Nederland

Koop- en huurprijzen schieten omhoog, toch zijn we minder kwijt aan wonen

04 april 2019 00:01 Aangepast: 04 april 2019 10:53
Een huizenblok in Rotterdam. Beeld © ANP

Ondanks de spanning op woningmarkt en de stijgende prijzen, is wonen relatief toch goedkoper geworden de afgelopen jaren. Van het geld dat we verdienen geven we een kleiner gedeelte uit aan wonen.

Dat blijkt uit het Woononderzoek Nederland, dat het CBS uitvoerde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Huren werd relatief goedkoper

Gemiddeld stegen de huren tussen 2015 en 2018 flink, met 8 procent, naar 603 euro. Maar dat wordt voor een deel gecompenseerd door de gestegen huurtoeslag. Die krijgt natuurlijk niet iedereen, maar de gemiddelde huurder ontvangt 93 euro per maand. Netto stegen de huurkosten daardoor met 5 procent.

Tel daar de andere woonuitgaven zoals gas, water en licht bij op, die niet stegen, en je komt uit op een stijging van de totale woonuitgaven van 4 procent. Doordat het besteedbaar inkomen in dezelfde periode harder steeg, daalde de zogenoemde woonquote: het percentage van het inkomen dat je kwijt bent aan woonlasten. Huren werd dus in zekere zin goedkoper.

Minder scheefwoners

Het lijkt erop dat over de gehele linie, dus ook in de geliberaliseerde huursector, huren relatief niet duurder is geworden. Uit de cijfers blijkt namelijk dat de woonquote voor alle inkomensgroepen vrijwel gelijk bleef. Daarbij moet wel bedacht worden dat een deel van de rijkere huurders toch in een sociale huurwoning woont, dat kan de cijfers dus wat flatteren.

Duidelijk is wel dat de groep scheefwoners, mensen die te veel verdienen om in een goedkope sociale huurwoning te wonen, snel kleiner wordt. 16 procent van de huurders woont 'te goedkoop', dat zijn 475.000 huishoudens. In 2015 waren dat er nog bijna 75.000 meer.

Kopen ook niet duurder

Natuurlijk, de huizen zelf zijn wel duurder geworden, veel duurder zelfs. Sinds 2015 stegen de prijzen met ruim 22 procent. En toch zijn de woonlasten als percentage van het inkomen niet toegenomen.

De belangrijkste factor daarin zijn de gedaalde hypotheekuitgaven. Door de extreem lage rente zijn huizenbezitters relatief weinig kwijt aan hun maandelijkse betalingen aan de bank. Doordat de extra kosten, zoals onderhoud en bijkomende kosten bij de aankoop van een huis, zijn gestegen, zijn de totale maandelijkse uitgaven aan het huis wel omhoog gegaan.

Maar ook voor koophuisbezitters zijn bijkomende woonkosten (gas, water, licht) niet of nauwelijks gestegen sinds 2015, waardoor de totale kosten voor het wonen in een koophuis bijna gelijk zijn gebleven. Afgezet tegen het gestegen besteedbaar inkomen, komen we er goed vanaf.

De netto-woonquote is zelfs een heel klein beetje gedaald van 28,4 procent naar 28 procent. Ook huizenbezitters zijn dus een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan wonen.

Miniatuurvoorbeeld
Meer van RTL Z

Vaste lasten maken nu meer dan helft inkomen Nederlanders uit

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`