Kou komt later

Winter steeds korter: één maand verschil met vorige eeuw

31 oktober 2019 13:32 Aangepast: 31 oktober 2019 16:22
Een laag ijs beschermt de bloesemknoppen van fruitbomen in de Betuwe. De telers voorkomen zo dat nachtvorst de knoppen beschadigt. Beeld © ANP

Het is weer die tijd van het jaar: de eerste officiële vorstdag na de zomer is een feit. En dat is normaal voor de tijd van het jaar, kun je zeggen. Hoewel: wie naar de metingen kijkt, ziet dat gemiddeld gezien die eerste vorstdag steeds later in het jaar komt.

De winter wordt steeds korter, constateert meteoroloog Maurice Middendorp van Buienradar. "De eerste vorstdag valt steeds later. De metingen in De Bilt begonnen in 1901. Tot 1931 viel de eerste vorstdag gemiddeld op 21 oktober. Maar als je naar de laatste 30 jaar kijkt, is dat op 2 november."

11 maart

Maar aan de andere kant blijkt ook dat het voorjaar steeds vroeger begint. Volgens het KNMI mag je een temperatuur van gemiddeld 15 graden in De Bilt rekenen tot een lentedag. 

Tot 1931 viel die dag gemiddeld op 30 maart, zegt Middendorp. "Maar sinds 1988 is de eerste lentedag gemiddeld op 11 maart."

De oranje lijn is een trendlijn, en geeft dus gemiddelden aan. De oranje lijn is een trendlijn, en geeft dus gemiddelden aan.

Je kunt dus stellen dat het koude seizoen in het begin van de metingen 160 dagen duurde. "En nu is dat 129 dagen. De winterperiode is dus ongeveer een maand korter geworden."

Verder ziet Middendorp dat steeds vaker extreem koude vorstperiode's uitblijven. "Temperaturen gaan omhoog, ook in de winter zie je gemiddeld minder strenge vorst. Afgelopen februari werd het record verbroken van langste periode zonder Elfstedentocht. Dat zegt wel iets."

Dat de winter steeds korter wordt, en de zomers dus steeds langer, heeft verregaande consequenties.

Langer gras maaien

De biodiversiteit in ons land verandert door de stijgende temperaturen snel, zegt bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit. "1988 was het omslagpunt. Sinds dat jaar wordt het elk jaar warmer, waardoor ook het 30-jarig gemiddelde sterk oploopt."

De verschuiving zie je in de natuur direct terug, zegt Van Vliet. "Nu kun je het zien aan de verkleuring van de bladeren aan de bomen. Je ziet dat dat laatste tijd veel later gebeurt. Het groei- en bloeiseizoen verschuift. Mensen met gras in de tuin merken het ook: je moet langer door met maaien dan voorheen. En je kunt zelfs na kerst nog planten zien bloeien."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

130 klimaatexperts, 37 landen, één signaal: 'De wereld slaat op hol'

Het zijn maar een paar voorbeelden, maar volgens Van Vliet gaat het echt 'om een enorme verschuiving'. "Honderden plant- en diersoorten bewegen zich naar het noorden. Opeens kom je bijvoorbeeld de zilverreigers overal tegen."

Bij een zachte winter zonder extreem koude vorstperiode, zie je dat planten en dieren anders reageren. "In de landbouw bijvoorbeeld moet er meer rekening gehouden worden met ziektes en plagen. En de fruitsector moet rekening houden met een hoger risico op vorstschade. Want als je opeens in april nog nachtvorst hebt, kunnen de bloemen in bloei daar niet tegen."

Tekenexplosie en egelsterfte, natuur compleet van slag

Bioloog Arnold van Vliet liet afgelopen februari zien wat er in de natuur gebeurt als de natuur van slag is.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`