Vrijstelling nodig

Ook na corona willen ouders hun kinderen thuis lesgeven - maar dat kan niet zomaar

27 mei 2020 15:49 Aangepast: 28 mei 2020 09:52
Beeld ter illustratie. Beeld © iStock

Het geven van thuisonderwijs tijdens de coronacrisis is sommige gezinnen zó goed bevallen, dat veel ouders dit willen blijven doen. Het liefst zouden ze hun kinderen zelfs helemaal van school willen halen. De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs krijgt de laatste tijd veel telefoontjes van mensen die meer willen weten. Vaak draait het uit op een teleurstelling, want de regels zijn streng. "Het zijn niet altijd de makkelijkste gesprekken."

Thuis les geven, sommige ouders moeten er niet aan denken. Maar de afgelopen weken zijn in verschillende media ook verhalen verschenen van ouders die zeggen: heerlijk, kunnen we daar niet mee doorgaan?

Ook bij Editie NL kwamen onlangs enkele ouders aan het woord. "Mijn kinderen Tristan van 10 en Jasmijn van 7 vinden het thuisonderwijs veel fijner. Ze krijgen alle aandacht, snappen het beter, en zijn gelukkiger."

'We krijgen veel vragen'

Dit soort geluiden hoort Sybrand Balkema de laatste tijd vaker. Hij is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs. "Er zijn ouders die altijd al thuisonderwijs hebben willen geven, maar die hebben dit om verschillende redenen nooit gedaan. Die willen nu weten of ze dit nu kunnen blijven doen."

En dan bellen ze Balkema. Zijn telefoon gaat de laatste tijd vaker dan anders. "We krijgen veel van dit soort vragen", zegt de voorzitter. "Normaal krijg ik één keer in de twee weken een telefoontje, en nu dagelijks. Nog wel meer dan dat."

Vrijstelling nodig

De drukste periode is meestal aan het eind van de zomervakantie. Dan zien ouders dat hun kind in de vakantie bijvoorbeeld beter slaapt en niet meer in bed plast, legt Balkema uit. "Aan het eind van de vakantie lopen ze dan weer tegen allerlei dingen aan." 

Nu is het zelfs nog drukker dan na de zomervakantie. De gesprekken die hij voert met geïnteresseerden gaan vooral over de juridische kant. Meestal is het onmogelijk, legt hij telkens uit. "In Nederland geldt de leerplicht. Dus dan heb je vrijstelling nodig, die krijg je alleen onder strikte voorwaarden."

Er moet een zogenoemd richtingsbezwaar zijn, bijvoorbeeld vanwege een geloofsovertuiging. Je zegt dan eigenlijk tegen de leerplichtambtenaar dat je geen school kunt vinden die bij je overtuiging past. Dit moet je al aangeven vóórdat je kind überhaupt leerplichtig is. Een kind van school halen kan dus niet.

Vrijstelling in Nederland kun je krijgen:

  1. Als een kind vanwege lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school toegelaten te worden. Vorig schooljaar ging het om 6022 kinderen.
  2. Als je een richtingsbezwaar hebt. Als ouder moet je duidelijk aangeven welke bedenkingen er zijn tegen het onderwijs op de scholen binnen redelijke afstand van de woning. Let op: dit moet ten minste een maand voordat de jongere leerplichtig is, worden aangevraagd, dus vóórdat een kind 5 jaar is. En daarna moet je dat elk jaar opnieuw aanvragen. Vorig schooljaar kregen 1097 kinderen deze vrijstelling.
  3. Als een kind als leerling staat ingeschreven op een school in het buitenland en deze school regelmatig bezoekt. Vorig jaar ging het om 8830 leerlingen.

Thuisonderwijs is overigens iets anders dan thuiszitters. Dat zijn kinderen die op een school staan ingeschreven en toch (tijdelijk) thuis komen te zitten. Ze kunnen vaak niet naar school vanwege medische, sociale, intellectuele of emotionele problemen. Zij hebben geen vrijstelling van de leerplicht. Het totaal aantal kinderen dat langer dan drie maanden thuis zat is afgelopen jaar gestegen: van 4479 naar 4790 kinderen.

Het zijn niet altijd de makkelijkste gesprekken die Balkema voert met geïnteresseerde ouders. "Maar mensen weten het meestal al."

Uitzonderingsconstructie

Hij wijst soms nog wel op een uitzonderingsconstructie. De wet maakt het mogelijk voor basisscholen om een individuele leerling bepaalde vrijstellingen te geven. Die hoeven dan niet het standaardprogramma te volgen. De school blijft dan wel de onderwijsinstantie. Het kind krijgt dan (deels) vervangend onderwijs.

"De school kan dit met ouders overeenkomen", zegt Balkema. "Maar daar wordt weinig gebruik van gemaakt. Het vraagt veel van scholen. Veel scholen zeggen ook: met jouw kind is niks mis. Het gaat soms om intelligente kinderen die goed meekomen. De school ziet dan geen problemen, want de cijfers zijn goed. Maar als ouder kun je denken: er is meer uit halen, er kan meer in het kind zitten."

PO-Raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs, stelt ook dat deze regeling bedoeld is voor kinderen die niet mee kunnen komen op school, een soort noodoplossing.

Geen enkel toezicht

Balkema ziet het liefst dat de regeling wordt verruimd. Dat ouders kinderen thuis les kunnen geven, ongeacht of leerlingen goed mee kunnen komen of er wel of geen bezwaren zijn over de (geloofs)richting. "In wezen moet er een wet komen die het goed regelt. Dat er toezicht komt. Nu is er geen enkel toezicht als een kind wordt vrijgesteld van de leerplicht. Het is heel zwart-wit. Wij willen dat het als volwaardige onderwijsvorm wordt gezien. Dat het meegenomen wordt als onderwijsvorm. Je zou een inspectie kunnen installeren die de onderwijsplannen beoordeelt."

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore