Ga naar de inhoud
Zondaginterview

Na een motorongeluk kon Niek niets meer, maar het leverde hem de liefde van zijn leven op

Niek van den Adel (40) heeft een dwarslaesie die 90 procent van zijn lijf verlamt én regelmatig zoveel pijn dat hij er nachtenlang van wakker ligt. Daarnaast heeft hij ook een leuke vrouw, drie lieve dochters, een bejaarde hond, drie succesvolle bedrijven en heel veel mooie plannen. In de twaalf jaar sinds zijn motorongeluk heeft hij grondig moeten onderzoeken waar zijn veerkracht ligt.

Niek van den Adel is een mazzelaar. "Ik heb gewoon heel veel geluk gehad", zegt hij over het feit dat zijn telefoon nog bleek te werken, nadat hij een paar meter door de lucht was gevlogen en met een klap op het asfalt was beland. "Daar heb ik echt enorme mazzel mee gehad", vertelt hij over de professor die wist te achterhalen waar zijn helse pijnen vandaan kwamen. En: "Daar heb ik echt zo mee geboft", over zijn familie en vrienden die er na zijn motorongeluk iedere dag voor hem waren.

Het is op zichzelf een klein wonder te noemen dat hij überhaupt nog leeft.

Maar simpel is het niet. Pijn, strijd en eenzaamheid zijn net zo goed onderdeel van zijn dagelijkse realiteit als liefde, dankbaarheid en vervulling. Hij vertelt erover in zijn zelfverklaarde mancave, een sfeervol kantoor op 500 meter van zijn huis in Blaricum. Hij zit lekker onderuit gezakt in een leunstoel, met aan zijn voeten de bejaarde Joep – ooit zijn hulphond, maar nu met pensioen – die het hele interview lang diep ligt te snurken.

Rauwe randjes

Op 16 juli 2010 deed Niek iets doms. Het was drie uur ’s ochtends, hij had veel te hard gewerkt, veel te weinig geslapen én een paar glazen drank achter de kiezen. En toch stapte hij op zijn motor, een Yamaha Diversion 900 cc.

Die had hij gekocht terwijl hij aan het herstellen was van een burn-out. Hij was 28 en ergens in de jaren daarvoor was hij zichzelf een beetje kwijtgeraakt: "Ik had de hotelschool gedaan en was heel ambitieus. Daar gaf ik richting aan door te kiezen voor het geld en de status van een baan in de consultancy. Dat bleek absoluut niet bij me te passen. En ik was in Amsterdam gaan wonen, echt veel te groot voor een dorpsjongen als ik."

Dus gooide hij zijn leven om. Zegde na veel wikken en wegen zijn baan op, was in Bussum gaan wonen, besloot weer in de horeca te gaan werken. "Ik werd bedrijfsleider bij een zeilclub en evenementencentrum in Loosdrecht. Waar ik voorheen iedere dag met buikpijn in mijn nette pak de auto instapte, ging ik nu op de motor naar werk om daar in m’n korte broek een beetje bootjes te verhuren." Het was het begin van de weg naar boven, na een nare periode. Met zijn motor wilde hij zichzelf heruitvinden, van de vrijheid proeven, de 'rauwe randjes' opzoeken die hij in zijn gepolijste consultancy-bestaan was kwijtgeraakt.

Maar dat pakte dus wel heel rauw uit. Die nacht in 2010 reed er geen taxi meer, zijn collega’s waren al naar huis en vrienden namen niet op. "Ik dacht, het is maar tien minuutjes rijden naar huis, dat lukt me wel." Al na een paar bochten bleek van niet. "Van het ongeluk zelf weet ik weinig meer, maar het komt erop neer dat ik rechtdoor reed waar ik rechtsaf had gemoeten, zo van een dijkje af. Mijn motor belandde in de bosjes, ikzelf tussen twee geparkeerde auto’s. Vanaf de straat was er niks te zien."

Drie uur lang lag hij daar. "Ik viel weg, kwam bij, viel weg en kwam weer bij. Het was totaal diffuus in m'n hoofd, ik had geen besef van waar ik was. Het enige wat ik wist was dat ik onwaarschijnlijk veel pijn aan mijn nek had." Pas tegen het ochtendgloren kwam er een soort van helder inzicht: hij had een telefoon en kon 112 bellen. Maar hij kon ze, in al zijn verwarring, niet vertellen waar hij was. De vrouw aan de telefoon bleef maar herhalen dat hij zijn hoofd niet mocht draaien. "Maar op een gegeven moment moest ik overgeven en heb ik toch mijn hoofd gekeerd. Toen zag ik het nummerbord van een van de geparkeerde auto’s. Die bleek van iemand in de buurt te zijn. Zo hebben ze me gevonden." Het was weer een van die vele mazzelmomenten.

Het had geen half uur langer moeten duren, bleek achteraf. In de uren dat hij daar lag, was de dood genadeloos dichtbij. "Voor mij waren die uren op straat echt kanonnenhard vechten. Het voelde alsof ik kon spieken aan de overkant. Ik heb wel tien keer overwogen om gewoon te gaan slapen. Zo van: jongen, laat maar gaan, dan is het klaar. En dat wist ik ergens ook wel. Ik voelde me een soort speelbal tussen de overkant en hier. Beter kan ik het niet beschrijven."

Verschrikkelijk en prachtig

In het ziekenhuis bleek hoe groot de schade was: een dwarslaesie, hij was tot op borsthoogte verlamd geraakt. De periode die volgde was tegelijkertijd verschrikkelijk en prachtig. "Verschrikkelijk omdat iedereen om me heen aan het herstellen was, maar ik alleen maar achteruit ging. Uiteindelijk was er één professor die uitvond hoe dat kon: ik bleek een syringomyelie te hebben, een soort bubbel in mijn ruggenmerg. Dat zorgde, en zorgt, voor ongelooflijk veel pijn. Als ik het nu over mijn handicap heb, dan heb ik het niet over die dwarslaesie."

Maar prachtig was het net zo goed. Het was gezellig met zijn kamergenoten, met de therapeuten, en al zijn bezoek. "Die vertelden me keer op keer dat ik er nog mocht zijn, dat ik nog steeds Niek was. Sterker: je krijgt nooit in je leven zoveel complimentjes als in een revalidatiecentrum. Dus het stemmetje in mijn hoofd dat me vertelde dat ik 'niet goed genoeg' was, werd totaal overstemd. Mijn naasten vonden me helemaal oké, met alles wat ik nog wel kon én met wat ik niet meer kon."

Syringomyelie

Syringomyelie (syrinx = buis, myelon = ruggenmerg) is de term die gebruikt wordt voor holtevorming in het ruggenmerg. Het is een ingewikkelde aandoening, waarvan niet helemaal bekend is hoe die ontstaat of opgelost kan worden.

De klachten kunnen onder meer bestaan uit sterke, scherpe of brandende pijn in de schouders, de romp, het hoofd, de nek en in de armen, gevoelsveranderingen, zoals geen warm en koud meer kunnen onderscheiden en verlammingsverschijnselen en krampen. 

De behandeling kan erg lastig zijn en het succes ervan valt nogal eens tegen.

Bronnen: Nederlandse Vereniging voor Neurologie en de Syringomyelie Patiënten Vereniging.

Toen gebeurde er nog een klein wonder: Niek werd verliefd, en niet zo'n beetje ook. Op Kim, zijn ergotherapeut. "Het was geen liefde op het eerste gezicht, het moest groeien. Maar toen we het eenmaal hadden uitgesproken, was er geen ontkomen meer aan. Een relatie tussen therapeut en patiënt mocht natuurlijk niet, dus na onze eerste kus hebben we het meteen opgebiecht aan haar leidinggevenden. Toen ben ik overgeplaatst." Toen hij na acht maanden revalideren weer naar huis mocht, gingen ze direct samenwonen.

Mooi natuurlijk, maar hij kon nog niet direct vrede maken met zijn nieuwe leven. "Die eerste twee jaar thuis waren helemaal niet zo fijn. Ik zat depressief op de bank. Iedereen om me heen ging door met z’n leven. En ik niet. Toen kwam Joep erbij, en moest ik wel naar buiten, samen de wereld verkennen. Maar ik bleef onzeker: zou ik ooit weer kunnen werken?"

Een antwoord op die vraag kreeg hij toen hij meedeed aan een wedstrijd met 'handbikes', dat zijn rolstoelen met handtrappers. "Daar kwam ik voor het eerst weer mensen tegen met een dwarslaesie buiten het revalidatiecentrum. Ze werkten, hadden gezinnen en bedrijven. En zij zeiden: 'Je bent helemaal oké, ga lekker je ding doen'."

In dezelfde periode gaf een vriend Niek op voor de Hotello of the Year award, een vakprijs voor hoteliers die tijdens een jaarlijks congres wordt uitgereikt. "Ik had een zielig filmpje gemaakt, en dat deed het heel goed natuurlijk. Ik blufte dat ik als adviseur gastvrijheid werkte, terwijl ik dat toen misschien pas één keer had gedaan. Maar mijn moeder zei altijd: 'Zonder een beetje bluf, is het leven suf', en dat nam ik ter harte. En ik won! Met in de zaal 800 welwillende hoteliers, die me allemaal wat gunden en me hun kaartje gaven."

Zo ging het balletje rollen. Hij ging in dienst bij een trainingsbureau als gastvrijheidsspecialist - zijn hotels wel voor iedereen even verwelkomend? - maar werd vaak ook door andere bedrijven benaderd, of hij niet ook daar wilde komen spreken. "Ik had nog nooit van het vak 'spreker' gehoord. Maar ik dacht, ik kan wel verlamd zijn, maar die bek die doet het nog gewoon, en dat koppie ook." En ook zijn ambitie was nog gewoon intact.  

Toen hij met Kim samen naar een nieuw huis ging kijken, nam zijn leven nog een onverwachte wending. "We wisten meteen dat dat huis niet geschikt voor ons was, maar met de eigenaren zaten we drie uur lang te borrelen. Peter had al een aantal boeken op zijn naam en was onder de indruk van mijn verhaal. Hij stelde voor samen een boek te schrijven, en daar hebben we ons toen een jaar lang iedere vrijdag op gestort." Wéér een gelukje.

Grote transformaties

De zaken als spreker en schrijver gingen zo goed, dat hij al snel de keus kon maken om voor zichzelf te beginnen. Om meer mensen te kunnen bereiken, begon hij Team Heartbeats, een trainingsbureau gespecialiseerd in veerkracht, en Speakers Club, waar sprekers beter leren spreken, en ook om de missie verder te verspreiden. Die luidt: 'Wij maken mensen veerkrachtig en organisaties wendbaar zodat ze van waarde blijven op een aarde die het waard is om op te leven'.

"Dat klinkt een beetje marketingachtig, maar het raakt wel de kern. We leven in een tijd van grote transformaties. Nou, daar heb ik ervaring mee. Ik heb voor veel dingen geen talent, maar ik kan mezelf wel goed heruitvinden."

Van pijn naar sensatie   

De volgende grote transformatie in Nieks leven begon drie jaar geleden. Tot die tijd slikte hij tot soms wel veertig pillen per dag aan medicatie, waaronder ook morfine. "En dat is geweldig, want je hebt pijn en dan slik je dat en na tien minuten is je pijn weg. Maar tegen een hoge prijs." In de eerste plaats kost het een aantal jaren van je leven – en die voelden voor Niek extra waardevol toen hij en Kim eenmaal kinderen kregen. Daarnaast is het hartstikke verslavend. "Je bent constant bezig met wanneer je de volgende pil kunt nemen. En het verdooft, dus je bent er nooit helemaal bij."

Genoeg redenen om het af te bouwen dus, maar de pijn, die bleef. "Heel langzaam, stukje bij beetje, ging ik op zoek naar een andere manier om daarmee om te gaan. Ik ging samenwerken met een sociaalpsychologisch therapeut, op het gebied van Acceptance and Commitment Therapy (ACT, acceptatie- en toewijdingstherapie, red.)."

In de eerste plaats leerde hij onderscheid maken tussen pijn en sensatie. "Een sensatie is er altijd. Nu ook. Het is alsof er een lichte stroom door mijn handen en armen trekt. Dat is niet zo, er is niks mis met mijn handen en armen, de sensatie speelt zich af in mijn brein. Maar als ik wel pijn heb, zoals vanochtend bijvoorbeeld, want ik had een slechte nacht, dan schieten er een soort bliksemschichten door mijn handen en nek, en die schieten naar boven toe."

De formule voor lijden

En dan moest hij nog de balans zien te vinden tussen acceptatie en vechten. "Je hebt dat bekende gezegde: accepteer wat je niet kun veranderen, en verander wat je niet kunt accepteren. Ik heb moeten leren dat die eerste stap de allerbelangrijkste is. Accepteren wat er is, zónder het te willen oplossen. Aanvaarden dat ik voor langere tijd pijn ga hebben. Kijk, als wij mensen pijn ervaren, dan willen we maar één ding en dat is daarvan weggaan. Dan gaan we grappen maken of heel hard sporten of een fles wijn leegdrinken of een nieuwe auto kopen. Je neemt afstand van wat je denkt niet te kunnen verdragen."

Maar daarmee verdwijnt de pijn niet. "Er is een heel mooie formule: pijn x weerstand = lijden. Als je de weerstand wegneemt op het ongemak, dan verdwijnt het lijden. Dat is zoiets moois. Wat wij vaak doen is knokken, weg bewegen van de pijn. Maar dan blijft de weerstand. Zolang je die niet wegneemt, blijft de pijn ook altijd terugkomen en daarmee ook weer het lijden. Wat ik geleerd heb te doen in die nachten dat ik onwaarschijnlijk veel pijn ervaar, is om erbij te blijven. Niks te willen oplossen, geen afleiding zoeken, in stilte aangaan wat er is. Ik doe ademhalingsoefeningen, ga naar de plek in mijn lijf waar ik met mijn pijn kan dealen."

Niet dat het altijd lukt. En dat hoeft ook niet. "Ik slik nog 10 procent van de pillen die ik drie jaar geleden slikte. Dat is prima. Ik moet ook na dit soort nachten gewoon aan de bak, voor de kinderen zorgen, mijn zaken runnen. Maar met de afbouw van de pillen ben ik een sprankelender mens geworden, meer aanwezig voor mijn gezin en voor mezelf. En er is nog het tweede gedeelte van de formule: veranderen wat je niet kunt accepteren. Dat blijft net zo goed belangrijk. Kijk waar de ruimte zit voor verandering: in de manier waarop je denkt, in hoe je je tegen tegenslag wapent, in je sociale netwerk, in je fysieke gezondheid, in de betekenis die je aan je lijden geeft."

Wat ook altijd helpt: humor. "Je kan een situatie weglachen, dan ben je aan het bagatelliseren. Of je kunt óm een situatie lachen en dan ben je aan het relativeren. Dat is letterlijk stress loslaten. Dat punt komt pas ná acceptatie. Vorig jaar was ik op een reis naar Tanzania met een groep vrienden. Die moesten me de hele tijd optillen en versjouwen en dat gaat dan vreselijk onhandig. Nou reken maar dat we wat hebben afgelachen. Het haalt de spanning weg, het haalt de zenuwen weg, zonder dat je afdoet aan de situatie zoals die is. Eigenlijk is dat prachtig."

Leerling van de pijn

In dezelfde trant viert hij ieder jaar op 16 juli, de verjaardag van zijn ongeluk, 'Lang zal ze laesie'. Dat begon als een geintje, maar is het vieren waard. "Het is lastig om uit te leggen, maar omdat ik alles al een keertje losgelaten heb, blijft vasthouden voor mij moeilijk. Ik voel tot in het diepst van mijn lijf wat het is om alles te verliezen. Maar op 'lang zal ze laesie' sta ik stil bij wat het ongeluk me heeft opgeleverd, wat ik allemaal heb om me aan vast te houden."   

Hij noemt de pijn zijn grootste leermeester in het leven. "Met berusting of kracht: alles wat op mijn pad komt, kan ik uiteindelijk aan. Wat het ook is, als het ongemak komt, als de pijn komt, dan blijf ik. Dan ben ik er. Ik zal de rest van mijn leven een leerling blijven van mijn pijn. In dat inzicht ligt heel veel geluk verscholen."  

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.