Zondaginterview

Giorgio begon in de goot, is nu eigen baas: 'Als ik het kan, kan jij het ook'

15 augustus 2021 08:34 Aangepast: 17 augustus 2021 17:53
Ooit leefde Giorgio op straat, nu heeft-ie een diploma en een eigen bedrijf.

Giorgio (30) belandde op zijn 18de op straat. Hij hing op bankjes, sliep onder bruggen en gebruikte drugs. Tot hij een UWV-medewerker ontmoette die hem redde van de afgrond. Nu knokt Giorgio als woonbegeleider voor andere jongeren die nu 'net zo'n kutleven' hebben als hij ooit had.

"Ik wil je wat laten zien", zegt Giorgio als hij in zijn kantoor staat. Het is een ruimte op de tweede verdieping van een groot bedrijvenpand, via de ramen heb je zicht over een industrieterrein. Het is mooi weer buiten, binnen heeft hij airco. Giorgio pakt een plastic tas en haalt er een bruine broek uit, en een trui in dezelfde kleur. Het joggingspak is uitgelubberd, vaal, er zitten gaten in.

"Mijn daklozenpak", zegt hij. "Dit droeg ik maandenlang toen ik op straat leefde, onder bruggen sliep. Ik wil veel vergeten uit die tijd, maar dit pak, ik kan het niet weggooien, ik wil het inlijsten. Het staat symbool voor waar ik toen was – en de stappen die ik heb gezet." Dan grijnst hij. "Geen zorgen, trouwens, het pak is gewassen hoor."

Inderdaad. Een geur van wasmiddel zweeft even voorbij als Giorgio het pak weer opvouwt.

"Kijk", zegt Giorgio, "dit is mijn daklozenpak." "Kijk", zegt Giorgio, "dit is mijn daklozenpak."

Bankjes, bruggen, stoepranden

Hij gaat zitten. Bakje koffie erbij. Het joggingpak staat weer in een tas tegen de muur. Hij moet nog een lijst kopen. Dat komt allemaal wel.

Giorgio praat met een Amsterdamse tongval, die kenmerkende S, hij is er ook geboren maar groeide op in Almere. Hij leefde in zijn twintigerjaren anderhalf jaar lang op straat. Bankjes, bruggen en stoepranden behoorden tot zijn vaste meubilair, kraakpanden en huizen van zogenoemde eendagsvrienden gaven af en toe, op heel barre winterse dagen, beschutting.

In de jaren daarvoor had hij wel een dak boven zijn hoofd, maar onder dat dak – hij schudt zijn hoofd – nee, daar gebeurden geen fijne dingen. Hij woonde er met zijn stiefvader, moeder en halfbroertje. Contact met zijn biologische vader was er niet. Vanaf het moment dat dat halfbroertje werd geboren, Giorgio was toen 6, had zijn stiefvader geen oog meer voor Giorgio. "Ik werd gewoon genegeerd. Dat is zo erg. Of ik nou vroeg: hebben we pleisters? Of: hoe laat eten we vanavond? Ik kreeg nooit meer een antwoord."

"Ik was vroeger geen gelukkig kind." "Ik was vroeger geen gelukkig kind."

Zijn moeder was hem liever kwijt dan rijk. Vraag Giorgio hoe hij zich voelde, vroeger, en er komt één woord uit zijn mond:

Ongewenst.

"Mijn moeder was 21 toen ze mij kreeg. Ongepland. Ze besloot mij te houden, moest het allemaal alleen doen, tot mijn stiefvader in haar leven kwam. Ze had mij nooit moeten krijgen. Ze had nog willen studeren, uitrazen, het leven een beetje leven. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik in de weg stond."

Geen voorbeeldleerling

"Ik geef toe: ik was geen voorbeeldleerling, ze moest vaak op het matje komen bij leraren om te praten over mij. En dan voelde ik altijd: ik ben haar tot last. Ik was geen makkelijk kind, maar ik kreeg ook nooit een knuffel, nooit een 'ik hou van je', er werd nooit gevraagd 'hoe was je schooldag?'. Ik kwam niets tekort qua kleding, eten. Wel qua liefde."

Met zijn broertje heeft Giorgio nog goed contact. Met zijn broertje heeft Giorgio nog goed contact.

Het maakte hem boos. Onredelijk misschien soms ook wel. "Ik voelde me zo onbegrepen en oneerlijk behandeld. Ik stond als klein kind bol van de frustratie. Mijn moeder had misschien haar redenen om te doen wat ze deed, maar het had geen goede invloed op mij."

Ga maar op jezelf wonen

Agressieprobleem, werd er op zijn conto geschreven. Het uitte zich vooral in zijn eigen slaapkamer, waar hij zijn boosheid botvierde op een kast, of zijn bed.

Vanaf zijn zevende tot zijn vijftiende woonde Giorgio in een instelling voor moeilijk opvoedbare kinderen, de ene week zat hij er vier dagen, de andere week zeven. In die tijd scheidde zijn moeder van Giorgio's stiefvader. Toen Giorgio net weer een tijdje thuis woonde, klopte zijn moeder op zijn slaapkamerdeur. Ze ging weer terug naar haar ex. "Dus ik moest weg."

"Ik werd gewoon uit huis gezet. Dat was echt…" Hij denkt even na. Dan: "Kwetsend. Ja. Dat was het echt. Door je eigen moeder."

Giorgio vertelt zijn verhaal om andere jongeren te bereiken. Giorgio vertelt zijn verhaal om andere jongeren te bereiken.

Hij belandde bij een begeleid-wonen-traject, onder het mom 'het gaat niet goed thuis', en daar stond hij na een paar weken weer op straat. "Ik werd er onterecht van beschuldigd een sleutel te hebben gejat. Toen besefte ik echt: ik heb een kutleven."

Het maakt hem nu nog steeds allergisch voor onrecht. Als hij ten onrechte ergens van wordt beschuldigd – al is het iets heel onbenulligs – dan krijgt hij een naar gevoel over zijn hele lichaam.

IJskoud

Op straat was het leven 'niet goed'. Het was winter, ijskoud, hij had een dekentje om zich warm te houden en dat 'foeilelijke' joggingpak. "Ik herinner me nog dat ik op zo'n winteravond werd aangevallen door een andere dakloze. Die dacht dat ik eten had, geld, drugs. We raakten in een gevecht, belandden op het ijs en zakten erdoorheen. Die nacht had ik het zo koud. Ik dacht dat ik dood zou vriezen."

Hij merkt het af en toe nog steeds. Zodra het koud wordt: rillingen. Niet alleen vanwege de temperatuur, maar ook vanwege de herinneringen.

"Ik heb zelfs een keer bij mijn opa en oma aangeklopt, of ik daar mocht slapen. 'Ja', zei oma. 'Nee', zei opa. Ik voelde me echt een paria, alsof ik nergens welkom was. Mijn vertrouwen in andere mensen heeft toen een flinke deuk opgelopen."

Voor een geënsceneerde compilatievideo zocht Giorgio 'zijn' brug weer op. Voor een geënsceneerde compilatievideo zocht Giorgio 'zijn' brug weer op.

Hij ging nog wel trouw een keer in de week met zijn grootouders boodschappen doen, omdat ze dat zelf niet meer konden. "Dat was mijn uitje, en hun uitje. En dan kreeg ik geld mee waar ik zelf ook wat van mocht kopen. Mijn grootouders wisten denk ik niet echt dat ik op straat leefde, maar ze roken het wel. 'Je ruikt', zei mijn opa dan. Of: 'Heb je ui gegeten?'"

Wassen deed hij een keer in de week in een meertje of fonteintje in de stad. Hij at uit prullenbakken. Vocht met andere daklozen om eten. Hij sleet zijn dagen internettend in de bibliotheek, of hangend in het park, of stelend, blowend, onder invloed van harddrugs ook weleens: speed, mdma, coke.

"Geen heroïne, maar ik heb er wel mensen aan onderdoor zien gaan. Ik was ooit eens in een krakerspand met allemaal gebruikers. De volgende ochtend werden we wakker – maar vier mensen bleven liggen. Die hadden gewoon een overdosis genomen, of het was slecht spul. Dat is echt… Bizar."

Oplopende schulden

Al die tijd dacht Giorgio: hoe ga ik hieruit komen? Zijn schulden – zorgkosten, telefoonabonnement – liepen op, een uitkering kreeg hij niet bij gebrek aan een vast verblijfadres. "Ik kon moeilijk mijn vaste bankje in het park opgeven bij het UWV", grijnst hij.

Toen hij weer bij het UWV aanklopte, liep hij per ongeluk naar de verkeerde afdeling, die voor werkzoekenden. En daar liep hij, al wist hij het toen nog niet, een groot keerpunt in zijn leven tegemoet.

"Een vrouw vroeg wat voor werk ik wilde hebben. Ik brak een beetje. Ik zei dat ik niet eens geld had om een huis te huren, om fatsoenlijke kleren te kopen. Ik zei ook: 'U gaat vanavond terug naar uw warme huis. Ik weet nog niet waar ik slaap'. Ze belde haar zus, die werkte bij een woningcorporatie en had contacten bij het Leger des Heils, waar ze niet alleen nachtopvang hebben, maar ook een klein aantal bedden voor langere tijd."

"Ik ben mijn surrogaatmoeder, die ik bij het UWV ontmoette, eeuwig dankbaar." "Ik ben mijn surrogaatmoeder, die ik bij het UWV ontmoette, eeuwig dankbaar."

Een van die bedden werd van Giorgio. Hij moest zijn kamer delen met een drugsverslaafde man, zijn drugs rook je door de hele kamer. Maar hij had een plek. Een dak. Een deken. Een bed.

"Vanuit die plek had ik de rust en regelmaat om werk te zoeken." Wat hij toen ging doen? Hij somt het even op:

- glazenwasser

- nachtkoerier

- lasser

- telefonist bij een taxicentrale

- schilder

Hij volgde verschillende opleidingen – maar maakte ze niet af. Hij hopte van baan naar baan. "Ik vond het moeilijk iets vol te houden. Het mooie was dat die UWV-mevrouw in me bleef geloven. Zelfs als ik afhaakte. Dan belde ik haar, hingen we uren aan de telefoon, en zei ze: 'Oké, Giorgio, we vinden wel weer wat anders'."

Brievenbusangst

Ondertussen kwam hij bij een begeleid-wonen-traject in Almere en deed hij zijn best om schulden af te betalen – maar zijn best leek niet genoeg. "Ik kreeg brievenbusangst. De schuldeisers vlogen me om de oren. Overal kwamen enveloppen met rekeningen vandaan. Soms belde de postbode gewoon aan: 'Kun je even opendoen, er past niets meer in je brievenbus'."

En dat is het probleem bij veel jongeren, zegt Giorgio. "Pas als je het op de rit hebt, komt de ellende. Ik had 20.000 euro schuld. Wit bij bedrijven en instanties, zwart bij vrienden."

Giorgio's bedrijf heet 'Werkelijkheid op Straat'. Giorgio's bedrijf heet 'Werkelijkheid op Straat'.

Hij belandde in de schuldsanering, beet twee jaar op een houtje: geen pretje. "Ik zeg altijd: het is niet moeilijk om ergens te kómen, maar het is wel verdomde moeilijk om er te blijven. Ik wilde zo vaak opgeven. Ik had een huis, een baan, maar kon niets leuks doen of kopen. Het was bikkelen."

Contact met zijn ouders was er amper. Vrienden uit die tijd? Waren er niet. "Vrienden die je op straat maakt, hebben iets oppervlakkigs. Het gaat om drugs. Of je bent aardig tegen iemand omdat je een slaapplek nodig hebt. Iedereen leeft daar voor zichzelf."

Echte vrienden

Hij kreeg een sociale huurwoning, ontmoette nieuwe mensen, echte vrienden, tijdens werk, en ook: tijdens zijn studie, een mbo-opleiding in de zorg. Dat kwam zo: hij kreeg na baantje nummer duizend een nieuwe baan: als slaapwacht bij een instelling waar jongeren onder begeleiding wonen. Giorgio werkte op een plek die hij zelf een paar jaar geleden ook heel hard nodig had. "Mooi of niet dan?"

Hij besefte dat hij in de zorg wilde werken. Toen hij een mbo-opleiding in de zorg volgde, belde hij zijn manager. Of hij niet meer kon doen dan alleen in die nachten werken? "Ik zag de jongeren amper. En ik dacht: ik heb maar één boodschap aan deze jongeren. Eentje maar. Maar wel een belangrijke."

En dat is?

"Als ik het kan, kan jij het ook."

"Ik draag nu pakken. Wie had dat ooit gedacht?!" "Ik draag nu pakken. Wie had dat ooit gedacht?!"

Hij kon aan de slag als woonbegeleider. "Kijk, weet je, zonder arrogant over te willen komen: ik ben een wandelend voorbeeld voor die lui. Heel lief en leuk, al die begeleiders die heel veel werkervaring hebben, maar ik heb stráátervaring. Als ik zeg: 'Ik snap je', dan snap ik ze ook echt. Ik weet hoe kut een verslaving kan zijn. Hoe zwaar het straatleven is. En dat begrip kan net dat ene duwtje zijn waarmee ik iemand toch naar werk krijg, of naar de sportschool, of naar een gesprek met een pscyholoog."

Zelf had hij ook therapie. Lang. Veel. Er werd gepraat. Er werden trauma's verwerkt met emdr-therapie. "Het was niet fijn, in het begin dacht ik bij elke behandelaar: die lul ik wel onder de tafel. Maar uiteindelijk was het nodig en goed voor me. Nu kan ik het verhaal vertellen zonder haperen."

Drugs gebruikt hij niet meer, alcohol alleen met vrienden, om de gezelligheid en het leven te vieren – niet om te vergeten.

Eigen bedrijf

Zijn ellende is nu zijn streepje voor. Giorgio is voor zichzelf begonnen, twee jaar geleden, en wordt nu door allerlei zorginstellingen ingehuurd om te komen helpen. Soms geeft hij trainingen, dan vertelt hij over wat hij zijn 'straatperiode' noemt, soms staat hij op de groep, soms moet hij met iemand mee die met begeleiding de straat op mag.

Vraag hem in welke steden hij al heeft gewerkt, en er komt weer een opsomming: Enschede, Sassenheim, Beekbergen, Zwolle, Deventer, Apeldoorn.

"Ik ben dankbaar voor elk bordje warm eten." "Ik ben dankbaar voor elk bordje warm eten."

Hij ontmoet jongeren die net zo zijn als hij was. Soms liep het goed met ze af, soms niet. Zoals die ene rustige jongen, die al een tijd in een begeleid-wonen-traject zat. Slecht contact met de ouders, veel trauma's. "Ik praatte veel met hem, kon goed met hem." Toen Giorgio op een dag niet met de trein kon vanwege vertraging, bleek dat er iemand voor de trein was gesprongen. "Dat was die jongen."

Niet iedereen is te helpen. Maar iedereen verdient een tweede kans. En een derde, een vierde, een vijfde. Zoals Giorgio kreeg van de UWV-medewerkster, die nu overigens voelt als zijn surrogaatmoeder. Ze zien elkaar regelmatig, bellen en appen veel. "Zij geloofde echt in me. Nu wil ik ándere mensen die hoop geven."

Ik ben er, ik ben er altijd

Hij wijst naar een groot wit bord aan zijn muur. De zon schijnt erop. Er staat een to-dolijst op. 'Klok ophangen', staat erop, 'schilderen'. Dat gaat over zijn kantoorruimte, die heeft dringend een likje verf nodig. Maar er staat ook op 'locatie zoeken'. Giorgio wil zelf een opvanghuis beginnen voor jongeren die begeleid willen wonen. "Ik wil er dan zelf ook gaan wonen, ik ben dan degene die 24/7 tegen jongeren zegt: ik ben er. Ik ben er altijd voor je, wat er ook is."

Hij glimlacht. Hij wordt dan precies dátgene voor anderen, wat hij zelf heeft gemist. "En daarom vertrouw ik er ook op dat het goed komt. Ik heb investeerders, ik heb al twee jongeren die zo bij mij terechtkunnen en nu op de ellenlange GGZ-wachtlijst staan. Nu ben ik op zoek naar een locatie. En dan ga ik begeleiders, therapeuten benaderen."

"Goh", zegt hij. "Moet je me nu horen praten. Soms denk ik echt: huh, ben ik dit? Ik heb gewoon een eigen bedrijf. Een eigen inkomen. Een eigen huis. Met een bed, schone lakens, een fornuis. Ik kan eten koken, ik kan uiteten, ik kan in een auto rijden, ik heb een eigen kantoor buitenshuis."

Vraag Giorgio nu hoe hij zich voelt, en het antwoord is niet meer 'ongewenst', het antwoord is: 'Dankbaar'.

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar hij of zij bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore