Arts handelde juist

Rechter: euthanasie op zwaar demente vrouw (74) was geen moord

11 september 2019 13:27 Aangepast: 26 september 2019 10:31
Beeld © ANP

De rechtbank in Den Haag vindt dat verpleeghuisarts Catharina A. juist heeft gehandeld door euthanasie toe te passen op een 74-jarige vrouw, in april 2016. Het Openbaar Ministerie vond de wilsverklaring van de vrouw op sommige punten onduidelijk, maar volgens de rechter heeft de arts goed gehandeld.

De rechter vindt dat aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan en ontslaat de arts van alle rechtsvervolging. Er was geen sprake van moord.

Voor het eerst

Het was voor het eerst sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002 dat een arts zich voor de rechter moest verantwoorden.

De zaak rond de dood van de 74-jarige vrouw is ingewikkeld. De vrouw kreeg rond haar 70ste de diagnose alzheimer. Toen ze nog wilsbekwaam was, stelde ze een euthanasieverklaring op. Daarin zei ze onder andere: "Ik wil gebruikmaken van het wettelijk recht om euthanasie op mij toe te passen, wanneer ik daar zelf de tijd rijp voor acht."

'Onvoldoende duidelijk'

Deze en enkele andere zinnen uit de wilsverklaring waren 'onvoldoende duidelijk', oordeelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd in 2018. "Hieruit kan onder meer worden afgeleid dat patiënte bij het opstellen ervan uitging dat zij te zijner tijd zelf nog om euthanasie kon en zou verzoeken." 

De vrouw schreef ook dat ze niet naar een verpleeghuis wilde. Dat gebeurde uiteindelijk wel. Wat de zaak extra moeilijk maakte, was dat de vrouw in dat verpleeghuis wisselende signalen gaf over de dood: het ene moment wilde ze wel sterven, het andere moment niet.

De vrouw was op dat moment al zwaar dement: ze herkende haar eigen spiegelbeeld niet meer, was het grootste deel van de dag angstig, verdrietig en onrustig. Ook riep ze tot wel 20 keer per dag dat ze dood wilde. Ze liep op de deuren en ramen te bonken tot haar handen pijn deden.

Rechtbanktekening van verpleeghuisarts Catharina A. in de rechtbank van Den Haag. Rechtbanktekening van verpleeghuisarts Catharina A. in de rechtbank van Den Haag.

Niet over euthanasie gesproken

De euthanasie vond uiteindelijk plaats zonder dat de arts met haar had gesproken over het euthanasieverzoek. Vooraf had de arts wel uitgebreid overlegd met de familie, verzorgers in het verpleeghuis, de huisarts van de vrouw én twee andere gespecialiseerde artsen. 

Toch vond het OM dat de arts onvoldoende heeft vastgesteld of de dementerende vrouw wel echt dood wilde, ondanks een eerder opgestelde wilsverklaring.

Wel benadrukte het OM dat de arts goede bedoelingen had. Ze vroegen de rechter daarom wel om een schuldigverklaring, maar niet om een straf.

'Hard gelag'

De rechter kon zich voorstellen dat het 'een hard gelag' was voor de arts dat zij zich geconfronteerd zag met een beschuldiging van moord. 

De officier van justitie constateerde al dat de arts had voldaan aan vrijwel alle toepasselijke zorgvuldigheidseisen en maakte haar alleen één beperkt verwijt, dat bovendien 'onvoldoende duidelijk en kenbaar in de wet was neergelegd'. De rechter: "Onder zulke omstandigheden doet een beschuldiging van moord geen recht aan het integere en transparante handelen van de verdachte."

De rechtbank vindt ook niet dat de arts 'met deze, wilsonbekwame en diep demente patiënte' had moeten overleggen over de euthanasie. "Een dergelijk gesprek zou niet alleen zinloos zijn, omdat bij de patiënte het begrip over deze onderwerpen ontbrak, maar zou mogelijk ook nog grotere agitatie en onrust hebben veroorzaakt."

'Richtlijn strenger dan de wet'

De rechter wees erop dat in de medische wereld richtlijnen zijn opgesteld waarin staat dat artsen óók bij wilsonbekwamen moeten proberen het standpunt van de patiënten te verifiëren. De rechter zei daarover: "Dat standpunt is echter, zoals blijkt uit de hiervoor geciteerde wetsgeschiedenis, strenger dan de wet."

Wilsverklaring (on)duidelijk:

De vraag die vooral een rol speelde: was de wilsverklaring van de vrouw duidelijk genoeg? Onderstaande wilsverklaring werd ondertekend op 20 oktober 2012 en op 13 januari 2015 herzien:

"Op 2 oktober 2012 is na een onderzoek op de geheugenpolie in het C te D vastgesteld dat ik een beginnend Altzheimerpatient ben. Naar aanleiding van dit onderzoek verklaar ik het volgende:

Ik wil gebruikmaken van het wettelijk recht om euthanasie op mij toe te passen, wanneer ik daar zelf de tijd voor rijp acht.

Ik wil beslist niet geplaatst worden in een instelling voor demente bejaarden.

Ik wil tijdig een menswaardig afscheid nemen van mijn dierbare naasten.

Mijn moeder is indertijd 12 jaar verpleegd in een instelling voordat zij stierf, dus heb ik dit proces van dichtbij meegemaakt. Ik weet dus waar ik over praat. Dit wil ik beslist niet meemaken, het heeft mij ernstig getraumatiseerd en heeft de hele familie veel verdriet gedaan.

Vertrouwende, tegen de tijd dat de kwaliteit van mijn leven zodanig slecht is geworden, dat ik op mijn verzoek euthanasie zal worden toegepast."

Komt weinig voor

Euthanasie bij patiënten met zware dementie komt weinig voor: in 2017 drie keer en in 2018 twee keer. Bij patiënten met beginnende dementie ging het om respectievelijk 166 en 144 gevallen, blijkt uit de jaarverslagen van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie.

Het Expertisecentrum Euthanasie, voorheen de Levenseindekliniek, merkt dat alle extra aandacht van het Openbaar Ministerie ervoor zorgt dat artsen terughoudender zijn met euthanasieverzoeken. Het aantal hulpvragen dat bij de organisatie binnenkomt is dit jaar met vijftien procent gestegen ten opzichte van vorig jaar.

Strenge regels voor euthanasie in Nederland

Zo werkt euthanasie in Nederland

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`