Politiek

Bedrijfsleven blij met dividendakkoord, ook als winstbelasting minder daalt

31 augustus 2018 12:03 Aangepast: 31 augustus 2018 12:03
Premier Mark Rutte tijdens een Kamerdebat over de dividendbelasting. Beeld © ANP

De belangenclubs voor het bedrijfsleven in Nederland zijn enthousiast over de beslissing om de dividendbelasting af te schaffen, zelfs als dat ten koste gaat van de eerder aangekondigde verlaging van de winstbelasting.

​Gisteren bereikten de coalitiepartijen een akkoord over de afschaffing van de dividendbelasting en de dekking daarvan. Dat laatste was een pijnpunt, omdat de dividendbelasting de komende jaren meer zou gaan opleveren dan waarop was gerekend.

Dekking zoeken

Die extra inkomsten die de staat dus mis gaat lopen door de afschaffing, ongeveer een half miljard waarschijnlijk, moesten ergens anders op de begroting worden gedekt. Daarmee gaat het afschaffen van de dividendbelasting dus ten koste van iets anders.

Hoe het kabinet dat precies gaat doen is nog niet zeker, maar de meest waarschijnlijke optie is dat de vennootschapsbelasting (VPB), de winstbelasting voor bedrijven, niet gaat dalen van 25 procent naar 21 procent, maar naar 22 procent. Dat scheelt de staat per jaar 549 miljoen euro, is de schatting: genoeg dus om het dividendgat te vullen.

VNO-NCW en MKB Nederland zijn blij

Dat betekent wel dat het afschaffen van de dividendbelasting ten koste gaat van een ander voordeel voor bedrijven, maar werkgeversvereniging VNO-NCW en MKB Nederland zijn toch enthousiast.

"Het belangrijkste is dat de vennootschapsbelasting omlaag gaat. De verlaging van de VPB en het afschaffen van de dividendbelasting zorgen voor het aantrekkelijk houden van Nederland voor bedrijven”, zegt Edwin van Scherrenburg, woordvoerder van zowel MKB Nederland als VNO-NCW.

Beweging belangrijkst

Dat de VPB waarschijnlijk minder ver daalt dan was afgesproken in het regeerakkoord, nemen de organisaties op de koop toe. Het belangrijkste is dat de belasting daalt, zegt Van Scherrenburg.

Volgens de belangenorganisaties komt de rekening van het afschaffen van de dividendbelasting op deze manier niet of nauwelijks terecht bij het mkb, maar bij grote bedrijven. Dat komt omdat bedrijfswinsten tot 200.000 euro in het lage VPB-tarief vallen van 15 procent. Dat blijft gewoon zoals het is.

"De bulk van het mkb is uitgezonderd, die zitten in de onderste schijf. Daar heeft MKB Nederland zich hard voor gemaakt. Het mkb is niet de sjaak. Dat mag niet het geval zijn en lijkt niet te gebeuren", aldus Scherrenburg.

Weinig draagvlak

Dat de coalitie eruit is en het bedrijfsleven blij is, is goed nieuws voor het kabinet, maar de kous is nog niet af. Het draagvlak voor afschaffing van de dividendbelasting onder de bevolking is uitzonderlijk laag en ook veel economen zien het nut niet.

"Het feit dat de coalitiepartijen er in geslaagd zijn om extra dekking te vinden voor de afschaffing van de dividendbelasting, is goed voor de eenheid in de coalitie. En vooral goed nieuws voor de VVD. Want deze maatregel was vooral een VVD-wens", zegt politiek commentator Frits Wester.

"Maar het laat onverlet dat de regeringspartijen van deze omstreden maatregel, die door veel economen als volstrekt onnodig wordt gezien, nog veel last zullen blijven houden." 

Duur cadeau aan buitenlandse beleggers

Het afschaffen van de dividendbelasting is volgens het kabinet, en vooral volgens de VVD, nodig om Nederland aantrekkelijk te houden voor grote bedrijven.

Zij zouden Nederland mogelijk links laten liggen omdat zij belasting moeten inhouden over winstuitkeringen aan beleggers. Vooral bedrijven als Shell, Unilever en AkzoNobel lobbyen al jaren voor het afschaffen van de belasting.

Voor de stelling dat de dividendbelasting Nederland banen kost, is alleen weinig tot geen bewijs, waardoor de maatregel breed wordt beschouwd als een peperduur cadeau aan buitenlandse aandeelhouders, zonder dat daar iets tegenover staat.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore