Nederland

Tien taalfouten die zelfs slimme mensen vaak maken

27 september 2016 18:34 Aangepast: 30 juli 2017 20:00
Beeld © Alex Proimos

We zijn allemaal geneigd om woorden te gebruiken waar we niet écht bekend mee zijn. We vroegen drie taalkenners naar de meest gemaakte vergissingen. Zo voorkom je verwarring op de werkvloer.

Of het nu een vergadering, een afspraak of een sollicitatie is: we willen ons altijd met mooie woorden en zinsconstructies laten zien. "In ons taalgebruik zijn we continu op zoek naar iets dat meer geschikt is om ons gevoel uit te drukken", legt Jan Renkema, schrijver en emeritus hoogleraar tekstkwaliteit aan de Universiteit van Tilburg uit.

Dat zorgt er soms voor dat de betekenis van woorden verandert. Renkema: "Je zoekt altijd onderscheiding van je medemens, maar daardoor ontstaat er langzaam een eigen systeem waarin woorden niet duidelijk onderscheiden worden. Er ontstaan zo woordparen met een onduidelijk betekenisverschil."

Renkema, tekstwetenschapper Wim Daniëls en Kees van der Zwan, eindredacteur van Genootschap Onze Taal, delen de taalfouten of 'verwarwoorden' die ze het vaakst zien.

Te danken / te wijten aan

"Je ziet deze fout veelvuldig voorkomen", zegt Daniëls. "Mensen bedoelen heel vaak: te wijten aan, maar gebruiken te danken aan."

Dat illustreert hij met een voorbeeld: "We hebben de nederlaag te danken aan onoplettendheid in de verdediging." Fout! Dat moet dus te wijten zijn. 

Grif / grof*

Stel, je wilt zeggen dat ergens veel geld voor is betaald, maar je vindt veel net niet krachtig genoeg. Je wilt mee laten klinken dat het dus wel érg veel is. Je komt uit op grif, en schrijft: "Daar is grif geld voor betaald." Maar dan slaat de twijfel toe. Moet het hier toch niet iets anders zijn? Grof bijvoorbeeld, dus: grof geld?

De verwarring is begrijpelijk: beide woorden komen voor als het gaat om koop, verkoop en geld. Iets gaat 'grif van de hand', en daar kan 'grof geld' mee gemoeid zijn. Maar dat zijn twee heel verschillende dingen.

grif: snel, vlug, glad
De partij werd grif verkocht.

grof: heel veel
Voor die partij is grof geld betaald.

Oorspronkelijk verwijst dit grof naar de grote bankbiljetten, met een hoge waarde. Ezelsbruggetje: over veel geld praten geldt als weinig subtiel – zeg maar een beetje grof.

Bloot / naakt

Het verschil hier is erg subtiel, stelt Renkema. Bij bloot ligt het accent op de afwezigheid van bedekking (die je wel zou verwachten); bloot is eigenlijk ontbloot. Maar bij naakt ligt het accent op iets dat bedekt kan worden. Bij bloot is er dus iets afgegaan en bij naakt zit er niets op of omheen. Ter illustratie: daarom klinken de volgende woorden en uitdrukkingen ook zo vreemd:

  • de blote waarheid
  • op naakte voeten
  • een blootmodel
  • een naakte jurk
  • blootschilderij
  • open en naakt
  • blootstrand
  • iets naakt leggen

Mond-op-mondreclame / mond-tot-mondreclame

Oké, dit is een inkoppertje. Maar hoe vaak gaat dit wel niet verkeerd? Het gaat hier natuurlijk om de reclame die consumenten onderling maken, vaak ook wel omschreven als de beste reclame die er bestaat.

Maar kennelijk wordt door de fascinatie voor mond-op-mond(beademing) de combinatie mond-tot-mondreclame vaak verhaspeld tot mond-op-mondreclame. Maar het woord gaat 'van mond tot mond' en dus is dat een taalfout.

Hype / rage

Het woord hype heeft altijd betrekking op de media. "En dus is een mediahype is een pleonasme. Marketeers of spindoctors kunnen in de media ook overdreven aandacht voor iets opwekken; dat heet hypen", aldus Renkema, die het verschil als volgt uitlegt:

hype: een plotselinge overdreven aandacht voor een nieuwsfeit
De film Fitna werd indertijd een hype, omdat de maker er heel geheimzinnig over deed.

rage: een plotseling populaire bezigheid
Het sparen van Pokémonflippo’s is een rage die soms weer opleeft.

Niet het minst / niet in het minst

"De sterk verbeterde werksfeer op het ministerie is niet in het minst te danken aan de minister zelf."

Daniëls: "Degene die deze zin ooit schreef, bedoelde dat vooral ook door de inzet van de minister de werksfeer op het ministerie flink verbeterd was. Maar hij of zij schreef iets anders op, want niet in het minst betekent juist: helemaal niet. Er had moeten staan: niet het minst, want daarvan is de betekenis: vooral."

Dus:

niet in het minst = vooral niet
niet het minst = vooral

In Frage / im Frage

Dan toch ook even dit bekende germanisme, dat volgens de taalexperts één van de meest ingeburgerde taalfouten is. Heel veel Nederlanders zeggen en schrijven im Frage. Omdat het lekkerder klinkt? Of juist extra Duits? We weten het niet. Maar het is fout.

Dat komt omdat Frage een vrouwelijk woord is en dat maakt de combinatie met 'im' niet mogelijk. Ook krijgt het Duitse leenwoord altijd een hoofdletter. Dus vanaf heden altijd in Frage gebruiken als dit ter sprake komt. Ook al is die fout intussen zo vaak gemaakt dat de woordenboeken de eigenlijk foutieve woordkeuze niet meer afkeuren.

Moraal / moreel

Het is één van die prachtige sporttermen die is overgewaaid uit het wielrennen, maar tegelijkertijd hartstikke fout is: het hebben van moraal, waarmee wordt bedoeld dat iemand weerbaar en dus sterk is. Maar ook dit is een typisch verwarwoord. Wat het eigenlijk moet zijn is moreel (van zich moreel sterk voelen).

Hier het betekenisverschil:

moraal: ideeën over goed of slecht, zedenleer, zedenles
Wat is de moraal van het sprookje van Roodkapje?

moreel: geestelijke weerbaarheid (en bijvoeglijk naamwoord bij moraal)
Ondanks de zware bestralingen is het moreel van de patiënt uitstekend.

En er zit nog een addertje onder het gras. Verwarrend is dat moraal ook een bijvoeglijk naamwoord moreel kent (de moraal betreffende). Dit vinden we terug in morele verplichtingen of immoreel gedrag. Dit moreel mag weer niet verward worden met een ander bijvoeglijk naamwoord: moralistisch, 'een overdreven en belerende aandacht voor wat goed of fout is'. 

Heb je 'm? Oké, hier komt ie: Ook al is het moreel van de vredesmacht hoog, wanneer de moraal slecht is dan is het moreel verantwoord en zeker niet moralistisch om daarop kritiek te leveren.

Minitieus / minutieus*

Soms schelen woorden één letter, maar betekenen ze heel iets anders. Zoals hierboven bij grif en grof. Maar vaak is er bij twee woorden die erg op elkaar lijken iets heel anders aan de hand: één van beide is gewoon fout geschreven. Zoals bij de vaak voorkomende fout minitieus of minutieus.

Ook hier is de verwarring verklaarbaar. Het gaat hier namelijk om: 'nauwkeurig op de kleinste dingen lettend'. En door dat 'kleinste' denk je dan misschien vanzelf aan 'mini', en kies je voor minitieus. Maar nee, het is minutieus: het komt van het Franse minutieux, dat ook ‘nauwgezet’ betekent.

In dubio / in duplo*

We sluiten af met een grappige verwarring. Vaak snappen mensen een woord niet helemaal en passen het dan aan op grond van een erop lijkend woord dat ze wél kennen. We noemen dit ook wel een 'volksetymologie'.

In duplo staan is er ook een: men weet dat de wat moeilijke uitdrukking in dubio staan betekent dat je twijfelt tussen twee mogelijkheden, en dat het bekendere duplo ook iets met ‘twee’ is; vervolgens wordt de uitdrukking aangepast aan die meer vertrouwde vorm, met als resultaat (het foutieve) in duplo staan

Dat lijkt dom, maar vergeet niet dat zulke processen ook werkelijk tot woordverandering hebben geleid. Niemand kent bijvoorbeeld nog het van oorsprong Spaanse woord hamaca, maar wel wat er door volksetymologie voor in de plaats kwam: het nu volstrekt gebruikelijke hangmat.

En daar is het na deze 'verwarrende' taalles misschien wel tijd voor.

*deze voorbeelden zijn (deels) eerder gepubliceerd in de taalagenda, versie 2014, van Onze Taal.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van