Wereldprimeur

20 jaar 'homohuwelijk', Anne-Marie en Hélène waren de eersten

01 april 2021 06:10 Aangepast: 01 april 2021 11:15
Hélène (l) en Anne-Marie tijdens hun bruiloft. Beeld © ANP

Op 1 april 2001 was Nederland het eerste land ter wereld waar het huwelijk werd opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht, het 'homohuwelijk'. Gelijk om middernacht trouwden in Amsterdam vier stellen, onder wie Anne-Marie en Hélène. "We voelden ons heel vereerd."

Al in 1994 pleitte D66'er Boris Dittrich voor de openstelling van het huwelijk. Hij kon toen op weinig bijval rekenen, maar zette samen met twee collega-Kamerleden door. Hun jarenlange campagne leidde ertoe dat de wet op dit punt in 2001 veranderd werd. Toenmalig burgemeester van Amsterdam Job Cohen sloot de eerste huwelijken, gelijktijdig met Anne-Marie en Hélène trouwden er in de Amsterdamse Stopera drie mannenstellen. 

"Het is alweer 20 jaar geleden", verzucht Anne-Marie Thus (51) aan de telefoon. Ze kijkt terug op 'een heel bijzondere dag'. "Een huwelijksdag is natuurlijk altijd bijzonder. En dit was het ook nog eens in juridische zin. Nu hebben 29 landen het huwelijk opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht, maar toen was Nederland het enige."

Oproep in Gaykrant

Anne-Marie en Hélène hadden gereageerd op een artikel in de Gaykrant: wie op 1 april om middernacht wilde trouwen, kon zich aanmelden. "Er waren wel wat voorwaarden, omdat de tijd om het huwelijk te regelen kort was. Je moest in Amsterdam wonen, en in Amsterdam partnergeregistreerd zijn."

Of ze het ziet als een overwinning? Niet een persoonlijke. "De strijd was al jaren eerder ingezet door anderen, die hadden hun nek uitgestoken en waren elke keer weer het gevecht aangegaan. Wij hadden het geluk dat we de poppetjes mochten zijn die daar stonden. We voelden ons wel heel vereerd."

De huwelijken van de eerste vier homostellen in Nederland waren wereldnieuws, en de opmars naar homohuwelijken in meer landen. Toen na ruim 16 jaar op Duitsland volgde, maakten we deze video.

Het huwelijk heeft in de manier waarop zij en Hélène samenleven weinig veranderd, denkt Anne-Marie. "We waren al langer bij elkaar en partnergeregistreerd. Maar de meerwaarde zit erin dat we toen ook de procedure konden starten waarmee Hélène onze kinderen kon adopteren. Dat kon toen niet op een andere manier, en we wilden graag dat ze ook juridisch gezien dezelfde positie had als ik."

"Daarnaast zeg je met een huwelijk ook naar de buitenwereld: dit is degene van wie ik hou en voor wie ik wil zorgen, in goede en slechte tijden."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Twintig jaar later: 40.000 getrouwde homo's en lesbiennes

Maar ook al hebben ze op het gebied van het huwelijk al 20 jaar dezelfde rechten, de positie van LHBTI's is nog zeker niet wat hij moet zijn, vindt Anne-Marie. "In de grondwet staat nog altijd niet dat je niet mag discrimineren op gebied van seksualiteit, die aanpassing moet nog steeds worden doorgevoerd."

Meerouderschap

"En er ligt al ik weet niet hoe lang een voorstel om meerouderschap juridisch goed vast te leggen. Er is zelfs een commissie die concludeerde dat dat heel goed zou zijn voor de kinderen, maar ook daar is nog niets mee gebeurd."

Hélène (l) en Anne-Marie nu. Hélène (l) en Anne-Marie nu.

Ook maakt ze zich zorgen om alle LHBTI-onvriendelijke gebeurtenissen die in het nieuws komen. "Mensen die weer in elkaar zijn geslagen vanwege hun geaardheid, kinderen op een Biblebelt-school die bewust uit de kast worden getrokken en zich onveilig voelen. De Nashvilleverklaring die wordt ondertekend en verdedigd, ouders die op een middelbare school een verklaring moeten ondertekenen waarin staat dat homoseksualiteit niet geaccepteerd is...."

Gevoel van veiligheid

"Dat moet ieders gevoel van veiligheid raken. Ik heb geen last van vervelende reacties, maar dat iemand wordt veroordeeld of in elkaar geslagen op basis van zijn kleur, geloof of geaardheid, daar moeten we ons tegen blijven verzetten."

Ze hoopt dat de acceptatie de komende twintig jaar verbetert. "Ik hoop dat we dan dit gesprek niet meer hoeven te voeren, omdat het dan normaal is dat mensen trouwen met degene van wie ze houden. En dat de term homohuwelijk dan niet meer bestaat, omdat dat onderscheid er niet hoort te zijn. Het is een gewoon huwelijk, met dezelfde rechten en plichten als ieder ander."

Acceptatie van de LHBTI-gemeenschap in Nederland

Nederland was jarenlang een gidsland in de strijd voor gelijke rechten en de acceptatie van LHBTI-personen. Hoe is dat nu?

Echt een gidsland zijn we niet meer, zegt Simon Timmerman van kennisinstituut Movisie. "Er is een aantal landen dat ons toch echt wel voorbijstreeft. Volgens de laatste Rainbow Index scoort Malta nu het beste, en daarna België. Amsterdam wordt ook niet meer gezien als de gay capitol van de wereld."

Dat is niet per se een slechte ontwikkeling: andere landen hebben de afgelopen 20 jaar goede stappen gezet. Maar er zijn wel gebieden waarop Nederland nog werk te verzetten heeft, zoals de wetgeving rondom regenbooggezinnen en geweld tegen LHBTI's.

Movisie schrijft in een nieuw rapport dat 4 tot 6 procent van de volwassenen zich (ook) aangetrokken voelt tot iemand van hetzelfde geslacht of gender. Dat betekent dat ongeveer 1 op de 20 personen lesbisch, homo of bi is. Een grote groep, die nog vaak problemen ervaart door zijn seksuele oriëntatie.

92 procent van de bevolking vindt dat homo's en lesbiënnes zelf mogen weten hoe zij hun leven leiden, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat percentage is onder vrouwen hoger dan onder mannen en onder 70-minners hoger dan onder 70-plussers. Maar 29 procent van de bevolking vindt het tegelijkertijd aanstootgevend als mannen elkaar zoenen, terwijl maar 11 procent het aanstootgevend vindt als een man en een vrouw dat doen. Het percentage van de bevolking dat 'homonegatief' is, halveerde tussen 2009 en 2018 van 15 procent naar 7 procent.

Uitkomen voor hun seksuele of genderidentiteit is voor veel LHBTI's moeilijk. Ruim 2 op de 5 LHBTI-jongeren verbergen dit op school en uit Europees onderzoek van de EU Fundamental Rights Agency bleek in 2020 dat slechts 67 procent van de Nederlandse LHBTI-respondenten meestal of altijd open is over zijn LHBTI-zijn. Het gemiddelde voor de Europese lidstaten is nog een stuk lager: 47 procent. Ruim de helft (57 procent) van de Nederlandse LHBTI-personen loopt nooit of bijna nooit hand in hand met de eigen partner.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore