Ga naar de inhoud
Klimaatverandering

Eeuwenoude graansoorten gamechanger voor honger in Afrika: 'Win-win-win product'

Het telen van eeuwenoude graansoorten zou een gamechanger voor Afrika kunnen zijn in de strijd tegen voedseltekorten door droogte. Gierst en fonio zijn een eerste stap richting meer voedselzekerheid. 

Door aanhoudende droogte stierven dit jaar al honderden Afrikanen aan ondervoeding, met name in de Hoorn van Afrika. Zelf voedsel produceren op de kurkdroge grond lukt vaak niet. Graan en ander voedsel importeren uit andere landen is sinds dit jaar ook geen vanzelfsprekendheid meer. Door de oorlog in Oekraïne lag de graanexport lang stil, Nog steeds komt er weinig graan uit het buitenland. 

Zo maakte de oorlog in Oekraïne dit jaar Afrika’s afhankelijkheid van Westers graan pijnlijk duidelijk. Bijvoorbeeld Benin en Somalië halen al hun tarwe uit Rusland en Oekraïne. In veel landen is daardoor de situatie snel verslechterd.

Niet
Lees ook:
Niet weinig, maar helemaal niks te eten: honderdduizenden kijken dood in de ogen

Maar Afrika zet langzaam maar zeker meer in op het telen van inheemse graansoorten die kunnen zorgen voor voedselzekerheid. De gewassen die bestand zijn tegen droogte maken het continent tegelijkertijd minder afhankelijk van voedsel uit het Westen. Zo laat een video op BBC zien dat een bakkerij in Senegal sinds kort niet alleen meer gebruikmaakt van tarwe, maar ook van giersten om brood te produceren. 

Win-win 

Die oeroude graansoorten kunnen een gamechanger zijn in Afrika, legt landbouwecoloog Pablo Tittonell uit. Inheemse gewassen zoals sorghum, gierst en vingergierst kunnen floreren op kurkdroge grond. "Je plant de zaadjes op de vijftig graden hete grond en in vier maanden heb je een wortel van 8 meter die alle richtingen opgroeit. Dat is geweldig!"

Maar de inheemse graansoorten hebben nog meer voordelen en dus spreekt Tittonell over een 'win-winsituatie'. In tegenstelling tot maïs, populair onder Afrikaanse boeren, putten deze gewassen de grond minder uit. Dat is ontzettend belangrijk in Afrika, waar de grond hard toe is aan herstel, aldus Tittonell. 

Want de hoge oogsten die boeren uit maïs halen, gaan gepaard met uitputting van de grond. Oergewassen helpen de grond juist te herstellen. Omdat van traditionele sorghum- of gierstplanten slechts dertig procent aan graan overblijft, betekent dat namelijk dat de overige zeventig procent als biomassa terug de grond ingaat. Bij maïs is dat maar de helft van het gewicht. "De oogst is bij traditionele gewassen dus iets kleiner, maar het maakt de grond stabieler."

Het kan de grond zelfs verbeteren, stelt Tittonell. De gewassen kunnen namelijk tegelijk met andere gewassen op een stuk land staan. Zo kan gierst, wat op gras lijkt, groeien onder mangobomen. "Dat is goed voor de biodiversiteit."

Voordeel voor consumenten

Maar niet alleen de grond van boeren profiteren van de oergiersten. Ook consumenten doen er hun voordeel mee, want de traditionele granen zijn gezonder dan bijvoorbeeld tarwe en rijst. Ze worden ook wel superfood genoemd en sommige van de gewassen worden zelfs medicinaal gebruikt. 

Een veelbelovend gewas dus, concludeert Tittonell. "Als elke boer nu begint met het produceren van gierst, zullen we de honger niet direct stillen, want ze hebben meer problemen, zoals technologie en een uitgeputte bodem. Maar het is veelbelovend en een betere en snellere manier om de bodem en voeding te verbeteren." 

5000 jaar oude graansoort

Een van die veelbelovende graansoorten, is fonio. 5000 jaar voor Christus groeide de graansoort al in West-Afrika en het wordt dan ook beschouwd als de oudste gecultiveerde graansoort van het continent. Egyptenaren namen het mee in hun tombe. Ook fonio kent de waslijst aan voordelen. 

Maar op het moment is deze kleine graankorrel, net als de andere oeroude graansoorten, niet populair meer in Afrika. Solange Domaye die al 22 jaar in Nederland woont, groeide op met het eten van fonio in Tsjaad. "Maar op een gegeven moment verdween het."

Solange legt uit dat fonio de bijnaam 'voedsel voor armen' kreeg. Dat kwam omdat boeren die geen voedsel van andere oogsten zoals maïs meer hadden, terugvielen op de oeroude graansoort. "Dat waren dus de arme boeren en mensen wilden niet met arm geassocieerd worden."

Ook speelde mee dat het verwerken van de minuscule graankorrel een uitdaging is. De graankorrel is zo klein dat boeren tien procent zand meenemen, als ze het van het veld halen. Gebrek aan juiste technologie zorgt er vervolgens voor dat zand achterblijft in de oogst. "Mensen willen geen zand eten", zegt Solange. Technologische innovatie verhelpt dat probleem. 

Het is zonde dat fonio langzaam vergeten werd, vindt Solange, want ook dit gewas kan goed tegen droogte, is goed voor de bodem, kan al na zes tot acht weken geoogst worden en heeft een hoge voedingswaarde. "Het is daarom mijn belangrijkste missie om fonio weer succesvol te maken." 

Win-win-win product

Kamerlid Derk Boswijk, woordvoerder landbouw (CDA), kent fonio pas sinds kort. Hij verbaast zich erover dat nog maar zo weinig mensen de graansoort kennen, want het is 'een win-win-win product'. Hij wil kennis erover breder verspreiden, omdat hij veel verkeerde aannames om zich heen ziet. 

"Honger in Afrika helpen we niet door hier meer voedsel te produceren, we maken ze eerder failliet." Oergranen als deze zijn volgens Boswijk daarom hoopvol om de voedingszekerheid van Afrika te verbeteren. "We moeten onze blik richten op lokale gewassen." 

Om fonio weer op de kaart te zetten in Afrika, richtte Solange twee jaar geleden het Symfonio project op. Het project stimuleert onder andere boeren om de graansoort te gaan verbouwen. "Dat ging goed, verschillende verkooppunten en supermarkten sloten zich aan." 

Meer bekendheid in Nederland

Maar ook in Nederland probeert Solange het product meer bekendheid te geven. "Als Europeanen het willen kopen en het bestempelen als superfood, dan gaan Afrikanen die het soms nog bestempelen als voedsel voor armen het ook wel willen." 

Ook Boswijk denkt dat meer bekendheid in Nederland een positief effect op Afrika kan hebben. "Als wij het hier gaan kopen, dan is het voor fabrikanten interessant om sneller en beter te produceren en dat kan bijdragen aan technologische innovatie." Zelf heeft hij zijn eerste zakje fonio al thuis staan. "Die moet ik nog gaan bereiden."   

Bekijk ook:

02:28