'Soms is label nodig'

Gameverslaving straks erkend als stoornis: dit zijn de symptomen

30 mei 2019 07:07 Aangepast: 30 mei 2019 10:33
Archieffoto Beeld © iStock

Kan jouw kind maar niet stoppen met Fortnite of andere online spelletjes? Blijft je kind gamen, ook al komt het daardoor in de problemen op school, met werk of vrienden? Dan is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO sprake van een stoornis.

Dat blijkt uit de nieuwste versie van de International Classification of Diseases (ICD-11) van de WHO, die deze week verscheen. Dit document wordt gebruikt als internationale standaard voor het vaststellen van ziekten en stoornissen, en zal vanaf 2022 gelden.

    Wanneer ben je gameverslaafd?

    Jongeren gamen veel, maar dat maakt ze nog niet meteen gameverslaafd. Maar wanneer ben je dat dan wél? De Wereldgezondheidsorganisatie heeft een aantal punten opgesteld, waarmee bepaald kan worden of er sprake is van een hobby, of een probleem.

    • Je hebt zó weinig controle over je gamegedrag, dat het gamen belangrijker wordt dan andere interesses of activiteiten.
    • Vervolgens blijf je doorgamen, ook al weet je dat je hiermee in de problemen komt met je werk, school, of sociale leven.
    • Dit gedrag moet minimaal een jaar aanhouden voor er een officiële diagnose gesteld kan worden.
    • Het gaat er dus niet om hoe veel je gamet, maar meer waaróm je gamet. Als je je leven verder goed op de rit hebt, is er dus niks mis met een paar potjes Fortnite per dag. Maar als je games gebruikt als toevlucht omdat je niet lekker in je vel zit, is het misschien tijd om aan de bel te trekken.
    Miniatuurvoorbeeld
    Lees ook:

    Zorgen bij ouders om verslavende game Fortnite: 'Doodmoe van die continue strijd'

    Verslavingszorg op maat

    Verslavingsdeskundigen zijn blij dat een gameverslaving nu officieel erkend is. "Tot voor kort was het geen erkende stoornis. Dus konden er ook geen officiële behandelingen gedaan worden", zegt Sjacco van Iwaarden van Verslavingskunde Nederland. "Je moest het dan over de boeg gooien van impulsbeheersing of adhd. Maar dat dekt de lading niet."

    Met de erkenning van de WHO verandert dat: "We hoeven dan niet meer creatief te boekhouden om de jongeren de zorg te bieden die ze verdienen."

    Volgens Van Iwaarden is er nog wel een ander probleem: "Therapie voor een gameverslaving wordt op dit moment nog niet vergoed. De verzekeraars besluiten dat op basis van de DSM-5 (het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen, red.) en daar staat het nu nog niet in. Maar er zijn gesprekken gaande met de verzekeraars en die lijken de goede kant op te gaan. Door het feit dat de WHO gameverslaving nu wel als stoornis erkent, hebben wij ook betere argumenten."

    Professioneel gamer Royalistiq vertelt over zijn gameverslaving

    De 21-jarige Roy Beszelsen is zo goed in gamen, dat hij er zijn geld mee verdient. Hij vertelt dat hij vroeger een gameverslaving had, die hij inmiddels onder controle heeft.
    Miniatuurvoorbeeld
    Lees ook:

    Fortnite-verslaafde Jayden (10) verziekte de sfeer thuis

    'Kind vlucht in games door andere problemen'

    Toch is niet iedereen enthousiast over de erkenning van de WHO. De brancheorganisatie van de game-industrie NIVP is bang dat de WHO zich niet baseert op grondig onderzoek.

    In een eerder interview met het AD stelt een woordvoerder dat het niet zeker is dat een gameverslaving überhaupt bestaat. "Er woedt een hele wetenschappelijke discussie of gameverslaving wel bestaat. Wij denken van niet: kinderen vluchten pas in games als er andere problemen spelen. Wel vinden ook wij dat je moet voorkomen dat een kind nog alleen maar met een game op zolder zit. Daar willen we ouders dus bij helpen: maak van jongs af aan goede afspraken."

    In een verklaring eist de internationale brancheorganisatie dan ook dat de WHO de beslissing om een gameverslaving te erkennen als officiele stoornis, ongedaan maakt.

    Miniatuurvoorbeeld
    Lees ook:

    Gameverslaving op de basisschool? 'Je moet er op tijd bij zijn'

    Blij met 'label'

    Victor van Rossum (23), die zelf jarenlang gameverslaafd was, is wél blij dat gameverslaving nu officieel erkend wordt. "Ik ben heel blij met het besluit van de WHO. Het voelt stom om ergens een label aan te hangen, maar af en toe is het nodig. Ook al is het stom."

    Van Rossum speelde jarenlang van alles. "Het maakte niet uit wat, als het maar online was. Dan kroop ik 12/13 uur per dag achter m'n laptop en vestopte ik mezelf."

    Gepest

    Hij ontsnapte zo aan het 'echte' leven. "Op school werd ik altijd veel gepest, en voelde ik me nooit veilig. Ik werd gekleineerd, en ik was eenzaam. Maar online kon ik wel mezelf zijn, en werd ik geaccepteerd. Ik was goed in gamen, dus mensen wilden graag met me spelen. Het was echt mijn toevlucht."

    Miniatuurvoorbeeld
    Lees ook:

    Victor was verslaafd aan gamen: 'Ik mag nooit meer dat eerste spelletje spelen'

    Ervaringsdeskundige

    Tot het op een bepaald punt niet meer verder kon. "Mijn moeder heeft toen hulp voor mij gezocht. Ik heb uiteindelijk tien weken in een verslavingskliniek gezeten."

    Die kliniek was vooral gericht op verslavingen in het algemeen. "Ik merkte dat ik af en toe wel echt behoefte had om met een ervaringsdeskundige te praten. Die waren er wel, maar er was er maar één die verstand had van gameverslaving. Ik had er dus echt baat bij gehad als er meer info en expertise over was. Nu het een label heeft krijgen we hopelijk passende behandelingen die net wat specifieker zijn voor ons."

    Gamende jongeren: de cijfers

    Gamen is een populaire hobby onder Nederlandse jongeren. Maar bij hoeveel van hen is het een probleem? Bekijk hier de cijfers (uit 2017)

    • Zo'n 35 procent van de basisschoolleerlingen en ruim 27 procent van de 12 tot en met 16 jarige leerlingen in het voortgezet onderwijs speelt dagelijks games. 
    • Als er gegamed wordt besteedt 11 procent van de 12-16 jarigen daar minstens vier uur per dag aan. In het basisonderwijs gaat het om 9 procent.
    • Gamen komt onder jongens veel vaker voor. Ook besteden ze er meer tijd aan. Onder de 12 t/m 16 jarigen komt dagelijks gamen bij bijna 43 procent van de jongens en 11 procent van de meisjes voor. In het basisonderwijs gaat het om respectievelijk bijna 50 procent en 20 procent. 
    • Problematisch gamen komt bij 3 procent van de basisschoolleerlingen en bij 4 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs voor. 
    • Problematisch gamen komt onder jongens veel vaker voor dan onder meisjes. In het basisonderwijs heeft 5 procent van de jongens en 1 procent van de meisjes problematisch gamegedrag. In het voortgezet onderwijs gaat het om respectievelijk 7 procent en 1 procent.

    Bron: Nederlands Jeugdinstituut

    RTL Nieuws
    `