Nederland

Oud-hockeyer na carrière pas uit kast: 'Taboe niet alleen in voetbalwereld'

22 maart 2018 10:30 Aangepast: 22 maart 2018 10:31
Archieffoto. Beeld © ANP

Oud-hockeyinternational Thijs de Greeff kwam pas ná zijn sportcarrière uit de kast. "Homo's waren verliezers", vertelt hij in NRC. Wat is dat toch, met sport en dat taboe op homoseksualiteit?

"Ik wilde het mijn teamgenoten niet aandoen." Met die woorden vertelt Thijs de Greeff, die zes interlands speelde in 2005 en 2006, in NRC Handelsblad voor het eerst over zijn coming-out. Of, nou ja: de coming-out die hij maar uitstelde. Tot na zijn sportcarrière. "De omgeving was er totaal niet naar. Ik voelde de warmte van het team, maar tegelijkertijd beoefende je wel topsport."

Verliezers

Hij dacht: verliezers zijn homo. En De Greeff is niet de enige die dat denkt, stelt sportsociologe Agnes Elling van het Mulier Instituut. Ze promoveerde aan de Universiteit van Tilburg op een onderzoek naar homo-acceptatie in de sport. "Als iemand een succesvolle pass heeft gegeven, dan zeg je niet: goed gedaan, homo! Nee, dat zeg je als iemand zich aanstelt of een fout maakt. In de sport is 'homo' eerder een scheldwoord dan dat het staat voor waardering."

En dat is láng niet alleen in de voetbalwereld zo, stelt de onderzoeker. "Je ziet het overal. Korfbal, honkbal, wielrennen, hockey. In de meeste takken van sport hebben mannen fysieke voordelen ten opzichte van vrouwen – ze zijn groter, sneller en sterker – en presteren beter in absolute zin."

Stelletje wijven

Vandaar ook beledigende opmerkingen als: 'Ze hebben als een stelletje wijven gespeeld', of 'Je gooit die bal als een meisje. En homomannen worden vaak gezien als vrouwelijk, dus dat idee van goed kunnen sporten en vrouwelijk zijn, matcht niet."

Wat ook vaak voorkomt: dat homoseksualiteit meteen wordt geseksualiseerd. "Vooral ook omdat je doucht met je team. Er worden grappen over gemaakt, denk aan 'een zeepje laten vallen' onder de douche. Daardoor wordt de persoonlijke schroom om uit de kast te komen,  in 'macho-contexten' zoals veel mannenteamsporten, groter."

Mannending

Dat speelt meer bij mannensportteams. "Bij vrouwen zie je het vaak andersom. Als er in een team een lesbisch stelletje is, dan denken mensen al snel: oh, dat hele team zal wel lesbisch zijn. En als een meisje op voetbal zit, krijgt ze vaak ook de vraag of ze op vrouwen valt." 'Omgekeerde stereotypering, noemt Elling dat.

Gelukkig, zo zegt Elling, is homoseksualiteit wel meer bespreekbaar dan twintig jaar geleden. "Niet iedereen is automatisch homofoob, ook al wordt er binnen een team amper serieus gesproken over homoseksualiteit. Dat beseffen steeds meer sporters. Maar tóch blijft het een dingetje en moet er nog veel gebeuren in Nederland, dat zie je wel aan de uitspraken van De Greeff."

Publieke functie

Dat iemand als De Greeff er moeite mee heeft, komt ook doordat een international een publieke functie bekleedt. Dat geeft je coming-out volgens Elling toch een extra lading. Als voorbeeld haalt ze Ireen Wüst aan. "Toen die enkele jaren geleden voor het eerst openheid gaf over haar relatie met een vrouw, schrok ze van alle commotie die haar coming-out teweegbracht." 

Sporters zijn soms bang dat ze ineens worden gezien als 'die homoseksuele sporter'. Of 'de enige homo in dat team'. Terwijl sporters graag willen worden geassocieerd met hetgeen waar ze goed in zijn: sporten. We moeten daarom van die negatieve associatie af, stelt Elling. "Die weerhoudt mensen ervan om uit de kast te komen, waardoor het taboe zichzelf in stand houdt."

Meer op rtlnieuws.nl:

`