Zondaginterview

Verslaafd, geknakt en weer opgestaan: dit is het verhaal van ex-gebruiker Piet

13 december 2020 08:22 Aangepast: 20 december 2020 08:35
Links: Piet vanuit de gevangenis. Rechts: Piet nu. Beeld © Foto rechts: Robert de Haan

Vanaf zijn dertiende was Piet Broenland (46) verslaafd. Hij struinde jarenlang stinkend en stelend over straat, leefde van het ene trekje crack naar het andere, en zat vaak in de cel. Nu is hij al jaren afgekickt. En weer gelukkig. "Ik ben geknakt, maar weer opgestaan. Omdat er één iemand was die zei: Piet, jij kan dit."

In het Westerpark in Amsterdam sjokt een man in oude kleren. Hij ziet er ongewassen uit, aan zijn haren te zien heeft hij lang geen kapper bezocht. Zijn schouders hangen. Het is onaardig om te zeggen, maar de man ziet eruit alsof hij stinkt.

Die man is níét Piet Broenland. Piet Broenland zit in het café náást het Westerpark, met een keurige blouse aan, een nette spijkerbroek, haren gewassen, baard getrimd. Maar: die man in dat park, zo was Piet Broenland jarenlang.

Wie was die man?

Om maar met de deur in huis te vallen: Piet raakte op zijn 13de verslaafd aan wiet, vanaf zijn 16de aan harddrugs en tot aan zijn 33ste deed hij er alles voor om in zijn crack- en heroïneverslaving te voorzien. "Als ik daar nu over vertel, dan denk ik: wie was die man? Ik schaam me niet, maar soms schrik ik ervan."

 

"Gebruik nooit het woord junk", vindt Piet. "Gebruik nooit het woord junk", vindt Piet.

Piet groeide op in Soest, in een samengesteld gezin. Toen hij 1 was, werden Piet en zijn moeder verlaten door Piets vader. Ze bleven met flinke schulden achter. Toen Piet 3 was, kwam er een andere man in het leven van zijn moeder. Zijn stiefvader, die praktisch gezien zijn vader werd.

Zijn jeugd noemt Piet 'zeker niet slecht'. Hij kreeg goed te eten, hij had een dak boven z'n hoofd, ze gingen minimaal één keer per jaar op vakantie. Toch was Piet in de war, als kind. "Ik zie mijn jeugd als een vage periode. Er werd niet gevoeld, niet gesproken. Niet over mijn vaders vertrek, of over wat het met ons had gedaan. Ik voelde dat mijn stiefvader niet mijn echte vader was, maar ik wist dondersgoed: ik kan het niet bespreken. Als ik dingen vroeg, over waar papa was, stuitte ik voor mijn gevoel op zo veel weerstand."

"Mijn ouders hebben geen schuld, ze deden hun best, maar die onwetendheid was niet goed voor me."

Geen aansluiting

Hij miste aansluiting, zegt hij nu. Met zijn moeder, zijn stiefvader, maar ook met vriendjes op school. "Ik was zoekende, afgeleid, zat als verlamd in de klas terwijl ik verzoop in mijn huiswerk." Hij is even stil. Neemt een slok van zijn cappuccino. Dan: "Ik verzoop niet alleen in mijn huiswerk. Ik verzoop in mijn hele leven."

Hij heeft nu een eigen bedrijf waarmee bij trainingen geeft. Hij heeft nu een eigen bedrijf waarmee bij trainingen geeft.

Dat werd erger toen zijn zussen – een halfzus en een stiefzus – ook het huis uit gingen. Zijn structuur verdween, er werd niet op hem gelet. "Niks ging normaal in mijn leven. Ik zat op hockey, maar was dan ook degene die in alle opstootjes verzeilde raakte. Ik deed rare dingen. Ineens besloot ik de buitenmuur van ons huis te verven. Of ik rende over auto's heen die in onze straat geparkeerd stonden. Niet normaal voor een kind van 12."

Stiekem roken

Wat dat kind van 12 ook deed: roken. Stiekem, op het schoolplein, bij de stoere jongens tegen wie hij op keek, waar hij bij wilde horen. En waar hij ook bij gíng horen – vooral toen Piet ook een jointje opstak. Bij die eerste hijs voelde hij een rust in zich neerdalen die hij nog nooit eerder had gevoeld. Dus er kwamen heel veel meer hijsjes, en op zijn 15de was Piet al 'zo ver' dat hij geld uit de portemonnee van zijn moeder stal om joints te kopen.

Een jaar later werden het fietsen die hij jatte, en autoradio's. Piet glimlacht, het is een verdrietige glimlach: "Ja, ik ben er niet trots op, maar het is lang mijn specialiteit geweest. Als je het eenmaal kunt, is het niet moeilijk. Maar dat was een andere Piet. Dat is niet de Piet die nu tegenover je zit."

Piet groeide op in Soest, in een samengesteld gezin. Piet groeide op in Soest, in een samengesteld gezin.

Op zijn 16de werd Piet van school gestuurd. In diezelfde periode probeerde hij het contact met zijn vader op te pakken, ze ontmoetten elkaar in een café, Piet herkende hem eerst niet. Ze kregen ruzie, Piet brak bijna de neus van zijn vader, en voelde tegelijkertijd zijn eigen hart breken.

"Ik dacht alleen: welke waarde heb ik als mijn vader me niet als zoon wil?"

Niet lang na de ontmoeting met zijn biologische vader verliet Piet zijn ouderlijk huis. Hij was 16. Zijn hardcoreperiode brak aan, of beter gezegd, zijn harddrugsperiode. "Ik had geen benul van tijd, geen schuldgevoel naar mijn ouders toe, of naar mezelf. Niks kon me nog schelen." Vraag Piet wat hij gebruikte, en hij pakt zijn handen erbij, om op zijn vingers te tellen. Speed, xtc, cocaïne, wiet, alcohol. En dan was het een kwestie van: nachtenlang doorhalen in de club en daarna dagenlang in zijn eigen kamer in de Bijlmer, of bij vrienden, blowend bijkomen op de bank. 

Geld en drugs

Piet was begonnen aan een opleiding aan de grafische LTS, maar hij was vooral met geld en drugs bezig. Hij brak in het holst van de nacht in bij bedrijven op lege industrieterreinen, of hij trok na sluitingstijd bij cafés en restaurants de kassalades en voorraadkasten leeg. "Ik zie me nog staan, in zo'n leeg café, aan zo'n kassalade sjorren."

Piet was een ontaarde, zoekende puber. Piet was een ontaarde, zoekende puber.

Zijn drugs kocht hij inmiddels bij zijn vaste mannetjes op de Wallen. Daar liep hij dan, als 17-jarige tussen de gebruikers die al twintig, dertig jaar aan de drugs zaten. Hij was, zo zegt hij zelf, een nieuweling, maar zat er direct helemaal in.

Hij gebruikte toen al crack. Hoe dat voelt? "Een totale explosie in je brein, niet te omschrijven. Zo gevaarlijk. Je wil het constant gebruiken. De meest volhardende persoon op aarde kan hier geen weerstand tegen bieden. Het hield niet op, ik rookte en rookte de hele dag door, en als ik dagen niet had geslapen, ging ik over op het roken van heroïne."

Honderden euro's per dag

Eén trekje crack kost 10 euro. Piet had honderden euro's per dag nodig. Hij bekostigde dat onder andere door nepdrugs te verkopen aan toeristen. Gestampte stophoest, pepermunt in een zakje, of poedersuiker. De meesten trapten erin.

Het Westerpark, één van de plekken waar Piet vaak rondhing. Het Westerpark, één van de plekken waar Piet vaak rondhing.

Daarna pleegde Piet zijn eerste overval, 17 was-ie, op een postkantoor in een buitenwijk in Utrecht. Zijn hart zat niet in zijn keel, hij had geen klotsende oksels of knikkende knieën. "Nee joh", wuift Piet met zijn hand. "Je bent al zo ver heen. Je bent al zo vaak over je grenzen gegaan. Ik had met mezelf afgesproken dat ik geen wapen wilde, dat liet ik aan een andere jongen over, maar verder ging ik er vrij gewetenloos heen."

Achter de tralies

Piet werd opgepakt en veroordeeld. Hoewel hij 17 was vond de rechter de daad dusdanig heftig dat hij als volwassene berecht werd. Hij verdween voor 2,5 jaar achter de tralies van de beruchte Bijlmerbajes. "Ik had nog nooit een gevangenis van binnen gezien. Ik liet alles over me heen komen, heel gedwee. Ja. Ik was 17. Wat moet je dan?"

Piet was veel op de Wallen, om geld te verdienen. Piet was veel op de Wallen, om geld te verdienen.

In de jaren daarna zou hij, vanwege diefstal, fraude, valsheid in geschrifte, het overtreden van de Opiumwet en schending van de openbare orde, nog vaker in de cel belanden. Laatst had hij het geteld. In totaal heeft hij tien jaar 'binnen' gezeten.

"Ik werd steeds onvoorzichtiger. Ik kon zó de Bijenkorf uitlopen met mijn handen vol met parfumflesjes, ik liep linea recta naar de Wallen, verkocht ze goedkoop aan prostituees en liep via de achterdeur naar de eerste de beste dealer."

Dat hij soms gepakt werd? Daar reageerde hij schouderophalend op. Sterker, in de winter was het fijn: even geen gevecht tegen de kou, de regen. Als hij op het politiebureau arriveerde, vroeg hij al vaak meteen om eten. Hij propte als een malle alles in zijn mond.

Zware jongens

Maar in die gevangenissen liepen ook zware jongens rond. Het heftigste dat hij er heeft meegemaakt, was dat een man op de werkplaats bij een andere gevangene een potlood in zijn oog stak. "Geen prettig gezicht."

"Ik heb geen harddrugs meer aangeraakt." "Ik heb geen harddrugs meer aangeraakt."

Piet heeft, zo zegt hij nu, 'alles gezien'. Steekpartijen, schietpartijen, ruziënde gebruikers om een shot. Er is veel afgunst onderling. "Ik denk niet dat ik er trauma’s aan opliep", zegt hij, "want ik was te ver heen. Maar het doet iets met je kop, al die agressie."

Ook Piets lijf had het zwaar. "Er waren tijden dat ik hoestend over straat liep met een klaplong, door al dat inhaleren, de hele dag. Ik heb ook lang met twee gekneusde enkels doorgelopen na een inbraak. Triest."

Geen mens meer

Piet lacht even. Omdat het zo surrealistisch was. Hij brak in bij een hotelkamer op tweehoog, en bleef in de spijlen van het balkon hangen. "Dat was mijn leven. En het interesseerde me niet. Dat is wat drugs met je doen. Je voelt je geen mens meer."

Douchen deed hij ook niet meer in zijn diepste dalen. "Als ik de tram binnenstapte, gingen mensen aan de kant, omdat ik zo stonk."

Een cel in de voormalige Bijlmerbajes, waar Piet vastzat. Een cel in de voormalige Bijlmerbajes, waar Piet vastzat.

"Weet je? Ik ben vanaf mijn dertiende tot mijn 33ste verslaafd geweest. En doodongelukkig. Ik kan me echt geen enkel moment in die twintig jaar bedenken dat ik geluk heb gevoeld. Relaties lukten nooit, ik kon niet met liefde omgaan, ik kon het niet geven, niet ontvangen. Ik kon niets behalve gebruiken."

Eten is een luxe

Het interview is in een café. Het is nog voor de sluiting van de horeca. Piet neemt een hap van zijn tosti – hij had honger, tijd voor eten. Dat is nog steeds een luxe, vindt hij. Dat hij eten kan kopen wanneer hij wil. En dat hij kan eten wanneer hij wil. En dat hij überhaupt dingen kan kópen. "Laatst liep ik de Bijenkorf uit. Ik heb daar na mijn afkicken vijf jaar lang niet durven komen. Maar afgelopen maand heb ik er een cadeautje voor een vriendin gekocht. Netjes betaald. En tóch word ik nerveus als ik de winkel uitloop. Je bent zó gewend dat het alarm afgaat. Ik vreesde ook voor die beveiligers. Zouden ze me herkennen van toen?"

Piet werkt nu als ambulant begeleider. Piet werkt nu als ambulant begeleider.

Onzin, weet Piet als hij rationeel nadenkt, want hij is niet meer die man die hij toen was. Hij draagt nette kleding, poetst elke dag zijn tanden, doucht iedere dag, zijn baardje is keurig bijgehouden – je zou er een liniaal langs kunnen leggen.

Alleen zijn tanden zijn 'een drama', door het jarenlang niet poetsen, en door de drugs. Piet tilt zijn lip op. "Over een maand gaat alles eruit, krijg ik implantaten."

Gebruik niet het woord 'junk'

Maar verder: in niets zou je zien dat hij een ex-gebruiker is (zeg trouwens geen junk, vindt hij, dat is stigmatiserend en beledigend).

"Niet dat ik me ervoor schaam, hoor. Waarom zou ik? Laten we inzien dat verslaafd zijn allesoverheersend, allesbepalend en allesverwoestend is. Laten we ze helpen. Laten we niet ons hoofd wegdraaien als we ze zien. Elke verslaafde verdient een tweede kans. Of een tiende. Of een honderdste."

Elk hijsje crack kostte Piet zo'n 10 euro. Elk hijsje crack kostte Piet zo'n 10 euro.

Want dat was wat Piet uit het slob trok. De juiste hulp. Hij vond zichzelf, zo ziet hij nu, het niet waard om te stoppen. "Ik leefde op straat of bij vrienden, in van die drugsholen. Ik heb veel momenten gehad dat ik dacht: het hoeft niet meer." Het omslagpunt kwam, min of meer, toen hij begin 30 weer in de cel belandde voor de 'ik-weet-niet-hoeveelste keer'.

"Ik had al heel vaak geprobeerd af te kicken, met medewerkers van de reclassering, maar die lieten me vrij vaak snel in de kou staan. Ik voelde ook dat ze dit deden omdat het hoorde, niet omdat ze echt in mij geloofden." De eerste persoon die echt in Piet geloofde, was een geestelijk verzorger die in het huis van bewaring werkte waar Piet vaak vastzat.

Dit kan niet meer

'Je kan niet zo doorgaan', had hij gezegd. "Ik kan niet uitleggen wat die man had, wat al die andere hulpverleners niet hadden. Maar hij had vertrouwen in mij, waardoor ik dacht: ik ben 31, ik moet wat. Ik was clean, zat in de cel en besloot een opleiding te doen, sociaal pedagogisch werk. Ik ontving een doos boeken in de cel, en ineens was het er: een doel."

De geestelijk verzorger regelde via zijn kerk het geld voor die studie.

Hij rondde de opleiding af, en Piet kwam via een hulpverlener bij bijeenkomsten terecht van een speciaal afkickprogramma voor verslaafden. "In het begin ging ik voor de koekjes", lacht hij. "Maar ik ontmoette er iemand die ik kende uit het drugswereldje, en toen al een paar maanden clean was."

"Die man zei: 'Als ik het kan, kan jij het ook'. Ik hoorde er dingen die ik herkende. Ik had nog nooit aan zo'n programma meegedaan, waarin onze eenzaamheid werd benoemd, onze totale verloedering, de neergang. Deze mensen snápten mij."

"Ik doe nu gewoon normale dingen. Zoals een normaal mens." "Ik doe nu gewoon normale dingen. Zoals een normaal mens."

Piet trok er aan de bel, met de woorden – hij weet het nog precies: 'Mijn koek is op'. Hij kwam terecht bij een dagbehandeling en volgde het afkickprogramma. Het is een soort zelfstudie, en na de dagbehandeling ging Piet wekelijks naar de bijeenkomsten waarin twaalf stappen werden doorlopen.

"Ik was geen kansloos persoon. Ik was ziek. De één is verslaafd aan suiker, aan sporten – redelijk onschuldig. De ander aan crack. Dat veranderde mijn bewustzijn. Ik kreeg bij dat programma erkenning, ik kreeg hoop – en hoop is een hogere macht."

Pats, boem, in één keer 

Vanaf dat moment, zo rond zijn 32ste, heeft Piet nooit harddrugs aangeraakt die hem weer naar beneden kunnen laten zinken. "Dat is toch bizar?" zegt hij. Hij haalt zijn schouders op, gooit zijn handen met een woest gebaar in de lucht. "Ik stopte gewoon. Pats boem. In een keer."

Piet wil elke gebruiker vertellen: ook jíj kan stoppen. Piet wil elke gebruiker vertellen: ook jíj kan stoppen.

Piet heeft een huis, een fijn appartement in zijn Amsterdam, een baan, een eigen bedrijf. Hij had een vriendin, een paar jaar lang– het lúkte weer, liefde geven en krijgen. "Ik heb het tijdens onze eerste date meteen verteld. Ik zei: 'Ik ben jarenlang heel erg verslaafd geweest'. Dan was dat maar uit de lucht."

Ambulant begeleider

Hij sport veel, kickboxen, voelt zich fit, gezond (op de tanden na) en werkt nu vier dagen in de week als ambulant begeleider in de psychiatrie. Veelal met verslaafden.

"Ik probeer ze hoop te geven. Want dat is wat elke verslaafde nodig heeft. Ik heb nu nog weleens dat ik door de stad fiets, naar mijn werk, of naar vrienden, en dan denk: daar op die stoep sliep ik. Zo high als een garnaal. Dat vertel ik dan aan mensen. Zo van: moet je me nu zien. Als ik het kan, kun jij het ook."

"Als ik mensen vertel dat ik verslaafd was, kijken ze heel verbaasd." "Als ik mensen vertel dat ik verslaafd was, kijken ze heel verbaasd."

Ook heeft hij een eigen bedrijf, waarmee hij lezingen geeft en trainingen aan mensen die van hun verslaving af proberen te komen. Hij komt ook geregeld voor een lezing in de gevangenis. Grijnzend: "Ik ben elke keer toch weer opgelucht als ik daar weer buiten sta."

Het kan

Afgelopen september vierde hij dat het twaalf jaar geleden was dat hij aanklopte bij het zelfhulpprogramma. Piet ontkurkte geen champagnefles –  'anders gaat het fout'. Hij at taart.  

"Ik had het nooit verwacht. Dat ik het kon. Maar het kan. Dat blijf ik vertellen aan iedereen die het horen wil. En ik blijf vechten tegen het stigma dat verslaafden in deze samenleving hebben. Ze zijn niet verloren. Ze kozen er niet voor. Niemand wil stinkend en ongelukkig over straat te lopen."

Ook Piet niet. En ook die sjokkende man in het Westerpark niet.

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar hij of zij bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore