Een dag op de ic

Zo verzorgt mama coronapatiënten, mijn heldin van de zorg

07 april 2020 17:04 Aangepast: 07 april 2020 20:32
Mijn moeder en ik, op de intensive care in Tilburg. Beeld © RTL Nieuws

"Zit je maskertje goed? Handschoenen aan? Bril op? Oké, daar gaan we. En je weet wat je te wachten staat, hè?" Ja mam, zeg ik. Nee mam, denk ik. Als een eendje waggel ik achter haar aan, de intensive care op, waar dertien patiënten in één zaal liggen met een buisje in hun mond. Ze wachten op verzorging, op herstel, op de hulp van mijn heldin van de zorg: mijn mama.

Ik ben Karlijn, journalist en ik schrijf al weken over het coronavirus voor RTL Nieuws. Het draaide daarbij altijd om de feiten. Nu wil ik met eigen ogen zien hoe corona eruit ziet, wat het met je doet. En aan iedereen vertellen hoe hard de mensen op de ic rennen om levens te redden. Zoals mijn mama.

In 1986 begon mijn moeder aan haar eerste werkdag in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, met vestigingen in Tilburg en Waalwijk. Ze moest zich als verpleegkundige melden op de intensive care. Ik bestond toen nog niet. Sterker nog, ik was toen -7 jaar oud. Nu, 34 jaar later, werkt ze nog altijd op diezelfde afdeling.

Alles is nu anders

Maar nu is alles anders. Want anderhalve maand geleden gebeurde iets wat haar vertrouwde intensive care deed veranderen. Een man uit Loon op Zand bleek het coronavirus te hebben. Hij werd de eerste positief geteste coronapatiënt van Nederland.

Vanaf dat moment ging het snel in het Brabantse ziekenhuis. Er werden extra afdelingen geopend, geplande operaties geannuleerd, de uitslaapzalen ingericht als intensive care-unit.

Waar normaal mensen uitslapen na een operatie, liggen nu coronapatiënten op een geïmproviseerde ic. Waar normaal mensen uitslapen na een operatie, liggen nu coronapatiënten op een geïmproviseerde ic.

Mama noemt het een oorlog waar ze in is beland. "Er liggen intensivecarepatienten op een verkoever. Dat hoort niet hoor Karlijn, het is echt crisis", vertelt ze me. Ik snap wat ze zegt, maar begrijpen doe ik het niet. Logisch misschien, want de vijand is onzichtbaar en de slachtoffers vallen achter de gesloten deuren van het ziekenhuis.

Daarom vraag ik of ik een dag met haar mee mag lopen, voor RTL Nieuws. Het ziekenhuis is akkoord en mijn moeder ook, op één voorwaarde: als zij dan een keer naar de redactie in Hilversum mag komen.

Ik krijg geen lucht meer, het zweet breekt me uit

Het is zeven uur in de ochtend als ik mijn beschermende pak heb aangetrokken en ik met een verhoogde hartslag de intensive care oploop. Er gaat slechts een minuut voorbij als ik zeg: "Wow, mam, ik heb nu al zo veel respect voor jou." Ik krijg namelijk geen lucht meer door dat masker. Het zweet breekt me uit door die beschermjas en mijn handen zijn drijfnat door de plastic handschoentjes die ik draag. En dat doet zij nu dus elke dag. Hoe dan?

Voordat mama de ic betreedt, moet ze beschermende kleding aan. Voordat mama de ic betreedt, moet ze beschermende kleding aan.

Mama geeft me nog een knipoog en ze is vertrokken. Ze zal vandaag voor twee van de dertien coronapatiënten op de ic zorgen. Een 68-jarige vrouw en een 76-jarige man. "Ze lijken niet echt meer op mensen hè?", zegt één van haar collega's tegen me. De patiënten liggen naast elkaar met hun ogen dicht, zonder kleren aan, in bed te slapen. Hun mond open vanwege het beademingsbuisje, een gezichtsuitdrukking is ver te zoeken. "Nee, niet echt", antwoord ik.

'Weet u nog dat u zo benauwd was?'

Dan gaat er een klein oogje open. "Goedemorgen meneer." Het is mama die tegen haar patiënt praat. Ik herken die stem uit duizenden. "Het is maandagochtend, we gaan voor u zorgen. Weet u nog dat u zo benauwd was? U heeft het coronavirus en u heeft een buisje in uw keel. We gaan dat buisje nu een beetje draaien." De man loopt rood aan en begint te kokhalzen, zijn lichaam verkrampt. Eén hand van mijn moeder zit aan het buisje, de andere hand ligt op zijn voorhoofd. Ze spreekt hem rustgevend toe.

De man krijgt wat medicijnen, wordt gecontroleerd en moet daarna gewassen worden. Hij wordt even op zijn zij gedraaid en dan blijkt het witte laken van kleur te zijn veranderd. Meneer heeft diarree, echt alles zit onder. "Mam, hoe kan dat?" "Ja, mensen moeten naar de wc hè, maar dat kunnen ze natuurlijk niet. Dit hoort erbij, Karlijn."

Mama draait samen met haar collega's een patiënt op haar rug. Mama draait samen met haar collega's een patiënt op haar rug.

Als ic-verpleegkundige blijkt mama veel meer te doen dan ik wist. Er worden tanden gepoetst, haren gekamd, er wordt met deodorant gespoten. En in deze tijden komen er nog extra taken bij. "We houden elke dienst een dagboek bij voor de patiënt. Dit helpt hen misschien als ze weer beter zijn, om te begrijpen wat er is gebeurd. En het is fijn voor de familie, omdat ze er nu niet bij kunnen zijn."

Eén familielid mag 15 minuten op bezoek

Dat laatste doet mama pijn. Ze koos in 1978 voor de opleiding tot verpleegkundige omdat ze alles voor de zieke mens wil doen wat in haar mogelijkheden ligt. Maar ook omdat ze naasten wil begeleiden in de moeilijkste periodes van het leven. "En nu, door corona, kan er maar één familielid op bezoek komen. Vijftien minuten per dag. Dat vind ik heel moeilijk, vooral omdat de patiënten daardoor zo alleen zijn."

Alleen zijn ze zeker, maar voor mij voelt het toch anders als ik naar de patiënten kijk. Misschien omdat ik constant meerdere verpleegkundigen en artsen rond de bedden zie staan. Die stuk voor stuk zo liefkozend praten tegen de zwijgende mannen en vrouwen in bed. En misschien omdat één van die verpleegkundigen mijn moeder is, en ik als geen ander weet hoe mama voor je kan zorgen als je diarree hebt, moet overgeven, ziek bent.

Ik als kind met mama. Ik als kind met mama.

De telefoon gaat op de intensive care: de zoon en dochter van de twee patiënten die mama verzorgt, staan klaar om opgehaald te worden bij de ingang van de ic. Mama begeleidt ze naar de plek waar hun geliefden liggen en vertelt ze hoe het met hen gaat. Daarna krijgen ze een momentje voor zichzelf. 

Bij één patiënt op de intensive care zie ik geen familie. Even later blijkt dat zij 's middags gebeld zijn omdat hun moeder diezelfde dag nog wordt overgeplaatst naar een ziekenhuis in het Duitse Krefeld. Er is te weinig ruimte op de ic in Brabant. Het móet wel. Alle verpleegkundigen zijn erdoor geraakt. Waarom moet zij? Waarom Duitsland? Waarom gebeurt dit? Corona is het enige antwoord.

Dit hakt er behoorlijk in

Als het vier uur 's middags is, ben ik opgelucht dat ik de ic verlaat. Ik zit vol met emoties. De doodzieke patiënten, hun bezorgde familieleden, het hakt er behoorlijk in. Mama en ik kleden ons om en we lopen samen het ziekenhuis uit. Frisse lucht, eindelijk.

"En? Heb je een beetje een beeld gekregen van wat ik nu doe op het werk?", vraagt ze als we nog even in de tuin van mijn ouderlijk huis napraten. Ik knik. Ja mam, zeg ik. Hoewel ik de vraag met ja beantwoord, blijft het voor mij niet te begrijpen wat er op dit moment in de ziekenhuizen gebeurt. Zelfs voor mama is dat moeilijk, zegt ze. "Soms denk ik ook dat dit allemaal een droom is. Dat ik morgen wakker word en alles over is."

Maar mama werd vanochtend wakker en moest gewoon weer aan het werk, naar de geïmproviseerde intensive care, naar haar patiënten. Dat mondkapje moest wéér op, die plastic handschoenen moesten weer aan. Want in een tijd dat mensen moeite hebben om gewoonweg thuis te blijven, geeft mijn moeder alles om mensenlevens te redden.

Dagelijkse update nieuwsbrief

Dagelijkse update

Wil jij iedere middag een selectie van het belangrijkste nieuws en de opvallendste verhalen in je mail? Meld je dan nu aan voor de dagelijkse update.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore