Zondaginterview

Ooit was ze ondervoed en verwaarloosd, nu heeft Rowena (30) huisje-boompje-beestje

12 december 2021 07:55 Aangepast: 13 december 2021 14:55
"Soms denk ik: hoe heb ik het leven toch zo goed op de rit gekregen?"

Ondervoed en verwaarloosd werd Rowena als baby'tje opgenomen in het ziekenhuis. "Mijn moeder wilde geen dochter." Daarna hopte van pleeggezin naar instelling. Nu is ze 30 en heeft ze haar eigen huisje-boompje-beestje. En een baan bij Jeugdbescherming, de instantie die in haar jeugd niet goed naar haar luisterde.

Hoe dan?!

Dat is wat Rowena (30) soms denkt als ze vanaf een afstandje naar haar eigen leven kijkt. Ze gaf vanochtend bij vertrek haar vrouw en dochtertje een kus en reed in haar nieuwe auto (een blauwe Ford Fiësta) naar haar werk in Den Bosch. Daar opende ze de deur met haar badge, ze logde in op de computer en toen popte dus die gedachte weer eens op: hoe heb ik dit leven, waarin alles klopt, voor elkaar gekregen?

Hoe dan?!

Van ver

Rowena komt, wat je noemt, 'van ver'. Haar ouders leerden elkaar in een jeugdinstelling kennen toen ze 16 en 17 waren, ze woonden daar allebei vanwege hun slechte, onveilige thuissituatie. Binnen een halfjaar was haar moeder in verwachting van hun eerste kind: een zoon. Rowena's broer. Een kindje dat met euforie en blijdschap werd ontvangen. "Ze wilde echt heel erg graag een jongetje", vertelt Rowena in haar kantoor op een bedrijventerrein in Den Bosch. 

Ze heeft een onmiskenbaar Brabants accent ('hier geboren en getogen'), heeft een dun, elegant zwart randje eyeliner boven haar ogen, een tattoo op haar arm is zichtbaar. "Mijn broer kwam niets tekort."

Nee, dan Rowena. Ze werd twee jaar later geboren, was drie maanden oud toen ze werd opgenomen in het ziekenhuis. Haar opa's en oma's hadden melding gemaakt bij jeugdbescherming dat het thuis niet goed ging. Rowena bleek ondervoed en door haar moeder verwaarloosd. De artsen hebben zich veel zorgen gemaakt.

"In het ziekenhuis knapte ik op." "In het ziekenhuis knapte ik op."

"Mijn broer was fysiek gewoon gezond. Die kreeg eten, drinken, schone luiers, en alle aandacht die hij zich wensen kon. Maar mijn moeder heeft nooit een dochter gewild."

Ongewenst. Dat was ze – weet ze uit haar dossier, dat 'behoorlijk dik' is. Het was gek om over haar eigen leven te lezen, zoals je uit een geschiedenisboek leest, maar dan was het haar eigen verleden.

Niet zwart-wit

Rowena en haar broer werden tijdelijk in een pleeggezin geplaatst. De verhalen over die eerste maanden lopen sterk uiteen. Ze heeft van horen zeggen dat dat niet goed ging, haar broer schijnt stoelen in de box te hebben gegooid als Rowena daar in lag. Uit onmacht. Rivaliteit. Maar ze heeft ook van horen zeggen dat haar broer juist goed voor haar zorgde omdat haar moeder dat nooit had gedaan.

Waar Rowena maar mee zeggen wil: er zijn zo veel verhalen. "Misschien is de waarheid niet zwart-wit. Maar het was niet goed. Thuis. Dat was het echt niet."

"Ik was heel lang boos. Op iedereen." "Ik was heel lang boos. Op iedereen."

Toch mocht haar moeder het nog een keer proberen, onder begeleiding. "Ze kon het niet. Of ze wilde het niet. In elk geval: ze dééd het niet. Ze bleef in bed liggen, of liet mij in bed liggen huilen, kon het vaak niet opbrengen met mij te spelen of me te verschonen." Na een halfjaar werden Rowena en haar broer definitief in het pleeggezin geplaatst waar ze daarvoor al tijdelijk zaten.

Rowena's pleegouders hadden een eigen zoon, een adoptiedochter en een adoptiezoon. Het was er warm. Fijn. Liefdevol. Koekhappen op kinderfeestjes, elke week naar scouting worden gebracht en opgehaald. Naar Frankrijk met de caravan. Samen ontbijten, de stoel versieren als er iemand jarig was. Ze kon haar pleegouders altijd opbellen als ze haar fietssleutel kwijt was: 'Alweer?' 'Ja alweer.' 'Ik kom eraan.'

Jaloezie

Rowena bleef, haar broer ging na een paar maanden weg. Hij kwam eerst in allerlei instellingen terecht, en ging op zijn elfde terug naar hun moeder. "Daar was ik weleens jaloers op, maar later vertelde hij dat hij juist jaloers was dat ik in dat pleeggezin mocht blijven. Daar had ik ook wel veel geluk mee."

Bij haar pleeggezin was het elf jaar lang warm, liefdevol. Fijn. Bij haar pleeggezin was het elf jaar lang warm, liefdevol. Fijn.

Tot de eerste scheurtjes in het huwelijk van haar pleegouders zich openbaarden. Rowena was 11. "Het ging niet goed tussen die twee, van de een op de andere dag vertrok mijn pleegvader. Ik weet nog dat hij bij mij op mijn bed kwam zitten en het me vertelde. Hij huilde. Ik zei: 'Het is de eerste keer dat ik je zie huilen'. Pas later besefte ik wat zijn vertrek voor ons gezin betekende."

Onderbuikgevoel

Hij was een pilaar. Die pilaar was nu weg. Rowena's pleegbroer en pleegzus gingen met haar pleegvader mee, zij bleef bij haar pleegmoeder, dat was nu eenmaal de afspraak vanuit jeugdzorg. "De biologische zoon van mijn pleegouders was al uit huis, dus we waren met z'n tweetjes. En ik had ergens al zo'n onderbuikgevoel: dit kan voor onrust zorgen. Spanning."

Die onrust kwam er. Die spanning ook. Rowena vindt het moeilijk om in detail te treden, ze gaat een beetje ongemakkelijk verzitten, speelt met haar waterflesje – want weet je wat het is? Ze is continu met zichzelf in conflict. Bijna elf jaar lang was het goed. Maar de laatste drie jaar, tot haar veertiende, waren 'echt heel kut'. Soms is ze loyaal naar haar pleegmoeder: zij leerde Rowena hoe het moet, liefhebben. Opvoeden. Maar soms is Rowena woest op haar, 'met elke vezel in mijn lijf'.

Niet liegen

Goed. Een paar details dan, niet te veel: Rowena voelde zich onveilig. Fysiek onveilig. Ze gaf het via duidelijke hints aan bij de scouting. Op school. Bij Jeugdzorg. Nadat een ruzie flink escaleerde thuis, is Rowena op haar fietsje naar het centrum gegaan, naar een telefooncel, om haar voogd te bellen dat het niet meer ging, dat haar pleegmoeder geen goede pleegmoeder meer was. "Mijn voogd zei dat mijn pleegmoeder had gebeld. Ze had hem verteld dat ik degene was die door het lint was gegaan. Mijn voogd zei: 'Je mag niet liegen, Rowena'. Er werd gewoon niet naar mij geluisterd."   

"Ik vond dieren leuker dan mensen." "Ik vond dieren leuker dan mensen."

"Mijn pleegmoeder vertelde continu slechte verhalen over me. Ik zou spijbelen, stiekem alcohol drinken, met allerlei jongens in de bosjes liggen – ik viel op meisjes, maar iedereen geloofde mijn pleegmoeder en dacht: poeh, ja, nee, ze heeft het maar zwaar met die Rowena. Maar ik wás niet heftig. Toen bedacht ik: wat nou als ik alles ga doen wat zij zegt?"

Ja. Wat dan?

Zo opgelucht

Ze begon te stelen. Kleine dingen. Stickers, ballonnen, kauwgomballen. Ze begon met jongens te flirten ('een kusje, meer niet, maar tóch'). Ze begon te spijbelen. Werd brutaal tegen leraren. "Ik werd steeds onhandelbaarder. Tot mijn pleegmoeder in complete hysterie de voogd belde. 'Rowena moet weg'. Ik ben nog nooit zo opgelucht geweest."

Maar 'weg' betekende ook: thuisloos. Dakloos. Hoppend van jeugdinstelling naar pleeggezin naar jeugdinstelling, welkom in wat Rowena 'de jungle van jeugdzorg' noemt. "De enige plek waar het tussen mijn veertiende en achttiende fijn was, was een zorgboerderij." Een glimlach. Rowena denkt weer even aan die nuchtere boeren, niet lullen maar poetsen, dat soort types. En aan de paarden die ze mocht verzorgen. De boerderij waar ze in verbleef. Al die ruimte om haar heen. "Maar alles wat goed was in mijn leven, was van korte duur. Ik heb mijn spullen niet uitgepakt, ik liet alles in dozen, uit angst: ik moet toch weer weg."

Rowena en haar vrouw. Rowena en haar vrouw.

Een wegwerpkind. Zo voelde ze zich lange tijd. Alsof het op haar voorhoofd stond, en iedereen zich daarnaar gedroeg. "Ik werd een boos mens. Een heel boos, dwars mens. Ik stond te schreeuwen op straat, blafte begeleiders af. Ik vertrouwde volwassen mensen niet meer."

Nadat ze uit het begeleidwonentraject werd geknikkerd, omdat ze zich niet aan de regels hield, en 18 dus volwassen was geworden, stond ze op straat. Eén nacht sliep ze op het station, een nacht op de begraafplaats, waar haar beste vriendin lag, die overleed aan een heftig scooterongeluk. "Mijn kleren zaten in een vuilniszak, ik had geen huis, geen geld, geen familie. Ik zei hardop: wat nu. Ja. Zeg het maar."

Kom maar hier

Niemand antwoordde. Ze bedacht het zelf. Ze belde een meisje, een lotgenootje, dat ze in een van de instellingen had ontmoet. Een meisje op wie ze eigenlijk al heel lang verliefd was. "Ze woonde toen bij een begeleider, die tegen me zei: 'Je mag hier een nachtje of twee slapen, maar dan moet je wel de hulp aannemen die ik je aanbied'."

Oh nee, dacht ze, daar gaan we weer. Maar goed, wat moest ze anders? Ze stemde in, wat ze nu 'de beste keuze ooit' noemt.

Rowena en haar dochtertje van 2. Rowena en haar dochtertje van 2.

Ze kreeg een appartementje in de omgeving van Eindhoven, een uitkering, werd aangemeld bij de dagbesteding en ontmoette een jeugdwerker die door haar heen prikte. Iemand die Rowena liet voelen: hang dat maskertje maar aan de wilgen.

"Als ik zei 'hm-m', dan wist zij dat ik 'nee' bedoelde. En als ik lachte, wist zij dat ik eigenlijk wilde huilen. Toen vond ik dat vrij kut, achteraf denk ik: dat was mijn redding."

Kopje onder

Naar school wilde Rowena niet meer toen ze op zichzelf woonde, ze had haar vmbo-diploma gehaald ('hoe dan?!') en was klaar met studeren. Ze vond een baan in de horeca, kreeg een relatie. "Soms ging ik weer kopje onder, maar het lukte me elke keer weer boven te komen. Hoe donker het ook was in mijn leven of in mijn hoofd. Daar kreeg ik op een gegeven moment wel vertrouwen van: ik sta nog, dus ik doe kennelijk iets goed."

Wat is Jeugdbescherming? 

In de Jeugdwet staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp. De uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen wordt gedaan door organisaties zoals Jeugdbescherming Brabant, waar Rowena voor werkt. 

Jeugdbescherming wordt een 'kinderbeschermingsmaatregel genoemd', zo valt te lezen op de site van Jeugdzorg Nederland. Het is een maatregel die aan gezinnen wordt opgelegd door de rechter. Dat gebeurt wanneer 'de gezonde ontwikkeling' van een kind wordt bedreigd. De regel wordt opgelegd als vrijwillige hulp voor het gezin niet of onvoldoende werkt. 

De rechter kan twee soorten maatregelen opleggen:

Het contact met haar moeder is verbroken, het contact met haar broer is er af en toe, en elke zondagavond belt ze met haar vader, die ze naar enig speurwerk heeft gevonden in Amerika. "We hebben heftige gesprekken gevoerd. Hij liet me heel erg boos zijn, dat had ik nodig, daarna heeft hij zijn excuus aangeboden. Nu kan hij de vader zijn die ik zo heb gemist."

Niet voor de lol

Inmiddels heeft Rowena toch een studie afgerond. Ze stuitte op een opleiding voor ervaringsdeskundigen en dacht echt: dat is gek zeg. Dat sláát toch nergens op. Ervaring heb je, of ervaring heb je niet.

Maar ze ging overstag. Ze studeerde een jaar, ging als stagiair aan de slag in de jeugdhulpverlening, trainde jarenlang medewerkers en werkt sinds februari dit jaar bij Jeugdbescherming Brabant. Dat is de plek waar gezinnen terechtkomen na een uitspraak van de kinderrechter, waar bij kinderen bijvoorbeeld uit huis moeten worden geplaatst of onder toezicht moeten worden gesteld (zie kader hierboven, red.).

"Ze komen hier niet voor hun lol", zegt Rowena. "Ze beginnen dan heel erg over 'wij' en 'jullie' te praten. Maar weet je? Ik heb zo vaak geroepen, als ik tegenover de zoveelste hulpverlener zat: 'Jij weet niet hoe het is!'. Maar ík weet wél hoe het is. En ik heb gestudeerd om dat in te kunnen zetten."

"Mijn diploma was zo'n mijlpaal." "Mijn diploma was zo'n mijlpaal."

Ze geeft trainingen aan jeugdbeschermers, is er om advies te geven. "Ik kan ze vertellen hoe het is om als jongere in zo'n instelling te zitten. Ik kan vertellen hoe logisch het is dat ouders in het begin woest zijn, als er een jeugdwerker op hun stoep staat."

Niet voor niets

"Ik had de zorg, na alles wat er is gebeurd, de rug kunnen toekeren. Dat was misschien wel makkelijker geweest. Logischer. Jeugdzorg heeft steken laten vallen. Ik heb me zo ongehoord en ongezien gevoeld." Later is ze nog eens het gesprek met haar voogd aangegaan. "Daardoor heb ik daar nu rust over."

Ze vindt het 'doodzonde' om niets te doen met haar ervaring. Dan zou alles voor niets zijn geweest. 

En dus heeft Rowena nu een 'grotemensenbaan'. "Ik wil het meest saaie, rustige, burgerlijke leven dat je je bedenken kan", zegt ze lachend. "Ik heb zo veel spanning en sensatie in mijn leven gehad. En daar ben ik klaar mee. Burgerlijkheid: ik vind het geweldig." Dat vindt ze in haar eigen huis in Brabant, met haar hond, haar kat, haar vrouw (inmiddels is Rowena getrouwd), hun 2-jarig dochtertje en een tweede kindje op komst.

Hoe dan!?

Eigenlijk weet Rowena het antwoord op die vraag ook wel. Gewoon doorgaan. Niet opgeven. Wie valt, leert ook opstaan.

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar hij of zij bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore