Onterecht in quarantaine

Hoe meer er getest wordt op corona, hoe vaker de uitslag niet klopt

11 september 2020 14:29 Aangepast: 11 september 2020 14:35
Beeld © ANP

Om de corona-uitbraak onder de duim te krijgen, moeten zoveel mogelijk mensen zich bij klachten laten testen. Maar bij zoveel testen ontstaan er ook veel verkeerde resultaten. Daardoor moeten honderden mensen ten onrechte in quarantaine, berekende NRC.

Als er meer testen worden gedaan, zullen ook meer mensen een vals-positieve uitslag krijgen. Dat betekent dat de test positief is, terwijl je helemaal niet besmet bent met het coronavirus.

Het aantal vals-positieve uitslagen kan zelfs hoger worden dan het aantal échte positieve uitslagen. Dat klinkt onlogisch. Het is een ingewikkeld verhaal, maar het zit zo:

De coronatest heeft een foutmarge. Er is een kans dat de test positief is, terwijl iemand niet besmet is. Die kans is bij de coronatest ongeveer 1 procent.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Wat meet de PCR-coronatest precies (en wat niet)?

Stel dat een groep van 10.000 mensen zich laat testen, en dat 1 procent van die mensen daadwerkelijk besmet is. Dan zijn er dus 100 besmettingen.

Maar ook van de mensen die níét besmet zijn, krijgt door de foutmarge 1 procent een positieve uitslag. Dat zijn nog eens 99 mensen, die ten onrechte in quarantaine moeten.

Niet alle besmettingen worden opgemerkt

Er speelt nog een factor: de test heeft ook een gevoeligheid. Dat wil zeggen: hoe groot is de kans dat een besmetting daadwerkelijk in de test wordt opgemerkt? Die kans is afhankelijk van verschillende factoren, zoals hoe snel je je laat testen en hoe ziek je bent. In het ideale geval is de gevoeligheid van een coronatest zo'n 85 procent.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Kan ik alsnog besmet zijn, als de testuitslag negatief was?

Bij 15 procent van de besmettingen is de test dus negatief, terwijl iemand wel besmet is. Van de 100 besmettingen worden er dan 85 aangetoond.

Samengevat: van de 100 mensen die wél besmet zijn, krijgen er 85 een positieve uitslag. Maar van de mensen die níét besmet zijn, krijgen er 99 een positieve uitslag. De meeste positieve uitslagen, bijna 54 procent, kloppen dus niet.

Ruim een kwart onterecht

Het voorbeeld overdrijft de werkelijkheid een beetje. In de berekening zijn we ervan uitgegaan dat 1 procent van de geteste personen daadwerkelijk besmet is. Dat percentage is in het echt hoger: vorige week was het bijna 3 procent. 

We kunnen dezelfde som ook invullen met die 3 procent. Het aantal gevonden besmettingen is dan ook hoger, omdat er meer besmette mensen worden getest. Het aantal vals-positieven stijgt niet, dus verhoudingsgewijs zijn er méér kloppende testuitslagen. Maar ook bij een besmettingsgraad van 3 procent is ruim een kwart van de positieve uitslagen niet juist.

Weinig aan te doen

De betrouwbaarheid hangt dus af van de besmettingsgraad bij de teststraat. Hoe meer mensen zich laten testen terwijl ze niet besmet zijn, hoe groter de kans op een vals-positieve uitslag. 

Helaas is er weinig te doen aan de onterechte testuitslagen, zegt RIVM-viroloog Chantal Reusken tegen NRC. "Het belangrijkste is het gedrag van mensen: ga zo snel mogelijk als je verkoudheidsklachten hebt naar de teststraat, en ga niet als je geen klachten hebt."

Over de mensen die onterecht in quarantaine moeten zegt Reusken: "Dat doe je voor de samenleving. You take one for the team."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore