Groter risico

Voor het eerst op grote schaal bewezen: ADHD zit in je DNA

03 december 2018 16:35 Aangepast: 04 december 2018 07:45
Bij meer dan twintigduizend mensen met ADHD is bloed of speeksel afgenomen. Beeld © iStock

De mensen die denken dat ADHD geen echte aandoening is, hebben het mis. Wetenschappelijk onderzoek heeft nu aangetoond dat genen op 12 plaatsen in het DNA een rol spelen bij het ontstaan van deze concentratiestoornis.

Dit blijkt uit onderzoek van een internationaal team. "Het is echt een belangrijke stap", zegt Barbara Franke, hoogleraar Moleculaire Psychiatrie van het Radboudumc en onderdeel van het team. "We wisten al dat ADHD sterk erfelijk bepaald is, nu hebben we de eerste genetische variaties aangetoond die aan de grondslag liggen van deze erfelijkheid."

Bij het onderzoek is het bloed of speeksel van meer dan twintigduizend mensen met ADHD, grotendeels uit Europa en de Verenigde Staten, onderzocht. Het DNA is vergeleken met dat van 35.000 mensen zonder ADHD. "We hebben op 12 plekken in het DNA genetische variaties gevonden die van invloed zijn op het ontstaan van ADHD."

Lange weg te gaan

"Bij mensen die veel van deze genen hebben, is het risico op ADHD twee tot vijf keer zo hoog als bij mensen die deze genen niet hebben", legt Franke uit.

Franke hoopt dat bloedonderzoek van mensen met ADHD in de toekomst meer kan vertellen over genetische aanleg voor ADHD. Zo kunnen onderzoekers en behandelaars meer inzicht krijgen in de aandoening. "Hopelijk kun je in de toekomst ook makkelijker voorspellen of een kind bijvoorbeeld een grotere aanleg heeft en er vroeg bij zijn." 

Hiervoor is wel nog meer onderzoek nodig. "Met de resultaten die we nu in handen hebben, kunnen we wel meer te weten komen over de biologische processen achter ADHD."

Julius (8) krijgt speciaal ADHD-dieet:

Diëten met ADHD wordt steeds gebruikelijker, maar liefst 6 op de 10 heeft er baat bij. Julius gaat het binnenkort proberen.

Klein verschil

"De omvang van dit onderzoek is vernieuwend", bevestigt professor Sarah Durston. Ze is hoogleraar bij het UMC Utrecht Hersencentrum. "Alle andere onderzoeken hebben de statische correctie niet overleefd. Dit onderzoek vanwege de grote aantallen wel."

Je mag dus concluderen dat er verschillen zijn in de genen bij ADHD'ers. Toch plaatst Durston ook een kanttekening. "Het verschil is alleen zo klein dat het op dit moment geen klinische relevantie heeft."

Verschillende factoren

Daar komt bij dat bij ADHD verschillende factoren elkaar beïnvloeden, zoals de omgeving en de genetische aanleg. Daarnaast komt ADHD in verschillende vormen voor. Hierdoor is het niet mogelijk om één behandeling of één medicijn te ontwikkelen voor alle ADHD'ers.

Durston: "Je zou in de toekomst wel toe willen naar voorspellingen van hoe een genetisch verhoogd risico in een drukke omgeving kan leiden tot een verhoogd risico op ADHD. Maar zover is het nog niet."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Onderzoek naar verband tussen slaapproblemen en ADHD

`