Ga naar de inhoud
Zondaginterview

Nando won op zijn 18de de loterij, maar had dat liever niet gedaan

Ex-gokker Nando Boots: "Gokbedrijven zijn geraffineerde bedrijven." Beeld © Sonja de Bruin

Op je 18de een dik bedrag winnen in de loterij: dan is je bedje gespreid, toch? Niet voor Nando Boots (28). Het geld bracht hem meer vrijheid dan waar hij op dat moment mee kon omgaan. Hij raakte verslaafd aan snuiven en gokken, kwam in de schulden en ging door een diep dal. Nu is hij afgekickt en helpt hij mensen met voor hem herkenbare problemen.

'Nando, kun je vanmiddag naar het hoofdkantoor komen? Het is belangrijk.' Nando Boots herinnert zich het telefoontje van 16 december 2020 nog als gisteren. Het was een woensdagochtend, zijn vrije dag, en hij wist meteen waarvoor hij op het matje moest komen. "Gek genoeg voelde ik een enorme last van mijn schouders vallen. Het werd ineens een oase van rust in mijn hoofd." Hij nam nog een snuif cocaïne, maakte een rondje langs zijn favoriete goksites en ging toen richting Hoorn om aan te horen wat hij toch al wist: hij zou ontslagen worden bij de supermarktketen waar hij al elf jaar werkte.

De opluchting die hij voelde was vooral omdat hij voor even niet meer de schijn hoefde op te houden. "Het werd gek genoeg een heel mooi, open gesprek. Tegenover me zat een beveiliger, maar ook mijn baas en iemand van personeelszaken. Mensen die me vertrouwd hadden, me zoveel kansen hadden gegeven. Ik zei meteen: 'Alles waar jullie me van verdenken, heb ik gedaan.' Ze moesten me wel ontslaan natuurlijk, ik zag hoe erg ik hen teleurgesteld had: ik had ze voor duizenden euro’s geflest. Toen ik die middag naar buiten liep, had ik letterlijk niks meer: geen huis, geen baan, geen gevoel van eigenwaarde."

Over de grens

Die eigenwaarde, dat was altijd al een dingetje. Aan zijn jeugd lag het niet: Nando groeide op in een liefdevol gezin in Enkhuizen, met zijn ouders Perry en Ingrid en zijn vijf jaar oudere broer Sandro. "Het was gezellig thuis,  ik had veel vriendjes, zat op voetbal." Maar sluimerend was daar altijd die onzekerheid. "Ik was stil en verlegen, bang dat ik het verkeerde zou zeggen of doen." In zijn tienerjaren ging hij die gevoelens overschreeuwen. Hij zocht altijd de grenzen op, 'en het allerliefst ging ik er ver overheen'.

Over zijn gevoelens praten, deed hij niet. Nooit.

Toen hij op zijn 17de van de havo kwam, had Nando geen flauw idee wat hij moest met zijn leven. Hij begon aan een studie bedrijfskundige informatica, switchte na een paar maanden naar sportmanagement. Maar vijf dagen in de collegebanken zitten, paste niet bij hem. Zijn vrienden gingen stuk voor stuk studeren, zetten stappen, ontwikkelden zich – dat beet.

Om toch iets om handen te hebben, vroeg hij bij de supermarkt waar hij werkte of hij misschien meer uren kon draaien. Aanvankelijk voelde het als een zwaktebod, maar het bleek een gouden greep: "Ik bleek er echt goed in te zijn. Ik kreeg al snel meer verantwoordelijkheden, het was heel goed voor mijn zelfvertrouwen."

Noodlottig geluk

En er volgde nog meer geluk. "Op zondagavond 10 augustus 2012 lag ik rond een uur of tien in bed naar sport te kijken. Ik had eerder die maand voor het eerst een staatslot gekocht en bedacht me dat ik nu de cijfers kon checken. Ik keek op de site en zag tussen de winnaars een lotnummer staan dat me bekend voorkwam. Ik pakte mijn lot erbij en het was waar: ik had gewonnen."

Het precieze bedrag houdt hij ook nu nog liever voor zichzelf – maar het was meer dan genoeg om een behoorlijk verschil te maken in het leven van een jongen van 18. Samen met zijn moeder ging hij naar Den Haag om zijn lot te laten verifiëren en een paar dagen later stond er ineens een groot bedrag op zijn rekening.

"Het was echt bizar. Maar wat ik met het geld moest doen, dat wist ik niet. Ik kocht een eigen autootje, iets kleins en zuinigs, want auto's zeggen me verder niks." Op reis wilde hij niet, champagne vond hij vies. "Toen ik een keer thuiskwam met een horloge van een paar honderd euro, merkte mijn moeder op dat dat niets voor mij was. Ze had gelijk, ik ben er meteen mee teruggegaan naar de winkel."

Maar een eigen woning, dat was een prima investering. En zo kocht hij als 19-jarige zijn eerste eigen huis. Een tussenwoning met vijf slaapkamers, vlak bij zijn ouders in Enkhuizen. "Het eerste jaar was alles leuk en nieuw. Mijn vrienden kwamen vaak langs voor een feestje. Ik ging naar de sportschool, voetballen, zaalvoetballen. Had veel contact met mijn ouders." Maar langzaamaan begon het malen. "Ik zag wel mensen, maar hield ze op afstand, liet nooit het achterste van mijn tong zien. En als ik dan alleen thuis op de bank zat, wist ik niet wat ik met mezelf aan moest. Dan had ik het zoveelste gesprek met mezelf: wat ben je nou aan het doen?"

Maar daarover sprak hij natuurlijk niet. Dat zou voelen als een zwaktebod. Liever zocht hij afleiding om zijn twijfels te overstemmen, op z'n PlayStation of met feestjes. "In die tijd nam ik op een festival voor het eerst een pilletje, xtc. Het klinkt cliché, maar het was de mooiste avond van mijn leven. Ik werd in één klap de persoon die ik wilde zijn: spontaan, zelfverzekerd. Ik kon makkelijk contact maken, had lange gesprekken."

Steeds vaker, steeds meer

Eerst bleef het bij eens in de maand een pilletje. Toen kwam er cocaïne bij en werd het twee keer per maand, en toen ineens ieder weekend. Binnen een paar maanden had hij een vaste dealer.

De eerste keer dat Nando alleen thuis gebruikte, was een saaie dinsdagavond. "Ik was verdrietig, voelde me leeg. Ik had nog een beetje coke in huis en dacht: waarom niet? En het hielp, ik voelde me meteen oké, kon het leven weer aan, had het gevoel dat alles goed zou komen." Dat gevoel hield een uurtje aan, daarna bood een tweede lijntje soelaas. Maar de volgende dag moest hij gewoon werken, dus hij hield keurig om middernacht op.

De volgende dag was hij weer een beetje depri. Hij begon iets vroeger en snoof iets meer. "Dat ging een week zo door. Toen dacht ik: nu is het wel genoeg geweest, morgen stop ik ermee."

Maar zo werkt het niet.

"Vanaf dat moment ben ik niet meer gestopt. Ik dacht: ik ben jong, het hoort er een beetje bij. En ik kan het betalen." De 3 tot 5 gram coke die hij per dag bij zijn dealer bestelde, kostte toch al snel 250 euro per keer. Hij werkte fulltime, maar dat was natuurlijk niet genoeg. De loterij sprong bij.

Want als hij niet onder invloed was, kwamen alle nare gevoelens als een geiser naar boven. "Dan praatte ik op mezelf in: 'Je bent onvolwassen, je hebt geen discipline, je doet niks met je leven.' Ik haalde nergens voldoening uit." Iedere keer was de oplossing voorhanden: even zijn dealer bellen. "We hadden allerlei codes en afspraken over hoe hij in het geheim aan me kon leveren. Als we met de vriendengroep op zondag bij mij voetbal keken, liep ik stiekem even naar de brievenbus en deed daarna een lijntje op de wc."

Het enige wat hij niet deed, was gebruiken op zijn werk. Hij vond het er leuk, voelde zich goed bij de duidelijke rol die hij daar kon vervullen. En hij maakte carrière: eerst werd hij benoemd tot teamleider, toen tot assistent-bedrijfsleider, en toen zelfs tot bedrijfsleider, met een eigen filiaal. "Ik snapte er niks van, hoe konden ze nou niet zien hoe slecht het met me ging? Ik sportte niet meer, kwam aan, sliep nauwelijks, kreeg soms spontaan een bloedneus."

Maar over zijn gevoelens praten? Ho maar. Als vrienden of zijn ouders vroegen wat er toch met hem aan de hand was, loog hij strategisch: "Ik zei dan iets over dat ik even in een moeilijke periode zat, maar dat het wel weer goed zou komen. Dan hielden ze er tenminste over op."

Intussen had hij er nog een probleempje bij gekregen. Toen de dagelijkse dosis drugs zijn nare gevoelens niet meer afdoende kon onderdrukken, begon hij met online gokken. "Ja, dan gaat het snel. Als je voor 10.000 euro coke bestelt, ben je dood. Maar 10.000 euro vergokken is binnen een half uurtje gepiept."

De bodem van zijn rekening was in rap tempo bereikt, zijn eigen rock bottom moest nog komen.

30.000 euro

Om toch aan geld te komen, haalde Nando steeds meer noodgrepen uit. "Ik verkocht m'n spullen. Als vrienden vroegen waar mijn PlayStation was gebleven, zei ik dat die stuk was. Bij de bank leende ik 30.000 euro, zogenaamd voor een verbouwing. Ik beloofde mezelf dat ik het zou gebruiken om andere achterstallige betalingen te voldoen. Het geld stond op dinsdagmiddag op mijn rekening en op dinsdagavond was het op. Vergokt."

Toen hij zijn dealer niet meer kon betalen en die dreigde niet meer te leveren, moest hij voor het eerst open zijn over zijn problemen. "Ik appte een vriend, of ik geld van hem kon lenen. Die schreef terug dat hij dat alleen zou doen als ik mijn ouders zou vertellen wat er aan de hand was, en zij me niet konden helpen. Heel slim van hem." Hij reed naar het huis van zijn ouders. "Ik ben er geloof ik wel vijf keer omheen gereden, om moed te verzamelen."

Zijn ouders, Perry en Ingrid, reageerden lief, begripvol. "Ze waren niet boos, veroordeelden me niet. Ik zat daar in paniek op de bank, vol schaamte en schuldgevoel, heel hard te huilen. Mijn ouders gaven me 1000 euro om mijn dealer af te betalen. Onderweg daarnaartoe stuurde ik hem een appje: ik kom eraan met je geld, en kan ik dan meteen een nieuwe bestelling plaatsen?"

Want nu zijn ouders van zijn problemen wisten, waren die niet meteen opgelost. Bij lange na niet. Samen besloten ze Nando's huis te verkopen. "Daar zat nog genoeg eigen geld in, en bovendien wilde ik er niet meer wonen, met al die lege kamers en slechte herinneringen." Ze betaalden alle schulden af, en Perry en Ingrid gingen de rest van Nando's geld beheren. "Maar omdat ik al mijn schulden had afgelost, kon ik ook weer nieuwe maken."

Hij ging weer thuis wonen, bezocht een psycholoog, waar hij vooral zat te liegen en te manipuleren. Al die jaren had hij twee stellige regels voor zichzelf in stand gehouden: hij zou geen geld van vrienden of zijn ouders jatten, en zijn werk mocht er niet onder lijden. Maar die laatste regel hield geen stand. Hij begon te frauderen met prepaidkaarten, in de supermarkt waar hij zelf bedrijfsleider was. "Ik had zelf mensen ontslagen om die reden, ik wist precies hoe het werkte. En ik wist dus ook zeker dat ik gepakt zou worden." Dus was daar het telefoontje van het hoofdkantoor: geen huis, geen baan, geen eigenwaarde.

Thuis werd het er niet gezelliger op. "We hadden voortdurend ruzie over mijn geld, ik wilde het zelf beheren." Zijn ouders zetten hem een paar keer op straat, met een bedragje zodat hij kon overleven, dat dan natuurlijk prompt opging aan drugs en gokken.

Verlossend telefoontje

In mei 2021 zat hij in een hotel in Friesland toen hij gebeld werd door een onbekend nummer. Zijn ouders hadden hem opgegeven voor een intake bij een afkickkliniek. "Die man vroeg wanneer ik voor het laatst drugs had gebruikt. 'Een dag of vijf geleden', loog ik. En het gokken? 'Vier dagen terug, zo erg is het allemaal niet', loog ik verder. Maar die man prikte er meteen doorheen. Hij zei dat hij zelf verslaafd was geweest, dat ik tegen hem niet hoefde te liegen. Ik besloot eerlijk te zijn: 'Oké, ik heb eigenlijk net nog gebruikt en ben op dit moment aan het gokken.' Hij begon meteen te lachen."

Eerlijk zijn voelde goed, praten met een ervaringsdeskundige nog beter. Nando besloot deze kans om naar een afkickkliniek in Schotland te gaan met beide handen aan te grijpen: hij had letterlijk niks meer te verliezen. Een week of zes later stond hij op Schiphol en tikte hij voor de vlucht nog even snel een halve liter bier weg: de allerlaatste ooit.

Het bleek de beste beslissing van zijn leven. "In de taxi van het vliegveld naar de kliniek zat ik met een jongen die ook kwam afkicken, hij had precies dezelfde verslavingen als ik, we konden direct verhalen uitwisselen." De herkenning voelde geweldig, eerlijk kunnen zijn ook. Er volgden tien intensieve weken, met iedere dag meerdere therapieën. Zijn begeleider was zelf ook verslaafd geweest, zoals de meeste begeleiders in de kliniek. "Ik sprak heel slecht Engels, maar dat gaf niks: we spraken allebei de taal van de verslaving, en dus begrepen we elkaar." Hij voelde zich met de dag beter worden. "Ik sliep weer, bouwde conditie op, at normaal."

Meetings en soep

De eerste paar weken hield hij zichzelf voor dat hij thuis weer zijn oude leven zou kunnen oppakken, maar dan met meer controle. Een gevaarlijke gedachte, dat wist hij zelf ook wel, dus ging hij bij thuiskomst in een safe house wonen, een plek waar hij rustig verder kon werken aan zijn herstel. In Amsterdam, weg van zijn vertrouwde omgeving in Enkhuizen. Stukje bij beetje bouwde hij zijn zelfvertrouwen weer op. "Je gaat daar allerlei trajecten door. Je praat over zingeving, over je herstel, je financiën, je sociale netwerk. Heel waardevol. En ik ging – en ga nog steeds – vaak naar meetings met allemaal ex-verslaafden, die contacten helpen me enorm."

Wat ook hielp: vrijwilligerswerk doen. "Ik schreef me in bij Oma's Soep, waar je zelfgemaakte soep rondbrengt aan eenzame ouderen. In de sollicitatiebrief was ik helemaal eerlijk, dat ik zeven jaar verslaafd was geweest en nu weer clean. Dat was geen probleem voor ze, ik kreeg meteen alle vertrouwen. En het voelde zo goed om iets voor anderen te kunnen doen."

Uiteindelijk, na lang wikken en wegen, durfde Nando het zelfs aan om weer aan een opleiding te beginnen, een bachelor in sociaal werk. Geen vijf dagen per week in de collegebanken dit keer, maar vooral heel veel leren in de praktijk, bij een opvang voor mensen die om wat voor reden dan ook in de problemen zijn gekomen. "Wat ik zelf heb doorgemaakt, maakt dat ik heel goed met mijn cliënten kan praten. Ik weet hoe het is, maar ook dat het beter kan worden. Mijn verleden is nu mijn kracht."

Of hij achteraf blij is dat hij de loterij heeft gewonnen? Daar moet hij lang over nadenken. "Het heeft mijn leven op een jonge leeftijd in een stroomversnelling gebracht. Ik heb wel een paar stappen in m'n emotionele ontwikkeling overgeslagen. Het stelde me natuurlijk ook in staat om mijn verslavingen langer in stand te houden. En ik miste een gevoel van voldoening. Als je hard werkt en dan je eerste auto koopt, dan ben je trots. Dat was ik niet. Maar eigenlijk ook nooit geweest."

Nu wel. Met het geld dat nog over was, heeft hij een studiootje in Amsterdam gekocht. Hij gaat naar school, naar z'n werk, praat over zijn gevoelens met zijn oude en zijn nieuwe vrienden. Huis: check, baan: check. Gevoel voor eigenwaarde: check.