Drukte bij de GGD

Hoe gaat een bron- en contactonderzoek? 'Het is soms een enorm speurwerk'

22 juni 2020 13:24 Aangepast: 30 juli 2020 12:05
Timo Boelsums Beeld © GGD

Wie heb je de afgelopen dagen gezien? Waar ben je geweest? Hoe laat was dat en hoe lang? Bij iedere patiënt in Nederland die positief getest is op het coronavirus, start de GGD een bron- en contactonderzoek. "Ons streven is om iedereen binnen 24 uur opgespoord te hebben. Meestal lukt dat."

Dat zegt Timo Boelsums, arts infectieziektebestrijding bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. Hij en zijn collega's voeren in die regio bron- en contactonderzoeken uit. 

Bij iedere positief geteste coronapatiënt start de GGD een bron- en contactonderzoek op. Nu vanaf 1 juni iedereen met klachten getest kan worden, is de GGD er klaar voor om ook bij hen bron-en contactonderzoek te doen. 

Flink opgeschaald

"Gemiddeld staat er zo'n 8 uur per patiënt voor ingepland", vertelt Boelsums. "Maar het verschilt per casus hoeveel tijd we er daadwerkelijk aan besteden. Als de patiënt alleenstaand is en vrijwel niet buiten is geweest, gaat het natuurlijk veel sneller dan wanneer het iemand is met een groot huishouden die ook dagelijks naar kantoor gaat en de afgelopen dagen op bezoek is geweest bij vrienden en familie."

De afgelopen maanden heeft de GGD het aantal medewerkers dat bron- en contactonderzoek doet, flink opgeschaald. "We doen dit nu met misschien wel tien keer zoveel mensen als voorheen."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

GGD heeft honderden mensen nodig voor bron- en contactonderzoek

Boelsums schetst hoe het in zijn werk gaat als iemand positief getest is. "Wij hebben de naam en het telefoonnummer van diegene, en nemen telefonisch contact op", vertelt hij. "In de eerste plaats vertellen we hem of haar dat de uitslag positief is en informeren we de patiënt over wat het betekent om corona te hebben. We leggen uit dat de patiënt binnen moet blijven en aan welke leefregels hij of zij zich nog meer moet houden. Uiteraard kan de patiënt vragen stellen."

Twee dagen voor de eerste klachten

De rest van het gesprek richt zich op het bron- en contactonderzoek. "Dat brononderzoek is om te achterhalen waar de patiënt het virus heeft opgelopen. We vragen de patiënt of hij een idee heeft waar hij besmet, en of er misschien mensen in zijn omgeving besmet waren, van wie hij het gekregen kan hebben. Zo proberen we te achterhalen of er ergens een brandhaard van besmettingen kan zijn, die we dan de kop in kunnen drukken."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Besmet met corona zonder symptomen, kan dat?

Het contactonderzoek is erop gericht om meer besmettingen te voorkomen. "We maken dan een tijdlijn. We tellen twee dagen terug vanaf het moment dat de patiënt de eerste klachten kreeg en willen dan tot en met het moment dat de patiënt positief getest is, precies weten waar diegene geweest is en met wie."

Drie categorieën

De GGD maakt onderscheid in drie soorten contacten, legt Boelsums uit. "De eerste categorie zijn huisgenoten, die hebben het meeste risico gelopen. Je zit met elkaar op de bank en aan tafel. Je maakt gebruik van dezelfde badkamer en wc. Wij adviseren huisgenoten van een coronapatiënt om twee weken strikte quarantaine aan te houden. Dit betekent dat ze echt niet naar buiten mogen gaan. Laat anderen boodschappen doen. Indien dat niet kan, mag één huisgenoot (zonder klachten) dit doen. Wel moet dan de 1,5 meter in acht genomen worden. Maar het beste is dat iedereen thuis blijft. Je wil niet dat zo iemand met een snotneus in de supermarkt staat en wellicht anderen besmet."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Komt er een tweede golf besmettingen? Dit denken deskundigen

Daarnaast is er de categorie 'overige nauwe contacten'. "Dat zijn mensen met wie de coronapatiënt niet samenwoont, maar wel intensief contact heeft gehad. Dat houdt in: 15 minuten of langer binnen anderhalve meter van elkaar. Voorbeelden zijn: een vriendin bij wie je toch een film hebt gekeken, een collega met wie je aan hetzelfde bureau hebt gezeten, of iemand bij wie je op een feestje bent geweest. We merken dat dit soort verhalen toch langzaamaan meer naar voren komen", vertelt Boelsums.

Vinger aan de pols

Voor deze categorie geldt dat ze niet in strikte quarantaine moeten, maar wel zoveel mogelijk binnen moeten blijven. "Wij bellen deze groep op. Deze contacten krijgen dan de instructie om zo veel mogelijk binnen te blijven. Een snelle boodschap mag indien je geen klachten hebt, maar verder zo veel mogelijk thuiswerken en sociale contacten vermijden. Dus ze mogen ook geen bezoek ontvangen. Kinderen onder de 12 jaar kunnen wel gewoon naar school."

Zowel bij de huisgenoten als bij de nauwe contacten van de positief geteste patiënt houdt de GGD een vinger aan de pols. "We bellen ze gedurende twee weken een paar keer op om te checken hoe het met ze gaat. Hebben ze koorts, ontwikkelen ze klachten? Als dat zo is, adviseren wij hen om een test te doen. Mocht die positief uitvallen, starten we opnieuw een contactonderzoek bij de nieuwe patiënt."

Barbecue en kantoor

De laatste categorie noemt de GGD 'overige contacten'. Dit zijn mensen met wie de patiënt langdurig, dus langer dan 15 minuten, contact heeft gehad, maar wel de anderhalve meter heeft aangehouden. Denk aan een familiebezoek of barbecue waar wel strikt de anderhalve meter afstand is gehouden of een kantoor waarmee je op afstand met collega's hebt samengewerkt."

Ook die laatste categorie krijgt een instructie van de GGD. "We willen die mensen laten weten dat ze in contact zijn geweest met een coronapatiënt en alert moeten zijn op klachten en zich dan laten testen. Maar deze categorie hoeft niet binnen te blijven zolang ze geen klachten hebben."

Voor de drie soorten contacten zijn verschillende brieven opgesteld, met instructies waar mensen zich aan moeten houden. Die zijn hier te vinden.

Uitpluizen en doorvragen

Boelsums vertelt dat het soms best lastig is om te achterhalen met wie een patiënt allemaal in contact is geweest. "Ja, het is soms echt een enorm speurwerk. Waar ben je geweest, wie heb je daar gesproken, en op welke afstand? Je moet heel gedetailleerd alles uitpluizen, en ook doorvragen, ook al is iemands herinnering misschien niet meer zo levendig."

Ook krijgen ze soms te maken met weerstand als ze een nauw contact opsporen van een coronapatiënt. "Als wij vertellen dat diegene twee weken moet thuiswerken en binnen moet blijven, valt dat bij sommigen wel rauw op hun dak. Dat levert wel eens discussies op, zeker als ze zelf geen klachten hebben, of als het ondernemers zijn die daardoor inkomsten mislopen. Maar het is niet anders, op deze manier proberen we zo veel mogelijk mensen te beschermen en een nieuwe uitbraak te voorkomen."

Niet waterdicht

Hoewel de GGD op deze manier hoopt veel nieuwe besmettingen te voorkomen, ziet ook Boelsums dat het geen waterdicht systeem is.

"Als je bijvoorbeeld in een café of restaurant hebt gezeten waar een coronapatiënt is geweest, is het niet waarschijnlijk dat wij je op kunnen sporen, omdat we geen gegevens hebben van alle gasten. Dus op die plekken geldt dat het extra belangrijk is dat looproutes op orde zijn, dat er goede hygiënemaatregelen genomen worden en dat iedereen zich aan die anderhalve meter blijft houden."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Burgemeesters worstelen met handhaven horecaregels: 'Zorg groeit alleen maar'

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore