Ga naar de inhoud
Nieuwe maatregelen

Meer inzetten op coronatoegangsbewijs, maar hoe effectief is die maatregel?

Mensen moeten binnenkort op meer plekken hun coronatoegangsbewijs tonen. Beeld © ANP

Het kabinet is van plan het coronatoegangsbewijs op meer plekken in te voeren. Naast kroegen en restaurants wordt het tonen van een QR-code ook verplicht in een deel van de amateursport, op buitenterrassen en mogelijk zelfs op het werk. Maar is het bekend hoe effectief die maatregel is in het terugdringen van het aantal coronabesmettingen?

Het RIVM geeft vooraf een waarschuwing: het meten van de effectiviteit van maar één coronamaatregel is heel erg lastig. Dat komt omdat tegelijkertijd verschillende coronamaatregelen gelden. Daardoor is het moeilijk te bepalen in hoeverre één maatregel verantwoordelijk is voor het terugdringen van de besmettingen, zoals bijvoorbeeld het coronatoegangsbewijs.

Voorkomen besmettingen

De meest voor de hand liggende reden voor het uitbreiden van de coronatoegangsbewijzen is het voorkomen dat ongevaccineerde mensen die toch besmet zijn met corona, naar evenementen gaan. Daar is het Testen voor Toegang voor. Als ze het virus niet hebben, krijgen ze een QR-code. Als ze besmet zijn, krijgen ze er geen.

Zo zijn bijvoorbeeld in de week van 18 tot 24 oktober 1300 mensen positief getest bij Testen voor Toegang. In de week erna waren dat er 1800.

QR-code
Lees ook:
QR-code op terras, mondkapje in de supermarkt: de nieuwe maatregelen op een rij

Meer gevaccineerden

Daarnaast kun je met een QR-code – die je krijgt nadat je bent gevaccineerd, getest of corona hebt gehad – nog wel steeds drager zijn van het coronavirus. Daar zou vooral bij gevaccineerden een grotere kans op zijn. Die zijn immers met veel meer in de samenleving, met een vaccinatiegraad van rond de 84 procent. Dat zijn miljoenen gevaccineerden. Op een evenement zul je daarom waarschijnlijk veel meer besmettelijke gevaccineerden tegenkomen, dan ongevaccineerden.

In de Tweede Kamer zei RIVM-baas Jaap van Dissel vandaag dat gevaccineerden het virus minder lang bij zich dragen en het ook minder snel overdragen dan ongevaccineerden. Hij wees op de cijfers van het Amsterdam Dance Event, dat ruim twee weken geleden plaatsvond. Die lijken volgens Van Dissel aan te tonen dat het verplichten van een QR-code werkt.

Lager aantal besmettingen

Op het evenement, waar iedereen een QR-code moest tonen, zou naderhand zijn gebleken dat 1000 van de 300.000 ADE-bezoekers het virus droegen. Dat komt neer op 0,29 procent van de bezoekers.

Volgens Van Dissel wordt tijdens Testen voor Toegang gemiddeld 0,5 procent positief getest, flink meer dus dan het percentage positieve tests na ADE. "Dus dan zouden we kunnen zeggen: het werkt, want we zitten lager dan wanneer je willekeurig test", zegt Van Dissel.

Bekijk ook: Coronapas op het werk? 'Mensen gaan het als dictatuur zien'

01:57

Contacten terugbrengen

Van Dissel benadrukt dat het belangrijkste argument voor de bredere inzet van het toegangsbewijs het verminderen is van het aantal contacten tussen personen. "Wat we nu moeten doen, is het aantal contacten terugbrengen, de intensiteit van die contacten en hoe lang ze duren. Het coronatoegangsbewijs is daar één van de middelen voor."

In een eerder advies van het Outbreak Managment Team staat over het coronatoegangsbewijs: "De kans dat een deelnemer op een evenement besmettelijk is, is kleiner bij volledig gevaccineerde personen dan bij ongevaccineerde, maar vooraf geteste personen."

Straks
Lees ook:
Straks met QR-code naar je werk? Vijf vragen en antwoorden

Alternatief is lockdown

Een alternatief voor de uitbreiding van de toegangsbewijzen is volgens het kabinet opnieuw een (gedeeltelijke) sluiting van de samenleving, oftewel een lockdown.

Van Dissel zegt dat het uitbreiden van het coronatoegangsbewijs dat moet voorkomen. "Samen met andere maatregelen moet dat ervoor zorgen dat het risico op besmetting verder wordt teruggebracht." Een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad, samen met het naleven van de basisregels, moet volgens hem bijdragen aan een zo snel mogelijke verlaging van het aantal besmettingen.