Ga naar de inhoud
Interview

Stint-baas Edwin Renzen: 'Het voelt onrechtvaardig. Het doet pijn'

Stellages vol kleurige stints staan nutteloos in de hal, op een industrieterrein in Putten. Medewerkers van Stintum zijn terneergeslagen. Vrijdagavond hoorden ze dat er geen hoop meer is. Vandaag wordt faillissement aangevraagd. Ondernemer en Stint-baas Edwin Renzen (40) blikt terug op het dramatisch ongeval in Oss en het einde van zijn bedrijf, Stintum. Over ‘onwil’ van de overheid (“Ik heb er een slecht gevoel over’‘) en over hoe hij in ‘een heel slechte film’ terechtkwam: ‘‘De nachtmerrie was geen droom maar realiteit. En ik zat er middenin.’‘

Wanneer zag u dat u de handdoek in de ring moest gooien?

‘‘Vrijdag, einde van de middag. Ik heb naar de cijfers gekeken: er komt al weken niets meer binnen. En er gaat alleen maar geld uit, alleen maar meer. Extra kosten, geen inkomsten. We hebben nog net de salarissen er een keer uit kunnen persen. Maar dit is niet vol te houden. Dan moet je eerlijk zijn, tegen je collega’s en iedereen waar we zo goed en fijn mee hebben samengewerkt: kinderopvang, leveranciers, partners. Er is geen perspectief en we krijgen geen kans. Het is op.’’

‘’Toen ik tot de conclusie kwam dat er geen andere uitweg was dan een faillissement, hebben we geluisterd naar ‘That’s life’ van Frank Sinatra. Zo voelt het ook. We zouden al bij elkaar komen, aan het einde van de maand in een restaurant, om wat te eten en te drinken. Ik was twee uur te laat. Gelijk het hoge woord eruit. ‘This is it. We’re fucked’. Iedereen was er kapot van. Ik ook. Het voelt onrechtvaardig. That’s life. Ik heb de afgelopen week gehuild. Het doet pijn.’‘

Fabrikant stint failliet: 'Van troetelbeer werden we paria'

02:21
Het doek valt voor de stint: vandaag vraagt de fabrikant van de elektrische bolderkar het faillissement aan.

U heeft na het ongeluk in Oss nog lang geprobeerd om eruit te komen. Om de stint weer op de weg te krijgen. Wanneer zag u dat dat heel moeilijk zou worden?

‘‘Maandag hadden we een gesprek op het ministerie. Ik hoopte op oplossingen. We hadden een heel plan klaar, opgesteld met experts en deskundigen. En met steun uit de branche hoe we er samen uit konden komen. Ik heb uitgelegd dat de bevindingen van de inspectie niet klopten. Zoals we ook al voor de schorsing deden. Ik heb alles op tafel gegooid. Ik had de verzekeraar meegenomen om te laten zien dat er uit de onderhoudsgeschiedenis en incidenten niets wees op mankementen. Maar het was geen gesprek. Het was een uitwisseling van standpunten. Ze wilden wachten op onderzoeken. Op adviezen. En dan in het voorjaar kijken of er nieuwe regels moeten komen. Die tijd heb ik niet.’’

‘’Vergis je niet: het probleem is niet weg. Heel de branche heeft ermee te maken, scholen, kinderopvang, ouders. Straks gaat het weer regenen en wordt het slecht weer. En dan staan er weer taxi’s en busjes en auto’s en is er slecht zicht. En dan lopen er hummeltjes rond. Maak maar een kansberekening wat dat doet met de veiligheid.’‘

Wat vindt u van het optreden van ministerie en inspectie?

“Er is onwil. Het eerlijke verhaal wordt niet verteld. Er worden feiten achtergehouden en dingen verdraaid. Ik heb het idee dat dit helemaal niet om mij of de stint gaat. Ik ben in een hele slechte film terechtgekomen. Er is aan die andere kant iets heel erg fout gegaan, denk ik, met regels en toezicht en wetten. Daar zijn ze niet open over. Dat proberen ze weg te poetsen.  Ik ben open geweest, over alles. Daar geloof ik in. Leren van je fouten, samen werken aan oplossingen. Ik dacht dat Nederland zo in elkaar zat, dat de overheid zo werkt. Maar zo is het dus niet. Ik heb er een slecht gevoel over.’‘

Fabrikant
Lees ook
Fabrikant stint vraagt faillissement aan: 'Ik zie geen uitweg meer'

Vindt u dat u kapotgemaakt bent?

“Ik ben een ondernemer. Ik denk altijd in kansen, in oplossingen. Next steps. Dat je zelf verantwoordelijk bent en dingen naar je hand kunt zetten. Maar deze wedstrijd was niet te winnen. Niet tegen de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Op de dag van het ongeluk in Oss komen ze erachter dat ze toezicht moeten houden. Ze kenden de stint niet, ze kenden de regelgeving niet van de bijzondere bromfiets. We hebben nooit iemand van de ILT gezien; ze waren welkom geweest, want dan hadden we het over alles kunnen hebben. In de bijna 7 jaar dat de stint op de weg is, hebben we geen enkele inspectie gehad. Niets. Niemand heeft ooit gezegd wat er beter kon of moest. Niemand. Als je dat kapotmaken noemt: ja.’‘

Gaat er nog iets boven tafel komen wat we niet wisten?

“Ik weet het niet, ik denk het niet. Ik hoor dat de ILT overal van alles aan het natrekken is. Dat er opeens overal inspecteurs met ILT-kaartjes naspeuringen doen. Dat ze hun best doen om incidentjes te vinden. Gedoetjes. Om de stint nog meer omstreden te maken. Om meer twijfel te zaaien. Zie je wel dat er iets niet deugt! Liefst voor donderdag, voor de uitspraak van de rechter en het debat in de Tweede Kamer. Ze doen maar. Ik ben er klaar mee.’‘

U zei eerder over het drama in Oss: ik voel me betrokken, maar niet verantwoordelijk.

“Zo is het ook. Ik ben betrokken. Wij hebben zeven jaar geleden een veilig, innovatief, milieuvriendelijk product bedacht, dat zorgde voor een oplossing voor een maatschappelijk probleem, voor veilig vervoer. Ik ben geen wereldverbeteraar, ik heb de wereldvrede niet dichterbij gebracht. Maar we wilden relevant zijn, met een oplossing die ertoe doet. Die droom ligt nu in duigen. Zelfs als je er nog in zou geloven, zoals ik: het hele imago is besmet gemáákt.’‘

Als u iets moest zeggen tegen de ouders van de kinderen in Oss, tegen de begeleidster van de stint, wat zou dat dan zijn?

Stilte. ‘‘Dat het verschrikkelijk is. Verschrikkelijk. Dat ik ze alleen maar sterkte kan wensen.’‘

En als straks zou blijken dat er wel sprake was van technisch falen?

“Ik geloof het niet. Wij hebben het sterke vermoeden dat de stint stil is komen te staan op het spoor. Dat de rem dus werkte. Terwijl het ILT suggereert dat-ie ‘op hol is geslagen’. Er zijn camerabeelden vanuit de trein. Die heeft de ILT. Maar daar horen we niets over. Maar als zou blijken dat er wel een probleem is, dan hadden we dat willen weten en daarvan willen leren. Maar wij kunnen het niet rijmen op basis van alles wat wij weten van ons eigen product.’‘

U heeft zelf een negatieve ervaring met de stint.

“Klopt. In 2 juli 2015. Ons dochtertje was twee, en mijn vrouw was 31 weken zwanger. Ze viel ongelukkig van de Stint, brak haar been en sleutelbeen en raakte bewusteloos. Halsoverkop met de ambulance naar het ziekenhuis. De baby bewoog niet meer. We waren eerst bang dat ons zoontje het niet zou halen. Hij heeft het gehaald, en alles is ok. Het was een lange, zware periode.’‘

Ook dit jaar was een horrorjaar, vertelde u me eerder.

‘‘Het is een bizar jaar. Een rollercoaster. Eind vorig jaar werd ik ziek. De huisarts dacht dat het een griepje was. Ik werd steeds beroerder. Later bleek dat ik een dubbele longontsteking had, en nierfalen. Ik ben maanden uit de running geweest. In april begon ik voorzichtig weer te werken. En toen, in juli, werd een collega van ons doodgeslagen in Utrecht. We waren er allemaal kapot van. Nog steeds.’’

‘’En toen kwam Oss. 20 september 2018. Exact 7 jaar na de keuring van de eerste stint bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Oss was verschrikkelijk. En alles wat daarna volgde. Ken je dat: je hebt een nachtmerrie, je wordt wakker, en je realiseert je: gelukkig, het was maar een slechte droom. Na Oss werd ik de dagen erna wakker, met m’n kinderen om me heen en dan gebeurde precies het tegenovergestelde. De nachtmerrie was geen droom maar realiteit. De nachtmerrie was het ware verhaal en ik zat er middenin.’‘

Hoe gaat u verder?

‘‘Ik moet even op adem komen. En daarna weer aan de slag. Ik wil werken, ik wil weer bijdragen. Iets doen wat relevant is, zoals we ooit met de stint begonnen. Maar eerst even niets. Mijn vrouw en kinderen hebben me de afgelopen weken amper gezien. Als ik op de kamer van mijn zoontje ben, doet hij de deur dicht. Ik weet wel wat dat zegt: papa, blijf. Ik heb alles gegeven wat ik in me had, maar nu moet ik tijd en aandacht geven aan wat in het leven echt belangrijk is: degenen van wie ik houd.''