Kernwapens in Volkel

Een typisch geval van klassenjustitie (3)

14 mei 2014 06:02

Soms moet je gewoon je verlies nemen. 'Cut your losses, and move on.' Ik zei het gisteren nog opgewekt tegen een collega. Soms ben ik er zelf heel slecht in, verlies nemen. Zelfs als het gaat om ogenschijnlijke details, waarvan het belang me zelf na verloop van tijd al bijna dreigt te ontgaan. Maar toch, maar toch... Als je de tijd neemt om je te verdiepen in details van een zaak, stuit je als vanzelf op de redenen waarom je je erover opwond; de kwestie had een morele component, een principiële, of hij was eenvoudig onuitstaanbaar.

"Minister Opstelten (Justitie) dekte de kletskoek allemaal keurig af. Iedereen deed een plas, alles bleef zoals het was, en verder wachtte de vergetelheid."

Zo'n zaak is voor mij het besluit van het Openbaar Ministerie (OM) om twee oud-premiers - Lubbers en Van Agt - niet te vervolgen wegens het onthullen van een staatsgeheim en schending van het ambtsgeheim. Weet u het nog? Vorig jaar zomer zeiden de twee plompverloren hardop waarover al decennia uiterst geheimzinnig wordt gedaan - namelijk, dat er Amerikaanse kernwapens liggen op vliegbasis Volkel. De kwestie is politiek relevant, omdat modernisering op de agenda staat (en we dus een nieuwe lading kunnen verwachten).

Enfin, wat gebeurde er? Het OM kondigde eerst aan dat onderzocht zou worden of de oud-premiers strafrechtelijk vervolgd konden worden.  Daarna volgden drie verschillende, innerlijk tegenstrijdige conclusies. Namelijk dat op grond van het 'verkennende feitenonderzoek' het OM 1. 'geen aanknopingspunten' had voor vervolging, 2. de zaak 'niet kon beoordelen' (omdat het staatsgeheim was) en 3. dat er 'onvoldoende aanleiding' was om tot strafvervolging over te gaan. Ik schreef er in oktober deze column over, en in december deze. De PVV stelde nog vragen, minister Opstelten (Justitie) dekte de kletskoek allemaal keurig af. Iedereen deed een plas, alles bleef zoals het was, en verder wachtte de vergetelheid.

Is deze zaak belangrijk? Ja en nee. Nee, omdat-ie nergens over gaat. Ja, omdat iedereen voor de wet gelijk hoort te zijn. Terwijl u en ik een boete krijgen voor wildplassen, of strafrechtelijk worden vervolgd voor het onthullen van staatsgeheimen, geldt dat voor oud-premiers kennelijk niet. Ergo: klassenjustitie. En omdat het OM een heul gewichtige façade optrekt, met gewichtige, zogenaamd grondige feitenonderzoeken, en de suggestie wekt dat het recht zijn loop heeft gehad. Dat is dus een leugen; er wordt hier iets weggemoffeld.

"Het bestaat gewoon niet. Ja, u leest het goed: het feitenonderzoek dat leidde tot het besluit om niet te vervolgen is non-existent."

Op 15 oktober 2013 diende ik een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob): doet u mij de stukken dan maar. Na zo'n zes weken studeren zeiden de bureaucraten van het OM: bekijkt u het maar. Op 24 december ging ik 'in bezwaar'. Per kerende post kreeg ik te horen dat de zaak zou worden verdaagd. Ergens in april belde iemand: we gaan u misschien toch iets geven, mag het wat later worden? Tuurlijk, zei ik genereus.

Begin mei kreeg ik post van het College van procureurs-generaal: het ambtsbericht van het college aan de minister krijgt u niet, de brieven waarin Lubbers zich in alle bochten wringt om strafvervolging te ontlopen krijgt u ook niet. En, niet onbelangrijk: de interne mails van het OM worden grotendeels geweigerd - en vooral: dat 'verkennend feitenonderzoek' is nergens te bekennen. Het bestaat gewoon niet. Ja, u leest het goed: het feitenonderzoek dat leidde tot het besluit om niet te vervolgen is non-existent. (Lees het hier alsjeblieft terug).

"Zeven maanden na mijn Wob-verzoek sta ik dus voor de vraag: ga ik m'n verlies nemen, of ga ik door tot de rechter?"

Zo werkte de macht dus: traineren, uitstellen, uitwonen, hopen dat het overwaait, dat iedereen zich druk maakt over andere zaken. En ondertussen in eloquente, zogenaamd zorgvuldige brieven beweren dat er niets openbaar kan en mag worden vanwege de vertrouwelijkheid van overleg, de privacy van Ruud Lubbers, en omdat het een politiek 'gevoelige' zaak is. Dat is in de kern mijn verlies, mijn nederlaag. En dat verlies is nog erger omdat niemand het interesseert, iedereen het vergeten is en de Tweede Kamer al die onzin maar accepteert.

Zeven maanden na mijn Wob-verzoek sta ik dus voor de vraag: ga ik m'n verlies nemen, of ga ik door tot de rechter? Mijn taxatie is dat de rechter zal oordelen dat er meer openbaar kan en moet worden dan nu openbaar is gemaakt; dan zal officieel blijken dat de dikdoenerij van het OM dus nergens op stoelt, en klassenjustitie in Nederland gewoon bestaat. Het lijkt mij prachtig om de officier van justitie en de voorzitter van het College van procureurs-generaal als getuige op te roepen en onder ede te laten verklaren over de vergaderingen waarin het is bekonkeld.

Maar ik ben gekke Henkie niet; ik doe het alleen als ik niet de enige ben die wil weten hoe het zit. Vandaar deze oproep: als niet minstens 500 mensen deze column via Twitter of Facebook delen, of niet minstens 100 mensen me mailen met de oproep 'Ga door', dan neem ik mijn verlies. Onuitstaanbaar, maar soit. Komt die reactie wel, dan ga ik door - at your service.

@pieterkleinrtl

pieter.klein@rtl.nl