Zondaginterview

Kees laat stervenden nog één keer echt leven: 'En dan is het goed'

10 maart 2019 08:02 Aangepast: 14 maart 2019 08:00
Met zijn stichting heeft Kees Veldboer al duizenden laatste wensen vervuld. Beeld © Stichting Ambulance Wens

De dood zou Mario, een Rotterdammer ergens achterin de 50, komen halen. En snel ook. Dat was duidelijk. Ambulancemedewerker Kees Veldboer moest Mario van het ene ziekenhuis naar het andere brengen. Toen kreeg hij een ingeving: waarom niet met Mario nog één keer naar zijn favoriete plek? "En dat was het begin."

"Kun je niet nog een keer het water op, om te varen?"

"Ik kan niet eens uit bed komen. Na de kerst ben ik dood."

In 2007 had Kees Veldboer, toen al twintig jaar ambulancemedewerker, een gesprek met één van de vele mensen die hij moest vervoeren. Het ging om Mario, een man van eind 50. Kees moest hem van het ene ziekenhuis naar het andere brengen, voor een behandeling. Pijnbestrijding, want genezen zat er niet meer in.

De dood in de ogen

Omdat Kees te vroeg was, zette hij Mario op de brancard bij een watertje neer, vlak bij het ziekenhuis. Toen begon Mario te vertellen. Over hoe hij altijd zo van varen had gehouden. Hoe hij het miste. Hoe hij de afgelopen drie maanden alleen maar binnen – vier witte muren, heel veel slangetjes – had gelegen. En over de dood. Die was duidelijk in zicht.

"Je kon het gewoon aan hem zíén", zegt Kees. "Sommige mensen hebben de dood al in de ogen staan. Die liggen er gewoon op te wachten."

Kees Veldboer. Kees Veldboer.

Kees probeerde het gewoon

Maar Kees zag toen ook wat anders: daar, aan de waterkant, zag hij Mario heel even opleven. "Ik dacht, ik ga het gewoon proberen." Nadat zijn dienst erop zat, ging Kees bellen. Naar een rederij, om te vragen of ze een brancard op een rondvaartboot konden vervoeren. En naar zijn baas – of hij misschien een ambulance mocht lenen na werktijd?

"In een mum van tijd had ik het voor elkaar", zegt Kees, terwijl hij in zijn vingers knipt. Een paar dagen later lag Mario op een brancard op de boot, op het water. "Je zag hem sterker worden, je zág hem genieten. Echt, ik had nog nooit iemand zó erg zien genieten. Met zoiets simpels, want het kostte me zo weinig moeite. En het mooiste: Mario leefde zo op, dat hij die kerst nog heeft gehaald."

De allereerste wens die Kees (links) vervulde, was die van Mario, op het water. De allereerste wens die Kees (links) vervulde, was die van Mario, op het water.

Nuchtere Rotterdammer

Het bracht Kees op een idee. Wat nou als hij een stichting begon, met een ambulance, om laatste wensen van terminale patiënten te vervullen? "Als ik terugdenk, snap ik nog steeds niet hoe ik het heb bedacht", zegt hij in zijn kantoor in Rotterdam. Achter hem hangt een grote foto van een brancard aan het water, met een patiënt erop. "Ik had namelijk niet echt iets met stichtingen, was er niet op uit om er een op te richten…"

Want Kees is een nuchtere Rotterdammer – inclusief het bijbehorende accent. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. 

Maar toch deed hij iets geks. Waarvan heel veel mensen zeiden: "Dat gaat je niet lukken." Twee jaar lang verzorgde hij vanuit zijn woonkamer – met in zijn garage een ambulance die hij van zijn werkgever kreeg – ritten om laatste wensen uit te voeren. Kwamen er in het begin een paar per maand binnen, al snel werden het er een paar per week. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees meer:

Laatste wens: stervende opa komt op bruiloft van kleinzoon Armand en Nessa

Even dat thuisgevoel

Nu, elf jaar later, vervult Stichting Ambulance Wens zes wensen per dag – alleen al in Nederland. Er zijn meer dan 200 vrijwilligers, onder wie ambulancechauffeurs, politieagenten en brandweermannen. "Je moet voorzichtig rijden", vertelt Kees. "Neem nou die witte strepen op het asfalt, hè. Die voelt de patiënt op de brancard héél goed. Net als bochten. Je moet zo weinig mogelijk remmen."

Kees' stichting heeft meer dan 12.000 wensen uitgevoerd. Opvallend detail: veruit de meeste ritten gaan naar iemands huis. "Je moet je voorstellen dat mensen ineens, vaak met spoed, hun huis uit worden gerukt. Ze komen in het ziekenhuis, horen dat ze niet lang meer hebben en moeten naar een hospice. Heel veel mensen willen heel graag naar hun eigen huis, dat thuisgevoel hebben, hun spulletjes nog even zien, de hond nog even over de vloer horen drentelen, de kat in de vensterbank zien liggen of hun partner in de keukenlaatjes zien rommelen."

Zo vergeet Kees nooit meer die ene vrouw, een jaar of 70 was ze. Ze zat midden in haar woonkamer op een brancard. Kees stond er stilletjes bij, in een hoekje. "Ze keek rond, een uur lang. Daarna zei ze: 'Zo, nu is het goed'. Een paar dagen later stierf ze."

Het strand is de populairste 'laatste-wens-plek'. Het strand is de populairste 'laatste-wens-plek'.

Ook een plek waar veel laatste ritjes naartoe gaan: de zee. "Ik heb zelf niet zo veel met het strand", verzucht hij schouderophalend. "Al dat zand, dat hoeft voor mij niet zo. Maar ik heb het wel aan patiënten gevraagd: waarom deze plek? Ze zeggen dan dat ze zich er goed door voelen, gelukkig zelfs. Ik snap het niet, maar ik vind het fijn dat mensen dat ervaren. En weet je wat het ook is? Ik denk dat je pas écht voelt wat je laatste wens is, als jouw tijd daar is. Soms vragen mensen me: waar zou jíj naartoe willen? Ik zeg nu: als ik maar met mijn drie kinderen, kleinkind en vrouw ben. Maar je kán het nog niet zeggen als je gezond bent."

Heel slecht

Terwijl hij dat vertelt, rijdt er een ambulance de loods achter zijn kantoortje binnen. Het pand van de stichting ligt bijna aan de snelweg, vlak bij de afrit van de A15. Zo kunnen chauffeurs snel weg als het moet. "Dan ligt iemand héél slecht."

Moeilijk vindt Kees dat niet. Angst voor de dood? "Heb ik niet." Tranen? "Ook niet." Want Kees is – behalve nogal nuchter – ook door de wol geverfd. "Tuurlijk raakte het me toen ik een vader zag – kanariegeel van de medicijnen – die naar de musical van zijn dochtertje keek. Zijn twee andere kindjes leunden tegen zijn brancard aan. Maar ik houd mezelf dan voor: ik kan alleen doen wat binnen mijn macht ligt."  

Soms zijn er ook meerdere mensen met op hetzelfde moment dezelfde wens. Soms zijn er ook meerdere mensen met op hetzelfde moment dezelfde wens.

Ineens is het er: rust

Als Kees en zijn collega-vrijwilligers hun patiënten ophalen, zien ze veel onrust. "Dat kan spanning zijn – vergelijkbaar met schoolreisjesspanning, zeg maar – maar het is ook iets anders, denk ik. Het is een soort onrust, angst, dat ze de wereld moeten verlaten zonder nog naar die ene fijne plek te zijn geweest." 

Als hij de patiënt weer terug heeft gebracht na een tripje, dan is er het tegenovergestelde. Rust. "Je ziet ook wel dat het daarna snel gedaan is. Dat ze makkelijker kunnen loslaten." Kees zal de hoogzwangere vrouw nooit vergeten. Zij beviel in Leiden, in het ziekenhuis, haar moeder lag met uitgezaaide kanker op sterven in Groningen. Ze wilde na de bevalling direct naar haar moeder. "Anders vrees ik dat mijn moeder mijn kindje nooit zal zien." 

Dus Kees erheen. Met een net bevallen vrouw, een pasgeboren baby, op weg naar een stervende vrouw. "We kwamen binnen, de kersverse oma zei 'ohhhh, wat mooi!!' en ze blies haar laatste adem uit. Je maakt mij niet meer wijs dat mensen hun eigen einde niet deels zelf in de hand hebben. We hebben zelfs een paar keer gehad dat iemand tíjdens de wensvervulling sterft. Eigenlijk heel mooi: die was op de plek waar hij of zij het liefst was."

 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Laatste wens: nog één keer naar Rijksmuseum

Cliché maar wel waar

"Door dat soort momenten zag ik in dat het grootste cliché ooit waar was: geld maakt niet gelukkig. Ervaringen, daar gaat het om." Daar leert hij zelf ook van. Duurde wel even, trouwens. "De eerste jaren was het alleen maar werken, werken, werken, samen met mijn vrouw, om de stichting groot te maken. We waren acht jaar niet op vakantie geweest. Op een gegeven moment was mijn emmertje vol. Toen besefte ik: ik moet ook aan mijn eigen wensen werken. Júíst omdat ik het nu nog zelf kan."

Dus ging hij met zijn Ineke – overigens ook een vrijwilliger op zijn kantoor – naar IJsland. En ze zijn net terug uit New York. 

Over buitenlandtripjes gesproken: die maakt de stichting ook. In de loods hangt een mega-spandoek met een foto van een jongeman op een brancard. In de sneeuw. In Oostenrijk. Op de top van een berg. Waar Kees maar mee wil laten zien: niets is ons te gek. "We zeggen nooit nee." Even is hij stil, dan lacht hij. "Ja, alleen als de patiënt in kwestie nog gewoon kan lopen en hoopt met het hele gezin op onze kosten even naar Disneyland Parijs te kunnen.

De laatste wens van deze vrouw: nog één keer naar het Rijksmuseum. De laatste wens van deze vrouw: nog één keer naar het Rijksmuseum.

Bankrekening leeg 

Er zitten trouwens nog wel meer gekke wensen bij. Neem nou die ene vrouw. Er was bijna niets meer van haar over – praten lukte nog maar amper. Haar laatste wens: naar de bank, samen met haar broers. Eenmaal daar haalde ze haar hele bankrekening leeg. Kees, lachend: "Ik heb nog nooit zó veel contant geld bij elkaar gezien. En bankbiljetten in kleuren waarvan ik niet eens wíst dat ze bestonden."

Het werd overigens een gênante vertoning. "De broers begonnen in de bank al het geld te tellen, terwijl ik dacht: die vrouw gaat zo het loodje leggen. Dus ik heb haar maar weer in de ambulance gelegd. Toen we aankwamen bij het hospice, waren de broers hem gesmeerd. Bizár. Maar zij wilde het zo."

Een vrouw uit Ede wilde graag de paus een handje geven. Een vrouw uit Ede wilde graag de paus een handje geven.

Inmiddels is de stichting van Kees ook internationaal bekend. In elf landen. Het begon in Israël, waar een vrijwilliger het oppakte, en nu zitten ze in onder meer Spanje, Brazilië, Ecuador. "Ik wil daar graag meer tijd en energie in investeren, om het dáár ook goed te laten lopen. Want hier in Nederland gaat het echt al zo goed."

Woonkamer

Hij staat er niet echt bij stil dat hij dit alles vanuit zijn woonkamer is begonnen. "Alleen als mensen het zeggen, denk ik: o ja, ik ben wel trots." En toen hij een prijs kreeg, van de BBC in Engeland. In 2016 werd hij uitgeroepen tot de meest inspirerende persoon. "Ik kreeg ineens een microfoon voor mijn neus en toen ging ik live. Ik! Live! Echt niets voor mij."

Nee, geef Kees maar een rol achter de schermen. Of beter: achter het stuur. Daar waar het allemaal begon. "Ik denk nog vaak terug aan Mario, vooral op de stille momenten." Dan weet Kees zeker dat Mario het ziet: vanaf zijn wolk lacht hij zich 'helemaal rot'. Want Kees heeft het geflikt.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook

Lof en diepe dankbaarheid voor 'superheld' Kees met zijn ambulances

`