Pieter Klein

Vrijdag gaan we iets leuks doen

25 februari 2015 06:20

"Heb je vandaag nog gelachen?", vroeg een collega die me dierbaar is. Het was het einde van de dag. Ze keek me vorsend aan. Ik dacht na, probeerde de dag terug te spoelen. Ik dacht te lang na. Ik was moe, de vraag emotioneerde me, maar ik kon niet benoemen waarom.  Ik had zin om te janken, en ook weer niet, want voor je het weet denkt iedereen die langsloopt dat je instort, dat iemand is overleden of zo, of dat je afkoerst op een midlifecrisis...

Het heeft natuurlijk iets ongemakkelijks als de adjunct tranen in z'n ogen heeft, want ja, wat zeg je tegen zo'n man, 't is toch je baas. Dus meestal houd ik me maar in als ik me voel als iemand die zichzelf in de weg zit: te weinig tijd om te ademen, te weinig slaap, te veel gezeur over niets aan mijn kop, en te weinig tijd voor mezelf en de dingen die belangrijk zijn. Het was wél een goede vraag: ik kon me gisteren niet één bevrijdende, opgetogen of hilarische lach herinneren.

"Ik dacht: wat kan niet-aanwezigheid verschrikkelijk aanwezig zijn." 

Onderweg naar huis luisterde ik naar 'As I'm leaving', van David Gray, een van mijn favoriete singer-songwriters. Nee, ook niet altijd even vrolijk. Vooral dat album niet, Lost Songs - één melancholisch zwerven en zoeken. De teksten zijn prachtig, lyrisch, en de stem die ze vertolkt geeft me het idee dat, door alleen maar goed te luisteren, wat waar is dichterbij komt, en ik nader tot mezelf. Alsof ik de dingen in een nieuw, helderder licht zie en alles okee is. Alsof door te zoeken, je vanzelf vindt wat je miste. Maar misschien maak ik dat mezelf wel wijs.

Ik kwam thuis, gaf m'n vriendin een zoen, en even later overviel me de leegheid in het huis: Eva en David waren er niet, schoolvakantie, logeren. Ik dacht: wat kan niet-aanwezigheid verschrikkelijk aanwezig zijn. Ik miste het ontluikende puberschap van Eva en de opgetogen, levenslustige brutaliteit van David. Ik weet dat ze me steeds minder nodig hebben. Eergisteren vroeg ik ze: zullen we iets leuks doen? Ze keken me aan alsof ik gekke Henkie was. Iets leuks? Leuk is dat we onze eigen gang gaan... Uiteindelijk waren ze me ter wille - eind van de week ben je vrij, toch? Als je wilt, gaan we vrijdag wel iets leuks doen.

In de avond mijmerde ik over de dingen die me de afgelopen dagen bezighielden. Een bericht van een oude liefde, uit een ander leven, die me eind vorige week meldde dat een hartsvriendin van haar was overleden, met de toevoeging dat daarmee de 'laatste zielsverwant is vertrokken'. Auw. Zelfs na al die jaren en jaren zegt een schuldgevoel 'hallo'. Zoon van Calvijn. Er werd een gedicht van Bram Vermeulen uitgewisseld: 'Dood ben ik pas / als je me bent vergeten'.

Ik dacht na over het boek dat ik het weekeinde las, 'Hallo muur', van Erik Jan Harmens. Sommige zinnen bleven me bij. Heel veel zinnen eigenlijk, zoals deze: "Ik zou zo graag weer eens echt iets voelen, al is het moeilijk te bepalen hoe sterk dat verlangen is, juist omdat ik nauwelijks meer iets voel." Sodeju.

"Nu ik mijn onbehagen en ongemak toch van me heb geschreven: lieve God, mag de lente dit jaar iets eerder voluit aan?​"

'Hallo muur' is een autobiografische afrekening met een verslaving - alcoholisme. Of beter, van tig soorten verslavingsgedrag om een innerlijke leegte of holheid te bestrijden. Je geeft toe aan het verlangen, waarna je van jezelf walgt, om daarna de hunkering toch weer te volgen. (Léés dat boek, prachtig geschreven, en, als je wilt, een zelfhulpboek voor iedereen die zich op de een of andere manier door zijn of haar defecten voor de gek laat houden).

Enfin, vrijdag ga ik dus iets leuks doen. Verder gaat alles goed, dank u. Maar, nu ik mijn onbehagen en ongemak toch van me af heb geschreven: lieve God, mag de lente dit jaar iets eerder voluit aan?

@pieterkleinrtl