Waar blijft de kou?

Winter tot nu toe een lachertje, we gaan met dubbele cijfers februari in

29 januari 2020 14:11 Aangepast: 29 januari 2020 14:30
Door het zachte weer is er her en der al bloesem aan de bomen te zien (archieffoto) Beeld © ANP

Voor wie behoefte heeft aan een periode van lekker strenge vorst, schaatsen op natuurijs en koek en zopies hebben we slecht nieuws: die komt er voorlopig echt niet.

Het blijft de komende tijd zacht, erg zacht weer. Het mag eigenlijk nauwelijks winter heten, de periode die we nu doormaken. Met gemiddeld 6,1 graden is januari 2020 een van de warmste januarimaanden ooit. De normale temperatuur in deze maand is 3,1 graden.

Maar ook in december was het al veel te warm voor de tijd van het jaar, zegt Buienradar-meteoroloog Maurice Middendorp. 

12 graden

En dat blijft nog wel even zo. De komende dagen stijgt de temperatuur naar een graad of 12. Pas op dinsdag wordt het wat kouder, maar het lijkt er in de verste verten niet op dat het hard gaat vriezen. Nare bijkomstigheid: het is ook nogal eens buiig de komende dagen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees meer

Geen sneeuw, geen ijs, we hebben deze winter nog niet één hellmannpunt

Hellmanngetal

Deze winter hebben we tot nu toe slechts één dag gehad dat het de hele dag - zij het een beetje - heeft gevroren. Dat is wel erg weinig, als je kijkt naar het zogenoemde Hellmanngetal, aan de hand waarvan de kou van een winter wordt gemeten. We staan nu op welgeteld 0,1 Hellmanpunt. Ter vergelijking: een 'normale' winter heeft 40 tot 100 Hellmannpunten, een zachte winter 20 tot 40 punten.

In het verleden is het één keer voorgekomen dat een winter 0 Hellmannpunten had. Dat was in 2014. De winters van 2015, 2016 en vorig jaar waren zeer zacht, met respectievelijk 7.8, 9.6 en 12.1.

Maar er waren ook echte 'horrorwinters'. Wat te denken van de recordwinter van 1947, met 348.3 Hellmannpunten? En ook de winters van 1942 (333.5 punten) en 1963 (337.2 punten) waren ijzig koud.

Kortere winters

Voorlopig blijven zulke cijfers echter ver buiten bereik. Bovendien worden de winters steeds korter. Tot 1931 viel de eerste vorstdag gemiddeld op 21 oktober. Kijkend naar de laatste 30 jaar, is dat op 2 november. 

Je kunt dus stellen dat het koude seizoen in het begin van de metingen 160 dagen duurde. Nu is dat 129 dagen. De winterperiode is dus ongeveer een maand korter geworden.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore