Steeds minder contact

Bron- en contactonderzoek afgeschaald: 'Kost tijd om nieuw personeel te vinden'

04 november 2021 14:31 Aangepast: 05 november 2021 15:45
Een medewerker van het bron- en contactonderzoek van de GGD. Beeld © ANP

Test je positief op corona, dan belt de GGD je en wordt er bron- en contactonderzoek gedaan. Zo zou het in ieder geval moeten gaan, maar dat is vaak niet zo. "Als de besmettingen oplopen, moet de capaciteit van het bron- en contactonderzoek ook meeveren." En dat lukt niet.

Afgelopen week werd nog bij 62,5 procent van de besmette mensen een zogenoemde contactinventarisatie gedaan. Een week eerder was dat nog 86,7 procent. Door naregistraties kan dat percentage nog oplopen, maar niet tot het niveau van de afgelopen weken.

Een contactinventarisatie houdt in dat de GGD zelf alle nauwe contacten van een besmet persoon nabelt en informeert, zegt GGD-woordvoerder Bert van Plateringen. "De GGD kiest bij een snelle stijging van besmettingen voor een andere manier van bron-en contactonderzoek. Namelijk door aan de besmette persoon zelf te vragen om zijn of haar nauwe contacten te informeren. Op die manier wordt het niet meegeteld als contactinventarisatie."

'Onderzoek afgeschaald'

De uitleg van het RIVM: "Bij grote aantallen positieve testen wordt het bron- en contactonderzoek afgeschaald. Dat hebben we bij andere besmettingsgolven ook gedaan. Maar omdat er nog altijd bij grote aantallen contactonderzoek wordt gedaan, hebben we nog wel een beeld", zegt woordvoerder Harald Wychgel.

Hieronder de contactinventarisaties van de afgelopen weken. Rechtsonderin is het verschil met afgelopen weken goed te zien.

Dat contactonderzoek wordt ook afgeschaald omdat er niet meer genoeg mensen zijn die het uit kunnen voeren. "Doordat de scholen en de horeca in september weer open zijn gegaan, hebben we een deel van onze medewerkers zien vertrekken. Het kost tijd om nieuw personeel te vinden en op te leiden. Wij spannen ons al weken continu in om de bezetting op peil te houden", zegt Bert van Plateringen van de GGD.

5 fases in contactonderzoek

Er worden nog altijd veel mensen wél gebeld. Maar van een echt onderzoek is lang niet altijd sprake. Van Plateringen: "We werken in 5 fases. Fase 1 houdt in dat het volledige bron en contactonderzoek wordt uitgevoerd. Als de besmettingscijfers stijgen, bepalen de GGD'en per regio en per dag in welke fase zij het bron- en contactonderzoek inzetten. Hoe hoger de fase, hoe minder uitgebreid het bron- en contactonderzoek wordt gedaan. In fase 5 worden mensen alleen nog gebeld om een positieve testuitslag door te geven."

En die fase 5 is soms al bereikt, zoals in de regio West-Brabant. "We bellen nog steeds iedereen die positief test, maar de contacten van die mensen gaan we niet meer na", zegt een woordvoerder.

In Rotterdam zitten ze in fase 3: "Dit betekent dat we een persoonlijk telefonisch gesprek voeren om uitleg te geven over de besmetting en navraag doen over de bron van de besmetting. We vragen hen om zoveel mogelijk zijn (nauwe) contacten zelf op de hoogte te brengen van een eventueel test- en quarantaineadvies."

'Bron- en contactonderzoek op maat'

In Utrecht wordt de telefoon in veel gevallen niet meer gepakt, daar krijgen mensen een e-mail waarin informatie staat. In de mail staat dat 'wegens stijgende besmettingscijfers en hoge werkdruk het ons momenteel niet lukt om iedereen telefonisch te spreken'. Besmette mensen moeten vragenlijsten invullen in een speciaal systeem.

In Drenthe gaat het nog weer iets anders. "Hier doen we een combinatie van fase 1 en 4", zegt een woordvoerder. Dat betekent in het geval van Drenthe dat er meer aandacht is voor de clusters waarin meer ongevaccineerden zich bevinden. "Daar focussen we dan op omdat die mensen meer risico lopen. Op die manier doen we aan bron- en contactonderzoek op maat."

'Waarde nu niet groot'

Maar ook dat kan niet in alle gevallen. Ook in Drenthe zijn er bij hoge aantallen besmettingen niet genoeg mensen om het contactonderzoek goed uit te voeren. "In sommige gevallen moeten we niet-gevaccineerden dan toch ook vragen hun eigen contacten te informeren."

Door het afnemende bron- en contactonderzoek weten we dus steeds minder van de herkomst van besmettingen. Volgens Xander Koolman, gezondheidseconoom aan de Vrije Universiteit, is dat logisch als je kijkt naar de manier waarop wij onderzoek doen: "Als je maar kort hebt voor je contactonderzoek, welke contacten vind je dan? Waarschijnlijk alleen de mensen die je kent, en niet de mensen die je hebt gezien in een restauarant, ov, een dance event en dat soort plekken. Als je dat zou willen uitzoeken moet je veel meer tijd nemen."

Koolman denkt dat de waarde van het bron- en contactonderzoek nu niet groot is, maar 'het is ook niet 0'. Koolman: "Het remt de besmettingen wel een klein beetje, maar je vindt niet de informatie wie er besmet raakt en waarom."

Steekproef

Koolman stelt dat je nu alleen de informatie krijgt die je snel kunt vinden. "Ik zou liever zien dat er dan steekproeven worden gedaan en dat die dan wel grondig worden uitgevoerd. Dan weet je meer."

Een voorbeeld van goedwerkend bron- en contactonderzoek

Vorig jaar werden er enkele mensen positief getest in Hillegom. De besmettingen waren laag, maar er konden er door onderzoek een paar worden gelinkt aan café De Kleine Beurs. Na een paar besmettingen die gekoppeld werden, kwamen er vervolgens veel meer aan het licht. Alle mensen die op zaterdagavond 11 juli in dat café waren, moesten vervolgens thuisblijven. Op die manier werd het besmettingscluster in de kiem gesmoord.

Ook mensen die tussen 8 en 16 juli 2020 in De Kleine Beurs waren geweest, moeten hun gezondheid extra goed in de gaten houden en zich melden bij de GGD als ze klachten krijgen.

Ook in de Tweede Kamer zijn grote twijfels over het bron- en contactonderzoek. Pieter Omtzigt vergeleek gisteren tijdens het coronadebat de Nederlandse aanpak met die van bijvoorbeeld Denemarken. "Als ik het Nederlandse bron- en contactonderzoek vergelijk met het Deense, dan hebben ze er in Denemarken vier of vijf keer zoveel tijd voor per persoon."

'Onderzoek nooit gebruikt om besmettingen in te dammen'

Omtzigt: "In andere landen wordt er veel eerder ingegrepen en heeft men actief gestuurd op een laag aantal besmettingen en niet op een laag aantal ic- en ziekenhuisbezettingen."

Dat laatste beaamt gezondheidseconoom Koolman. "Wij besteden zo'n twee uur per persoon aan bron- en contactonderzoek. Als je het goed wil doen ben je zo'n twaalf tot twintig uur bezig. Dat past bij het indammen van de besmettingen. Maar wij hebben een ander beleid gehad dan andere landen. Het onderzoek is in Nederland een beetje gebruikt in de mix met andere zaken. Het is nooit gebruikt om echt besmettingen in te dammen."  

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore