Ga naar de inhoud
Zondaginterview

Lucinda's zus werd vermoord door haar huisbaas: 'Na ruzie over een wasmachine'

Lucinda en Nadia tijdens de zomervakantie in 1995. Beeld © Privéfoto

Precies twintig jaar geleden werd de zus van Lucinda van de Ven, Nadia, vermoord. 25 was ze, en ze werd thuis door haar hoofd geschoten met een pistoolmitrailleur. "De wereld lag aan haar voeten, tot een doorgedraaide gek haar leven afkapte."

Je hoort het ze weleens op het nieuws zeggen. In de rechtbank. In interviews. Nabestaanden van mensen die zijn vermoord die vertellen dat niet alleen de dader, maar ook zij levenslang hebben. 

Wat houdt dat in? Levenslang terwijl je niet in de gevangenis zit? Terwijl je kunt gaan en staan waar je wil?

Voor Lucinda van de Ven (43) betekent het dat je je hele leven lang kwetsbaarder bent. Voor verdriet, voor nachtmerries. Voor andere moordzaken die in talkshows worden besproken. Voor opmerkingen van de buitenwereld. Voor burn-outs. Voor doodskisten op tv. Voor in de ziektewet belanden. "De moord op mijn zus is mijn achilleshiel. Het is moeilijk uit te leggen aan mensen die niet zoiets hebben meegemaakt."

Toch doet ze een poging.

Ze vertelt het in haar podcasts, in haar columns, en hier, in haar woonkamer in Haarlem. Haar zwarte field trial labrador Bengel kauwt op een botje, Lucinda zit met haar benen opgevouwen op de bank. Ze glimlacht als ze aan haar zus denkt. Hoewel Lucinda ouder is dan Nadia ooit is geworden, blijft het altijd haar grote zus. 

Altijd druk, altijd kletsen

"Ze was energiek, opgewekt, vrolijk. Altijd druk, altijd lachen, altijd kletsen. Ze zat bij een ruitervereniging, reed motor, deed aan golf, studeerde medische technische informatica aan de hogeschool in Utrecht. Ze was net vrijgezel, had het gevoel dat de wereld aan haar voeten lag. En weet je? Dat wás ook zo. Ze had plannen. Met haar studie, vriendinnen, werk. We wilden samen naar Spanje voor een taalcursus. Ze had het allemaal kunnen doen als die doorgeslagen gek er niet was geweest."

Het is dit weekend precies twintig jaar geleden dat Lucinda's zus Nadia op 25-jarige leeftijd in haar studentenhuis in Utrecht met een pistoolmitrailleur werd doodgeschoten. Het was toen 2002. De dader was haar huisbaas, Pascal F., die op de benedenverdieping van het pand woonde. Ze hadden ruzie over een wasmachine en droger.

Verbinding verbroken

De eerste kogel vloog door haar hand en eindigde in haar schouder. Het tweede schot, door het hoofd, werd Nadia fataal. Daarna schoot hij nog een paar keer door haar hoofd. Nadia had op het moment van de moord een vriendin aan de telefoon – die hoorde nog net 'goedemorgen', daarna volgde een harde knal en werd de verbinding verbroken. 

"'Nadia is dood'. Mijn moeder vertelde het. In die eerste minuten dacht ik: nee joh, die heeft een ongeluk gehad met de auto, die ligt vast in het ziekenhuis maar komt er snel bovenop. Aan moord denk je niet. Pas toen ik mijn moeder zag en ze zei: 'Lucin, ze is vermoord', geloofde ik haar."

Lucinda voelde niets op dat moment. Geen verdriet, de rouw was nog niet ingezet, er was alleen maar shock – en die shock zorgde ervoor dat ze in de handelmodus ging. Naar haar ouders toe, met de politie praten, horen wat er was gebeurd. En niet geloven wat er was gebeurd. "Ik had zo veel vragen. Wie was de dader? Wáárom was mijn zus vermoord? Om zoiets pietluttigs?"

Spoorloos

De verdenking lag al snel op Pascal F., maar die was spoorloos. Gevlucht, zo bleek later, naar Polen, met hulp van zijn ouders. F. had als militair gediend in Bosnië en daar vermoedelijk de nodige oorlogstrauma's opgelopen. "Hij had behandeld moet worden", zegt Lucinda daarover. "Hij had nooit uitgezonden mogen worden, of er had na terugkeer beter op hem moeten worden gelet, als getraumatiseerde veteraan. Dan was het misschien nooit zo ver gekomen."

Na vier maanden werd F. opgepakt. "In de weken daarvoor verzekerde de politie ons steeds meer: we gaan hem vinden. Ze luisterden toen al Pascals ouders af, maar dat mochten ze natuurlijk niet aan ons vertellen."

Terwijl er voorbereidingen werden getroffen voor de rechtszaak, werd de soap waarin Lucinda en haar familie zaten nog slechter. "Of nog beter", grinnikt ze, "want een soap met veel ellende, dat is goed, toch?" Op de eerste sterfdag van Nadia kreeg Lucinda's vader de diagnose nierkanker. Uitgezaaid. Hij was niet meer te redden, de artsen waren daar vrij duidelijk over, en na een ziekbed van zeven week overleed hij.

Gehalveerd

"Het was onwerkelijk. We waren met z'n vieren, ons gezin was fijn, warm, compleet, en binnen amper een jaar tijd waren we gehalveerd." Ze vindt het wrang, zegt ze, dat haar vader in het laatste jaar van zijn leven zoveel verdriet kende. "Ik zie hem nog staan, bij de kist van zijn dochter. 'Waarom jij, kindje', zei hij, hij bleef het maar herhalen. Hij had het gevoel dat hij, als vader, daar had moeten liggen." 

"Ik denk dat mijn vader zo snel is overleden omdat hij de drive om te leven kwijt was geraakt."

'Je gaat dood vanbinnen'

Het verschil tussen iemand verliezen aan een ziekte en door een moord is levensgroot, zegt Lucinda. "Het gemis is hetzelfde, maar mijn vader kon in warmte en liefde gaan, we waren erbij. Nadia was alleen. En zij is gestorven omdat iemand ánders dat heeft besloten."

Wel is Lucinda – wrang geluk bij een groot ongeluk – blij dat haar vader de rechtszaken niet meer hoefde mee te maken. "Een gemiddeld iemand komt daar nooit, of slechts voor een klein vergrijp. Ik kan die rechtbank wel dromen. Iedere keer dat je daar zit, ga je een beetje dood vanbinnen."

Alle details, van waar Nadia stond (in de gang) tot het aantal schoten (vijf): alles wordt genoemd. "Gruwelijke dingen kregen we te horen. Alsof ze elke keer weer opnieuw wordt doodgeschoten. We zijn tijdens de zitting een keer weggelopen omdat ik niet meer kon stoppen met huilen."

De uzi waarmee Nadia werd vermoord, kwam exact overeen met de uzi die was gebruikt in een andere tot dan toe onopgeloste moordzaak: de moord op verzekeringsagent Anton Bussing. Maar voor die moord is F. vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. 

F. kreeg levenslang, in hoger beroep veranderde die straf in een gevangenisstraf van twintig jaar en tbs met dwangverpleging. "Hij werkte niet mee met de psychiatrische onderzoeken in het Pieter Baan Centrum en hij heeft ons nooit de antwoorden gegeven die we wilden. We weten bijvoorbeeld nog steeds, na al die jaren, niet: hoe kwam hij aan die mitrailleur? Heeft hij die gestolen bij de kazerne waar hij ooit werkte?" 

Vertrouwen geschaad

Het voelde voor Lucinda oneerlijk dat Pascal F. wel een advocaat kreeg terwijl zij als nabestaanden dat recht niet hadden. "Dat alles zo ontzettend goed geregeld is voor daders en verdachten, terwijl wij destijds met lege handen stonden. Dat heeft me, als ik erop terugkijk, een moreel trauma bezorgd: het heeft mijn vertrouwen in een veilige, rechtvaardige wereld echt geschaad. Er was juridisch gezien niemand die voor ons opkwam."

F. kreeg bovendien het laatste woord in de rechtszaal. En als zus kon ze toen, in 2005, wettelijk gezien nog geen aanspraak maken op een schadevergoeding of smartengeld. "Alsof mijn verdriet er niet toe deed. Alsof mijn verdriet tweederangs was." 

Op de kerstkaart

Dat merkte ze ook in haar omgeving. "Er waren mensen die een maand na het overlijden van mijn vader op de kerstkaart schreven: 'Familie Van de Ven'. Ga wég met je 'familie', dacht ik dan: we zijn dat niet meer, we zijn maar met z'n tweetjes over."

En ook: het aantal keer dat mensen aan Lucinda vroegen hoe het met haar moeder ging, was al snel vele malen groter dan het aantal keer dat ze vroegen: 'Hoe is het met jou?' "Voor mijn moeder was haar kind verliezen het allerergste, maar voor mij was het verlies van mijn zus het allerergste. En mensen gaan vaak voorbij aan het feit dat die rouw voor altijd is. Dat dat niet meer zomaar verdwijnt. Nabestaanden willen niets liever dan een luisterend oor."

Studievriendinnen probeerden haar te steunen, maar dat werd naarmate de tijd verstreek steeds moeilijker. "We waren allemaal begin 20 toen het gebeurde, veel te jong om om te gaan met rouw na moord. Ik had op mijn 23ste gesprekken met rechercheurs en medewerkers van justitie, mijn vriendinnen maakten zich druk om tentamens en vriendjes. Mijn leven stond stil." 

'Bevroren in de tijd', noemt Lucinda het weleens. 

Waarom Nadia?

Bovendien kampte ze met overlevingsschuld. Waarom Nadia en niet zij? Waarom kon zij wel, na jarenlang bikkelen, haar studie geneeskunde afmaken? Waarom kon zij wel reizen, met haar moeder weekendjes weg, verliefd worden?

"Als ik hardop lachte of van de zon genoot, voelde ik me rot. Want Nadia kon dat niet meer. En toen ik jaren later met de liefde van mijn leven trouwde, was ik in de zevende hemel. Maar mijn moeder was verdrietig omdat Nadia het niet meemaakte. Ik voelde me schuldig naar haar toe: omdat ik gelukkig was en zij verdriet had." 

Open wonden

Voilà: daar heb je het weer. Die kwetsbaarheid. De mooie dingen in het leven hebben een zwart randje. Haar emmertje is eerder vol. Door relatief kleine dingen zoals werkstress, maar bijvoorbeeld ook toen in oktober 2021 het hoger beroep van de tbs-zitting diende in Arnhem, over de vraag of de tbs van F. zou worden verlengd met één of twee jaar. De terbeschikkingstelling werd toen voor de zesde keer verlengd met twee jaar, maar: "Dáár weer zijn, reet mijn wonden open." 

Pascal F. mag – op aanvraag en als hij aan de voorwaarden voldoet – wel onbegeleid op weekendverlof. "Ik ben bang voor hem. Niet voor mijzelf, maar ik vind het een doodenge gedachte dat deze koelbloedige moordenaar die ons nooit enig inzicht in zijn daden toonde, nu zo veel vrijheden heeft."

In onderstaande video is te zien hoe Lucinda op het besluit over het verlof reageerde, in 2018:

Verbijstering om verlof moordenaar: 'Nadia krijgt geen tweede kans, Pascal wel'

02:11
'Nadia krijgt geen tweede kans, Pascal wel'

Vier jaar geleden liep Lucinda vast. Compleet. Werken lukte niet meer, ze had veel pijn in haar lijf, sliep slecht, zag overal tegenop.

"Dat zie je vaker bij nabestaanden van moord, dat dat vastlopen pas jaren later gebeurt, als alle gerechtelijke rompslomp achter de rug is. En je ziet ook vaak dat ze eerst allerlei andere diagnoses krijgen." Bij Lucinda was het eerst een burn-out, chronische vermoeidheid, gewrichtsklachten, te veel stress. "Alsof niemand het verdriet erkent dat je met je meedraagt." 

Diagnoses

Twee jaar geleden kreeg Lucinda de diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS) en persisterende complexe rouwstoornis (PCES). Dat laatste is iets wat mensen kunnen oplopen na het meemaken van een traumatisch overlijden. Het betekent dat het functioneren van de rouwende langdurig wordt belemmerd.

Lucinda werkte als revalidatiearts, maar moest daarmee stoppen om zélf te revalideren. "Ergotherapie, fysiotherapie, een psycholoog: ik heb het allemaal gehad de afgelopen maanden, en het was nodig, maar ook pijnlijk en confronterend. Ineens zat ik aan de andere kant."

Ze komt er wel, weet ze, maar: ze is er nog niet. Ze moet constant haar activiteiten verdelen. Maar voor dit soort interviews, daar wil ze tijd voor maken. "Mijn moeder en ik hebben het jarenlang verdeeld, alle interviews, de gesprekken op tv. Maar ik merk dat haar vuur, nu ze ouder is, gedoofd is. Ze heeft er de energie niet meer voor. Jarenlang heeft ze als een leeuwin gevochten voor meer gerechtigheid voor nabestaanden." 

De eerste

Zo was Lucinda's moeder een van de eersten in Nederland die een eis indienden voor een schadevergoeding voor haar gederfde inkomsten, bij zowel Pascal F. als zijn ouders. Lucinda's moeder had PTSS, kon haar werk niet meer doen en miste daardoor haar volledige inkomen. Er volgde een wetswijziging die het nabestaanden mogelijk maakte de eis tot schadevergoeding direct in te dienen tijdens de strafzaak. Lucinda en haar moeder kregen na tien jaar procederen een schadevergoeding 'die niet in verhouding stond tot het leed dat ons is aangedaan'. 

"Nadia was mijn voorbeeld, ik keek een beetje tegen haar op. Zij was stoer, ik verlegen. Ik had net het gevoel dat dat een beetje aan het rechttrekken was, dat onze band gelijkwaardiger werd. Ik vind het heel wrang dat dat ons is afgenomen." 

Al twintig jaar doet Lucinda het zonder haar zus: leven. Met horten, met stoten. Ze schreef een dichtbundel over haar verdriet. Ze werkte mee aan een documentaire over de nasleep van de moord. Ze leert steeds meer luisteren naar haar lichaam. Vier dagen werken zit er niet meer in, maar misschien zestien uur, verdeeld over vier dagen – dat zou ze fijn vinden. Er zijn makkelijke dagen, er zijn moeilijke dagen. Het is zoeken naar een balans tussen overleven en leven.

Weer een poging

Aan het eind van het gesprek – hond Bengel is al met zijn tweede botje bezig – is Lucinda even stil. Ze denkt na over de vraag hoe dat nou is. Twintig jaar lange rouw. Wordt het minder, erger, blijft het hetzelfde? 

Weer is het moeilijk om uit te leggen, weer doet Lucinda een poging. 

"Ik kan echt weer voluit lachen en voel ook weer geluk, maar mijn verdriet heeft zich in tweeën gesplitst", zegt ze. "Er is aan de ene kant liefde, het gemis, de pijn dat ze er niet meer is, en aan de andere kant de pijn omdat ze op zo'n vreselijke manier is gestorven. Ik voel soms het ene en soms het andere. Maar wat altijd de bovenhand heeft, is de liefde voor mijn zus."

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar hij of zij bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.