MH17-proces

Theo's levenswerk: nabestaanden MH17 behoeden voor nóg meer pijn

21 juni 2020 08:38 Aangepast: 21 juni 2020 12:51
"Heel Nederland was in de rouw. Ik was aan het werk."

Eigenlijk zou hij al met pensioen zijn geweest, maar rechercheur Theo Vermeulen (65) werkt stug door. Altijd met een telefoon – een oude Nokia – op zak. Want de MH17-nabestaanden mogen hem altijd bellen. "Ik ken al die vijfhonderd mensen bij naam."

Het is nooit stil in het kantoor van Theo Vermeulen. Altijd klinkt de radio. Nu op de zender: Acda en de Munnik, Lopen tot de zon komt.

"Ik kan niet zonder", zegt Theo. De rechercheur houdt van de willekeur. Dat hij niet weet welk liedje er na dit liedje komt. Van het geklets van de dj's, af en toe een goeie grap, en om het halfuur het journaal.

Zelfs 's nachts luistert hij ernaar – zijn vrouw hoort het al niet meer, die slaapt erdoorheen. "Zonder radio ga ik naar mijn gedachten luisteren."

Theo op zijn vaste stekkie op het bureau in Hoofddorp. Theo op zijn vaste stekkie op het bureau in Hoofddorp.

En dan in specifieke zin: de dingen die hij hoorde van nabestaanden van de MH17. Informatie die over de slachtoffers naar buiten komt. De namen van de omgekomen passagiers. De spanning die onder de nabestaanden in de rechtszaal voelbaar is nu het proces weer begint.

De angst om details te horen die ze niet wíllen horen. De woede die ze voelen als ze tóch details horen die ze niet willen horen. Maar ook: hun gevoel van 'hè hè, eindelijk'.

In mijn kop

"Het zit allemaal in mijn kop", zegt Theo, terwijl hij zijn hand op zijn voorhoofd legt. 

Theo is één van de twee contactpersonen binnen de politie van alle nabestaanden van de Nederlandse slachtoffers van MH17. Vanaf het moment dat Theo hoorde dat er een passagiersvliegtuig was neergestort – op 'zijn' radio, nota bene – wist hij: dit gaat druk worden voor ons.

Een helse puzzel

Theo, destijds voorzitter van de landelijke werkgroep familierechercheurs, ging samen met zijn collega’s 'als een malle aan de slag'. Zodra er duidelijkheid was over de passagierslijst, werden familierechercheurs naar alle gezinnen van de MH17-slachtoffers gestuurd. Theo stuurde de boel aan vanuit het politiebureau.

"Ik sliep daar zo ongeveer. Anderhalve maand lang ben ik amper thuis geweest. Het was een gekkenhuis. Alles buitelde over elkaar heen. Het eerste probleem was dat we niet precies wisten welke naasten bij welke slachtoffers hoorden. Niet iedereen heeft dezelfde achternaam. En je kan geen fouten maken. Het was een helse puzzel."

Onvoorstelbaar

Het staat nu, bijna zes jaar later, nog steeds in Theo's computer, al die informatie. "Wel in tekst, niet in foto’s. Het klinkt heel hard, maar zodra ik gezichten bij de namen heb, kan ik mijn werk minder goed doen."

De 'MH17-administratie', zoals hij het zakelijk noemt, is uitermate zorgvuldig bijgehouden. En er komt steeds meer bij. Het begon net na de ramp met welke nabestaanden bij welk slachtoffer horen, welke bezittingen er zijn gevonden.

"Ik heb een paar keer met een collega een koffer bij nabestaanden thuisgebracht. Onvoorstelbaar. Kom je daar aan, met kleren en knuffels van mensen die nooit meer thuiskomen."

Waar is mijn kind?

"Iedereen was in de rouw, alle Nederlanders zo'n beetje, maar ik niet. Klinkt misschien gek, maar ik was aan het werk. Mensen hadden vragen. Waar is mijn vader? Zoon? Zus? Kind? Waarom komen de lichamen niet terug? Is de koffer van mijn geliefde teruggevonden?"

Theo steekt zijn hand even op om te zwaaien, er loopt een collega voorbij. Hij kent iedereen hier. Dit kantoor, op het politiebureau in Hoofddorp, is nu Theo's vaste stekkie. Aan zijn muur hangt een groot vel papier, met daarop data: de momenten waarop het grote MH17-proces plaatsvindt, en de aantallen buitenlandse nabestaanden. Boven die lijst hangen vakantiefoto's, er staat een vaas met bloemen in de linkerhoek, in de rechterhoek staat een waterkoker. "Je moet het toch een beetje huiselijk maken, hè."

De lijst met data die in Theo's kantoor hangt. De lijst met data die in Theo's kantoor hangt.

Niets ongedaan maken

Dan kijkt hij weer serieus. "Weet je, we konden niets ongedaan maken, dat vliegtuig wás nou eenmaal neergestort. Daar moesten we ons snel bij neerleggen, om ons te focussen op onze taak: de nabestaanden van kloppende informatie voorzien. Je wilt voorkomen dat deze mensen met al hun shit ergens aan de balie van een politiebureau moeten wachten."

Een familierechercheur moet, zegt Theo, de nabestaanden behoeden voor nog meer pijn.

Dit was heftig

Wat Theo nog bijstaat, van die eerste dagen? Dat er lijsten moesten worden ingevuld met uiterlijke kenmerken van de slachtoffers, voor de identificatie.

"Dan kom je als familierechercheur in amper drie dagen tijd heel dicht bij het slachtoffer. Je moet alles weten: moedervlekken, haarkleur, ringen, tatoeages, littekens, kleur shirt, schoenmaat, cupmaat. Je gaat naar de huisarts om te vragen of het slachtoffer in het verleden operaties heeft gehad, je gaat naar de tandarts om de gebitsfoto's te krijgen."

Even is Theo stil. U2 klinkt op de radio, Beautiful day. "Ja. Die lijsten invullen, ik hoorde van alle rechercheurs terug: dit was heftig."

In het kantoor van Theo staat het MH17-herdenkingsboekje. In het kantoor van Theo staat het MH17-herdenkingsboekje.

In Theo's systeem staat ook wat er van de lichamen is teruggevonden. "We weten allemaal dat veel lichamen in fragmenten zijn teruggebracht. Dat is onmenselijk, ja, informatie die je niet wil weten, maar als het je kind is, of je man, wil je het wél weten. Maar nabestaanden mogen ook kiezen om het níét te horen, als er na een paar maanden of zelfs een paar jaar nog wat is gevonden." 

Ook dat meldt Theo dan netjes in zijn systeem.

Niet in de steek laten

De nieuwste informatie heeft vooral met de rechtszaak te maken. "Ik heb één ding geleerd: iedereen doet het anders. Iedereen doet het goed." Als er nieuwe informatie komt over bijvoorbeeld het rechtsproces, of bijeenkomsten, stelt Theo met zijn directe collega Sylvia – die vaak aan het bureau tegenover hem zit – een mail op. "Zodra die mail binnenkomt, stoppen de meeste nabestaanden 'm in een mapje. Dan kunnen ze 'm lezen zodra ze eraan toe zijn."

Inmiddels zijn alle andere familierechercheurs gestopt – ze blijven doorgaans een jaar in contact met de familie. Eigenlijk zou Theo ook al met pensioen moeten zijn, maar hij wil het nu nog niet. "Ik wil die mensen niet in de steek laten."

"Deze ramp was buitenproportioneel." "Deze ramp was buitenproportioneel."

Dus werkt hij officieel twee dagen in de week, of 'wanneer het nodig is'. Alleen Theo en Sylvia zijn namelijk nog aanspreekpunt.

Hij staat op en loopt naar zijn jas. Hij haalt een telefoon uit de zak, een oude Nokia. "Mijn kinderen snappen het niet, dat ik dat ouwe ding nog heb. Met die kleine knopjes. Mijn vingers zijn er eigenlijk te dik voor. Maar ik kan ermee bellen, voicemails afluisteren. Werkt prima."

Je kan me altijd bellen

Er zit een grote sticker op de achterkant. 'MH17, calamiteiten' staat erop. Sylvia en Theo dragen hem om beurten bij zich, tijdens kantooruren. Nabestaanden hebben het nummer allemaal in hun mobieltje staan. 

"Soms belt iemand om te vragen wanneer het proces ook al weer verder gaat. En af en toe, vooral in de beginjaren, heb ik iemand aan de lijn die het allemaal effe niet meer weet. Dan gaan we erheen."

Mensen vragen Theo weleens: vind je het niet moeilijk om met dat verdriet bezig te zijn? Daar kan Theo maar één antwoord op geven: het is werk. "Ik ben geen machine, maar ik laat het niet te dichtbij komen. Thuis heb ik soms wel een 'afzaktijdje' nodig, zo noem ik dat dan, maar het belemmert me niet."

Meerdere vliegrampen

Zijn ervaring is de afgelopen jaren zijn redding geweest, zegt Theo. In het verleden was hij betrokken bij grote vliegrampen. De Bijlmerramp in 1992, waarbij een vliegtuig in de Amsterdamse Bijlmer neerstortte. De ramp van Turkish Airlines in 2009, waarbij negen inzittenden omkwamen vlak bij Schiphol, en de Tripoliramp in 2010, waarbij één Nederlands jongetje overleefde.

"De ontreddering, de wanhoop, het ongeloof: ze zijn bij elke vliegramp aanwezig. En voelbaar zodra je bij zo’n familie de woonkamer in stapt."

En dan is het altijd zaak om de meest rationele persoon, die op dat moment het minst in zijn emoties zit, in die woonkamer te vinden. "Dat familielid wordt dan vaak aanspreekpunt van de familierechercheur."

"Dit verdriet blijft." "Dit verdriet blijft."

Dertien foto's, dertien gezichten

Het fenomeen 'familierechercheur' bestaat pas sinds 2005. Theo heeft er jarenlang voor gepleit. Hij kwam op het idee toen hij bij het Landelijk Team Kindermoord werkte. Hij wijst naar de muur. Er hangt een A4'tje. Dertien foto's. Dertien gezichten.

"Mijn kinderen", zegt Theo erover. Sommigen glimlachen de camera in, anderen kijken ernstig – alsof ze al wisten wat hun lot was. Het zijn allemaal kinderen die zijn vermoord of vermist en soms nooit zijn gevonden, of zijn vermoord zonder dat ooit een dader is opgepakt.

De vijand

Theo mocht de zaken zo'n vijftien jaar geleden opnieuw bekijken, en dankzij de informatie die zijn coldcaseteam vond, werden de meeste zaken heropend, en voor meer dan de helft opgelost.

De 'kinderen' van Theo Vermeulen. De 'kinderen' van Theo Vermeulen.

Wat hij van die zaken leerde: dat families vaak negatieve ervaringen hadden met de politie. De politie was zo een beetje de vijand. Kon hen nooit helpen. Was nooit bereikbaar. "Toen bedachten we als team: er moet een rechercheur komen voor de familie. Die niets met het onderzoek te maken heeft, die geen huiszoekingen doet of vervelende vragen hoeft te stellen. Iemand die er alléén voor de achterblijvers is."

Grijze haren

Het heeft Theo een aantal jaren 'en grijze haren' gekost, maar uiteindelijk mocht hij veertig familierechercheurs in Amsterdam opleiden. "Het werkte", zegt hij zelf. Hij wijst naar een paar berenknuffeltjes op zijn bureau. Naar de fles wijn in de vensterbank (onaangebroken, dat moet gezegd).

"Allemaal cadeautjes van nabestaanden. Dat raakt me. De achterblijvers hebben zó veel shit meegemaakt. En dan geven ze me een knuffel! Of een schouderklop! Die oprechte dankbaarheid verwondert me. Want ik denk dan: je hebt geen ene moer aan me, ik kan je dierbaren niet terugbrengen."

Alhoewel, dat is misschien een beetje te simpel uitgedrukt, zegt Theo even later. "Want ik weet ook wel, in al mijn bescheidenheid, dat bijvoorbeeld de MH17-nabestaanden het fijn vinden dat ze een vertrouwd gezicht zien in de rechtszaal. Ik zie ze soms om zich heen kijken, een beetje onzeker en zodra ze ons zien, zie ik ze soms ontspannen. Zo van: ah, Theo en Sylvia zijn er."

"De rechtbank kan voor nabestaanden best intimiderend zijn." "De rechtbank kan voor nabestaanden best intimiderend zijn."

En Theo is er altijd. Elke zitting is hij in de rechtszaal op Schiphol – zijn collega Sylvia is in Nieuwegein, waar ook een grote groep meekijkt op een beeldscherm. "Ik weet hoe een strafproces werkt, deze mensen niet. Ze zien ineens allemaal advocaten, officieren, journalisten, in zo’n immense zaal."

Een blik van: kom maar op

De paniek en ontreddering die er in het eerste jaar na de ramp was, is niet meer voelbaar, merkt Theo. "Ik zie de familieleden vooral rechtop zitten bij de belangrijke momenten in de rechtszaal. Met een blik van: kom maar op. Dit is het proces waar ze zes jaar – zés jaar, hè – op hebben gewacht."

Maar het is groots. Allesomvattend. Slepend ook wel, want dit proces gaat járen in beslag nemen. "Daarom moesten we de nabestaanden goed voorbereiden." Theo heeft op vijf politiebureaus in Nederland met alle aanspreekpunten van de families contact gehad voordat zij in gesprek gingen met een officier van justitie. "We vingen ze op met een lekkere bak koffie en bokkenpootjes."

Had-ie zelf meegenomen. Doet-ie vaker, bij dit soort bijeenkomsten. "Op een gegeven moment hebben mensen zoiets van: komt-ie weer, met z'n bokkenpootjes. Zoiets kleins, maar het zorgt toch voor een glimlach op zo’n moment."

Een welkome glimlach, want zo'n voorbereiding op de rechtszaak is 'zwaarder dan je je kunt voorstellen'. "Mensen beseften tijdens zo'n gesprek door welke shit ze heen zijn gegaan."

"Ik wil ook altijd bij de herdenkingen zijn." "Ik wil ook altijd bij de herdenkingen zijn."

Pijnlijke details

Ze krijgen ook te horen dat ze details gaan horen die ze niet wíllen horen. "Tijdens het proces wordt bijvoorbeeld besproken hoe de identificatie heeft plaatsgevonden. Alles moet namelijk worden getoetst op rechtsgeldigheid." 

Daarom ging Theo ook naar het buitenland, om ook de nabestaanden uit andere landen voor te bereiden. Hij ging eerst naar Engeland, daarna zou hij naar Australië gaan. Maar er kwam een kinkje in de kabel. Een 'trombosepoot', zoals-ie het zelf noemt. "Ik mocht niet vliegen."

"Het is mijn zwakke plek. En ik voelde me moe, want die voorbereidende gesprekken waren pittig. Ik ga normaal altijd door, maar nu mocht het even niet." Er is wel een delegatie van het Openbaar Ministerie (OM), Slachtofferhulp Nederland (SHN) en politie naar Australië gegaan. 

Ondertussen zat Theo thuis te balen. "Dat mag je best weten. Ik wil er altijd bij zijn." Hij slaat zachtjes met zijn hand op het bureaublad. "Altijd."

"Al die mensen, ze zitten in m'n kop." "Al die mensen, ze zitten in m'n kop."

Maar vraag Theo tot wanneer hij dit volhoudt, en hij lijkt minder strijdvaardig. Heeft niets met zijn trombosepootje te maken, dat is allang over, maar: volgend jaar bereikt hij de AOW-leeftijd. "Ik moet eruit. Staat in de CAO."

Ik kán niet anders

Inmiddels heeft hij zich er wel bij neergelegd. "Sowieso gaat het proces langer door dan ik werken kan. Misschien ook wel langer dan ik leef, wie zal het zeggen."

In april 2021 zwaait hij af. Wil hij nog niet aan denken. Maar, aan de andere kant, is hij al wel voorzichtig plannen aan het maken voor zijn werkloze bestaan. Hij wijst naar de foto's aan zijn muur. Portretten ('Ik hou van koppen') van mensen uit Indonesië, Mongolië.

Rugzak op en gáán

"Mijn vrouw en ik hebben met onze rugzak de hele wereld bereisd zodra de kinderen uit huis waren. En als ik met pensioen ben, gaan we Europa doen." Een jongensachtige glimlach verschijnt op zijn gezicht. "Ik heb een camper gekocht. Een mooie. Ik verheug me niet om het werk achter me te laten, maar wel om op pad te gaan.

"Als ik op pad ben met de camper, gaat mijn werktelefoon uit." "Als ik op pad ben met de camper, gaat mijn werktelefoon uit."

Gedachten uit

Nu gaat hij al af en toe met zijn vrouw weg. "Laatst was de zitting om 16.00 uur afgelopen, ik appte mijn vrouw: 'Over een uurtje kunnen we gaan'. Om 17.00 uur stond de camper voor de deur."

Dan gaat de werktelefoon uit. Net als zijn gedachten. Het is een voorproefje op wat komen gaat. "Hoezeer ik ook verweven ben met het proces, met de nabestaanden, en postuum met de slachtoffers, ik moet accepteren dat ik straks niet meer in 'mijn' systeem kan. Dat ik straks niet meer in die rechtszaal zit."

En tegelijkertijd zal hij al die mensen, al die verhalen, met zich meenemen. "Dit is zo groot, dit krijg ik niet uit mijn hart hoor. En ook niet uit mijn kop." Hij grijnst even. "Hoeveel radio ik ook luister."

Tekst: Lisanne van Sadelhoff - Rosanne Klein

Portretfoto's: Geert Gordijn

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore