Zondaginterview

Ex-hooligan Robert vecht voor straatkinderen in gevaarlijke krottenwijk van Rio: 'Ik kick op adrenaline'

16 januari 2022 08:49 Aangepast: 19 januari 2022 10:40
Foto links: Robert met kinderen van de Feyenoord sportclub. Foto rechts: Robert als hooligan Beeld © Privéfoto's

"Hier moet jij de rest van je leven gaan werken", zei een stem in z'n hoofd toen Robert Smits (63) op een plein in Rio de Janeiro zag onder welke erbarmelijke omstandigheden kinderen leefden. Het veranderde het leven van de Feyenoord-hooligan voorgoed. Hij nam afscheid van z'n stad Rotterdam, de Kuip en familie.

Hij verhuisde naar de krottenwijken van Brazilië en ging er nooit meer weg.

Robert kon toen nog niet weten dat hij zeven keer getuige zou zijn van moord. Of dat hij regelmatig badend in het zweet wakker zou worden van een nachtmerrie, omdat hij zulke vreselijke dingen had gezien.

Maar, hij wilde maar één ding: de straatkinderen en jongeren uit de krottenwijken helpen.

Leven in krottenwijk

In de bijna 40 jaar dat Robert in Brazilië woont, heeft hij twee voetbalscholen opgezet – de Sparta sportclub (1986) én Feyenoord sportclub (2018) - waar honderden straatkinderen en jongeren uit de favela's (krottenwijken red.) kunnen voetballen. Daarmee probeert hij ze een alternatief te bieden voor de wereld van drugshandel en geweld.

Oprichting van de Sparta sportclub in 1986. Zeven jongens op deze foto zijn inmiddels vermoord. Oprichting van de Sparta sportclub in 1986. Zeven jongens op deze foto zijn inmiddels vermoord.

In al die jaren leerde hij dat de drugsbazen het voor het zeggen hebben. Én hoe belangrijk het is dat je ze kent. "Zij beslissen wat er gebeurt. Als je ergens sociaal werk gaat beginnen, moeten zij het ja-woord geven", vertelt Robert via een videogesprek. De zonnestralen vallen op z'n achterhoofd. Hij zit in z'n huis in de stad Pequeri, 170 kilometer van Rio vandaan. 

"Ze nemen je dan geblinddoekt mee naar een huis en vragen wat je hier komt doen."

Robert merkt dat hij goed met ze kan omgaan. "Dat komt door mijn verleden als hooligan", zegt hij. 

Vondeling in Rotterdamse haven

Roberts leven had een ongewone start. Hij is als baby te vondeling gelegd in een ziekenhuis in Schiedam na een lange bootreis vanaf een Grieks eiland naar de Rotterdamse haven. Zijn vader was een Griekse marinier, zijn moeder een Rotterdamse met een dominee als vader. Ze konden niet voor hem zorgen. Robert leefde een paar maanden in een tehuis en werd daarna geadopteerd. "Ik zie hen als mijn echte vader en moeder."

Hij groeide op in Rotterdam-Kralingen, samen met een broer en zus - ook geadopteerd. Zijn ouders wilden het goed doen, maar waren allebei getraumatiseerd door de Tweede Wereldoorlog. Robert's vader had vijf jaar in een concentratiekamp gezeten, zijn moeder verloor kort voor het einde van de oorlog haar verloofde, die werd vermoord door een naar Nederland vluchtende Duitser.

Robert's familie (zonder zijn broer): moeder, vader, Robert en zus Cora Robert's familie (zonder zijn broer): moeder, vader, Robert en zus Cora

Thuis leidde de trauma's tot de nodige spanning: zijn vader dronk te veel, werd gewelddadig en uitte zijn opgekropte pijn soms door het wild bespelen van het kerkorgel midden in de nacht. De moeder van Robert zocht een manier om ermee om te gaan, ze werd heel druk. De problemen tussen zijn ouders, maakte van hem een stille jongen. Intussen repte niemand een woord over de oorlog. "Je moest het ook niet proberen."

Hooligan bij Feyenoord

Hij zocht een uitweg, al dan niet onbewust, en vond die in de liefde voor Feyenoord. Zijn vader was een fanatieke supporter en nam zijn zoon wel eens mee naar een wedstrijd. Robert keek vanaf de eerste wedstrijd reikhalzend uit naar elk voetbalweekend. "Het gaf mij dat stukkie vrijheid dat ik thuis niet had. Ik kon mezelf tijdens de wedstrijden laten gaan."

Bij de wedstrijd Ajax-Feyenoord in 1977 gebeurde er bij de 19-jarige Robert iets bijzonders. "Het liep vreselijk uit de hand. Supporters van beide clubs gingen met elkaar op de vuist, er werd met lantaarnpalen gegooid, politie kwam eraan te pas. Het was een zooitje. Maar gek genoeg voelde ik mij er enorm toe aangetrokken. Ik vond dat mooi, dat gevoel van elkaar helpen, steunen en voor elkaar vechten. Ik haalde er mijn kracht uit voor de rest van de week."

Robert als hooligan bij Feyenoord Robert als hooligan bij Feyenoord

Als groep trouw zijn aan je club en samen de confrontatie zoeken met andere supportersgroepen gaf hem een kick, een gevoel van adrenaline, die hij door problemen thuis nergens anders kwijt kon.

Zijn ouders wisten niet dat geweld ook onderdeel uitmaakte van het voetbalplezier, tot hun zoon na een wedstrijd niet thuiskwam. "Ik was opgepakt. Ja, toen wisten ze het natuurlijk wel." In totaal is Robert zo'n zeven à acht keer opgepakt. "Voor wat? Ja, voor vechten."

Een halfjaar ertussenuit leek hem een goed idee. Het werd liften door Zuid-Amerika. En daar kwam dat moment van inkeer: hij wilde er nooit meer weg. 

Robert liftend door Europa en Zuid-Amerika Robert liftend door Europa en Zuid-Amerika

Er moest natuurlijk wel iets met voetbal gebeuren, en dus richtte hij de Sparta sportclub op. "Het werd Sparta omdat de kinderen Feyenoord maar moeilijk konden uitspreken", zegt hij lachend. Robert zorgde zelf voor alle sportmaterialen, Sparta was alleen de naam. "Ik heb wel bij Sparta aangeklopt, maar nooit wat gekregen. Ze wisten dat ik een Feyenoordsupporter was…"

Ook begon Robert met het uitdelen van eten en drinken op straat en richtte de stichting Help mij Leven op die voor financiering zorgt vanuit Nederland.

Straatwerk in 1987 Straatwerk in 1987

Hij richtte de stichting REMER op waarmee hij probeerde de kinderen van straat te houden door ze te plaatsen in een pleeggezin, opvangtehuis en later ook dag- en nachtopvang. Ook werd een bijlesschool opgericht, als onderdeel van de stichting.

Robert krijgt vaak te horen wat voor een geweldige man hij is vanwege het werk dat hij doet. Zelf denkt hij daar anders over. Hij is doodsbang voor het flinterdunne lijntje waar hij op loopt tussen goed en kwaad.

Zeven moorden meegemaakt

Zeven keer werd iemand in de favela's voor zijn neus vermoord. Al die keren kon hij er niks over zeggen. "Ik moet mijn mond houden want als de drugsbazen erachter komen, word ik vermoord. Ik weet te veel en zie te veel. Dat is heel moeilijk soms. Je wilt niet weten wat voor nachtmerries ik heb."

"Ik neem veel uit m'n hooliganperiode mee naar de ellende hier in de krottenwijk. Ik kick op adrenaline. Als er geschoten wordt, ren ik niet weg, maar ga ik kijken of ik kan helpen. Ik weet precies wie ik wel en niet kan vertrouwen."

'Heb jij haar niet in brand gestoken?'

Hij herinnert zich de dood van een 14-jarig meisje dat zwanger was van een drugsdealer. "Tussen haar en de jongen was het uitgegaan, de jongen wilde haar niet meer. Alleen toen de drugsbende erachter kwam dat het meisje met iemand anders samenwoonde, namen ze wraak. De jongens sleepten haar uit huis, sneden het kindje uit haar, staken het in brand en vervolgens haar ook."

De dag erna kwamen een paar van die jongens voorbij op de motor en gaven ze mij een hand, vertelt Robert. "Het enige wat ik toen dacht: heb jij haar niet in brand gestoken?"

Ook denkt hij nog weleens terug aan die keer dat hij samen met de 15-jarige Tony uit zijn Sparta sportclub liep. Tony voetbalde daar. Buiten zagen ze dat een zwerver in elkaar werd geschopt. Robert schreeuwde dat ze ermee op moesten houden, Tony duwde iedereen weg. "Maar opeens haalde Tony z'n pistool tevoorschijn en schoot de zwerver door z'n hoofd. Ik wist niet wat ik zag. Maar ik kon er niks van zeggen omdat ik wist dat Tony met drugsbendes te maken had."

Robert bij de Sparta Sportclub tijdens de viering van het 30 jaar bestaan Robert bij de Sparta Sportclub tijdens de viering van het 30 jaar bestaan

Een andere keer vertrok hij na de training bij de Sparta sportclub en reed de weg af naar beneden, toen hij iemand doorzeefd met kogels op straat zag liggen. "Ik zag dat hij aan het doodgaan was. Ik wilde hem naar het ziekenhuis brengen, toen ik een paar jongens aan de overkant hoorde roepen: hé Robert, niet meenemen hé! Dood laten gaan! Dan stap je in je auto en ga je weg."

Geloof in God

God is voor Robert de reden waarom hij, samen met zijn vrouw Janine en alle andere medewerkers en vrijwilligers, op straat staat. "Het is de reden dat we anderen helpen en voor hen klaarstaan."

Hij ontmoette Janine toen hij nog maar kort in Brazilië was. Het gebeurde op een vakantiekamp, waar hij naartoe ging met kinderen uit de krottenwijk en zij met kinderen uit een weeshuis. Ze trouwden op een voetbalveld, want dat was nu eenmaal wat Robert in zijn hoofd had voor een bruiloft. Ze hebben twee kinderen, Oetsia (24) en Moises (29).

Robert met zijn gezin Robert met zijn gezin

Kleine Robert had weinig ruimte voor het geloof, dit ontstond pas in Brazilië. Het begon bij het horen van de stem in z'n hoofd op het plein in Rio, en breidde zich langzamerhand uit. "Ik woonde in de krottenwijk naast een kerk en gaf op zaterdag voetballes aan de kinderen die dichtbij woonden. Veel van hen gingen op zondag naar de kerk en vroegen of ik een keer meeging. Zo werd het geloof steeds sterker."

Onlangs heeft Robert zelfs nog een tweede voetbalschool opgericht. Weer was het zijn stem waar hij naar luisterde. "Ik zat in de tram en dacht na over favela's in Rio waar het niet goed ging. Opeens hoorde ik de woorden 'faz quem quer' wat 'doe wat je wilt' betekent. Ik zocht de naam op en zag dat een favela zo heette."

De Feyenoord sportclub (in het Braziliaans: Escolinha Feyenoord) De Feyenoord sportclub (in het Braziliaans: Escolinha Feyenoord)

"Ik ging erheen en hoorde dat het heel slecht ging daar. Tienduizenden mensen leefden tegen een berghelling, er was geen school, geen ziektepost en een waanzinnig grote drugsbende. Op die plek ben ik toen Feyenoord sportclub begonnen. Ja, die aantrekkingskracht is soms heel sterk."

'Drugsoorlogen eindigen nooit'

De liefde van Robert voor de straatkinderen is groot. Er is alleen één ding dat hij ze niet toestaat: een shirt dragen van die ene club uit Amsterdam. "Toeschouwers geven soms een shirt van Ajax aan de kinderen… Dat kan niet. Niemand mag een shirt van Ajax aan. Dus die leveren ze dan bij mij in. In de winkel mogen ze dan een ander shirt uitkiezen dat ze graag willen."

Ook als iemand in Rio langsfietst in een Ajax-shirt, houdt hij zich niet gedeisd. "Waarom ben je voor Ajax?", roep ik altijd. "Het blijft een gevoelig onderwerp."

Robert wil nooit meer terug naar Nederland. "Ik geloof dat drugsoorlogen nooit eindigen, omdat corruptie te veel verwikkeld is in de maatschappij. Ons werk zal altijd nodig zijn."

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar hij of zij bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore