Ga naar de inhoud
Zondaginterview

Elly geeft daklozen wél een knuffel: 'Oordeel niet, deze mensen hebben ook liefde nodig'

"Ik praat, ik luister. Ik ben er."

Elly Mulder is de pastor van de straat. Mensen die geen dak boven hun hoofd hebben, of dakloos dreigen te worden, geeft ze het gevoel dat ze er mogen zijn. Een knuffel. "Sommigen hebben heel wat uitgespookt. Maar iedereen verdient een tweede kans. En een honderdste."

Vraag Elly Mulder (60) waar de hemel is en ze zal om zich heen wijzen. Hier, dit inloophuis. Dit is de hemel. Waar tosti's met ketchup worden uitgedeeld. Waar iedereen mag geloven wat-ie wil geloven, waar kannen vol koffie worden ingeschonken, leeggedronken. Waar iedereen welkom is, 'echt iedereen'. In de hemel wordt niet geoordeeld.

Het is maandagmiddag 13.55 uur, luttele minuten voordat de monumentale, donkergroene deuren van Stem in de Stad in het centrum van Haarlem opengaan. Elly sjeest met grote passen door de opvangruimte, die door herfststukjes op tafel, goedgevulde boekenkasten en schilderijen aan de muur huiselijk aandoet. "Dat moet ook", zegt ze, "want er komen hier zo allemaal mensen die geen huis hebben of hun huis dreigen kwijt te raken. Laat deze plek dan maar hun thuis zijn."

Check, check

Ze kijkt nog even snel of er genoeg mensen in de keuken staan (check), of er iemand is met een sleutel van de postkamer (check). Mensen die geen huis hebben kunnen, als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, het adres van dit inloophuis gebruiken. Om verzekeringen af te sluiten, een uitkering aan te vragen, contact met familie te onderhouden. "Wie geen dak boven z'n hoofd heeft, bestaat niet voor de instanties en overheid", vertelt Elly. "Zonder adres kun je niets opbouwen."

Al bijna drie jaar is ze straatpastor in Haarlem. Vraag haar wat dat inhoudt en ze antwoordt kordaat: "Mensen overeind houden." Denk niet dat een straatpastor biddend tussen de daklozen en andere kwetsbaren zit. Elke maandag is ze in het inloopcentrum, samen met een heel vrijwilligersteam. Ze praat, luistert. Gaat soms de randen van de stad af om te kijken of ze daar mensen – die daar vaak in tentjes leven – kan bereiken.

Ook is ze bezig met het organiseren van kerkdiensten voor daklozen. Die zijn anders dan je van een gemiddelde pastor gewend bent. Kom bij daklozen niet aan met een preek over een veilig thuis: dat hebben ze niet. Kom bij daklozen niet aan met een preek over dat ze moeten delen: ze hebben vrijwel niets om te delen (ja, hoogstens een sjekkie). Leg de nadruk niet op zonden: sommigen hebben heel wat uitgespookt op straat en gaan gebukt onder schaamte, schuldgevoel. Had-ik-nou-maar.

Elly wijst niet met het vingertje, Elly wil in gesprek. De wijsheden uit de Bijbel op het leven van de straat projecteren. Ze wil laten zien dat de mensen die op de straten, onder de tunnels, op de bankjes en in de parken en opvangcentra van dit land leven, een tweede kans verdienen – en een derde, en een zevende, en een twintigste voor haar part. "Ik ben ook weleens boos hoor, als iemand niet komt opdagen voor een afspraak. Sta ik daar voor Jan Doedel op de stoep van de verslavingszorgkliniek, ja, dan word ik weleens moedeloos. Maar ik oordeel niet. Het geloof gaat niet over oordelen, maar over liefde. Dat heeft iedereen nodig."

Geborgenheid

Je moet je voorstellen, zegt ze, dat deze mensen soms al wel tien keer hun neus hebben gestoten. Worden uitgespuugd door het systeem. Niet meer meedoen met de samenleving. "Ik hoop dan dat ze via gesprekken geborgenheid vinden bij God."

En dan maakt het 'geen donder' uit wat iemand gelooft. Elly wijst naar de keuken, waar Mohammed staat: hulpimam in de moskee hiernaast, maar op maandag altijd 'de beste koffiezetter' van Haarlem, volgens zijn medevrijwilligers. Elly: "Hij is islamitisch, ik christelijk, maar we geloven allebei in God. Dat verbindt."

"Ellyyyyyyyyyyyyy!" klinkt het ineens. Luid. Enthousiast. De deuren van het pand zijn open – zoveel is duidelijk. Ricardo stormt naar binnen, een jonge man; 34 zal hij niet veel later vertellen, 'morgen 35, ik heb alleen geen geld voor taart'. Ricardo geeft Elly een knuffel. Hij is net drie weken vrij, hij zat een paar jaar vast. Een overval, hij is er niet trots op zegt-ie. "Maar gedaan is gedaan. En nu kom ik hier elke maandag. Bij Elly." Hap van zijn tosti.

Ze werd geboren in Pijnacker, in een fijn gezin, leuke ouders, lieve broer en zus, de warmte en liefde die er was, waren voor haar vanzelfsprekend. "Pas toen ik dit werk ging doen, zag ik in: een fijne jeugd ís niet vanzelfsprekend."

Blije-eikeltjes-geloof

Haar ouders ging sporadisch naar de kerk, het was vooral Elly zelf – op haar veertiende, notabene – die God ontdekte. "Ik was vaak moody, had van die negatieve pubergedachten. Maar van de één op de andere dag was het over. Ik ging droevig slapen en werd blijmoedig wakker. Toen wist ik: er is méér."

Haar 'blije-eikeltjesgeloof' noemt ze het. Ze had nog niets moeilijks meegemaakt in haar leven, was wat je noemt 'een typisch zondagskind'; ze geloofde omdat het fijn was, niet omdat ze er hoop uit moest putten in donkere tijden, 'want die waren er niet'.

Er wordt op de deur geklopt. Ronaldo, een man uit Spanje, heeft een vraag. Hij is wat Elly noemt 'een autonome dakloze': iemand die ervoor kiest niet in de daklozenopvang te slapen, maar op straat. Ronaldo wijst naar zijn voeten. Er zitten keurige herenschoenen aan, schoon, glanzend – maar in de linker zit een gat. "In ons kledingdepot ligt nog wel wat, wat is je maat?" zegt Elly. Ze glimlacht. "Heb je geen natte voeten gekregen met die regen?" Ronaldo lacht. Geen tanden. Wel een flinke baard: die beweegt op en neer op het ritme van zijn lach. "Ja! Maar morgen is de zon er weer."

Diepgang

Ze doet haar kantoordeur weer dicht. Goed. Waar was ze? O ja. Ze ging studeren, werd verliefd, trouwde, kreeg een zoon en een dochter, ging aan de slag in het bedrijfsleven. Ze werkte bij biermerk Heineken, bij adviesbureau McKinsey, bij modemerk Mexx, de grote jongens zeg maar. Het gaf haar voldoening – tot op een zeker moment het werk teveel werd, Elly uitgeput raakte en het 7-jarige dochtertje van goede vrienden overleed. Werk werd ineens, hoe moet ze het uitleggen, minder belangrijk. Alsof ze elke dag bezig was met iets dat er niet meer zo toe deed.

Haar man ('ik heb echt zo'n fijne man') zei: 'Misschien moet jij iets gaan doen wat je leuk vindt.' Ze schreef zich in voor een opleiding religiewetenschappen aan de Universiteit Leiden. Het blije-eikeltjesgeloof kreeg voor haar meer diepgang. "En zo", vertelt ze, "belandde ik hier. Nu kan ik niet meer terug." Ze glimlacht. "Ik wíl ook niet meer terug naar mijn oude werk. Ik verdien veel minder, de auto moest ik opgeven, maar dit werk: het is het prachtigste dat ik ooit heb gedaan."

Soms ligt ze wakker. Zoals van die jonge Chinees die geen verblijfsvergunning had. Hij was rank, zeg maar gerust mager, leefde aan de rand van de stad, vermoedelijk in een tentje – en dan geen koepeltent waar de gemiddelde Nederland mee gaat kamperen, maar een vod. "Hij kwam hier een tijdje op de maandag en op een gegeven moment zat hij onder de blauwe plekken, allemaal scheuren in zijn kleren. Ik denk dat ze hem te pakken hadden gehad. Mededaklozen. Het leven op staat is hard. Het is roven of beroofd worden. Het recht van de sterkste geldt."

Waar de jongen nu is? Elly steekt haar handen in de lucht. "Ik heb geen idee. Géén idee. Nooit meer gezien. Dat is het frustrerende aan dit werk."

"Elly?" Er wordt op de deur van haar kantoor geklopt. Hij zwiept open. "Elly, heb jij een leesbril voor me? De mijne is kapot, ik moet mijn krantje lezen hè." Elly staat op. Ze heeft – toevallig – een hele bak met leesbrillen, ooit gekregen van iemand en op kantoor neergezet, voor het geval dat. "Zoek maar een hip exemplaar uit."

Geen grip

Ze gaat weer zitten – het is weer even rustig in haar kantoor, voor zolang het duurt. "Veel mensen denken dat de daklozenopvang goed geregeld is in Nederland. Dat is niet zo. De mensen die hier rondlopen: velen zijn totaal onzichtbaar voor instanties, voor de overheid. Ze zitten in een vicieuze cirkel waar ze niet uit kunnen komen. Er zijn zo veel mensen die dreigen hun huis kwijt te raken, en dat gebeurt ook vaak echt. Terwijl ik denk: hou die mensen binnen, want als ze op straat belanden, raak je ze kwijt."

En: zeg niet 'eigen schuld'. Met dat adagium kan Elly helemaal niets. "Denk niet dat het jou niet kan overkomen. Ik heb keurige zakenmannen gezien die een gezin hadden, een huis, een huwelijk. Maar ze raken hun baan kwijt, komen in een scheiding en zeggen dan tegen hun partner: 'Neem jij het huis maar, voor de kinderen'."

Als Elly dan met ze in gesprek gaat, merkt ze wel dat zich vaak een 'oercatastrofe' in de jeugd van deze mensen heeft afgespeeld. "Misbruikverleden, gewelddadige vader, drankzuchtige moeder. Als je niet goed wortelt, kun je daar later veel last van krijgen."

Het opende haar ogen. Hoeveel geluk ze had met waar haar eigen wieg stond – en waar ze de wieg van haar eigen zoon en dochter kon neerzetten. "Het laat me ook zien waar het om gaat. Ik doe dit werk drie dagen in de week. Daarnaast doe ik promotieonderzoek naar religie aan de Universiteit Leiden. Dan krijg ik de titel 'doctor'. Maar weet je? Dat hoeft niet op mijn grafsteen. Laatst noemde iemand mij een topwijf. Dát vind ik pas een titel."

Laatste wens

Elly begeleidt ook uitvaarten van de daklozen die hier vaak komen. In een kast op haar kantoor staat een mandje met tientallen magneetjes met foto's erop afgebeeld. Het zijn mensen die op straat leefden, die hier vaak kwamen en nu zijn overleden. "De meesten die hier komen, halen de zestig niet. Ik weet ook wel dat ik de komende tijd met wat mensen die ongezond zijn, gesprekken moet gaan voeren. Wat wil je als je er niet meer bent? Wat zijn je laatste wensen?"

Ze wijst door haar kantoorraam naar een gedenkzuil in de koffieruimte. Er branden kaarsen. Er staat een foto. Een man met een hoed, Edward, afkomstig uit Engeland. Leefde een tijd op straat, zat net in een begeleidwonentraject. "Hij was echt wat de Engelsen kind noemen. Een goed mens." Ze is even stil. "Zijn dood – hij werd gevonden door een mededakloze – was als een bom in de groep. Iedereen mocht hem. Ineens was hij er niet meer."

Elly zat op de bank, het was avond, toen ze een appje kreeg van een andere, bekende dakloze. 'Edward is dood', gevolgd door een foto van hoe Edward – die lieve, aardige Edward, altijd zo kind – levenloos op de bank zat. "Ik schrok me wezenloos. Het was zo hard. Zo droevig. Maar daarna zei mijn man ook: 'Hoe bijzonder dat ze jou zo vertrouwen, dat ze je dit sturen'. Daar had hij gelijk in."

Edward werd begraven op het Daklozenlaantje, op de begraafplaats in Haarlem. Iedereen die hij kende van de straat en de opvang, was er. "Ik hoop dat hij meekeek."

Pijnlijk

Maar soms staat Elly er ook met de spreekwoordelijke twee man en een paardenkop. "Dan is er iemand van het uitvaartcentrum, soms nog iemand van de gemeente, een paar vrienden, en ik." Het heeft iets vervreemdends, vindt ze. Iets pijnlijks. "Sommige daklozen blijven weg omdat het te dichtbij komt. Omdat ze weten: ik kan de volgende zijn."

Er zijn er veel bij met chronische longontstekingen, een drugsverslaving. De persoonlijke verzorging is er vaak niet – zonder huis geen douche, geen wasbak. "Ik moest in het begin wel een drempel over als iemand een knuffel wilde die, ja, hoe zeg je dat respectvol, al een paar weken geen douche had gehad. Ik heb mijn eigen grenzen, maar ik knuffel wel vaak gewoon: juist die fysieke aandacht missen ze. Sommigen worden nooit aangeraakt."

Er klinkt geen geklop, maar de deur zwiept wel open. Mendie. Of Elly even wil kletsen. "Ik heb je effe nodig, Elly." "Heb je weer liefdesverdriet, Men?" Mendie knikt. "Het is toch wat Mendie, met de mannen. Ik kom er zo aan." "Niet nu?" "Zo direct."

Mendie loopt weg en vergeet de deur dicht te doen. Elly glimlacht. "Weet je wat het mooie is? Deze groep mensen, ze geven geen bal om sociale conventies. In vijf minuten krijg je soms hun hele levensverhaal te horen. Anderen schelden me uit. Ik kan de ene dag een topwijf zijn, en de andere dag een kutwijf. En sommigen zijn juist oesters. Die zeggen niets. Die zijn niet beleefd. Die doen niet aan sociaal geoorloofde koetjes-en-kalfjespraat. Ik vind het wel een verademing, deze eerlijke, oprechte manier van communiceren."

Meer ellende dan je ziet

Toch probeert ze ook met de oesters in gesprek te gaan. Zoals de vrouw met wie ze al weken sprak, 'of nee, zeg maar gerust maanden', en die toen pas vertelde dat haar middelste zoon vermist is. En dat haar dat opbreekt. "Er is meer ellende in iemands leven dan je aan de buitenkant kunt zien."

De deur zwaait weer open. Mendie. Of Elly nu 'alsjealsjealsjeblieft' eventjes een kopje koffie wil drinken. Elly staat op, 'ik kom eraan, Men', en loopt naar een tafel waar vier andere mensen zitten. "Ze is er hoor, ik heb d'r meegenomen!" zegt Mendie. "Ons schatteboutje." Elly gaat zitten en krijgt een kop koffie – in haar hemel.

De namen van Edward, Mendie, Ronaldo en Ricardo zijn gefingeerd omwille van hun privacy. 

Zondaginterview 

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar hij of zij bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.