Mentaal welzijn in geding

Rapport na zelfdoding infiltrant: professionaliteit undercoveroperaties schiet ernstig tekort

17 november 2021 14:26 Aangepast: 03 februari 2022 18:07
Beeld © ANP

De politie heeft te weinig oog voor het mentale welzijn van infiltranten. Dat is één van de conclusies van een onderzoek naar aanleiding van de zelfdoding van een infiltrant op 14 april dit jaar. De professionaliteit van het team voor undercoveroperaties laat in zijn geheel 'ernstig te wensen over', is het harde oordeel.

De politieman die eerder dit jaar een einde aan zijn leven maakte, zat in het team Werken Onder Dekmantel (WOD) van de afdeling Afgeschermde Operaties. De man werd onder de schuilnaam Peter Paul Bakker ingezet bij een geheime operatie die in 2020 startte in het Brabantse dorp Zevenbergschen Hoek. De risico's voor het mentale welzijn en de integriteit zijn vooraf en tijdens de operatie 'onvoldoende onderkend'.

Intieme relatie

De operatie was gericht op het verzamelen van informatie over de mogelijke criminele activiteiten van onder andere Joop M., een verdachte in een corruptiezaak in de haven van Vlissingen. De infiltrant moest zich voordoen als zijn joviale buurman.

Op 14 september 2020 werd deze Joop M. aangehouden, maar de undercoveroperatie ging door. De infiltrant moest nu via de vrouwelijke partner informatie zien te verkrijgen. Er ontwikkelde zich in deze periode echter een 'intieme relatie' tussen deze personen - iets wat de infiltrant voor het politieteam aanvankelijk verhulde, zo staat in het rapport.

Miniatuurvoorbeeld
Zie ook:

Puinhoop bij undercover-unit politie: 'Er is een angstcultuur'

Hoewel een andere infiltrant het team waarschuwde voor deze ontwikkeling, werd niet ingegrepen. Sterker nog: de infiltrant heeft 'zelfs lange tijd min of meer alleen verbleven in de onmiddellijke nabijheid van het vrouwelijke subject'. 

Waarschuwingen niet serieus genomen

Toen vanaf maart 2021 meerdere infiltranten werden ingezet, werd niet alleen duidelijk dat de relatie te nauw was geworden maar ook dat het 'mentale welzijn' van de infiltrant te lijden had onder de operatie. Ook deed hij uitspraken die passen bij het zogenoemde undercover Stockholm-syndroom. Dat is het verschijnsel waarbij een slachtoffer sympathie krijgt voor een dader. "Waarschuwingen hierover werden - wederom - niet voldoende serieus genomen en leidden niet tot adequate interventies", staat in het rapport.

De infiltrant vertelde op 9 en 12 april 2021 aan zijn team dat de vrouw een 'fysieke toenaderingspoging' had gedaan - zij zou hem meerdere keren hebben proberen te zoenen. De infiltrant vertelde dat de persoonlijkheid die hij had aangenomen in de operatie 'onder zijn huid' was gekropen. "Ook dit leidde niet tot adequate interventies", schrijft de commissie. Verderop in het rapport blijkt dat de infiltrant een 'veel te beperkte en misleidende weergave' van de werkelijkheid had gegeven.

Niet meer een-op-een contact

Er werd ingegrepen: de infiltrant mocht niet meer alleen in de woning verblijven en geen een-op-een contact meer hebben met de vrouw. Hij was daarvan 'dermate aangeslagen' dat de vrouw merkte 'dat er iets met hem aan de hand was'.

Enkele dagen later maakte hij een einde aan zijn leven. In zijn afscheidsbericht schreef de man dat zijn leven hem was afgenomen door de persoonlijkheid die hij in de operatie had aangenomen. Hij sprak de hoop uit dat hij herinnerd zou worden onder zijn echte naam en met zijn echte persoonlijkheid.

Zie ook: De politie undercover: zo gaat dat in zijn werk

De rechtbank in Rotterdam deed vorig jaar uitspraak in het grootste terrorismeproces in jaren. Zes verdachten stonden terecht voor het voorbereiden van een grote aanslag.

Na dit tragische voorval is een onderzoekscommissie ingesteld. Die werd geleid door Oebele Brouwer, burgemeester van Achtkarspelen en voormalig Recherche Officier van Justitie.

Te weinig aandacht voor mentale welzijn

Deze commissie constateert vandaag dat de professionaliteit van het team Werken Onder Dekmantel (WOD) 'als geheel ernstig te wensen overlaat'. "Er is te weinig aandacht voor de risico’s van heimelijk werken voor het mentale welzijn van infiltranten. Ook worden belangrijke operationele besluiten op een te laag hiërarchisch niveau genomen en ontbreekt het aan een breed afwegingskader."

Niet alleen de veiligheid en afscherming van infiltranten zou voorop moeten staan maar ook hun mentale welzijn en integriteit. "Dit is op dit moment niet met voldoende waarborgen omkleed binnen de WOD."

Heb jij vragen over zelfmoord?

Stichting 113 Zelfmoordpreventie: bel 113 of 0800-0113 (gratis), of anoniem via de chat op de website 113.nl 

24 uur per dag bereikbaar, 7 dagen per week

Aantrekkingskracht op vrouwen

De commissie schrijft ook dat infiltranten 'extra kwetsbaar' zijn voor bepaalde werkomstandigheden. De organisatie is hier volgens de onderzoekers onvoldoende waakzaam voor en spant zich 'onvoldoende in om het individu te behoeden voor die risico’s'. In het rapport staan voorbeelden van kwetsbaarheden van de infiltrant in kwestie. Hij had een neiging om autonoom te opereren. Ook wordt zijn aantrekkingskracht op vrouwen genoemd.

De onderzoekers zijn ook kritisch over de duur van sommige operaties. Die worden soms te makkelijk verlengd. Deels omdat medewerkers niet graag stoppen met dit 'unieke werk', maar ook omdat de 'systematiek' rond het verlengen van de operaties niet overeenkomt met de praktijk.

Verder worden belangrijke operationele besluiten op een 'te laag hiërarchisch niveau genomen' en ontbreekt het aan een 'breed afwegingskader'.

Specifiek schrijft de commissie dat in de operatie in Zevenbergschen Hoek ethische grenzen zijn overschreden. Het politieteam had moeten voorkomen dat de infiltrant een emotionele band met de vrouw zou krijgen. De infiltrant had ook contact met het zoontje van de verdachte. Dit acht de commissie 'volstrekt onaanvaardbaar', zonder daar verder op in te gaan.

Vervolgonderzoek

Demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) neemt maatregelen en kondigt een vervolgonderzoek aan. De minister noemt de bevindingen 'ontluisterend'. "Dit mag nooit meer gebeuren."

'Sterke schuldgevoelens en schaamte'

Wat er zich precies in het hoofd van de man heeft afgespeeld, blijft de vraag. De commissie schrijft:

"Uit zijn afscheidsbericht blijkt dat de infiltrant sterke schuldgevoelens had en schaamte voelde ten opzichte van zijn echtgenote en zijn gezin, naast de mentale problemen die naar de overtuiging van de commissie samenhangen met het langdurige en intensieve infiltratietraject. De commissie veronderstelt dat de infiltrant ook schaamte voelde over het in zijn ogen falen als infiltrant en politieman; twee zaken die voor hem en zijn omgeving van waarde waren."

"Tenslotte kunnen ook de onzekerheid over zijn baan en schuldgevoelens ten opzichte van het vrouwelijke subject en haar gezin een rol hebben gespeeld. De commissie kan dan ook niet anders dan concluderen dat er een relatie is tussen het overlijden van de infiltrant en zijn werk. Een harde maar onvermijdelijke conclusie.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore