Geld en werk

Jac werkt in een tbs-kliniek: 'Je staat hier altijd op standje waakzaam'

15 april 2018 08:00 Aangepast: 24 september 2018 12:15
Jac Gerrits (rechts) in gesprek. "Wat iemand gedaan heeft, hoeft niets te zeggen over wat voor persoon het is." Beeld © RTL Nieuws

Jac Gerrits werkt als psychiatrisch verpleegkundige in een tbs-kliniek. Hij heeft veel plezier in zijn werk omdat hij merkt dat hij voor een patiënt het verschil kan maken. Tegelijk stoort hij zich aan de vooroordelen die over tbs'ers de ronde doen. "Het gaat maar heel weinig mis."

Forensisch psychiatrisch centrum de Rooyse Wissel ligt in de buurt van het Limburgse Venray aan een lange, doorgaande weg waar de vrachtwagens in een noodgang voorbijrazen. Naast de weg staan hoge dennen- en sparrenbomen, dan ineens zijn er hoge ijzeren hekken met drie rijen prikkeldraad aan de bovenkant.

Dit is de plek waar gewetenloze moordenaars en verkrachters binnengehouden moeten worden. De plek waar elke vijf minuten begeleiders en patiënten rollebollend met elkaar over de gang vliegen. En vooral: de plek waaruit elke dag wel iemand ontsnapt en dan een spoor van vernieling achterlaat. Tenminste: dat is toch wat iedereen denkt van tbs?

Het zijn precies de vooroordelen waar Jac Gerrits tegen vecht. De psychiatrisch verpleegkundige werkt inmiddels tien jaar in de kliniek. En ja, dat doet hij nog steeds elke dag met heel veel plezier.

"Je kunt dit werk niet vanzelf", zegt hij. "Ik werk al meer dan veertig jaar met patiënten met gedragsstoornissen, waarvan tien jaar bij de Rooyse Wissel. Ik heb verschillende trainingen en cursussen gehad. Vooral om met de verbale agressie te kunnen omgaan, want je kunt hier nogal wat naar je hoofd geslingerd krijgen, maar ik zie dat als een doorgeschoten manier van de patiënten om voor zichzelf op te komen."

Erbij gaan staan of even weglopen?

Zijn intuïtie is, zegt hij, het allerbelangrijkst. "Je moet het zien als een groot logboek in mijn hoofd en in mijn buik waarin is opgeslagen wat ik moet doen in welke situatie. Bij de ene man die het moeilijk heeft, ga ik erbij staan, en bij de andere kies ik er juist voor om even weg te lopen. Maar je moet wel blijven geloven dat je de ander verder wilt helpen. Dat is de kern van ons werk."

Komt bij: je moet het allemaal doen zonder de ander te veroordelen. Dat kan lastig zijn, zegt Jac. "Ik weet wat iemand gedaan heeft, maar dat is echt niet altijd relevant: het beeld wordt dan bezoedeld door wat er gebeurd is, het hoeft niets te zeggen over wat voor persoon dat is."

 

Miniatuurvoorbeeld
Een verblijfsruimte in de Rooyse Wissel. (Foto RTL Nieuws)

De Rooyse Wissel is geen gevangenis, benadrukt hij. "Wij zijn een behandelcentrum en behandelen patiënten met complexe gedragsstoornissen. Toen ik hier tien jaar geleden voor het eerst kwam, vond ik dat wel spannend. Ik was benieuwd welke patiënten er rondliepen en of je iemand echt kunt helpen. Maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat de patiënten die hier verblijven, zorg en behandeling nodig hebben, en dat ik ze die kan geven."

Als het lukt, is dat 'elke keer weer een kick', zegt hij. "Want ik kan de honderdste of tweehonderdste op rij zijn die probeert iemand te helpen. Soms kan ik er door mijn aanpak direct wat aan doen. Maar soms heeft het ook gewoon te maken met bijvoorbeeld de toon van mijn stem."

Nog nooit op de rode knop gedrukt

Dan gaat ineens een alarm af in de kamer. De pieper van Jac. Elke medewerker van de kliniek draagt er eentje, met daarop een rode alarmknop. Bij acuut gevaar wordt de knop ingedrukt en krijgt iedereen het alarm. De plek en de naam van de medewerker worden ook doorgegeven. "Voer voor mijn adrenaline", zegt Jac. "Als het alarm is beëindigd, word ik ook al snel rustiger."

Hij heeft, in de tien jaar dat hij er werkt, zelf nog nooit de alarmknop hoeven indrukken. "Dat is niet om stoer te doen", zegt Jac. "Het wil ook zeker niets zeggen over de collega's die het wél hebben gedaan. Meestal is de waarschuwing dat ik mogelijk de knop ga indrukken al voldoende om de patiënten te bewegen naar hun kamer te gaan."

Hoewel hij snel kan inschatten wat een melding inhoudt, blijft Jac wel altijd op zijn hoede. "Ik ben altijd bezig met wat de patiënten aan het doen zijn en waar ze op dat moment zijn. Je staat hier altijd op standje waakzaam."

Schokgolf na overlijden collega

In een andere tbs-kliniek, Kijvelanden in het Zuid-Hollandse Portugaal, werd vorig jaar een medewerker doodgestoken. Ook door de Rooyse Wissel trok een schokgolf toen het nieuws bekend werd. "We kenden hem niet. En toch, je schrikt. Ik dacht: o, mijn god, een vakgenoot. Ongeloof voel je ook. Je wilt niet dat het waar is. Je vraagt je af: wat is er gebeurd, en had het voorkomen kunnen worden?" 

Zijn kennismaking met de kliniek verliep bijzonder. "Voordat ik hier begon, ging ik eerst een dagje meelopen. Om eens te kijken of de organisatie en ook het werk en de collega's mij bevielen. Op een gegeven moment werd een patiënt apart gehouden in een ruimte. Mij werd verteld er niet naartoe te gaan omdat het even niet goed ging met de patiënt. Maar ik dacht juist: ik moet toch weten wat het werk inhoudt."

 

Miniatuurvoorbeeld
Eén van de gangen in de tbs-kliniek bij het Limburgse Venray. (Foto RTL Nieuws)

Na veel aandringen mocht Jac naar binnen. "Wat er toen gebeurde, geloof je nooit: de patiënt zei meteen: ha Jac, dat is lang geleden! Bleek ik hem te kennen van een instelling waar ik vroeger had gewerkt. Hij veranderde compleet van gedrag en houding. We hebben elkaar een hand gegeven en een klop op de schouder. Het was echt een heel bijzondere ontmoeting." 

'Soms moeten ze alles opnieuw leren'

Jac koos voor dit werk uit nieuwsgierigheid naar wat zich allemaal afspeelde achter de deuren van een kliniek. "Het is echt een heel andere wereld. Ik werk in de rol van senior-sociotherapeut met psychiatrisch patiënten met een lichte verstandelijke beperking." Zijn rol is heel gevarieerd: hij verzorgt de medicatie, begeleidt verloven, maar ondersteunt patiënten ook met boodschappen doen, de was doen of opnieuw leren koken.

"Soms moeten ze alles opnieuw leren, zoals op tijd douchen. Sommigen zitten al zo lang opgesloten dat ze niet meer weten hoe een telefoon werkt of hoe ze moeten pinnen. Ze worden er ook heel onzeker van. Op één van de eerste verloven die ik begeleidde, was ik met een man naar buiten gelopen. We waren net buiten de poort en hij bleef opeens stilstaan. Hij haalde diep adem en de tranen liepen over zijn wangen. Hij zei: weet je hoe lang het geleden is dat ik hier zomaar buiten liep? Ik vond het heel aandoenlijk."

 

Miniatuurvoorbeeld
Buitenruimte in De Rooyse Wissel. (Foto RTL Nieuws)

Het begeleiden van patiënten die 'buiten de poort' op verlof gaan, hoort er ook bij. "En ja, een enkele patiënt keert niet uit zichzelf terug", zegt Jac. En elk geval 'is er eentje te veel', benadrukt hij. Er zijn landelijk ongeveer 40.000 verloven in een heel jaar, en volgens TBS Nederland is 0,08 procent van de veroordeelden niet op de plek waar hij (of zij) zijn moet. “Het gaat dus in maar heel weinig gevallen mis”, zegt Jac. 

En als dat gebeurt, houdt het ook andere patiënten in de kliniek bezig. "Als iemand wegloopt en weer terugkeert in de groep, wordt hij echt niet met gejuich ontvangen. Eerder krijgt hij op z'n kop, want het heeft qua beeldvorming consequenties voor iedereen."

Betekenis geven aan worsteling van een ander

Hij werkt misschien op een onalledaagse plek, maar zijn werk vindt hij helemaal niet bijzonder. "Want iedereen die in de zorg werkt, doet eigenlijk hetzelfde: je zorgt voor een ander, zonder eigen gewin. Je probeert betekenis te geven aan de worsteling van een ander."

Jac vindt het mooi om een patiënt verder te helpen 'door samen daarvoor plannen maken'. Des te meer steekt het soms dat de buitenwacht vaak een verkeerd beeld heeft van tbs. "Iedereen heeft er een mening over en praat erover, maar niemand heeft voldoende kennis over wat tbs betekent en wat hier allemaal gebeurt. Ik geloof echt dat wij de meeste van onze patiënten vooruit helpen en een bijdrage leveren aan veiliger maatschappij."

Tbs: zo werk het:

`