schamen'. PVV-Kamerlid Martin Bosma kwalificeerde die brief gisteren als 'walgelijk'. (Wát er nou exact walgelijk was, werd mij niet duidelijk, mede gezien de uittocht uit de PVV die Wilders zelf veroorzaakte). Uit de enorme hoeveelheid reacties in mijn mailbox leid ik vooral bijval af, en het besef dat dit niet kan: ouders die hun kinderen moeten uitleggen dat ze dit land echt niet uit hoeven...

Maar goed, als je één keer 'boe' zegt tegen Wilders, roep je dus ook weerzin op. Uit die mails: ze moeten je 'tegen een muur zetten en afknallen', het is een 'hetze', je bent aan het 'demoniseren' - en meer van dat soort gekkigheid. Wat me vooral opviel, is dat je wordt aangevallen op hetgeen je niet zegt, of op waar je het juist mee eens bent. (Jaha, ik wéét dat er problemen zijn, ik kén de statistieken, en ook ik kom op straat en zie de spanningen in onze samenleving. En nee, ik vind mensen geen racisten of verkapte xenofoben als ze dat aan de orde stellen).

"Wat me vooral opviel is dat je wordt aangevallen op hetgeen je niet zegt, of op waar je het juist mee eens bent."

Een week na de Haagse café-scène gaat het debat niet over morele grenzen, maar over een mogelijke strafrechtelijke vervolging van Wilders. Ik zou degenen die aangifte hebben gedaan in overweging willen geven om de uitspraak in het vorige proces-Wilders nog eens grondig na te lezen. De rechtbank verwees niet voor niets naar Europese jurisprudentie op grond waarvan 'kwetsen, shockeren en verontrusten' in een maatschappelijk debat toegestaan is. Zeker een politicus komt daarbij veel ruimte toe. Inperking van de vrijheid is alleen aan de orde als dat 'noodzakelijk' zou zijn.

Kijk nog maar eens welke criteria de rechtbank formuleerde. Weliswaar opereerde Wilders destijds 'op de grens van het strafrechtelijk toelaatbare', maar opruiing, bijvoorbeeld door het gebruik van 'krachtversterkende termen', werd niet bewezen geacht. Evenmin werd aangezet tot 'de extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid: haat'. Een andere toetssteen die toen een rol speelde, gold de 'associaties' die formuleringen oproepen - dat zal in een nieuw proces ongetwijfeld terugkeren. De vraag is dus: valt er voor iemand iets te winnen?

Ik denk dat een nieuw proces over de vrijheid van meningsuiting heilloos is. Maar er is een gecompliceerde situatie ontstaan - mensen hebben massaal aangifte gedaan, deels onder aanvoering van bestuurders, zoals in Nijmegen. Het Openbaar Ministerie (OM) moet nu in alle onafhankelijkheid besluiten of tot strafvervolging wordt overgegaan. Zeg nu maar eens 'nee', mede gelet op de zeer scherpe veroordeling door vice-premier Asscher. (Lees hier terug).

"De gedachte aan een nieuw proces tegen Wilders vervult mij persoonlijk met weerzin."

Denk maar niet dat dit wordt overgelaten aan de plaatselijke officier van justitie. Dit komt op het bordje van het College van procureurs-generaal. Dat zal moeten inschatten of het mede gezien de omvang van de maatschappelijke woede wenselijk is de zaak voor een rechter te brengen, gegeven de vraag of een veroordeling kansrijk is. Als mijn taxatie klopt dat het juridisch te dun is, moet het college dan tegen heug en meug een zaak beginnen? En stel nu dat het OM nee zegt, gebruikt de - liberale - minister van Justitie dan zijn 'aanwijzingsbevoegdheid' om de politicus Wilders alsnog te laten vervolgen? Zo nee, wat betekent dan dat oordeel van Opstelten over de uitspraken van Wilders ('Walgelijk'). Kleine bijkomstigheid: zowel het OM als minister Opstelten weet dat bij een besluit om niet te vervolgen, sommige boze burgers die strafvervolging waarschijnlijk alsnog met succes bij een rechter zullen afdwingen. No way out, dus.

De gedachte aan een nieuw proces tegen Wilders vervult mij persoonlijk met weerzin. Niet alleen omdat ik dus inschat - zoals Wilders zelf ook zal hebben gedaan - dat het 'minder, minder, minder' van zijn aanhang níet tot een veroordeling van de PVV-baas zelve zal leiden (en dus tot het de facto sanctioneren van dat minder, minder). Het debat hoort niet in het juridische, maar in het politieke en maatschappelijke domein thuis. Daar heerst de vrijheid om weerzin te wekken - hoe kwetsend, shockerend of verontrustend het debat ook moge zijn.

@pieterkleinrtl

​​pieter.klein@rtl.nl

PS: Ik las deze week een gedicht van K.Michel - pseudoniem van Michael Kuijpers - over de vrijheid van meningsuiting. Als je hem niet kent, Rutger Kopland omschreef de sfeer in de poëzie van Michel als 'een weemoedige hilariteit'.

Enfin - lees dit gedicht, uiteraard omdat 'wij vinden dat we gelijk hebben'.