Zondaginterview

Jason (20) zat in 13 maanden in 5 klinieken: 'Revolutie in jeugdzorg nodig'

14 oktober 2018 07:00 Aangepast: 20 oktober 2018 07:44
'Op mijn schouder zit mijn hulphond Lenon, die heb ik altijd bij me' Beeld © Rick Huisinga

In dertien maanden zat Jason Bhugwandass in vijf gesloten klinieken en zag hij zo'n 135 hulpverleners. Dat kan anders, vindt hij. Hij wil daarom een revolutie ontketenen in de jeugdzorg. "Als ik één hulpverlener beter maak, profiteren daar tientallen jongeren van."

"Ik ben nu twee jaar van de jeugdzorg verlost, maar ik voel me nog steeds een jeugdzorgkind omdat ik niet 'af' ben", vertelt Jason. Als een nomade trok hij op zeventienjarige leeftijd van instelling naar instelling. Telkens zag hij nieuwe groepsleiders, andere psychiaters die verschillende diagnoses stelden. "Het was een hele snelle rondleiding in een waardeloos systeem." Hij doet zijn verhaal vanuit zijn containerwoning in Diemen, die hij via begeleid wonen heeft gekregen.

Voor hem liggen Rubiks kubussen. Aan de muur hangen formules om ze op te lossen. Tijdens het gesprek schieten de gekleurde vierkantjes razendsnel door zijn vingers. Hij wil de jeugdzorg veranderen. Begrijp hem niet verkeerd, hij is niet anti-jeugdzorg. Hij is alleen cynisch geworden, verbitterd. "Omdat er gewoon heel veel fout gaat. Maar in veel gezinnen gaat er ook veel fout, dat snap ik ook. En niet alle medewerkers in de jeugdzorg zijn slecht."

"Van mijn 14de tot mijn 16de gebruikte ik de Rubiks kubussen heel vaak. Mijn psycholoog adviseerde me het weer op te pakken." "Van mijn 14de tot mijn 16de gebruikte ik de Rubiks kubussen heel vaak. Mijn psycholoog adviseerde me het weer op te pakken."

Spoedeisende psychiatrie

Bij Jason ging het fout toen hij in de tweede klas van het vwo zat. Hij maakte grappen, lachte met zijn vrienden, maar hij kon niet goed omgaan met zijn emoties. Een maand voor hij zeventien werd, ging het mis. Vastgebonden op een brancard werd hij de spoedeisende psychiatrie binnengereden. "Het ging al langere tijd niet goed met me", vertelt Jason nuchter. "Zestien jaar huiselijk geweld begon zijn tol te eisen."

Hij vertelt met weinig zichtbare emotie over het gezin waar hij vandaan komt. "Ons gezin was echt drama. Mijn vader zat altijd met een blik bier op de bank. Ik heb hem nog nooit wat anders zien drinken. Ik herinner me dat we, toen ik een jaar of negen was, in de auto zaten terwijl mijn vader slingerend over de weg reed. We kwamen tegen een paal tot stilstand."

Nog nooit zoveel jongeren in gesloten jeugdinstelling

Jongeren komen in een gesloten instelling na een oordeel van de rechter. Die bepaalt dat het voor de veiligheid van het kind het beste is om een behandeling te krijgen in een gesloten inrichting. Het is een uiterste maatregel voor kinderen die thuis niet te handhaven zijn. In 2017 zat een recordaantal kinderen in een gesloten jeugdhulpinrichting: 2710 kinderen tot 18 jaar, een stijging van 8 procent ten opzichte van 2016. Dat zijn zo’n honderd basisschoolklassen vol.

Jason samen met zijn jongere broertje. Jason samen met zijn jongere broertje.

Altijd ruzie thuis

Zijn vader was alcoholist en agressief. Jason heeft twee oudere broers en toen hij elf was, kwam er nog een broertje bij. Er was altijd ruzie thuis. "Mijn oudere broer heeft autisme, dat ging niet samen met mijn vaders alcoholisme. Als je m’n moeder niet meetelt, is iedereen wel een keer uit huis getrokken door een stel politieagenten. De hulpverlening had ons gezin in beeld, dat kon niet anders."

Jason trok zich steeds vaker terug op zijn kamer en werd depressief. "Ik kon weken in mijn bed liggen zonder mijn tanden te poetsen. Ik at nauwelijks, dronk weinig en stopte met praten. Na een tijdje wist ik niet eens meer hoe mijn eigen stemgeluid klonk."

Hulpverleners vertrokken weer

Zijn moeder maakte zich zorgen en zette borden eten en glazen met drinken naast zijn bed. "Die haalde ze de volgende ochtend koud weer op." Toen zijn moeder erachter kwam dat hij zichzelf sneed, raakte ze in paniek en belde ze de huisarts. Die schakelde de crisisdienst in. Jason kreeg te horen dat er binnen een week hulp zou komen. "Pas na zes weken stonden twee hulpverleners op de stoep. Die wisten niet goed wat ze met me aanmoesten en vertrokken weer."

De hulpverleners konden niet echt tot hem doordringen. "Ik dacht: als zij me niet kunnen helpen, wie dan wel? Ik wilde mezelf van een flat gooien, maar mijn toenmalige vriendin haalde me van het balkon af." Toen kwam de politie heel snel. Ze namen hem mee en stopte hem in een cel. Daarna werd hij afgevoerd naar de spoedeisende psychiatrie. "Ik werd meteen opgenomen."

Sondevoeding

Zijn eerste opname vond hij traumatisch. "Ik at niet, lag met mijn capuchon op met mijn gezicht in het kussen. De sociotherapeuten wilden mijn bloedwaarden weten, die waren blijkbaar niet goed. Maar ik ben bang van naalden en wilde niet dat ze aan me kwamen. Als ik meerdere voetstappen op de gang dichterbij hoorde komen, wist ik genoeg. Bij het tikje op de deur verstijfde ik van angst. Met z’n vieren kwamen ze binnen, werkten me tegen de grond en staken een naald in mijn arm. Vier keer per dag. Ik voelde me nooit veilig."

Omdat hij niet meer at, kreeg hij sondevoeding. "Wat als ik dat niet krijg, vroeg ik. Dan ga je dood, zeiden ze. Ik was er laconiek over. Prima toch, dacht ik. De dag voor kerst kreeg ik sondevoeding. Iedereen op de groep was met verlof, ik lag alleen op mijn kamer met een slangetje in mijn neus. Wat een klotekerst."

De laatste instelling maakte van Jasons dagboek een boek. De laatste instelling maakte van Jasons dagboek een boek.

Depressies

Na drie weken werd hij ontslagen. "Succes, zeiden ze, en ik ging naar huis. Dat was hels, ik was helemaal doorgedraaid." Het duurde niet heel lang voor hij weer werd opgenomen. Tussen alle opnames stond hij weer bij zijn moeder en broertje op de stoep – zijn vader was inmiddels het huis uit.

Jason bleef last houden van depressieve en suïcidale gedachten en ontwikkelde een angststoornis. De gesloten instellingen stapelden zich op. De hulpverleners die zich over hem ontfermden ook. Vanaf zijn tweede instelling begon hij met een dagboek. "Nou ja, ik heb de discipline niet om een dagboek bij te houden. Het waren meer krabbels op papiertjes en in schriftjes. Over een groepsgenoot die een strop van een rode veter had gemaakt en had opgehangen aan het raamkozijn, over dat ik niet naar school mocht omdat er niets voor mijn niveau was, en over al die verschillende diagnoses die psychiaters me gaven."

'Met mijn vrienden vier ik volgende week mijn tiende diagnose.' 'Met mijn vrienden vier ik volgende week mijn tiende diagnose.'

Tien diagnoses

Dat zijn er inmiddels tien. Hij viert het met ballonnen boven zijn bed. "Volgende week geef ik een feestje om mijn tiende diagnose te vieren. Ik heb sinds kort ook autisme. Die had ik nog niet", zegt hij. Zijn eerste diagnose was depressie. "Toen dacht ik nog: oei, ik heb een diagnose, een stoornis. Daar schrok ik van. Bij de tweede dacht ik: o shit. Bij de derde; Ai. Maar daarna gaf elke psychiater me een ander sticker. Nu, bij de tiende, denk ik: jaja, nu zetten jullie jezelf gewoon voor lul."

'Je bent achttien, tot ziens'

Zodra je achttien wordt, val je niet meer onder de jeugdzorg. Jason raakte ervan in paniek en had haast om beter te worden. "Ik ging naar Smaragd, een instelling midden op de Veluwe. Na al die gesloten instellingen konden hier de ramen open. Omdat ik gewoon naar buiten kon lopen, had ik niet het gevoel dat ik hoefde te vluchten. Ik had een klik met de hulpverleners, zij hielpen me mijn angststoornis onder controle te krijgen. Ik durfde weer over straat."

Rond zijn achttiende verjaardag kreeg hij zijn eindgesprek. "Ik had een heel heftig jaar achter de rug en nu moest ik een handtekening zetten tijdens een afsluitend gesprek. Dat was bizar, het voelde alsof ik eruit werd geschopt terwijl ik nog enorm aan het worstelen was met mezelf. Wat moest ik nu? Ik had geen huis, geen inkomen en geen internet om ook maar iets regelen."

Jason woont nu op zichzelf in een wooncontainer. Jason woont nu op zichzelf in een wooncontainer.

Het systeem veranderen

Hij kijkt terug op een heftige tijd in de jeugdzorg. "Ik heb mijn autonomie terug, dat is fijn, maar ik heb veel last van mijn trauma’s die ik de afgelopen jaren heb opgelopen. Ik heb herbelevingen en nachtmerries. Als ik zeg dat ik een trauma heb opgelopen van huiselijk geweld, begrijpt iedereen dat en word ik serieus genomen. Mensen vinden het moeilijk te begrijpen als ik zeg dat ik trauma’s heb opgelopen van hulpverlening. Maar stel ik had gezegd: er kwam een groep volwassenen mijn kamer binnen die me tegen mijn wil in de grond aan werkten, dan is het misschien beter te begrijpen."

Hij wil dat het hele systeem compleet wordt vernieuwd. Daarom heeft hij zich aangesloten bij ExpEx, een organisatie die jeugdhulp wil verbeteren vanuit het perspectief van de jongeren zelf. Ze leiden de ervaringsdeskundige op tot adviseurs, sprekers of ervaringsmaatjes. In deze rol ging Jason vrijdag in gesprek met Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, onder wie de jeugdzorg valt.

'Jason is krachtig en kwetsbaar'

Maurits Boote heeft de training 'Werken met je eigen ervaring als Experienced Expert' aan Jason gegeven. Boote: "Jason zet zich op vele manieren in voor de jeugdhulp, namens ons ExpEx-platform en vooral ook namens zichzelf. Hij denkt bijvoorbeeld mee met plannen van de gemeenteraad Amsterdam en bij het ervaringstheater raakt hij via 'spoken word' de harten van hulpverleners. Zo bedankte hij laatst honderden jeugdprofessionals voor hun werk, omdat hij beseft dat hulpverleners ook hun best doen, maar belemmerd kunnen worden doordat zij onderdeel zijn van het systeem. Jason is niet alleen talentvol en krachtig, maar laat ook zijn kwetsbaarheid zien. Dat maakt hem als ervaringsdeskundige en als persoon ontwapenend."

Angstcultuur

"De jeugdzorg is gebouwd op een angstcultuur", vertelt Jason. "Er wordt gewerkt met maatregelingen, ondertoezichtstellingen, rechterlijke machtigingen. Ik heb het idee dat er veel wordt geluisterd, maar in discussies gaat het altijd over geld en niet over de inhoud van de zorg. In de jeugdzorg moet meer liefde voor de kinderen komen." Hij vindt zijn positie redelijk machteloos. "Een revolutie is niet op één persoon gebouwd. Ik zou zo graag willen dat ook normale burgers zich geroepen voelen wat met de jeugdzorg te doen."

Jason wil een actieve rol in de jeugdhulpverlening. Hij spreekt op bijeenkomsten en heeft ook de voordelen van Twitter ontdekt. "Die tweets worden veel gelezen door hulpverleners. Als ik één hulpverlener beter maak, dan profiteren daar tientallen jongeren van."

Jason trad op bij de nieuwjaarsbijeenkomst van Jeugdzorg Nederland. Jason trad op bij de nieuwjaarsbijeenkomst van Jeugdzorg Nederland.

Terugval

Toch heeft hij niet de stabiliteit om er zijn werk van te maken. "Op mijn negentiende ben ik uit de kast gekomen als transgender. Ik leef nu als jongen, maar ben als meisje geboren. Er speelde eerst te veel om hier goed mee om te gaan. Nu gaat het beter en ben ik mijn transitie gestart."

Soms heeft hij nog een terugval en komt hij in een flinke dip. "Iets heel simpels kan de trigger zijn. Deuren die opengaan met pasjes bijvoorbeeld, dan flip ik echt. Ik móet weg kunnen lopen. Een terugval is net als Domino Day, maar dan met trauma’s. Als er één omvalt, stort de rest ook in."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Nog nooit zoveel kinderen in gesloten jeugdzorginstelling: 'Zeer zorgelijk'

`