Schrijnende situaties

Nederlandse Anne (27) werkt in kamp Moria: 'Hard huilen helpt me'

19 september 2020 08:47 Aangepast: 19 september 2020 11:54
Anne Mol. Foto: Stichting Bootvluchteling/Tessa Kraan Beeld © Stichting Bootvluchteling/Tessa Kraan

De 27-jarige Nederlandse verpleegkundige Anne besloot ruim een half jaar geleden haar baan op te zeggen. Ze was toe aan iets anders en werd medisch assistent op Lesbos, in vluchtelingenkamp Moria. "Met regelmaat moet ik zelf een onwijs potje huilen om wat ik zie en meemaak."

Op het moment dat we Anne spreken heeft ze genoeg tijd om te praten. Het is te onveilig voor haar en haar collega's om te werken. Door de verwoestende brand van bijna twee weken geleden is de chaos enorm. Het tentenkamp is vrijwel helemaal afgebrand. De duizenden bewoners zijn gevlucht. Door de onrust, paniek en soms ook agressie is alle hectiek toegenomen. Hierdoor kunnen ze op sommige momenten zelfs helemaal geen hulp verlenen. 

Normaal gesproken zijn Anne en haar collega's van Stichting Bootvluchteling tussen 16.00 uur en 23.00 uur de enige hulpverleners in het kamp bij wie mensen terecht kunnen voor medische noodgevallen. Veel hulporganisaties zijn in het begin van de coronaperiode al vertrokken van het eiland. Nu komt daar de recente brand nog bovenop. De zorgpost waar vanuit zij werkten staat nog overeind, maar is helemaal overhoop gehaald. 

Vuilnisbelt

Een deel van de vluchtelingen verblijft nu ergens tussen de verschillende blokkades die zijn opgeworpen door de lokale Griekse politie. Eerder deze week nog stonden Anne en haar collega's klaar om daar heen te gaan om zorg te bieden. "Iedereen was omgekleed en de auto's waren volgeladen, maar op het laatste moment werd het toch afgeblazen." Er waren nieuwe roadblocks opgezet door lokale Grieken en andere mensen die het niet eens zijn met de aanwezigheid van de migranten, en er waren nieuwe rellen uitgebroken. 

Ook hulpverleners als Anne en haar collega's vormen een mikpunt. "Men denkt dat als er geen hulp meer geboden kan worden aan de vluchtelingen, ze weer zullen terugkeren naar hun eigen land en het probleem zichzelf oplost." Nu moeten hulpverleners elke dag opnieuw bekijken of het wel veilig genoeg voor ze is om die dag aan het werk te gaan.

Voor de brand en de rellen kwam Anne dagelijks al de meest schrijnende situaties tegen. "Kamp Moria was een grote vuilnisbelt. Het stonk enorm en was overvol met mensen." De brand heeft de situatie alleen maar erger gemaakt. "Een ding weet ik wel: in het nieuwe kamp is zeker geen plek voor 13.000 mensen."

Migranten staan in de rij voor voedsel. Migranten staan in de rij voor voedsel.

Ruim een half jaar geleden werkte Anne nog als verpleegkundige op de afdeling neurochirurgie in Utrecht. "Ik was een beetje uitgekeken op het werk. Ik wilde graag iets anders doen."

Een vriend raadde haar aan om eens te kijken in het vluchtelingenkamp in Calais. Anne verdiepte zich erin, maar besloot dat het toch niets voor haar was. Toen stuitte ze op Stichting Bootvluchteling en besloot ze zich aan te melden.

Dit is waarom duizenden mensen vastzitten op Lesbos

Gelukszoekers

"Ik had er in het begin niet zo'n mening over, omdat ik er nog nooit geweest was", vertelt ze. In Nederland is de eerste reactie vaak: maar dat zijn toch allemaal gelukszoekers?" Ook Anne geeft toe dat ze in het begin dacht dat er best wel wat economische vluchtelingen tussen zouden zitten. "En die zijn er ook wel, maar als je hoort wat voor heftige dingen mensen meegemaakt hebben, dan ga je er toch heel anders naar kijken."

Als voorbeeld vertelt Anne over een kort gesprek dat ze had met een van de vertalers. In het kamp gebruiken de hulpverleners tolken om goed te kunnen communiceren met de vluchtelingen. "Dat zijn mensen die het aardig voor elkaar lijken te hebben. Dus je gaat er dan ook vanuit dat zij de minst heftige dingen hebben meegemaakt."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Groot gebaar of slappe hap? Deze 100 Moria-vluchtelingen komen naar Nederland

Tot Anne een keer een medische handeling moest verrichten, waarbij ze de vertaler alvast een waarschuwing wilde geven. "Ik zei: als er te veel bloed is, dan moet je het zeggen hoor." Waarop hij antwoordde met: "Ik heb iemand voor mijn ogen dood gesneden zien worden, dus ik kan wel wat hebben."

Als deze mensen die in het dagelijks leven in Moria goed functioneren, al dit soort dingen hebben meegemaakt, vraagt Anne zich hardop af wat al die andere mensen die duidelijk last hebben van PTSS dan wel niet meegemaakt moeten hebben. 

Onveilig

Het kamp Moria was oorspronkelijk gebouwd voor ongeveer 3000 mensen. Maar dat aantal werd veruit overschreden: op het hoogtepunt zaten er zelfs 20.000 mensen in het kamp. Allemaal vluchtelingen met verschillende achtergronden en etniciteiten. Soms ook uit rivaliserende groeperingen.

Met als gevolg dat mensen geregeld de oorlog in hun thuisland in het kamp voortzetten. "Er zijn hier regelmatig steekpartijen", vertelt Anne. "Het gaat een beetje in golven. Dan is er weer een uitbarsting van geweld en komen er soms meerdere gewonden per avond binnen. Daarna is het weer een tijdje rustiger."

Vaak jongeren zijn slachtoffer, ziet Anne. "Jongens tussen de 17-20 jaar die zijn opgegroeid in een conflictsituatie. Ze weten soms niet beter. Ze hebben zich vaak nooit echt goed kunnen ontwikkelen. Inmiddels zijn ze misschien wel volwassen, maar in sommige opzichten echt nog een kind." Dat maakt hen kwetsbaar en tegelijk een makkelijke prooi voor bendeleiders.

Slachtoffer van een steekpartij. Slachtoffer van een steekpartij.

Voor mannen is het kamp al niet veilig, voor vrouwen en kinderen nog minder. "Overdag krijg ik vrouwen naar mij toe die last hebben van uitslag. Als ik dan doorvraag blijkt dat ze 's nachts zelfgemaakte luiers dragen, omdat ze hun tent niet uit durven te gaan om te plassen. En daar krijgen ze uitslag van."

Die angst is helaas terecht. "Als je als vrouw 's nachts naar buiten gaat, dan is de kans groot dat je verkracht wordt." Met regelmaat zien ze ook kinderen die bijvoorbeeld niet durven te gaan slapen, omdat hun tenten kapot gesneden zijn bij gevechten.

Moria is zo slecht nog niet

De mensen van kamp Moria zijn zowel afkomstig uit het Midden-Oosten als uit Afrika. De meeste mensen uit bijvoorbeeld Afghanistan komen uit een situatie waarin ze vaak gewoon een huis en een baan hadden voordat daar de oorlog uitbrak. Eenmaal gevlucht naar een buurland, bleek dat ze daar helemaal niets mochten. Teruggaan was geen optie en dus zochten ze hun toevlucht in Europa. "Die mensen hoor je vaak zeggen: Moria no good."

Anne vertelt dat zij die mensen vaak tegen de achterblijvers hoort zeggen: 'kom echt niet hier naar toe. Je wilt hier echt niet zijn.' "Maar ja, ze komen dan toch."

In tegenstelling tot vluchtelingen uit Afrika. Er zijn vrouwen die zeggen: 'Ik weet niet waar mensen over zeuren. Moria is zo slecht nog niet.' Deze vrouwen zijn vaak hun thuisland gevlucht, omdat er bijvoorbeeld helemaal geen eten meer was. Die vrouwen zijn allang blij dat ze in het kamp de meeste dagen wat eten krijgen.

Iram (13) wil na brand in Kamp Moria nog altijd dokter worden

De Afghaanse Iram (13) is samen met haar familie dakloos sinds vluchtelingenkamp Moria in brand vloog. Nu leeft ze langs de kant van de weg.

Tijdens haar diensten probeert Anne vluchtelingen te helpen bij medische noodgevallen. Op de hulppost zien ze veel mensen met schurft, maar ook veel vluchtelingen met stressgerelateerde klachten. "Hoofdpijn, paniekaanvallen, mensen die bewusteloos raken of juist helemaal gek worden."

Er komen vaak meerdere patiënten per avond met dit soort klachten. "Ik heb ooit zes maanden stage gelopen op een afdeling psychiatrie. Wat ik hier soms zie, heb ik daar nog nooit gezien. Dat is niet te vergelijken."

Beperkt in de mogelijkheden

Toch zijn ze bij de hulppost beperkt in wat ze kunnen doen. "Je kunt hier niet zomaar even bloed laten prikken, zoals je in Nederland bij de huisarts kan laten doen. Of als iemand een operatie nodig heeft, dan moeten ze wachten tot ze in Athene zijn of naar een privékliniek kunnen gaan." 

Af en toe frustreert het Anne verschrikkelijk. "In mijn hoofd weet ik precies welke opties ik in Nederland heb om iemand goed te kunnen onderzoeken, en welke mogelijke behandelingen we zouden kunnen starten. Die opties zijn er hier niet."

"Ik heb ooit zes maanden stage gelopen op een afdeling psychiatrie. Wat ik hier soms zie, heb ik daar nog nooit gezien. Dat is niet te vergelijken."

In ernstige gevallen kunnen Anne en haar collega's wel iemand doorverwijzen naar een lokaal ziekenhuis op Lesbos, of om een ambulance vragen, maar ze raken snel kostbare tijd verloren. Tijd die soms wel het verschil tussen leven en dood kan maken. 

"Een aantal weken geleden had ik een jongen waarvan we twijfelden of hij een epileptische aanval had." Anne belde een ambulance om de jongen naar het ziekenhuis te kunnen vervoeren. Terwijl ze daarop wachtten, raakte hij bewusteloos. "Gelukkig werd hij weer wakker, nadat we hem medicijnen hadden gegeven, maar voor hetzelfde geldt ben je te laat."

Rennen met meisje

Nog geen vijf uur later meldde zich een heel jong doodziek meisje. "Het was in eerste instantie onduidelijk wat er met haar was, maar uiteindelijk dachten we aan een hersenvliesontsteking." Ineens ging het meisje hard achteruit.

Ze belden om een ambulance. "Er zijn twee poorten waar de ambulances zich kunnen melden. Bij echt zieke patiënten vragen we de ambulance om naar de plek te gaan die het dichtst bij onze hulppost is. In dit geval weigerde de ambulance en stonden die helemaal bij het begin van het kamp op ons te wachten. Wij hebben haar toen opgetild en zijn letterlijk gaan rennen. Ondertussen voelde ik of ze nog een hartslag had. Het feit dat je dan niets meer kunt doen, terwijl je precies weet wat ze nodig heeft en dat je in Nederland daar wel alle mogelijkheden voor hebt. Dat geeft me zo'n gevoel van onmacht, woede en paniek, omdat je niets liever wilt dan voorkomen dat het kleine meisje komt te overlijden."

Nog dagen heeft Anne met het meisje in haar hoofd rondgelopen. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Wat kost het opnemen van de vluchtelingen uit Moria?

Ausweis

En toen kwam corona. Ook kamp Moria ontkwam er niet aan. Voor die tijd konden de vluchtelingen zich vrij bewegen op Lesbos. Mits ze om de zoveel tijd hun 'ausweis' vernieuwen. "Ik snap eerlijk gezegd niet waarom ze die term gebruiken. Zelfs de Griekse gezondheidsdienst noemt het zo." Nu is het hele kamp al maanden in lockdown om te voorkomen dat COVID-19 zich als een vuurtje onder de mensen kan verspreiden. 

"Ook voor corona hadden we weliswaar weinig mogelijkheden voor behandeling, maar toen waren er tenminste nog wel andere NGO's (maatschappelijke organisaties, red.) waar we mensen naar toe konden verwijzen voor bijvoorbeeld fysiotherapie, of bepaalde psychische hulp", vertelt Anne. "Nu kunnen we echt helemaal niets."

Kamp Moria na de verwoestende brand. Kamp Moria na de verwoestende brand.

Op dit moment kunnen Anne en haar collega's niet anders dan wachten tot het rustiger wordt. Ze hopen dat de Griekse overheid de actuele situatie aangrijpt om een structurele oplossing te vinden voor het kamp. "Het mooiste zou natuurlijk zijn dat wij compleet overbodig worden." Anne hoopt het. "Wij denken dat een nieuw kamp niet de oplossing is. We hopen dat er voor de vluchtingen een andere goede plek gevonden kan worden." Maar ze is bang dat er niet veel zal veranderen.

Druppel op gloeiende plaat

Ze is teleurgesteld dat Nederland maar 100 vluchtelingen wil opnemen. "Ik word er eigenlijk heel boos en verdrietig van. Dan kun je er net zo goed geen opnemen." Volgens haar is het een druppel op een gloeiende plaat. 

Ze is bang dat Nederland op deze manier het gevoel kan krijgen de schuld te hebben 'ingelost'. Er leven duizenden mensen in een kwetsbare situatie. "Aan alle kanten worden mensenrechten geschonden. Het is gewoon onmenselijk en beschamend." Anne hoopt dat er veel meer voor deze mensen gedaan kan worden.

"Ik wil niet immuun worden voor alles om mij heen."

Zelf is ze van plan om in ieder geval tot het nieuwe jaar te blijven. "Ik denk dat het goed is om hier niet te gewend aan te raken. Ik wil niet immuun worden voor alles om mij heen. Met een einddatum in mijn hoofd dwing ik mijzelf om rust te nemen om alle dingen die ik meemaak een plekje te kunnen geven." 

Één ding heeft Anne door haar werk op Lesbos wel geleerd. Relativeren. Wat is wel belangrijk en wat niet. "Je moet in staat zijn om al die gevoelens van onmacht en frustratie naast je neer te kunnen leggen als je dit werk doet. Doe je dat niet, dan red je het zelf ook niet. Ik probeer me vooral druk te maken om de kleine dingen waar ik wel invloed op heb."

Zwemmen en huilen

Op de momenten dat het Anne te veel wordt, helpt het haar om een stuk te gaan zwemmen. Gelukkig zijn de collega's met wie ze intensief samenwerkt inmiddels ook goede vrienden geworden. "De buitenwereld snapt niet hoe het er hier aan toe gaat - hoe het voelt, ruikt. Maar hier snappen ze dat wel. We hebben daarom ook veel steun aan elkaar." En soms helpt het Anne ook om gewoon even heel hard te gaan zitten huilen.

Ze onthoudt de keren dat mensen ineens echt heel ziek waren en ze tenminste datgene heeft kunnen doen om hun kans op overleven zo groot mogelijk te maken.

Zoals met het jonge meisje met hersenvliesontsteking. Na een week verscheen ze met haar opa bij de hulppost om Anne en haar collega's te bedanken voor de goede zorgen. "Dan zie je dat onze hulp daar gewoon keihard nodig is. En als je dan hoort dat wij daarin verschil hebben weten te maken, daar doe je het uiteindelijk toch voor."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore