Ga naar de inhoud
Oefenen op eigen niveau

Kinderen dreigen minder te leren door verkeerd gebruik oefensoftware

Archieffoto. Beeld © ANP

Het verschil tussen leerlingen die goed kunnen leren en leerlingen die er meer moeite mee hebben dreigt nog groter te worden als basisscholen oefensoftware inzetten zonder daar goed over na te denken. Daarvoor waarschuwt de Onderwijsraad vandaag. Leraren gaan niet altijd goed om met digitale oefenprogramma's die zich aanpassen aan het niveau van de leerling. Duizenden scholen maken gebruik van dit soort oefensoftware. Het risico is dat kinderen op een te laag niveau blijven hangen en zo minder leren.

Schriften waren niet meer nodig, want oefenen met rekenen en taal ging op de Casimirschool in Gouda voortaan digitaal. Leerlingen vanaf groep 6 konden - na de uitleg van de leraar - aan de slag met Gynzy. Daarmee kunnen leerlingen op hun eigen niveau oefenen, want de opgaven veranderen als kinderen goede of juist foute antwoorden geven.

Omdat docenten geen schriften meer nakijken, moeten ze in een digitaal overzicht bijhouden hoe het met de leerlingen gaat. "Ik zat vooral te kijken waar de rode kruisjes verschenen", vertelt Mariëtte Aben, die destijds lesgaf aan groep 8. "Dat betekent dat een kind een fout heeft gemaakt. Ik zat daar achter mijn bureau, voor mij zaten 25 kinderen achter een scherm te werken, en ik dacht: wat zit ik eigenlijk te doen?"

Gynzy is een van de aanbieders van oefensoftware die zich aanpast aan het niveau van de leerling, een vorm van leren die de afgelopen tien jaar een opmars heeft gemaakt. De markt is miljoenen waard: Nederland telt zo'n zesduizend basisscholen voor bijna 1,4 miljoen kinderen. Een licentie kost een paar tientjes per leerling, afhankelijk van de aanbieder.

Oefeningen passen zich aan niveau leerling aan

De oefenprogramma's passen het niveau aan op basis van de antwoorden. Als een kind goede antwoorden geeft, wordt het moeilijker. Als het minder goed gaat, blijven de opgaven op hetzelfde niveau of wordt het makkelijker. Dit heet adaptief leren.

Twee grote bedrijven die deze oefensoftware aanbieden, zijn Snappet en Gynzy. Scholen kunnen deze software aanschaffen en op zichzelf inzetten, maar ook gebruiken naast de lesmethode van een onderwijsuitgever. Daarnaast biedt Prowise Learn (Rekentuin, Taalzee) adaptief oefenmateriaal aan.

De vier grote onderwijsuitgeverijen bieden zelf ook de mogelijkheid aan om adaptief te leren. Het gaat bijvoorbeeld om lesmethoden voor taal en rekenen van Malmberg (Bingel), Noordhoff (Nieuw Nederlands, Getal & Ruimte), ThiemeMeulenhoff (Spelling in de lift, Alles telt Q) en Zwijsen (Taaljacht, Veilig leren lezen, Schatkist).

Ongemerkt of onbedoeld lager niveau

Scholen denken niet altijd goed na over hoe zij deze oefensoftware inzetten. Dat ziet ook de Onderwijsraad, die in een onderzoek dat vandaag verschijnt wijst op de risico's. Scholen vervangen de werkboeken en schriften bijvoorbeeld zomaar door oefenprogramma's. Of leraren laten kinderen zonder goede uitleg digitaal oefenen.

Het grote gevaar is dat kinderen onvoldoende leren, waarschuwt de Onderwijsraad. Dit risico geldt vooral voor kinderen voor wie leren niet vanzelf gaat. Kennisnet, een stichting die adviseert over technologie in het onderwijs, wees pas al op het gevaar dat de leerkracht de regie verliest. De computer bepaalt dan of een leerling het goed doet, en niet langer de leraar.

Aben van de Casimirschool zag dit gebeuren toen sommige leerlingen de Franse leenwoorden nog niet onder de knie hadden, zoals 'bureau'. "Als je weet hoe je dat schrijft, snap je 'cadeau' en 'niveau' ook. Maar kinderen die 'bureau' fout schreven, hoorden niet waarom."

 "Ze konden het ook niet bij een klasgenootje of vriendje afkijken, omdat elk kind op zijn eigen niveau en tempo oefent. Opgaven werden makkelijker, dus op een gegeven moment geeft het kind wel weer goede antwoorden. Maar als je niet ziet hoe het wel moet, kom je niet verder. Dan leer je niks meer bij."

Grote
Lees ook:
Grote zorgen bij Onderwijsinspectie: basis niet op orde, ommekeer nodig

Een ander gevaar is dat het computerprogramma kinderen onterecht op een lager niveau plaatst. Dat ziet ook lerares Michelle van den Helder van basisschool De Venen. Op die school in Reeuwijk werken de leerlingen met Snappet.

"De software is zwart-wit in of iets goed of fout is", zegt Van den Helder. "Als het antwoord op een vraag 10.000 is, maar het kind gebruikt een komma in plaats van een punt, zegt Snappet heel hard: fout. Dan besluit Snappet dat het leerdoel niet is gehaald. Terwijl ik als leraar zeg: het antwoord was goed, maar let op dat je wel een punt gebruikt. Je moet als leerkracht dus heel kritisch kijken wat de computer vertelt. Zo voorkom je dat een leerling naar een lager niveau gaat."

Zij-instromer
Lees ook:
Zij-instromer onderwijs moet het vooral zelf uitzoeken: 'Er is te veel willekeur'

'Lerarentekort vergroot risico'

Aanbieders van oefensoftware erkennen de risico's. Docenten moeten dus niet alles aan de software overlaten, zegt Sjoerd Groot van Gynzy. "Het is niet: 'Hier zijn wat oefeningen, ga maar aan de slag'. De leraar moet nog steeds goede uitleg geven en in de gaten houden of alles goed gaat."

"Het grootste risico is dat de leerkracht denkt dat-ie niks meer hoeft te doen", zegt John Nouwens van uitgeverij Malmberg. Ook hij ziet dat leraren soms kinderen aan het werk zetten zonder goede uitleg. "Je kunt kinderen niet achter de computer zetten en denken dat het vanzelf gaat."

De hoge werkdruk en het lerarentekort vergroten de risico's, vermoedt Joris de Kok van uitgeverij ThiemeMeulenhoff. "Scholen zetten daardoor stagiairs en onderwijsassistenten voor de klas. Die zijn nog minder goed in lesgeven dan ervaren leerkrachten. Zij zullen eerder vertrouwen op het oordeel van de computer."

Lerarentekort
Lees ook:
Lerarentekort lastig voor leerlingen: 'Structuur is cruciaal'

Oefensoftware slim inzetten

Leraren zien ook de voordelen van oefensoftware. "Ik ben blij met het systeem", zegt Van den Helder van basisschool De Venen. "Het bespaart tijd met nakijken en je kunt snel zien waar leerlingen extra ondersteuning nodig hebben. Maar je moet er als leraar wel goed mee omgaan. Dat is de sleutel."

Voor de meeste leerlingen van de Casimirschool gaat oefenen niet meer standaard via de software. "Leerlingen staren nu niet meer alleen naar hun eigen scherm, maar leren weer samen", zegt Aben, die nu groep 5 lesgeeft. "Ze zitten niet meer opgesloten in hun eigen apparaat."

Toch heeft de school Gynzy niet helemaal afgeschreven. "Ik heb nu een leerling die zich niet kan concentreren als ze in het schriftje werkt", zegt Aben. "Maar achter een apparaat laat ze zich niet afleiden. We gebruiken Gynzy ook voor kinderen met dyslexie. Als die woorden oefenen, helpt het als ze die op het scherm zien. Op die manier werkt het goed."

Daar zit het verschil, zegt de Onderwijsraad. "Als scholen er wél goed over nadenken, kunnen kinderen er veel aan hebben. Het is aan alle scholen en leraren om daar goed over na te denken. Anders zullen sommige kinderen achterblijven."