Onderzoek ingesteld

Jesse (22) is 'misschien misbruikt' in zorginstelling, maar kan het niet vertellen

22 juli 2019 18:00
Archieffoto Beeld © Getty

De zoon van Annemarie, Jesse (22), verbleef in de Limburgse instelling waar jongeren met een beperking mogelijk zijn verwaarloosd en misbruikt. "Ik heb hem niet kunnen beschermen."

Haar 22-jarige zoon Jesse kwam volgens Annemarie weleens thuis met 'onverklaarbare blauwe plekken'. Zo stonden er een keer vijf vingers op zijn bovenarm. "Je denkt dan: tja, ik heb een kind met gedragsproblemen, hij is autistisch, heeft epilepsie, functioneert als een 2-jarige... Ik kan me wel voorstellen dat ze hem een keertje flink hebben moeten vastpakken. Het mag niet, maar ik kan het me wel voorstellen." 

Nare nasmaak

Een andere keer zat er een grote donkere plek in zijn knieholte. "Dan ga je navraag doen bij de instelling waar hij verblijft, maar daar zeiden ze dat er niets was gebeurd. Ik deed het af, zo van: het zal wel door z'n slechte motoriek komen, hij is vast gevallen." 

Maar nu bekend is dat er onderzoek wordt gedaan naar de zorginstelling Dichterbij in het Limburgse Gennep, krijgen die blauwe plekken ineens een 'heel nare nasmaak'. Meerdere gehandicapte kinderen en jongvolwassenen zijn mogelijk maandenlang mishandeld, verwaarloosd en onzedelijk betast.

'Geschopt en opgesloten'

 Annemarie zegt dat kinderen niet werden verschoond, werden opgesloten, geknepen, geschopt, geïntimideerd. "En zo kan ik nog wel even doorgaan." Of dat ook met Jesse is gebeurd? Annemarie weet het niet. "Hij kan het me simpelweg niet vertellen." 

Aangifte

Manager Jos Peters van Dichterbij bevestigt aan RTL Nieuws dat er inderdaad een onderzoek loopt. "We nemen het hoog op", zegt Peters. "Het is heel vervelend dat we in deze situatie zitten en we hebben eigenlijk naar aanleiding van de eerste berichten meteen maatregelen genomen door de locatie te sluiten."

Peters geeft aan dat Dichterbij zelf ook aangifte heeft gedaan. Het personeel dat verdacht is, zou volgens Peter via een uitzendbureau zijn ingehuurd. 

Haar zoon komt al jaren bij Dichterbij. Iedere keer als Annemarie eraan denkt, gaan haar nekharen overeind staan en 'vlamt de woede weer op'. Ze beschrijft de afgelopen maanden, sinds de eerste meldingen van vermoedens van misbruik werden gedaan, als een achtbaan van emoties vol 'verdriet, ongeloof en woede'. "Ik ben niet boos, ik ben woest."

Klachten

De groep werd in december gesloten vanwege de klachten, volgens Annemarie was naar de ouders gecommuniceerd dat de veiligheid niet meer gegarandeerd kon worden. "Zorgplicht blijkt in dit geval een wassen neus, want ze kwamen niet met oplossingen."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Politie start onderzoek naar misbruik gehandicapten in Limburgs tehuis

"Jesse kwam ineens thuis te zitten, een paar dagen voor kerst. Hij kon niet eens afscheid nemen van het vaste personeel. In het hoofd van mijn kind ontstond complete chaos. Hoe leg je hem uit dat hij er niet meer heen mag? Elke vrijdag, zaterdag en zondag was het drama."

Met hart en ziel

Het vaste personeel, dat niet verdacht wordt van het misbruik en verwaarlozing, wil Annemarie 'uit de grond van haar hart' bedanken. "Ze hebben met hart en ziel geprobeerd mijn zoon een veilige plek te bieden. Zonder al die jaren zorg had mijn kind al dertien jaar niet meer thuis kunnen wonen, omdat het te zwaar is. Het vaste personeel verdient een lintje."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

'Waarom mag ik wel studeren, en mijn zus met een verstandelijke beperking niet?'

Annemarie deelt haar verhaal omdat 'dit nooit meer mag gebeuren'. "Ik hoop dat dit verhaal iedereen weer eens flink wakker schudt en mensen, vooral directeuren van zorginstellingen, bewust maakt van de kwetsbaarheid van deze kinderen."

Geluk bij een ongeluk

Er zit volgens deze moeder maar één positieve kant aan dit verhaal: "Dat is dat we gedwongen waren iets anders te zoeken voor hem. Dat hebben we gevonden, op een heel speciale plek. En het gaat heel goed met hem. Het is eigenlijk een geluk bij een ongeluk dat we zo'n fijne instelling hebben gevonden voor ons kind." 

Hoe achterhaal je de waarheid?

Hoe onderzoek je of kinderen en jongeren met een beperking daadwerkelijk zijn misbruikt, mishandeld of verwaarloosd? "Bij het vermoeden van seksueel overschrijdend gedrag hebben wij een protocol om in kaart te brengen wat er is gebeurd", zegt Simone van Hedel. Ze werkt bij Koraal en is de schakel tussen mensen met een verstandelijke beperking en hun familie of verzorgers. 

In eerste instantie wordt er een vlaggensysteem gebruikt. "Op die manier kun je het gedrag van een kind op seksueel gebied duiden en bespreken." Bijvoorbeeld als een kind zijn broek naar beneden trekt. In een bepaalde leeftijdscategorie is dit gedrag niet zorgelijk, stelt Van Hedel, maar in een andere categorie wel.

Vlaggen

Een zwarte vlag betekent: zwaar seksueel overschrijdend gedrag, een rode vlag betekent 'er is mogelijk sprake van ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag', een oranje staat voor 'licht grensoverschrijdend gedrag', groen voor 'gezond seksueel gedrag'.

Wanneer er sprake is van een rode of zwarte vlag wordt er contact gelegd met met de zedenpolitie. "Een zorginstelling doet niet zelf aan waarheidsvinding."

Nachtmerries

Er kunnen zorgen ontstaan als kinderen ander gedrag dan normaal vertonen. "Heeft het kind ineens nachtmerries, laat het seksueel gedrag zien dat we voorheen niet zagen, zien we ineens gedragsproblemen of juist teruggetrokken gedrag?" De medewerkers van de zorginstelling observeren dan het gedrag, gaan met elkaar in overleg en bespreken: wat kan er gebeurd zijn? 

Het is altijd belangrijk om erover te praten. "Dat doen we zo objectief mogelijk, want suggestieve vragen kunnen een eventueel juridisch onderzoek belemmeren."

Experimenteergedrag

Maar ernaar vragen heeft niet altijd zin, erkent Van Hedel. "Sommige kinderen kunnen er niet over praten." Anderen gaan er soms pas na een jaar over praten. 

"Soms zit er een verschil in wat ouders waarnemen en wat wij waarnemen", stelt Van Hedel. "Gezond seksueel experimenteergedrag kan soms ver gaan voor ouders. Soms maken zij zich meer zorgen dan wat wij vanuit de theoretische onderbouwing zien."

Van Hedel benadrukt wel dat het lastig kan zijn om een gedragsverandering te gebruiken in de rechtbank. "Je moet toch feiten hebben om eventuele verdachten juridisch te kunnen vervolgen." 

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore