Zondaginterview

Jeansen was eerst overvaller, nu is hij een echte baas: 'Ik word de nieuwe John de Mol'

12 april 2020 08:01 Aangepast: 12 april 2020 08:03
"Ooit dealde ik drugs. Nu heb ik een grotemensenbaan." Beeld © FunX

Bendelid Jeansen Djaoen (33) stal scooters, pleegde overvallen, dealde drugs. Nu is hij eindredacteur bij een landelijke radiozender. "Ik wil iedereen laten zien dat je kansen hebt. Ook als je leven heel kut is."

Er zijn eigenlijk twee Jeansens. 

De ene Jeansen is net een week 18, heeft een wapen in zijn hand en een bivakmuts op zijn hoofd. Hij staat samen met een van zijn maten in een snackbar, is gefrustreerd en boos. Op de hele wereld. Hij bedreigt de man en vrouw in de snackbar. 'Kassa open, nu.' 

De vrouw gilt. Is bang. En gehoorzaamt. Jeansen en zijn vriend rennen naar buiten, ze vluchten hijgend van spanning het bos in dat tegenover de snackbar ligt – het 'indianenbos', zoals Jeansen en zijn vrienden het noemen.

Het voelt alsof ze uren binnen zijn geweest, maar de hele overval duurde slechts tien minuten.

Ik deed hen pijn

De andere Jeansen is de Jeansen van nu. Die is 33, heeft een baan, een huis, en spijt. "Het was een egoïstische daad. Ik wilde geld. Ik heb er nooit over nagedacht hoe het voor die snackbareigenaren moet zijn geweest. Toen ik later in de rechtbank terechtstond, zag ik: ik heb hen pijn gedaan."

Hij weet wel waar het vandaan kwam, zijn blinde woede en de drang om die koste wat kost te botvieren. "Kijk, je hoort altijd van die verhalen van die jongens die ontsporen omdat ze worden geslagen door hun vader, moeder nooit thuis is, de ouders zijn gescheiden. Mijn verhaal is niet zo. Mijn ouders zijn nog steeds bij elkaar. Ik kom uit een goeie thuissituatie. Er wás in ieder geval een thuis."

"Mijn moeder is een bikkel." "Mijn moeder is een bikkel."

Maar het was wel 'anders dan anders'. Zijn moeder was jong toen Jeansen werd geboren; ze was nog een tiener en woonde op Curaçao. Jeansen was 5 toen hij met zijn moeder en zijn broertje naar Nederland kwam. Zijn vader voegde zich pas later bij zijn gezin.  

Een bikkel

"Mijn moeder, ja, zij was een bikkel. Die topper voedde mijn broertje en mij op, werkte in de avonduren en volgde overdag een opleiding tot administratief medewerkster. Ja. Knap."

Het gezin woonde in Rotterdam-Noord, in een achterstandswijk tussen twee rijke buurten in. Ze hadden een klein rijtjeshuis, tussen de welgestelde mensen met grote villa's, glimmende auto's, pepedure jachten. Het contrast was groot.

Te groot, vindt Jeansen nu, als hij terugblikt. Hij zat op een school met – zijn eigen woorden – 'van die blanke kakkinderen, met dure kleding aan'. Hij viel op.

"Als donkere jongen tussen de Lodewijken. Ik liep heel erg tegen racisme aan. Ik had een keer een probleem met een leraar, we verzandden in een heftige discussie, en toen noemde hij me ineens 'zwarte paal'. Ik was toen 14."

Jeansen ging naar een andere school, met jongens die uit dezelfde buurt kwamen als hij, die tegen dezelfde problemen aan liepen. "Dan kom je een beetje tussen de mensen die hetzelfde denken."

Heftigere denkbeelden

Maar ook tussen mensen die heftigere denkbeelden hebben. "Mijn vrienden en ik… We voelden ons niet gewenst door de maatschappij. We kregen dat rebelliegevoel, zo van: fák jullie allemaal."

Het ging verder dan alleen maar puberaal gedrag. Hij ging veel om met Smoky en Logi – de jongens gaven elkaar allemaal bijnamen. Ze rookten samen, dronken bier. Chillden. Luisterden muziek in het park, maakten veel grappen.

Jeansen was misschien niet per se een crimineel in de dop. Er waren jongens bij die de ambitie hadden om de nieuwe Tony Montana te worden. Hij niet. Maar, zegt hij: "Collectief heb je als groep een bepaalde grens. En die grens verschuift."

En toen ging het mis. 

"We droegen veel rood. De kleur van bloed." "We droegen veel rood. De kleur van bloed."

Het begon onschuldig

Het begon met een fiets. Hij was te laat voor school, voor de 'driehonderdvijftigste keer ofzo', en wist dat hij zich dan moest melden bij de leerplichtambtenaar. Jeansen zag een fiets liggen die niet op slot was en pakte die om alsnog op tijd op school te komen. 

"Relatief onschuldig, maar het werd erger. We pleegden winkeldiefstallen, stalen scooters, dealden drugs. We fokten elkaar op, weet je. 'Broer, doe dan, doe dan'. We hadden zoiets van: niemand helpt ons, dus we moeten onszelf helpen."

Geen kansen voor ons

"Het idee dat we een studie zouden afronden, een baan zouden vinden, geld zouden verdienen, dat hadden we al helemaal laten gaan. Je verbaast je hoe makkelijk het is om een wapen te regelen in de kringen waarin ik opgroeide. Het is makkelijker dan het regelen van werk."

"Er lag geen kans voor ons in deze samenleving. Dus zorgden we wel op een andere manier voor geld."

"Als kind groeide ik op in een achterstandswijk." "Als kind groeide ik op in een achterstandswijk."

En het was ook de kick, weet Jeansen nog. "We lééfden voor die spanning."

Jeansen en zijn vrienden werden een bende, The Bloods. Of ze kwamen erin terecht. Want hoe gaat dat? Hoe kom je bij een bende? 

We wilden overleven

"Je gaat elkaar vinden. Hoe dan ook. Je hebt het allemaal slecht, groeit naar elkaar toe. Hoe meer je samen doormaakt, hoe meer je dan de neiging hebt om er een soort van naam aan te geven, een label. We gingen allemaal rood dragen. De kleur van bloed. Het was niet dat we een bende werden om criminele dingen te doen, maar om te overleven."

Een maand na de snackbaroverval werden Jeansen en zijn vrienden opgepakt. "Het was overal op het nieuws, de hele buurt sprak erover. Ik was vooral heel druk met doen alsof er niets aan de hand was. Ik weet nog dat ik thuis op de bank zat. Mijn moeder had misschien al wel ergens door dat ik dingen deed die niet konden, maar ik dacht gewoon: normaal doen, normaal doen."

Toen hij werd vastgezet vroeg ze een paar keer of Jeansen er écht écht niets mee te maken had. Hij heeft glashard gelogen.

De Bloods

De bendenaam Bloods is niet zelfbedacht door de vrienden van Jeansen. In 1972 was er in de VS al een bende, in Los Angeles, die zichzelf Bloods noemde. De leden droegen rode kleren.

De bende werd opgericht door een politieke organisatie, om de gebieden waar Afro-Amerikaanse bewoners leven te beschermen. Maar de Bloods staan inmiddels voornamelijk bekend om de gevechten en rivaliteit met een andere bende, de Crips. 

"Het was makkelijker om aan een wapen te komen, dan aan een baan." "Het was makkelijker om aan een wapen te komen, dan aan een baan."

Jeansen moet voor de rechter komen. Hij moest 2,5 jaar de cel in, waarvan een halfjaar voorwaardelijk. "Ja. Ben je net 18. Moet je naar Vught, de zwaarste gevangenis in Nederland. Twee jaar weg van deze wereld." 

Het was net een film

Wat het met hem deed? "Ik had geen idee joh. Ik lach er nu om, omdat het net een film is als ik eraan terugdenk. Maar toen. Ja. Ik denk dat ik me kapotschrok."

"Maar weet je? Je past je aan. Die gevangenis, dat wordt je nieuwe realiteit. Ik zat bij Holleeder op de afdeling. Hij was vrij rustig, ik zag hem vooral op de werkzaal, waar we spijkers in dozen deden, kartonnetjes vouwden waar bloempotten in kwamen."

Jeansen in de rechtszaal. "Net een film." Jeansen in de rechtszaal. "Net een film."

Twee jaar later kwam hij vrij. Met blauwe vuilniszak met spullen, verder helemaal niets. "Geen nazorg. Geen nacontrole. Veel te veel vrijheid. Ik ging gewoon weer verder. Gewoon overleven. Ik was 20 en had in de gevangenis allemaal jongens leren kennen die nog erger waren dan ik."

Wéér de bak in

Alsof je een cassettebandje opnieuw afspeelt: Jeansen steelt weer, ziet zijn 'foute vrienden' weer. Bij een straatroof, waarbij ze een mobiele telefoon van een man stelen, wordt hij weer gepakt. De tweede keer. Jeansen moet de bak in, voor drie jaar. 

"Dat was echt fucked up. Ik was net weer buiten. Mijn moeder had gezegd: 'Ik kom niet langs als je weer vastzit'. Maar ze kwam toch, de tweede keer. Dat was echt zo lief. Maar ook zo kut, om haar onder ogen te moeten komen."

Keerpunt

Als je hem nu vraagt wat de ommekeer was, dan was het dat moment. Dat ze daar aan tafel zaten, in de bezoekersruimte. 

'Het kan niet meer zo verder, mam', zei Jeansen. Zijn moeder had geknikt, gehuild misschien, hij weet het niet meer, maar hij zag ineens wat het met haar deed. "Ze had zo hard gewerkt, een diploma met allemaal tienen, overdag school, 's avonds werken, twee kinderen opvoeden."

Jeansen was vastberaden om weer op dat zogenoemde rechte pad te komen. "Maar ik had nooit verwacht dat dat in zo'n welvarend, rijk land als Nederland zo moeilijk zou zijn."

"Het kostte me zo veel moeite om weer op het goede pad te komen." "Het kostte me zo veel moeite om weer op het goede pad te komen."

Hij worstelde met schulden. Flinke schulden. 60.000 euro stond hij in het rood. Een huurachterstand van zijn oude huis, gas, water en licht van zijn oude huis, schadevergoedingen, verzekeringen die hij niet had betaald, boetes.

Boete of de bak

"Mijn hoofd tolde van al die bedragen. Ik was net vrij en toen kwamen er agenten naar me toe. Ik moest een boete meteen betalen, 600 euro, anders moest ik weer voor dertig dagen de bak in. Ik had nog niet eens een huis!"

"Dus ik pinnen wat ik nog had, van vrienden geleend. Dat zou toch eigenlijk anders moeten. Ik ben geen lieverdje geweest, maar ik had mijn straf erop zitten en begon met een achterstand van twintig-nul."

"Hoe vaak ik wel niet met schuldeisers aan de telefoon heb gehangen." "Hoe vaak ik wel niet met schuldeisers aan de telefoon heb gehangen."

Hij solliciteerde bij een fabriek waar ze caravanramen maken, kwam via een toelatingstoets bij InHolland terecht, waar hij de hbo-opleiding entertainmentmanagement ging volgen.

Bikkelen

"Soms weet ik nog steeds niet hoe ik dat heb gedaan. Het werk was saai, die studie was bikkelen, en ik kon zó weer terug naar mijn vrienden. Ik was ook soms best bang: ga ik ooit een baan krijgen die ik leuk vind?" 

Die vond hij. Hij zag dat het radioprogramma FunX een reporter zocht. Jeansen had al wat dingetjes gedaan voor de lokale tv en lokale radio in Rotterdam. "Ik dacht: ze gaan mij toch niet aannemen. Ex-bajesklant. Maar toen dacht ik: fak it. ik probeer het gewoon."

Jeansens rekeningen op een tafel uitgestald. Jeansens rekeningen op een tafel uitgestald.

Hij stuurde een documentaire mee waar hij ooit aan meewerkte, over zijn bende. En schreef daarbij: 'Dit is hoe mijn leven was. Nu ben ik anders.' De ene Jeansen en de andere Jeansen, samen in één sollicitatiebrief.

Niet terug naar bende

Hij werd aangenomen. "Ik zeg heel vaak: ik weet niet hoe mijn leven was gelopen als ik niet bij FunX  was gaan werken. Ik wilde niet meer terug naar dat bendewereldje, naar de Jeansen 1.0. Maar die fabriek… Dat was ook echt niet wat ik wilde. Echt níét gewoon."

Beetje bij beetje, langzamer dan hij had gewild, kon Jeansen zijn schulden afbetalen. "Mijn salaris werd meteen ingehouden en ik nam een lening om een groot deel te betalen. Ik leefde van dag tot dag. Ik had een fulltime baan, inmiddels, maar had geen idee of ik volgende week mijn boodschappen kon betalen." Er kwam geld binnen, maar dat moest er meteen weer uit. Jeansen lacht schamper: "Een crimineel verleden is duur, hoor."

"Ik had nooit verwacht dat ik een studie zou halen, een prijs zou winnen." "Ik had nooit verwacht dat ik een studie zou halen, een prijs zou winnen."

"Ik had wel wat eerder hulp kunnen gebruiken, weet je. Want ik had alle handvatten om weer op het rechte pad te komen: ouders die achter me stonden, een goede kop vol verstand, een baan, een opleiding."

"En toch vond ik het zo zwaar. Ik kan me voorstellen dat jongeren die willen opkrabbelen, de handdoek in de ring gooien. Voor mijn gevoel moest ik vijf keer opnieuw beginnen."

Eén kans

Inmiddels is Jeansen eindredacteur bij FunX. Hij is verantwoordelijk voor vier shows en alle lokale content. "Je hebt gewoon één mooie kans nodig in het leven. En die moet je pakken."

Maar ook: "Ik heb nog steeds schulden. 30.000 euro hangt boven me. Niet chill."

"Ik ben geen lieverdje, maar had wel wat hulp kunnen gebruiken." "Ik ben geen lieverdje, maar had wel wat hulp kunnen gebruiken."

Daarom vertelt hij zijn verhaal. Nu, maar ook op scholen, aan hulpverleners. Aan iedereen die het horen wil. "De schuldenindustrie klopt niet in Nederland, het kan beter, met betere begeleiding. Er zijn veel jongeren in mijn situatie die een licht verstandelijke beperking hebben, die zijn niet zo assertief als ik, komen niet goed uit hun woorden, kunnen bepaalde beroepen niet doen. Die worden aan hun lot overgelaten."

Kansarm, en kansrijk

En hij wil ook laten zien: alles kan, zelfs in deze harde wereld. Je kan uit een kansarm milieu komen, maar kansrijk worden.

"Ik heb altijd gezegd: ik wil de nieuwe John de Mol worden. En weet je: ik krijg steeds meer het gevoel dat ik dat kan. Dat ik daarnaartoe streef. Ik heb de baan die ik wilde, goede vrienden, een fijn huis. En: ik heb een moeder die trots op me is."

Documentaire

Over Jeansens bende en leven zijn twee documentaires gemaakt. De tweede documentaire, 'Lost Boys, vijf jaar later', is hier te zien.

Ook heeft de radiomaker een hoorspel gemaakt over de snackbaroverval. Dat is hier te beluisteren. Met het hoorspel won hij een publieksprijs en de juryprijs van de NTR.  

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore